Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet financiering sociale verzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  GEDIFFERENTIEERDE  PREMIE  WERKHERVATTINGSKAS  2008
 
 

7 augustus 2007, Stcrt. 2007, 166
Inwerkingtreding: 1 januari 2008
(T.a.v. art. 38 Wfsv)

 

 

 

 
7 augustus 2007

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Voor de berekening van de gedifferentieerde premie op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2008 worden voor alle takken van bedrijf en beroep de navolgende premies en parameters vastgesteld:
Gemiddeld premieplichtig loon: |27 300,00
Grens grote/kleine werkgever: |682 500,00
Gemiddeld percentage: 0,58%
Maximumpremie grote werkgevers: 2,32%
Maximumpremie kleine werkgevers: 1,74%
Minimumpremie kleine werkgevers: 0,30%
Gemiddeld werkgeversrisicopercentage: 0,85%
Rekenpercentage: 0,57%
Correctiefactor werkgeversrisico: 0,68
Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever:
1 jaar bekend: 5,00
2 jaar bekend: 2,50
3 jaar bekend: 1,66
4 jaar bekend: 1,25

 

Art. 2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2008.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 7 augustus 2007.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[7 augustus 2007]

 

Algemeen

     Op grond van artikel 38, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) stelt Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk rekenpercentage en gemiddelde percentage vast. In het Besluit Wfsv zijn regels gesteld over de wijze waarop het rekenpercentage en het gemiddelde percentage worden vastgesteld. Tevens zijn daarin regels gesteld over de wijze waarop de opslag of korting wordt berekend en regels over de percentages die ten hoogste aan een werkgever in rekening mogen worden gebracht en die ten minste in rekening moeten worden gebracht.
     Op grond van het Besluit Wfsv stelt UWV een aantal parameters vast die dienen als basis voor de vaststelling van de individuele premie WGA [werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA, red.] voor de werkgever. De parameters gelden voor de premie verschuldigd over het premieplichtige loon in het jaar 2008.


Gemiddelde premieplichtige loon

     Het gemiddelde premieplichtige loon dient als basis voor het onderscheid tussen grote en kleine werkgevers. Kleine werkgever is de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar (2006) dat aan het premiejaar (2008) vooraf is gegaan een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25-maal het gemiddelde premieplichtige loon (|682 500,-); grote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25-maal het gemiddelde premieplichtige loon.


Gemiddelde percentage

     Het gemiddelde percentage is het percentage, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv en artikel 2.8 van het Besluit Wfsv. Dit percentage is het totaalbedrag van de in 2008 verwachte lasten verminderd met de verwachte niet-premiebaten van de Werkhervattingskas, vermenigvuldigd met honderd, welke uitkomst wordt gedeeld door het totaalbedrag van het in het premiejaar verwachte premieplichtige loon n te betalen uitkeringen.


Rekenpercentage

     Het rekenpercentage, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv en artikel 2.7 van het Besluit Wfsv, wordt afgeleid van het gemiddelde percentage. Daarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van de maximumpremie op de premieopbrengst en de verplichting om een voldoende reserve voor de Werkhervattingskas te vormen en in stand te houden.


Maximumpremie

     Artikel 2.14, eerste lid, van het Besluit Wfsv bepaalt dat de gedifferentieerde premie voor grote werkgevers ten hoogste viermaal het gemiddelde percentage is en voor kleine werkgevers ten hoogste driemaal het gemiddelde percentage. Het maximum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage.


Minimumpremie

     In artikel 2.14, tweede lid, van het Besluit Wfsv is bepaald op welke wijze de minimumpremie wordt berekend. De minimumpremie voor grote werkgevers is ten minste nihil.


Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

     Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage is het percentage, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het Besluit Wfsv, en is kort gezegd het quotint van de uitkeringslasten WAO en WGA 2006, gedurende de periode van vijf jaar vanaf de dag van ingang, bedoeld in artikel 117 en 117b Wfsv, dus ingegaan in de periode 2001 tot en met 2006, en het gemiddelde premieplichtige loon in de jaren 2002 tot en met 2006.


Correctiefactor werkgeversrisico

     De spreiding van de individuele werkgeversrisicopercentages wordt in lijn gebracht met het gemiddelde percentage door de afwijkingen van deze werkgeversrisicopercentages ten opzichte van het gemiddelde werkgeversrisicopercentage te vermenigvuldigen met een correctiefactor.
     Deze correctiefactor is in artikel 2.9, twaalfde lid, van de Wfsv [lees: van het Besluit Wfsv, red.] gedefinieerd als een breuk met als teller het gemiddelde percentage en als noemer het gemiddelde werkgeversrisicopercentage.


Correctiefactor ontbrekende jaren

     Voor werkgevers die niet gedurende de gehele periode die bepalend is voor het individueel en het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (berekeningstijdvak) werkgever zijn geweest, is in artikel 2.12 van het Besluit Wfsv een correctie voorgeschreven op het individueel werkgeversrisicopercentage. De correctie doet zich voor indien de werkgever is gestart vr 2006, maar niet gedurende de gehele periode van 2002 tot en met 2006 werkgever is geweest, of de werkgever heeft binnen de periode van 2002 tot en met 2006 een periode waarin hij geen werknemers heeft gehad en dus geen werkgever is geweest.
     In deze situaties kan een individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald over een onvolledige periode. Voor ieder ontbrekend jaar wordt een correctie toegepast. De correctiefactor is berekend door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van 2002 tot en met 2006 te delen door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over het aantal beschikbare jaren.


Startende werkgever

     De grote werkgever die in 2006, 2007 of 2008 start, betaalt op grond van artikel 2.13 van het Besluit Wfsv het rekenpercentage, de kleine werkgever die in 2006, 2007 of 2008 start, betaalt de minimumpremie voor kleine werkgevers. Er kan namelijk geen individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald. Aan de hand van de loonsom in het jaar waarin de werkgever is gestart, wordt bepaald of de werkgever een grote of een kleine werkgever is.


Opslagen/kortingen

     De individuele opslag of korting voor een werkgever is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.9, tweede lid, van het Besluit Wfsv, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (artikel 2.9, derde lid, Besluit Wfsv), vermenigvuldigd met de correctiefactor werkgeversrisico.


Inwerkingtreding

     Het onderhavige besluit treedt in werking op 1 januari 2008.

 

De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wfsv | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x