Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet financiering sociale verzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 25 november 2009

 

BESLUIT  VASTSTELLING  LASTENPLAFONDS  SECTORFONDSEN  2009

Vervallen
m.i.v. 26 november 2009
(art. 2 Bvgls09)

 
 

14 oktober 2008, Stcrt. 2008, 216
Inwerkingtreding: 1 januari 2009
(T.a.v. art. 105:1 Wfsv)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 105, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De maxima van de lasten die in een boekjaar ten laste van de sectorfondsen komen, bedoeld in artikel 105, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, worden voor het jaar 2009 vastgesteld op de percentages, bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,¹ in werking met ingang van 1 januari 2009.

1. Goedkeuring is verleend bij Besluit van 28 oktober 2008, Stcrt. 2008, 216, red.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling lastenplafonds sectorfondsen 2009.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 14 oktober 2008.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

BIJLAGE  1

Lastenplafonds sectorfondsen 2009

 

Sector: lastenplafond (in %)

1. Agrarisch bedrijf: 3,75
2. Tabakverwerkende industrie: 3,75
3. Bouwbedrijf: 3,75
4. Baggerbedrijf: 3,75
5. Hout- en emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie: 3,75
6. Timmerindustrie: 3,75
7. Meubel- en orgelbouwindustrie: 3,75
8. Groothandel hout, zagerijen, schaverijen en houtbereiding: 3,75
9. Grafische industrie: 3,75
10. Metaalindustrie: 3,75
11. Elektrotechnische industrie: 3,75
12. Metaal- en technische bedrijfstakken: 3,75
13. Bakkerijen: 3,75
14. Suikerverwerkende industrie: 3,75
15. Slagersbedrijven: 3,75
16. Slagers overig: 3,75
17. Detailhandel en ambachten: 3,75
18. Reiniging: 3,75
19. Grootwinkelbedrijf: 3,75
20. Havenbedrijven: 3,75
21. Havenclassificeerders: 3,75
22. Binnenscheepvaart: 3,75
23. Visserij: 4,50
24. Koopvaardij: 3,75
25. Vervoer KLM: 3,75
26. Vervoer NS: 3,75
27. Vervoer posterijen: 3,75
28. Taxi- en ambulancevervoer: 3,75
29. Openbaar vervoer: 3,75
30. Besloten busvervoer: 4,50
31. Overig personenvervoer te land en in de lucht: 4,50
32. Overig goederenvervoer te land en in de lucht: 3,75
33. Horeca algemeen: 4,50
34. Horeca catering: 3,75
35. Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen: 3,75
38. Banken: 3,75
39. Verzekeringswezen en ziekenfondsen: 3,75
40. Uitgeverij: 3,75
41. Groothandel I: 3,75
42. Groothandel II: 3,75
43. Zakelijke dienstverlening I: 3,75
44. Zakelijke dienstverlening II: 3,75
45. Zakelijke dienstverlening III: 3,75
46. Zuivelindustrie: 3,75
47. Textielindustrie: 3,75
48. Steen-, cement-, glas- en keramische industrie: 3,75
49. Chemische industrie: 3,75
50. Voedingsindustrie: 3,75
51. Algemene industrie: 3,75
52. Uitzendbedrijven: 5,00
53. Bewakingsondernemingen: 3,75
54. Culturele instellingen: 4,50
55. Overige takken van bedrijf en beroep: 3,75
56. Schildersbedrijf: 5,00
57. Stukadoorsbedrijf: 3,75
58. Dakdekkersbedrijf: 4,50
59. Mortelbedrijf: 3,75
60. Steenhouwersbedrijf: 3,75
61 t/m 67. Overheid: 4,50
68. Railbouw: 3,75
69. Telecommunicatie: 3,75

 

 

 

TOELICHTING
[14 oktober 2008]

 

     Volgens artikel 105, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen stelt UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, red.] jaarlijks de lastenplafonds vast voor de sectorfondsen. Het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) financiert de werkloosheidslasten die uitkomen boven het lastenplafond. Hiermee wordt voorkomen dat een in moeilijkheden verkerend sectorfonds in een negatieve spiraal terechtkomt.

     Het lastenplafond bestaat uit een vast gedeelte en een variabel gedeelte. Het vaste gedeelte bedraagt voor iedere sector 3,75% van het premieplichtig loon. Dit percentage dient te worden geļnterpreteerd als de maximaal door de sector te dragen "basiswerkloosheid". Het variabele deel ligt tussen de 0% en 2% van het premieplichtig loon, afhankelijk van het gemiddelde lastenpercentage over vier jaren. Het betreft een sectorspecifieke opslag voor sectoren die een hoger gemiddeld risico hebben. Het gemiddelde lastenpercentage over de laatste vier gerealiseerde jaren bepaalt in welke klasse de sector wordt ingedeeld.

Tabel: klasse-indeling lastenplafonds 2009:

Het gemiddelde lastenpercentage over de periode 2004-2007 Vast deel lastenplafond Variabel deel lastenplafond Lastenplafond
Kleiner dan 2,00%: 3,75% 0,00% 3,75%
Tussen 2,00% en 3,75%: 3,75% 0,75% 4,50%
Tussen 3,75% en 5,75%: 3,75% 1,25% 5,00%
Groter dan 5,75%: 3,75% 2,00% 5,75%

 
     Toepassing van deze systematiek leidt tot de in bijlage 1 gegeven lastenplafonds voor 2009. Dit besluit behoeft op grond van artikel 105, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wfsv | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x