|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Nadere regelgeving:
- Besluit financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere
Ziektekostenverzekering (vervallen)
- Besluit
financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering
AWBZ (vervallen)
- Besluit vrijwillige verzekering AOW en Anw 2001
(vervallen)
- Besluit vrijwillige verzekering AWBZ
(vervallen)
- Regeling afdracht aan fondsen ex artikel 44 Wet financiering
volksverzekeringen (vervallen)
- Regeling gemoedsbezwaarden socialeverzekeringswetten
(vervallen)
- Regeling
loonbelasting- en premietabellen 1990
- Regeling premiebetaling bij schuldige nalatigheid
(vervallen)
- Regeling rekening-courantverhouding sociale verzekeringen
(vervallen)
- Regeling
vaststelling bijdragen in kosten heffingskortingen 2004 (vervallen)
- Regeling
vaststelling bijdragen in kosten heffingskortingen 2005 (vervallen)
- Regeling vaststelling gemiddeld premiepercentage AWBZ
2003 (vervallen)
- Regeling vaststelling gemiddeld
premiepercentage AWBZ 2004 (vervallen)
- Regeling vaststelling geraamde totale kosten voor heffingskortingen
(vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages en premiebedragen sociale
ziektekostenverzekeringen 2003 (vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages en premiebedragen
sociale ziektekostenverzekeringen 2004 (vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages en premiebedragen
sociale ziektekostenverzekeringen 2005 (vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages
werknemersverzekeringen en volksverzekeringen 2002 (vervallen)
- Regeling
vaststelling premiepercentages werknemersverzekeringen en
volksverzekeringen 2003 (vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages werknemersverzekeringen en
volksverzekeringen 2004 (vervallen)
- Regeling vaststelling
premiepercentages werknemersverzekeringen en volksverzekeringen 2005
(vervallen)
- SZW-intrekkingsregeling
2004
- Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001 (vervallen)
- Uitvoeringsregeling
premieheffing volksverzekeringen 2002
(vervallen)
Relevante
overige regelgeving:
- Invoeringswet Wet financiering sociale
verzekeringen
- Wet financiering sociale verzekeringen
Inhoudsopgave
Wfv
| Hoofdstuk
I |
Inleidende
bepalingen |
artt.
1 - 5 |
| Hoofdstuk
II |
De financiering van de verplichte volksverzekeringen |
artt.
6 - 24 |
| §
1x |
Premieplicht |
art.
6 |
| §
2x |
Maatstaf |
artt.
7 - 9 |
| §
3x |
Tarief |
artt.
10 - 12 |
| §
4x |
Heffing |
artt.
13 - 15 |
| §
5x |
Invordering |
art.
16 |
| §
6x |
Aanvullende regeling |
art.
17 |
| §
7x |
Schuldige
nalatigheid |
art.
18 |
| §
8x |
Gemoedsbezwaren |
artt.
19 - 24 |
| Hoofdstuk
III |
De financiering van de vrijwillige verzekeringen |
artt.
25 - 27 |
| Hoofdstuk
IV |
De fondsen |
artt.
28 - 45 |
| Hoofdstuk
V |
Voorschriften van procedurele aard, bezwaar en
strafbepalingen |
artt.
46 - 52 |
| §
1x |
Voorschriften
van procedurele aard |
artt.
46 - 47 |
| §
2x |
Bezwaar |
artt.
48 - 51 |
| §
3x |
Strafbepalingen |
art.
52 |
| Hoofdstuk
VI |
Overgangs-
en slotbepalingen |
artt.
53 - 56 |
| xxxxxxxxxxxr |
|
xxxxxxxxxx |
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1987-1988, 1988-1989, 20 625.
Handelingen II 1988-1989, blz. 2375-2466, 2475-2545, 2555-2632,
2633-2665, 2683-2727, 2825-2825.
Kamerstukken I 1988-1989, 20 625 (171H, 171a, 190, 190a, 190b, 190c,
190d, 190e, 190f).
Handelingen I 1988-1989, blz. 992-1021, 1030-1085, 1091-1093.
Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 250;
Staatsblad 1995, 560; Staatsblad 1995,
576; Staatsblad 1995,
635; Staatsblad 1995, 681;
Staatsblad 1995, 690; Staatsblad 1995,
691; Staatsblad 1996,
248; Staatsblad 1996, 370;
Staatsblad 1996, 478; Staatsblad 1996, 655;
Staatsblad 1997, 96; Staatsblad 1997, 162;
Staatsblad 1997, 178; Staatsblad 1997, 706;
Staatsblad 1997, 779; Staatsblad 1997, 794;
Staatsblad 1998, 124; Staatsblad 1998,
175; Staatsblad 1998,
262; Staatsblad 1998, 411;
Staatsblad 1998, 377; Staatsblad 1998,
724; Staatsblad 1998, 725;
Staatsblad 1998, 742; Staatsblad 1999,
185; Staatsblad 1999, 564;
Staatsblad 2000, 40; Staatsblad 2000,
42; Staatsblad 2000, 216;
Staatsblad 2000, 338; Staatsblad 2000,
359; Staatsblad 2001, 23;
Staatsblad 2000, 570; Staatsblad 2000,
571; Staatsblad 2000, 605;
Staatsblad 2001, 212; Staatsblad 2001,
386; Staatsblad 2001, 481;
Staatsblad 2001, 568; Staatsblad 2001,
625; Staatsblad 2001, 640;
Staatsblad 2002, 413; Staatsblad 2002,
613; Staatsblad 2002, 617;
Staatsblad 2003, 69; Staatsblad 2003,
544; Staatsblad 2004, 50;
Staatsblad 2005, 37; Staatsblad
2005, 274.
WET van 27 april 1989, Stb.
1989, 129, houdende financiering van de volksverzekeringen (Wet
financiering volksverzekeringen). Inwerkingtreding: 1 januari 1990 (Stb.
