Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

REGELING  RIJKSBIJDRAGE  WAZ

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. I, onderdeel L, Wet einde toegang verzekering WAZ)

 
 

13 november 2003, Stcrt. 2003, 225
Inwerkingtreding: 22 november 2003
(T.a.v. artt. 76 en 77 WAZ)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 november 2003, nr. SV/F&W/03/75677, tot vaststelling van de wijze waarop de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 76 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, wordt berekend (Regeling rijksbijdrage WAZ)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van FinanciŽn;
     Gelet op de artikelen 76 en 77 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Berekening rijksbijdrage
-1. De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 76 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, is de uitkomst van de volgende berekening:
Ä|3,9 miljoen + (A - B)
waarbij:
A = het door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geraamde bedrag aan uitkeringen als bedoeld in artikel 80, onderdeel a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen aan beroepsbeoefenaren over het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt berekend; en
B = het door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister van FinanciŽn geraamde bedrag aan premie en premievervangende belasting als bedoeld in artikel 79, onderdeel a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dat wordt ontvangen van beroepsbeoefenaren over het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt berekend.
-2. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, negatief is, wordt de rijksbijdrage vastgesteld op nihil.
-3. Voor de berekening van de rijksbijdrage over 1998 wordt bij de toepassing van het eerste lid voor "Ä|3,9 miljoen" gelezen: Ä|10,9 miljoen.

 

Art. 2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.

 

Art. 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijksbijdrage WAZ.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 13 november 2003.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
.

 

 

 

TOELICHTING
[13 november 2003]

 

     Op grond van artikel 76 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) volgt er een rijksbijdrage aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen die voorziet in de benodigde resterende dekking indien de WAZ-premie die beroepsbeoefenaren - met uitzondering van directeuren-grootaandeelhouders als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering - over hun inkomen in rekening wordt gebracht, niet voldoende is om de lasten van deze groep te dekken. De rijksbijdrage is derhalve afhankelijk van twee factoren: de door de genoemde groep verschuldigde WAZ-premie over een kalenderjaar en de uitgaven ten behoeve van die groep in dat kalenderjaar. Deze twee factoren zorgen evenwel voor problemen bij de definitieve vaststelling van de rijksbijdrage.
     De premieheffing vindt bij wege van aanslag plaats tezamen met de heffing van de inkomstenbelasting. In incidentele gevallen duurt het ongeveer tien jaar voordat alle aanslagen definitief zijn vastgesteld. Op grond van artikel 76 van de WAZ kan de rijksbijdrage over enig kalenderjaar pas worden vastgesteld als definitief vaststaat wat de door de betrokken groep verschuldigde premie is. Gezien de lange tijdsduur voordat dat vaststaat, is het niet wenselijk om voor die periode een rijksbijdrage bij wege van voorschot open te laten staan.
     Het tweede probleem betreft de lasten van de groep beroepsbeoefenaren. Ook de vaststelling van de definitieve lasten ten behoeve van de genoemde groep kan eerst na verloop van enige tijd plaatsvinden, waarbij het bovendien niet mogelijk is de directeuren-grootaandeelhouders als hierboven bedoeld van de andere beroepsbeoefenaars te onderscheiden.
     Gezien bovenstaande problemen wordt in deze ministeriŽle regeling een methodiek gekozen waarbij de rijksbijdrage wordt vastgesteld op de premie-inningskosten plus het verschil tussen het geraamde bedrag aan uitkeringslasten aan beroepsbeoefenaren en het geraamde bedrag van de premieopbrengsten van beroepsbeoefenaren. De raming van de bedragen aan uitkeringslasten en premieopbrengsten zal plaatsvinden in het voorjaar van het jaar t+3 over het jaar t. In het voorjaar van het jaar t+3 is ongeveer 95 procent van de definitieve WAZ-aanslagen door de Belastingdienst verwerkt. De premie-inningskosten worden daarbij gesteld op Ä|3,9 miljoen, met uitzondering van het kalenderjaar 1998, waarin deze vanwege implementatiekosten Ä|10,9 miljoen bedroegen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x