Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet financiering sociale verzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 2 juni 2007

 

REGELING  VASTSTELLING  BIJDRAGEN  IN  KOSTEN  HEFFINGSKORTINGEN  2006

Vervallen
m.i.v. 3 juni 2007
(art. 3 Rvbkh07)

 

14 april 2006, Stcrt. 2006, 78
Inwerkingtreding: 23 april 2006
(T.a.v. art. 15 Wfsv)

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 april 2006, nr. SV/F&W/06/26019, tot vaststelling van de bijdragen in de kosten van heffingskortingen voor het jaar 2006

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Vaststelling van de geraamde totale kosten voor heffingskortingen
De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedragen in het jaar 2006: €|33 694 500 000,00.

 

Art. 2. Hoogte bijdragen in de kosten heffingskortingen
Met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds voor het jaar 2006:
a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: €|2 619 500 000,00;
b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: €|181 200 000,00;
c. ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: €|4 758 300 000,00.

 

Art. 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 14 april 2006.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
.

 

 

 

TOELICHTING
[14 april 2006]

 

     Per 1 januari 2001 is met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 het systeem van belastingvrije sommen vervangen door een systeem van heffingskortingen en het arbeidskostenforfait door een arbeidskorting. Een daling van de premieopbrengsten volksverzekeringen is hiervan het gevolg. Een rijksbijdrage, de BIKK (bijdrage in de kosten van kortingen), compenseert de fondsen van de volksverzekeringen voor die daling van de premieopbrengsten. Voor de vaststelling van de BIKK is in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) een formule opgenomen. Variabel daarin zijn de geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in een bepaald jaar. Op basis van artikel 15 van de Wfsv dienen de geraamde totale kosten voor de heffingskortingen bij ministeriële regeling bekendgemaakt te worden in overeenstemming met de Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze regeling voorziet hierin voor het jaar 2006. Daarbij wordt aangesloten bij de raming van de totale kosten voor de heffingskortingen van het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 2006. De totale kosten voor de heffingskortingen zijn vastgesteld op €|33 694 500 000,-. Dit bedrag is op te splitsen in de kosten van de kortingen relevant voor 65-plussers en 65-minners. Deze bedragen in het jaar 2006 zijn respectievelijk €|3 658 400 000,- en €|30 036 100 000,-. Uit bovengenoemde formule volgen de BIKK-bedragen voor het jaar 2006, te weten: BIKK AOW|2 619 500 000,-, BIKK Anw|181 200 000,- en BIKK AWBZ|4 758 300 000,-.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wfsv | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x