1989, 123).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te
weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
de bepalingen betreffende de financiering ingevolge de volksverzekeringen te
herzien naar aanleiding van het rapport van de commissie tot vereenvoudiging
van de loonbelasting en de inkomstenbelasting en deze bepalingen in een
afzonderlijke wet onder te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
I
Inleidende bepalingen
Art. 1.
[Begripsbepalingen] [Geschiedenis:
VvW; Stb. 1995, 690; Stb.
1997, 178; Stb. 1997, 794;
Stb. 1998, 262; Stb.
1999, 185; Stb. 1999, 564;
Stb.
2005, 37]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is
bepaald,
wordt verstaan onder:
a. volksverzekeringen: de verzekeringen, bedoeld in de onderdelen
b
tot en met e;
b. algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel
6 van de Algemene Ouderdomswet;
c. nabestaandenverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 13 van
de Algemene nabestaandenwet;
d. algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de verzekering,
bedoeld in artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten;
e. algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering,
bedoeld in artikel 4 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze
verzekering gold tot de dag van de inwerkingtreding van de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen;
f. Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet: de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet
en de daarop berustende bepalingen, zoals die
wet
en die bepalingen luidden op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen.
g. Spaarfonds AOW: het Spaarfonds AOW, bedoeld in artikel
31.
Art.
2. [Begripsbepalingen vrijwillige
verzekeringen] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 690; Stb.
1997, 178; Stb. 1997, 794;
Stb. 2000, 605 + bis;
Stb. 2001, 212; Stb.
2005, 37]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is
bepaald,
wordt verstaan onder:
a. vrijwillige verzekeringen: de verzekeringen, bedoeld in de onderdelen
b
tot en met e;
b. vrijwillige algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld
in hoofdstuk IV van de Algemene Ouderdomswet;
c. vrijwillige nabestaandenverzekering: de verzekering, bedoeld in
hoofdstuk 5 van de Algemene nabestaandenwet;
d. vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering,
bedoeld in artikel 59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
zoals deze verzekering gold tot de dag van de inwerkingtreding van de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen;
e. vrijwillige verzekering
bijzondere ziektekosten: de verzekering, bedoeld in artikel 32a
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Art.
2a. [Beperking begrip premie
volksverzekeringen] [Geschiedenis:
Stb.
2005, 37]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is
bepaald,
wordt onder de premie voor de volksverzekeringen niet begrepen de nominale
premie die de verzekerde ingevolge artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten aan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het
uitvoerend orgaan verschuldigd is.
Art.
3. [Begrip verzekerde] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is
bepaald,
wordt verstaan onder verzekerde degene die in de zin van de
volksverzekeringen verplicht verzekerd is.
Art.
4. [Begrip Onze Minister] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is
bepaald,
wordt onder Onze Minister verstaan: Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid.
Art.
5. [Financiering volks- en vrijwillige
verzekeringen] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1998, 262; Stb.
2005, 37]
Overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald,
worden
de lasten van de volksverzekeringen en de vrijwillige verzekeringen
gefinancierd met premie en met rijksbijdragen.
HOOFDSTUK
II
De financiering van de verplichte
volksverzekeringen
§ 1.
Premieplicht
Art.
6. [Premieplicht] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
Premieplichtig voor de volksverzekeringen is de verzekerde.
§ 2.
Maatstaf
Art.
7. [Maatstaf heffing premie volksverzekeringen]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
De maatstaf voor de heffing van de premie voor de
volksverzekeringen
is het premie-inkomen van de premieplichtige.
Art.
8.
[Begrip premie-inkomen bij aanslag] [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis;
Stb. 1998, 724; Stb.
2000, 216; Stb. 2001, 640;
Stb.
2005, 37]
Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wege van
aanslag wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare inkomen uit
werk en woning, bepaald volgens de regels van hoofdstuk 3 van de Wet
inkomstenbelasting 2001. De toerekening van de gemeenschappelijke
inkomensbestanddelen van de premieplichtige en zijn partner geschiedt
overeenkomstig artikel 2.17 van de Wet
inkomstenbelasting 2001. In het
geval de premieplichtige en zijn partner beiden belastingplichtig zijn,
geldt de gemaakte keuze, bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, van die
wet, zowel voor de heffing van de inkomstenbelasting als voor de heffing
van de premie voor de volksverzekeringen.
Art.
9. [Begrip premie-inkomen bij inhouding]
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis;
Stb. 1996, 655; Stb.
2000, 571; Stb.
2005, 37]
Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij
wijze
van inhouding wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare loon in de zin van
de Wet op
de loonbelasting 1964 met uitzondering van
eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel
f en g, van die
wet.
§ 3.
Tarief
Art.
10. [Premiepercentage; heffingskorting]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 1997, 794; Stb.
1998, 262; Stb. 1998, 724;
Stb. 1998, 725; Stb.
2000, 216; Stb. 2000, 570;
Stb.
2005, 37]
-1. De premie voor de volksverzekeringen wordt vastgesteld op
een percentage van het premie-inkomen. Het in de eerste zin
bedoelde percentage is het totaal van het percentage, genoemd in
artikel 10a, tweede lid, en de percentages die op grond van artikel 11 worden
vastgesteld.
-2. In afwijking van het eerste lid is geen premie voor de algemene
ouderdomsverzekering verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de
leeftijd van 65 jaar zal bereiken.
-3. De verschuldigde premie voor de
volksverzekeringen is de premie voor de volksverzekeringen verminderd
met de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting voor de
volksverzekeringen.
-4. De heffingskorting voor de
volksverzekeringen is de som van:
a. indien betrokkene premieplichtig
is voor de algemene ouderdomsverzekering: de op grond van hoofdstuk 8
van de Wet
inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de
algemene ouderdomsverzekering;
b. indien betrokkene premieplichtig
is voor de nabestaandenverzekering: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de
nabestaandenverzekering;
c. indien betrokkene premieplichtig
is voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de op grond van
hoofdstuk 8 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting
voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten.
