Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet financiering volksverzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

BESLUIT  FINANCIERING  UITVOERINGSORGANISATIE  BIJZONDERE  ZIEKTEKOSTENVERZEKERING  AWBZ

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 5.2:2 BW)

 
 

28 februari 2005, Stb. 2005, 128
Inwerkingtreding: 1 januari 2005
(T.a.v. artt. 91 Wfsv, 40:1 Wfv, 1u:3 Zfw en 16:1 en 77 AWBZ)

 

 

 

 
BESLUIT van 28 februari 2005 inzake de financiering van de uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering 2005, in verband met de financiering van de AWBZ (Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 december 2004, kenmerk Z/F-2544502;
     Gelet op artikel 40, eerste lid, van de Wet financiering volksverzekeringen, artikel 1u, derde lid, van de Ziekenfondswet en de artikelen 16, eerste lid, en 77 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
     De Raad van State gehoord (advies van 21 januari 2005, nr. W13.04.0620/III);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 21 februari 2005, Z/F-2557454;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1.
In het bepaalde bij of krachtens dit besluit wordt verstaan onder:
a. kosten van verstrekkingen en uitkeringen: kosten van verstrekkingen en uitkeringen ter zake van verleende zorg als bedoeld in artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. beheerskosten: de beheerskosten van de in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geregelde verzekering, waaronder begrepen de kosten van controle in het kader van die verzekering;
c. centraal administratiekantoor: het centraal administratiekantoor, bedoeld in het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering mede in zijn hoedanigheid van centraal betaalkantoor als bedoeld in het Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering;
d. uitvoeringsorgaan: een orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. verbindingskantoor: een verbindingskantoor als bedoeld in het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering;
f. onverantwoorde uitgaven: uitgaven waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat ze niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
g. beheerskostenbudget: de ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten voor het centraal administratiekantoor, de uitvoeringsorganen en de verbindingskantoren beschikbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten te maken beheerskosten die zij in hun hoedanigheid maken.

 

Art. 2.
Het College zorgverzekeringen vergoedt uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten jaarlijks aan de uitvoeringsorganen de kosten van verstrekkingen en uitkeringen naar werkelijke kosten. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit.

 

Art. 3.
Onze Minister geeft het College zorgverzekeringen jaarlijks een aanwijzing ter zake van de voor alle uitvoeringsorganen, verbindingskantoren en het centraal administratiekantoor tezamen voor dat kalenderjaar ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten beheerskostenbudget.

 

Art. 4.
-1. Het College zorgverzekeringen stelt jaarlijks, in het kader van de verdeling van de voor het kalenderjaar krachtens artikel 3 beschikbaar gestelde middelen, voor ieder uitvoeringsorgaan afzonderlijk ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten het beheerskostenbudget vast ter dekking van de beheerskosten die zij maken anders dan in de hoedanigheid van verbindingskantoor.
-2. De vaststelling van het beheerskostenbudget, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels.
-3. De in het tweede lid bedoelde beleidsregels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
-4. In geval van onthouding van goedkeuring aan een beleidsregel stelt het College zorgverzekeringen met inachtneming van door Onze Minister te geven instructies een nieuwe beleidsregel vast.
-5. Indien Onze Minister aan de in het vierde lid bedoelde beleidsregel eveneens goedkeuring onthoudt, stelt hij ter zake zelf de beleidsregel vast.
-6. Het College zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten aan een uitvoeringsorgaan de voor dat uitvoeringsorgaan ingevolge het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget uit.
-7. Indien een uitvoeringsorgaan op een naar het oordeel van het College toezicht onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van die besparing.

 

Art. 5.
-1. Het College zorgverzekeringen stelt jaarlijks, in het kader van de verdeling van de voor het kalenderjaar krachtens artikel 3 beschikbaar gestelde middelen, afzonderlijk voor ieder verbindingskantoor en voor het centraal administratiekantoor het beheerskostenbudget vast.
-2. De vaststelling van het beheerskostenbudget, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels. Ten aanzien van die beleidsregels is artikel 4, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
-3. Het College zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten aan de verbindingskantoren en het centraal administratiekantoor het voor hen ingevolge het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget.
-4. Indien een verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor op een naar het oordeel van het College toezicht onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van die besparing.
-5. Een verbindingskantoor en het centraal administratiekantoor houden een reserve uitvoering AWBZ aan.
-6. Het saldo van baten en lasten over enig boekjaar van het verbindingskantoor voor de beheerskosten die het in of in verband met die hoedanigheid maakt, wordt toegevoegd aan, onderscheidenlijk ten laste gebracht van, de in het vijfde lid bedoelde reserve. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor het centraal administratiekantoor.
-7. Bij het eindigen van de aanwijzing, bedoeld in artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zonder dat aansluitend een nieuwe aanwijzing plaatsvindt, stort de rechtspersoon een bedrag ten belope van de reserve, bedoeld in het vijfde lid, binnen vier weken in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.