-5. Indien de premie voor de
volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt geheven, worden voor de
toepassing van het vierde lid de heffingskortingen, genoemd in artikel
8.2 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, die geen deel uitmaken van de
standaardloonheffingskorting, bedoeld in artikel 21c van de Wet
op de loonbelasting 1964, geacht geen deel uit te maken van de
standaardheffingskorting, bedoeld in artikel 8.2 van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
-6. Het premie-inkomen wordt tot geen hoger
bedrag in aanmerking genomen dan het als tweede vermelde bedrag in kolom
II van de tarieftabel in artikel 2.10 van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
-7. Ingeval artikel 26b van de Wet
op de loonbelasting 1964 van toepassing is, wordt de in dat artikel
bedoelde werknemer geacht premieplichtig te zijn. Ten aanzien van deze
werknemer wordt het in het eerste lid bedoelde percentage toegepast op
het loon in de zin van de Wet
op de loonbelasting 1964.
Art.
10a. [Premiepercentage algemene
ouderdomsverzekering] [Geschiedenis:
Stb. 1998, 175; Stb. 1998, 262;
Stb.
2005, 37]
-1. De premie voor de algemene ouderdomsverzekering
bedraagt ten hoogste 18,25 procent.
-2. Onze Minister stelt het premiepercentage vast voor de algemene
ouderdomsverzekering. [Rvpwv02] [Rvpwv03]
[Rvpwv04]
[Rvpwv05]
Art.
10b. [Rijksbijdrage Ouderdomsfonds]
[Geschiedenis:
Stb. 1998, 262; Stb.
2005, 37]
-1.
Onze Minister kan bedragen vaststellen die als rijksbijdrage
ten
gunste komen van het Ouderdomsfonds.
-2. Onze Minister besluit jaarlijks of in het desbetreffende jaar een
rijksbijdrage ten gunste van het Ouderdomsfonds komt.
-3. De omvang van een ten gunste van het Ouderdomsfonds komende
rijksbijdrage wordt door Onze Minister bepaald.
Art.
11. [Premiepercentage Anw en AWBZ]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 1995, 690; Stb.
1997, 97; Stb. 1997,
178; Stb. 1997, 779;
Stb. 1997, 794; Stb.
1998, 262; Stb. 2001,
625; Stb.
2005, 37]
-1. Bij ministeriële
regeling wordt het premiepercentage voor de Algemene nabestaandenwet
vastgesteld. [Rvpwv02] [Rvpwv03]
[Rvpwv04]
[Rvpwv05]
-2. Bij ministeriële regeling wordt door Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, het percentage voor de algemene verzekering
bijzondere ziektekosten vastgesteld. [Rvppsz03]
[Rvppsz04] [Rvppsz05]
Art.
12. [Gemiddeld premiepercentage]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 1997, 779; Stb.
2005, 37]
Indien een wijziging van een premiepercentage ingaat op een
ander
tijdstip dan met ingang van 1 januari, wordt bij ministeriële regeling, in
overeenstemming met Onze Minister van Financiën en indien het de premie voor de
algemene verzekering bijzondere ziektekosten betreft mede in overeenstemming
met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport, een
gemiddeld premiepercentage vastgesteld voor door Onze Minister
aan te wijzen
gevallen en tijdvakken. [RvgpA03] [RvgpA04]
§ 4.
Heffing
Art.
13. [Premieheffing door belastingdienst]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb.
2005, 37]
De rijksbelastingdienst heft de premie voor de
volksverzekeringen.
Art.
14. [Premieheffing d.m.v. aanslag]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 2000, 571; Stb.
2005, 37]
De premie voor de volksverzekeringen wordt, onverminderd
het bepaalde
in artikel 15 en onder verrekening van krachtens dat artikel geheven
premie, bij wege van aanslag geheven met overeenkomstige toepassing van de voor
de heffing van de inkomstenbelasting geldende regels, met uitzondering
van artikel 3.154 van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
Art.
15. [Premieheffing d.m.v. inhouding]
[Rlp09]
[Ul01]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 2000, 216; Stb.
2002, 613; Stb.
2005, 37]
-1. Voor zoveel de premieplichtige aan de loonbelasting is
onderworpen, wordt de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding
geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels.
-2. Voor zoveel de premieplichtige aan de
loonbelasting is onderworpen ingevolge artikel 5a van de Wet
op de loonbelasting 1964, is het eerste lid niet van toepassing.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen voor
daarbij aan te wijzen gevallen berekeningsvoorschriften worden
vastgesteld aan de hand waarvan uit de in het tweede lid van artikel 25
van de Wet
op de loonbelasting 1964 bedoelde tabellen het bedrag van de
premie voor de volksverzekeringen wordt afgeleid.
§ 5.
Invordering
Art.
16. [Invordering door belastingdienst]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb.
2005, 37]
-1. De
rijksbelastingdienst vordert de premie voor de
volksverzekeringen in.
-2. Ten aanzien van de invordering van de ingevolge deze wet verschuldigde
premie zijn, naargelang artikel 14 dan wel artikel 15 van toepassing
is, de regels geldende voor de invordering van de inkomstenbelasting
onderscheidenlijk de loonbelasting van overeenkomstige toepassing.
§ 6.
Aanvullende regeling
Art.
17. [Nadere regelgeving] [Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 1997, 779; Stb.
2005, 37]
Bij ministeriële regeling kunnen in overeenstemming met
Onze
Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
nadere regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen in de paragrafen 1
tot en met 5 is bepaald. [Upv02]
§ 7.
Schuldige
nalatigheid
Art.
18. [Schuldige nalatigheid] [Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 1995, 250; Stb.
1995, 690; Stb. 1997, 794;
Stb. 2001, 625; Stb.
2005, 37]
-1. Indien een premieplichtige nalatig is gebleven over een
bepaald
jaar de op aanslag verschuldigde premie voor de volksverzekeringen te
betalen, houdt de Sociale verzekeringsbank daarvan aantekening indien zij
beslist dat van een schuldig nalaten sprake is.
-2. Een premieplichtige is schuldig nalatig indien hij nalaat de door
hem op aanslag verschuldigde premie voor de volksverzekeringen te betalen.
Voor zover de premieplichtige kan aantonen dat er omstandigheden
aanwezig zijn op grond waarvan het niet betalen van de premie hem niet
toegerekend kan worden, wordt afgezien van het schuldig nalatig stellen
van de premieplichtige.
-3. In afwijking van het tweede lid wordt van het schuldig nalatig
stellen niet afgezien, indien:
a. de aanslag voor de premie voor de volksverzekeringen ambtshalve is vastgesteld omdat de premieplichtige geen of
onvoldoende medewerking heeft verleend bij het vaststellen van het
premie-inkomen;
b. de premie voor de volksverzekeringen niet of niet geheel kan worden ingevorderd omdat is nagelaten te voldoen aan de
krachtens de artikelen 65, eerste tot en met derde en vijfde tot en met zevende lid,
66 en 68 van de Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens geldende verplichtingen; of
c. de premieplichtige de bekendmaking van de beschikking met
betrekking
tot het stellen van een aantekening als bedoeld in het eerste lid bemoeilijkt of onmogelijk maakt omdat is
nagelaten te voldoen aan de krachtens de artikelen 65, eerste tot en met derde en vijfde tot
en met zevende lid, 66 en 68 van de Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens geldende verplichtingen.
-4. Indien in het geval waarin een aantekening is gesteld, de verzekerde
binnen vijf jaren na de kennisgeving van die aantekening de op de in
het eerste lid bedoelde aanslag verschuldigd gebleven premie voor de
volksverzekeringen geheel of gedeeltelijk betaalt, wordt die betaling
achtereenvolgens
toegerekend aan:
a. de kosten verbonden aan de invordering;
b. de invorderingsrente;
c. de verschuldigd gebleven inkomstenbelasting en de premie,
verschuldigd
gebleven voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en de nabestaandenverzekering;
d. een opslag van 5% op de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering;
e. de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene
ouderdomsverzekering.
-5. In het geval, bedoeld in het vierde lid,
wordt, voor zover de voor
de algemene ouderdomsverzekering verschuldigd gebleven premie alsnog is
betaald, de aantekening doorgehaald. De premieplichtige wordt geacht over het
betrokken tijdvak in zoverre niet schuldig nalatig te zijn geweest.
-6. Aan de belanghebbende wordt bij brief met ontvangstbevestiging
kennisgegeven van een beslissing met betrekking tot het stellen van een
aantekening als bedoeld in het eerste lid dan wel tot het doorhalen van een
zodanige aantekening. De Sociale verzekeringsbank bewaart de
bewijsstukken
van de verzending van het besluit.
-7. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het bepaalde
in dit artikel nadere regels worden gesteld. [Rpsn]
Art.
18a. [Beroepsgronden] [Geschiedenis:
Stb.
2005, 37]
Het beroep kan niet zijn gegrond op het verweer dat de
aanslag ten
onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Het beroep kan slechts dan
zijn gegrond op het verweer dat de aanslag niet is ontvangen, indien
belanghebbende aannemelijk kan maken dat hij de aanslag nimmer ontvangen
heeft en dat er geen omstandigheden zijn op grond waarvan het niet ontvangen
van de aanslag hem kan worden toegerekend.
§ 8.
Gemoedsbezwaren
Art.
19. [Ontheffing wegens gemoedsbezwaren]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; Stb. 2001, 625; Stb.
2005, 37]
-1. Van verplichtingen welke bij of krachtens dit hoofdstuk zijn
opgelegd, wordt op zijn verzoek ontheven:
a. degene die gemoedsbezwaren heeft tegen één of meer
volksverzekeringen;
b. de rechtspersoon waarbij natuurlijke personen zijn betrokken die bezwaren hebben als bedoeld in onderdeel
a.
-2. Een ontheffing wordt verleend door de Sociale
verzekeringsbank.
Art.
20. [Premievervangende belasting]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
Indien een ontheffing is verleend in het kader van één of meer
volksverzekeringen, wordt voor geen van de volksverzekeringen premie geheven, doch
vindt voor al die verzekeringen heffing van premievervangende
inkomstenbelasting
of premievervangende loonbelasting plaats, aldus dat:
a. van degene van wie anders premie voor de volksverzekeringen zou
worden geheven bij wege van aanslag, inkomstenbelasting wordt geheven tot
het bedrag van die premies;
b. van degene van wie anders premie voor de volksverzekeringen zou
zijn geheven bij wijze van inhouding, loonbelasting wordt ingehouden tot
het bedrag van die premie.
Art.
21. [Gelijkstelling belasting met premie
volksverzekeringen] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 2000, 571; Stb.
2005, 37]
-1.
De belasting die op grond van artikel 20 wordt geheven in plaats van de
premie voor de volksverzekeringen wordt voor de toepassing van dit
hoofdstuk en voor de toepassing van de Wet
inkomstenbelasting 2001, de Wet
op de loonbelasting 1964 en de Invorderingswet
1990 beschouwd als
premie voor die verzekeringen.
-2. Voor de persoon van wie als gevolg van
een ontheffing als bedoeld in artikel 19 premievervangende belasting
wordt geheven of ingehouden, wordt een heffingskorting toegepast die
wordt vastgesteld overeenkomstig de op grond van artikel
10, vierde lid,
voor een premieplichtige voor de volksverzekeringen toepasselijke
heffingskorting voor de volksverzekeringen.
Art.
22. [Melding verlening en intrekking
ontheffing aan belastingdienst] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 2001, 625; Stb.
2002, 617; Stb.
2005, 37]
Wanneer de Sociale
verzekeringsbank een ontheffing verleent
of
intrekt, doet zij daarvan mededeling aan de inspecteur onder wie de
betrokkene krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting.
Art.
23. [Premie volksverzekeringen
gemoedsbezwaarde t.l.v. Rijk] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
Ten laste van het Rijk komt de premie voor de
volksverzekeringen,
voor zover die ingevolge een ontheffing als bedoeld in artikel 19 niet wordt
geheven.
Art.
24. [Nadere regelgeving]
[Rgs] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
-1. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld
worden met betrekking tot het bepaalde in deze paragraaf.
-2. Deze regels betreffen:
a. de voorwaarden waaronder een ontheffing wordt verleend;
b. de verdere gevolgen die voor de toepassing van deze wet aan een ontheffing zijn verbonden;
c. de gevallen waarin een ontheffing wordt ingetrokken; en
d. de gevolgen die voor de toepassing van deze wet aan een
intrekking van een ontheffing zijn verbonden.
HOOFDSTUK
III
De financiering van de vrijwillige verzekeringen
Art.
25. [Premieplicht en tarief vrijwillige
verzekering]
[BvvA] [BvvAA01]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 690; Stb.
1997, 178; Stb. 1997, 794;
Stb. 2000, 605 + bis;
Stb. 2001, 212; Stb.
2005, 37]
-1.
Degene die is toegelaten tot de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering, de
vrijwillige nabestaandenverzekering of de vrijwillige verzekering bijzondere
ziektekosten is voor die verzekeringen een premie verschuldigd volgens het bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen tarief.
-2. De voordracht voor een krachtens het eerste lid
vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee
weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Art. 26.
[Premieheffing door SVB]
[BvvA] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 690; Stb.
1997, 97; Stb. 1997, 178;
Stb. 1997, 794; Stb.
2000, 605; Stb. 2001, 212; Stb.
2001, 625; Stb.
2005, 37]
-1. De verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene
ouderdomsverzekering, de vrijwillige nabestaandenverzekering of de
vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten wordt in rekening gebracht
en geïnd door de Sociale verzekeringsbank.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere
regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van de in rekening
te brengen premie en de inning. [BvvAA01]
Art.
27. [Premiebetaling vrijwillige
verzekering] [BvvA] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 690; Stb.
1997, 178; Stb. 1997, 794;
Stb. 2000, 605; Stb.
2001, 212; Stb.
2005, 37]
-1. De premie wordt betaald aan het
orgaan dat de in rekening
te
brengen premie vaststelt, op de wijze en het tijdstip door dat orgaan
aangegeven.
-2. Een schuld aan premie voor een vrijwillige verzekering valt buiten
de nalatenschap van degene die tot die verzekering was toegelaten. De schuld
moet worden betaald door degene die krachtens de betrokken
vrijwillige verzekering prestaties ontvangt.
-3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld met betrekking tot de betaling van de premie voor de vrijwillige
algemene ouderdomsverzekering, de vrijwillige nabestaandenverzekering of
de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten. [BvvAA01]
HOOFDSTUK
IV
De fondsen
Art.
28. [Beheer en administratie
Ouderdomsfonds en Nabestaandenfonds door SVB] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 690; Stb.
2001, 625; Stb.
2005, 37]
-1. De
Sociale verzekeringsbank beheert en administreert
afzonderlijk
de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in artikel
29, tweede
lid, in de vorm van een Ouderdomsfonds dat deel uitmaakt van de Sociale
verzekeringsbank.
-2. De Sociale verzekeringsbank beheert en administreert afzonderlijk
de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in artikel
30, tweede
lid, in de vorm van een Nabestaandenfonds dat deel uitmaakt van de Sociale
verzekeringsbank.
Art.
29. [Inkomsten en uitgaven Ouderdomsfonds]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1996, 248; Stb.
1998, 262; Stb. 2000, 570;
Stb.
2005, 37]
-1. Ten gunste van het Ouderdomsfonds komen:
a. de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering;
b. rijksbijdragen als bedoeld in artikel 10b;
c. de opslag, bedoeld in artikel 18, derde lid, onderdeel b;
d. de boeten, bedoeld in artikel 17a
van de Algemene
Ouderdomswet;
e. de bijdrage in de kosten van de
heffingskortingen, bedoeld in artikel 44a.
-2. Uit het Ouderdomsfonds worden betaald:
a. de lasten van de algemene ouderdomsverzekering en van de
vrijwillige
algemene ouderdomsverzekering;
b. de lasten van de regeling vervat in hoofdstuk VIII van de
Algemene Ouderdomswet.
Art.
29a. [Prognose benodigde middelen algemene
ouderdomsverzekering] [Geschiedenis:
Stb. 1998, 262; Stb.
2005, 37]
Onze Minister
stelt één keer per jaar een prognose op van de
benodigde middelen tot dekking van de lasten van de algemene ouderdomsverzekering
voor de eerstkomende tien jaren, waarbij onderscheid wordt gemaakt
naar de opbrengst van de premies voor de algemene ouderdomsverzekering, de
rijksbijdragen, bedoeld in artikel 10b, en de ontvangsten en uitgaven
van het Spaarfonds AOW, bedoeld in artikel 31.
Art.
30. [Inkomsten en uitgaven
Nabestaandenfonds] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 690 + bis;
Stb. 1998, 411; Stb.
1998, 377; Stb. 2000, 570;
Stb. 2001, 568; Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2005, 37; Stb. 2005, 274]
-1. Ten gunste van het Nabestaandenfonds komen:
a. de premies voor de nabestaandenverzekering en voor de vrijwillige nabestaandenverzekering alsmede de te ontvangen
bijdragen op grond van artikel 66a van de Algemene nabestaandenwet en de
daarop berustende bepalingen;
b. de boeten, bedoeld in artikel 39 van de Algemene
nabestaandenwet;
c. de bijdrage in de kosten van de
heffingskortingen, bedoeld in artikel 44a.
-2. Uit het Nabestaandenfonds worden betaald:
a. de lasten van de nabestaandenverzekering en van de vrijwillige
nabestaandenverzekering;
b. de lasten voortvloeiend uit hoofdstuk 8 van de Algemene
nabestaandenwet
en de daarop berustende bepalingen.
Art.
31. [Spaarfonds AOW] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1998, 262; Stb.
2002, 413 + bis; Stb.
2005, 37]
-1. Er is een Spaarfonds AOW.
-2. Het Spaarfonds AOW is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel
9, eerste lid, van de Comptabiliteitswet
2001.
-3. De ontvangsten van het Spaarfonds AOW worden gevormd door
bijdragen ten laste van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid en door renten op het saldo van het fonds.
-4. De uitgaven van het Spaarfonds AOW strekken ter bekostiging van
lasten van de algemene ouderdomsverzekering.
-5. Onze Minister
beheert de begroting van het Spaarfonds AOW.
-6. In afwijking van de artikelen 2, derde lid, en
52, eerste lid, van de Comptabiliteitswet
2001 worden de begroting en de financiële
verantwoording van het fonds uitsluitend op kasbasis gepresenteerd.
-7. Het gerealiseerde batig saldo van het Spaarfonds AOW van enig jaar wordt ten gunste gebracht van de begroting van het
Spaarfonds AOW van het daaropvolgende jaar.
Art.
32. [Rijksbijdrage Spaarfonds AOW]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1998, 262; Stb.
2001, 481; Stb.
2005, 37]
-1. Jaarlijks komt een bijdrage als bedoeld in
artikel 31, derde
lid,
ten gunste van het Spaarfonds AOW.
-2. De omvang van elke ten gunste van het Spaarfonds AOW komende
bijdrage wordt door Onze Minister in overeenstemming met
Onze Minister van Financiën bepaald.
-3. In het jaar 1999 komt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds
AOW die ten minste ƒ250 miljoen hoger is dan de als bijdragen voor de
jaren 1997 en 1998 vastgestelde bedragen.
-4. In elk volgend jaar wordt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW gebracht die ten minste
€|113 445 054,00 hoger
is dan het bedrag dat
in het jaar voorafgaande aan het desbetreffende jaar ten minste ten
gunste van het Spaarfonds AOW diende te worden gebracht.
-5. Het in het Spaarfonds aanwezige saldo wordt rentedragend in 's
Rijks schatkist aangehouden.
-6. Onze Minister van Financiën stelt jaarlijks de rente vast die over het saldo
van het Spaarfonds AOW wordt vergoed.
Art.
33. [Toepassing AOW-fondsen vanaf 2020]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1998, 262; Stb.
2005, 37]
Onze Minister
kan in overeenstemming met Onze Minister van
Financiën besluiten vanaf het jaar 2020 uit het Spaarfonds AOW lasten van de algemene
ouderdomsverzekering te betalen.
Art.
34. [Beheer en administratie AAf door UWV]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1997, 97; Stb.
1997, 178; Stb. 1997, 794;
Stb. 2001, 625; Stb.
2005, 37]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beheert en
administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in
artikel 35, tweede lid, in de vorm van een Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds dat deel uitmaakt van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-2. Het beheer en de administratie in de vorm van een Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds,
bedoeld in het eerste lid, eindigen met ingang van de dag gelegen vier jaar na de dag
van inwerkingtreding van de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen.
Art.
35. [Inkomsten AAf] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 560; Stb.
1996, 248; Stb. 1997,
97; Stb. 1997, 178;
Stb. 1997, 794; Stb.
1999, 564; Stb.
2005, 37]
-1. Ten gunste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds
komen:
a. de premies voor de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering en voor de vrijwillige
algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de boeten, bedoeld in artikel 20a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
c. de bedragen verhaald op grond van artikel 57, zesde lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
d. vervallen;
e. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet
arbeid gehandicapte werknemers
(Stb. 1986, 300).
-2. Vervallen.
-3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat andere
bedragen dan als bedoeld in het tweede lid uit het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald, voor zover deze andere bedragen
betrekking
hebben op lasten uit hoofde van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
Art. 36.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW; MvT]
Art.
37. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 691; Stb.
1997, 97; Stb. 1997, 162;
Stb. 1997, 178; Stb.
1997, 794]
Art.
38. [Beheer en administratie AFBZ door CVZ]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb.
2001, 23; Stb.
2005, 37]
Het College voor
zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet,
verder te noemen: het College zorgverzekeringen, beheert en administreert afzonderlijk een
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
Art.
39. [Inkomsten en uitgaven AFBZ]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1996, 370; Stb.
1996, 478 + bis; Stb.
1997, 779 + bis + bis
+ bis; Stb.
1998, 124 + bis + bis;
Stb. 1999, 185 + bis;
Stb. 2000, 42; Stb.
2000, 359; Stb. 2001, 23;
Stb. 2000, 570; Stb.
2000, 605 + bis; Stb.
2003, 544; Stb.
2005, 37]
-1. Ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten komen:
a. de premie voor de algemene verzekering bijzondere
ziektekosten en voor de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten;
b. de inkomsten die in verband met de algemene verzekering
bijzondere ziektekosten voortvloeien uit internationale
overeenkomsten;
c. de bijdragen in de kosten van verstrekkingen welke op grond van
artikel 6, derde lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel in voorkomend geval op grond van
artikel 6, vierde lid, in
verbinding met het derde lid, van die wet worden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in
voorkomend geval, door het ingevolge een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat
uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar
stelt;
d. de bijdrage in de kosten van de
heffingskortingen, bedoeld in artikel 44a.
-2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan jaarlijks
een bijdrage verlenen aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot
het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting voor
zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in
gelijke maandelijkse delen. Artikel 14a, derde lid, van de Ziekenfondswet is
van overeenkomstige toepassing.
-3. Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten worden betaald:
a. de gehele of gedeeltelijke kosten van de algemene verzekering
bijzondere ziektekosten en van de vrijwillige verzekering bijzondere
ziektekosten;
b. de uitgaven voor deze verzekering voortvloeiende uit
overeenkomsten,
waaronder begrepen internationale overeenkomsten;
c. de uitgaven die in verband met die verzekering voortvloeien uit
enige andere wettelijke regeling dan de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten;
d. bijdragen aan Onze Minister van Justitie in verband met diens
financiële verantwoordelijkheid, bedoeld in artikel
6, vierde lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. bijdragen aan Onze Minister van Defensie ingevolge
artikel 7, derde lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
f. uitgaven ten behoeve van subsidies verstrekt ingevolge artikel
1p van de Ziekenfondswet, voor zover zulks ingevolge
dat artikel is bepaald;
g. de uitgaven, bedoeld in artikel 10, vierde lid, en artikel 34 van
de Wet op de
orgaandonatie.
-4. Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten kunnen middelen
worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een reserve. Bij
ministeriële regeling kunnen door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in
overeenstemming met Onze Minister, met betrekking tot de vorige volzin nadere regels worden gesteld.
-5. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt jaarlijks aan
het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verleend voor de
uitvoering van de Regeling Ziekenfondsraad Abortusklinieken 1992 dan wel de regeling die ingevolge
artikel
1p van de Ziekenfondswet ter vervanging van die regeling is vastgesteld. Op de bijdrage worden
voorschotten
verleend. De bijdrage voor enig jaar is gelijk aan het saldo van de uitgaven en ontvangsten in het desbetreffende jaar met
betrekking
tot de uitvoering van de bedoelde regeling, voor zover door Onze Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanvaard. Het College zorgverzekeringen
neemt een specificatie van de
ontvangsten en uitgaven op in het financieel
verslag, bedoeld in artikel 1s van de Ziekenfondswet. Onze Minister voornoemd
stelt de bijdrage uiterlijk drie maanden na ontvangst van het financieel
verslag vast.
Art.
40. [Uitkeringen uit AFBZ ter dekking
AWBZ-uitgaven] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 576; Stb.
1995, 681 + bis; Stb.
1999, 185; Stb. 2000, 42;
Stb. 2001, 23; Stb.
2001, 386; Stb. 2003, 69;
Stb.
2005, 37]
-1. Het College
zorgverzekeringen doet jaarlijks uitkeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten ter dekking van de noodzakelijke uitgaven, gedaan voor de
uitvoering van de in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
geregelde verzekering, volgens bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur te stellen regelen. [BfuBZ] [BfubzA] [BvvA]
-2. Het College van toezicht
op de zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet, verder te
noemen: het College toezicht, is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet
verantwoord waren voor zover deze door hem niet noodzakelijk worden
geacht voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten. Met de uitkeringen,
bedoeld in het eerste lid,
evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt
waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij het College toezicht
anders besluit.
-3. Op de uitkeringen,
bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend
overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen regels.
Art.
41. [Rekening-courant geldmiddelen AFBZ]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1997, 706; Stb.
1997, 779; Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb.
2005, 37]
-1. Het
College zorgverzekeringen houdt de financiële middelen die deel uitmaken
van
het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten in rekening-courant bij Onze
Minister
van Financiën.
-2. Het College zorgverzekeringen kan, voor de uitvoering van zijn wettelijke taken, beschikken
over de financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze
Minister van Financiën houdt.
-3. In afwijking van het eerste lid kan het College
zorgverzekeringen een deel van de in
het eerste lid bedoelde financiële middelen buiten de in het eerste lid
bedoelde rekening-courant houden.
-4. Onze Minister van Financiën stelt in overeenstemming met
Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met het
College zorgverzekeringen, de
omvang van het in het derde lid bedoelde deel van de financiële
middelen vast. [Rrsv]
-5. Bij een tekort aan financiële middelen maakt het College
zorgverzekeringen gebruik
van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden
verleend.
-6. Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het College
zorgverzekeringen ten
aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot:
a. de slotstanden per dag;
b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de rekening-courant.
-7. Het College zorgverzekeringen informeert Onze Minister van Financiën ten aanzien
van de rekening-courant, in elk geval met betrekking tot de prognoses van de
saldi van de rekening-courant.
-8. Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de rekening-courant
geen kosten in rekening.
-9. Onze Minister van Financiën stelt in overeenstemming met Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met het
College zorgverzekeringen,
regels omtrent de rente die over de saldi van de in het eerste lid bedoelde
rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt
gebracht. [Rrsv]
-10. Onze Minister van Financiën kan in overeenstemming met Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met het
College zorgverzekeringen,
regels stellen omtrent het eerste, zesde en zevende lid.
[Rrsv]
Art. 42. Vervallen.
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis;
Stb. 1997, 779; Stb.
1999, 185]
Art.
43. [Invorderings- en heffingsrente]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
De invorderingsrente en de heffingsrente op grond van de
Invorderingswet
1990 onderscheidenlijk op grond van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) komen ten laste en ten gunste van de
fondsen waarin
de premie moet worden gestort.
Art.
44. [Nadere regelgeving premieafdracht
door belastingdienst] [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis;
Stb. 1997, 779; Stb.
1998, 742; Stb.
2005, 37]
Door Onze Minister,
Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en
Sport en Onze Minister van Financiën kunnen bij ministeriële regeling regels
gesteld worden met betrekking tot de afdracht van de premie voor de
volksverzekeringen door de rijksbelastingdienst aan de betrokken fondsen.
[Rafa44W]
Art. 44a. [Rijksbijdrage
in kosten heffingskortingen]
[Geschiedenis:
Stb. 2000, 570; Stb.
2001, 481; Stb.
2005, 37; Stb.
2005, 274]
-1. Ten gunste van het Ouderdomsfonds, het
Nabestaandenfonds en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten wordt jaarlijks
ten laste van het Rijk een bijdrage in de kosten van de heffingskortingen
toegekend.
-2. De bijdrage in de kosten van de
heffingskortingen per fonds wordt bij ministeriële regeling jaarlijks
vastgesteld volgens de formule:
BIKKt = (BIKKt-1 + A * Kt-1)
* Kt/Kt-1
waarbij:
BIKKt = de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het
fonds in een bepaald jaar;
BIKKt-1 = de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het
fonds in het voorafgaande jaar;
A = het aandeel van de premie ten gunste van het fonds in het gecombineerde
heffingspercentage, bedoeld in artikel 8.1, onderdeel c, van de Wet
inkomstenbelasting 2001, in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend,
verminderd met het aandeel in het daaraan voorafgaande jaar;
Kt = de door
Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Ministers
van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
bij ministeriële regeling bekendgemaakte geraamde totale kosten voor de
heffingskortingen in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend;
Kt-1 = de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in
overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport bij ministeriële regeling bekendgemaakte geraamde totale
kosten voor de heffingskortingen in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor
de bijdrage wordt toegekend. [Rvgtkh] [Rvbkh04]
[Rvbkh05]
Art. 45. Vervallen.
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 691; Stb.
1997, 706]
HOOFDSTUK
V
Voorschriften van procedurele aard, bezwaar en
strafbepalingen
§
1. Voorschriften van procedurele aard
Art.
46. [Inlichtingenverplichting vrijwillig
verzekerde] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1997, 97 + bis;
Stb. 2001, 625 + bis;
Stb.
2005, 37]
Degene die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, bedoeld
in
hoofdstuk III van deze wet, is verplicht aan de Sociale
verzekeringsbank of het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverwijld uit eigen beweging
mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs
duidelijk is dat zij van invloed zijn op de hoogte van de verschuldigde
premie.
Art.
47. [Onderlinge gegevensuitwisseling]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1997, 97; Stb.
1997, 779; Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb.
2001, 625 + bis + bis;
Stb.
2005, 37]
De Sociale
verzekeringsbank, het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het College zorgverzekeringen,
het College toezicht, de organen betrokken bij de uitvoering van de algemene
verzekering bijzondere ziektekosten, de belastingdienst, het Centraal Planbureau
en het Centraal bureau voor de statistiek zijn verplicht desgevraagd
aan elkaar, aan het College
zorgverzekeringen, aan het College toezicht en aan Onze Minister,
Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kosteloos de opgaven en inlichtingen te
verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
§ 2.
Bezwaar
Art.
48. [Afzien horen belanghebbende]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
In afwijking van artikel 7:2 van de
Algemene wet bestuursrecht
wordt
de belanghebbende in een bezwaarschriftprocedure ten aanzien van een besluit
inzake de verschuldigde premie te betalen voor een vrijwillige
verzekering gehoord op zijn verzoek.
Art.
49. [Beslistermijn bezwaar] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1997, 97; Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2005, 37]
In afwijking van artikel
7:10, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht beslist het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen respectievelijk
de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken na ontvangst van het
bezwaarschrift.
Art. 50. Vervallen.
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
Art.
51. [Beroep bij ABRvS] [Geschiedenis:
VvW; Stb. 1999, 185; Stb.
2000, 338; Stb. 2001, 23;
Stb. 2003, 69; Stb.
2005, 37]
Een belanghebbende kan
beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen
besluiten van het College
zorgverzekeringen, genomen
krachtens artikel 40, eerste of derde lid, alsmede
tegen besluiten van
het College toezicht, genomen krachtens artikel
40, tweede lid.
§ 3.
Strafbepalingen
Art.
52. [Strafbepaling overtreding artikel 46]
[Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 2000, 40; Stb.
2003, 544; Stb. 2004, 50;
Stb.
2005, 37]
-1. Hij die niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in
artikel 46,
wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van
de derde categorie.
-2. Het in het eerste lid bedoelde strafbare feit wordt als een overtreding
beschouwd.
HOOFDSTUK
VI
Overgangs- en slotbepalingen
Art.
53.
[Overgangsrecht 1 juni 2005 financiële
tegemoetkoming loopbaanonderbreking] [Geschiedenis:
VvW; MvT;
Stb. 1995, 635; Stb.
2001, 23; Stb. 2000, 570; Stb.
2001, 481 + bis; Stb.
2005, 37; Stb.
2005, 274]
Artikel 30, zoals dat luidde op de dag vóór
inwerkingtreding van de Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet
arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand
brengen van een recht op langdurend zorgverlof
en het aanbrengen van enkele verbeteringen (Stb. 2005, 274) blijft van
toepassing voor de duur van de periode waarin op grond van artikel
IXa van die wet recht bestaat op een financiële
tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 7 van
de Wet arbeid en zorg.
Art. 54.
[Wijziging Wfv i.v.m. inwerkingtreding Wet wijziging
financieringsstructuur AKW] [Geschiedenis:
Stb.
2005, 37]
Indien het bij koninklijk boodschap van 20 oktober 1988 ingediende
voorstel van wet onder de titel "Wet wijziging
financieringsstructuur AKW" (Kamerstukken II 1988-1989, 20 892) tot
wet wordt verheven, wordt deze wet als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, onderdeel d, vervalt, waarna de
onderdelen e en f worden verletterd tot onderdelen d
en e.
B.
In artikel 11, eerste lid, vervalt "en de
algemene kinderbijslagverzekering", waarna de komma na "ouderdomsverzekering"
wordt vervangen door: en.
C.
In artikel 18, tweede en derde lid, vervalt "de
algemene kinderbijslagverzekering,".
D.
In artikel 28 vervalt "en een Algemeen
kinderbijslagfonds", waarna de komma na "Ouderdomsfonds"
wordt vervangen door: en.
E.
Artikel 31 vervalt.
F.
In artikel 32, eerste lid, vervalt "dan wel het
Algemeen Kinderbijslagfonds", waarna de komma na "Ouderdomsfonds"
wordt vervangen door: of.
G.
In artikel 45, eerste lid, vervalt "het Algemeen
Kinderbijslagfonds".
H.
In artikel 53, eerste lid, vervalt "de algemene
kinderbijslagverzekering".
Art.
55. [Inwerkingtreding] [Geschiedenis:
VvW; Stb.
2005, 37]
Deze wet treedt in werking op dezelfde dag waarop het bij
koninklijke boodschap ingediende voorstel van Wet
vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon- en
inkomstenbelasting in werking treedt.¹
1. Bij Besluit van 27 april 1989, Stb.
1989, 123, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari
1990, red.
Art.
56. [Citeertitel] [Geschiedenis:
VvW; Stb.
2005, 37]
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Wet
financiering volksverzekeringen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en
dat ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 27 april 1989
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L. de Graaf
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
D.J.D. Dees
De Staatssecretaris van Financiën,
H.E. Koning
Uitgegeven de tiende mei 1989
De Minister van Justitie a.i.,
C.P. van Dijk
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|