 

Art. 6.
De reserve uitvoering AWBZ ultimo enig jaar, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, mag voor verbindingskantoren maximaal 20% en voor het centraal administratiekantoor maximaal 5% van het beheerskostenbudget van dat jaar bedragen. Indien het College zorgverzekeringen vaststelt dat de reserve het gestelde maximum te boven gaat, stort het verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor het door het College zorgverzekeringen vastgestelde bedrag van de overschrijding binnen vier weken in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.

 

Art. 7.
Het College toezicht is bevoegd opgaven en gegevens van een uitvoeringsorgaan, verbindingskantoor en het centraal administratiekantoor, die van invloed zijn op de omvang van de ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten beschikbare middelen en op de hoogte van de vergoedingen en uitkeringen ingevolge dit besluit, op hun juistheid te beoordelen en te verbeteren.

 

Art. 8.
Het College zorgverzekeringen bepaalt met inachtneming van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering en het bepaalde bij en krachtens het Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering de wijze van betaalbaarstelling van de uitkeringen ingevolge dit besluit.

 

Art. 9.
Het Besluit financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering wordt ingetrokken.

 

Art. 10.
In artikel 11 van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering wordt na "Bijzondere Ziektekostenverzekering" ingevoegd: AWBZ.

 

Art. 11.
Besluiten die Ļ Onze Minister en het College zorgverzekeringen op grond van het Besluit financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering met betrekking tot het jaar 2005 ter zake van de onderwerpen welke worden geregeld in de artikelen 2 tot en met 8 van dit besluit, worden aangemerkt als besluiten op grond van de desbetreffende artikelen in dit besluit.

1. Volgens de redactie dient "die" te worden vervangen door: van.

 

Art. 12.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005, met dien verstande dat artikel 6, eerste lid, voor het eerst wordt toegepast over het jaar 2006. Indien het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2004, treedt het besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2005.

 

Art. 13.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

ís-Gravenhage, 28 februari 2005

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp

 

Uitgegeven de tweeŽntwintigste maart 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

NOTA  VAN  TOELICHTING
[28 februari 2005]

 

1. De Wet scheiding financiering van de beheerskosten Zfw en AWBZ


     In de Wet van 30 januari 2003 (Stb. 2003, 69) tot wijziging van de Ziekenfondswet en de Wet financiering volksverzekeringen mede in verband met het scheiden van de financiering van de beheerskosten Zfw en AWBZ (hierna te noemen: de Wet van 30 januari 2003) is de financiering van de beheerskosten Ziekenfondswet (hierna: Zfw) en Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ) gescheiden. Het toegekende budget beheerskosten AWBZ blijkt de laatste jaren lager te zijn vastgesteld dan de werkelijke beheerskosten AWBZ. In de praktijk werd dit tekort opgevangen door een overloop tussen beheerskostenbudgetten AWBZ en Zfw. In het bestuurlijk overleg tussen de Staatssecretaris van VWS en Zorgverzekeraars Nederland op 30 augustus 2000 is besloten de tekorten op de beheerskostenbudgetten AWBZ tot en met het jaar 2000 eenmalig af te dekken. Het streven is dat het beheerskostenbudget AWBZ, bij onveranderde taakinhoud, toereikend is voor een adequate taakvervulling. Met de Wet van 30 januari 2003 is dit ook formeel geregeld. Tengevolge van de scheiding beheerskosten Zfw en AWBZ vloeit het saldo van baten en lasten voor beheerskosten en ontvangen vergoedingen beheerskosten over enig boekjaar niet meer in de reserve Zfw.
     De Wet van 30 januari 2003 wijzigt tevens artikel 40 van de Wet financiering volksverzekeringen (hierna: Wfv). De redactie van dit artikel is gemoderniseerd en meer gelijk getrokken met de bepalingen in de Zfw over noodzakelijke kosten en niet-verantwoorde uitgaven. Het College zorgverzekeringen doet uitkeringen (voor verstrekkingen en beheer) uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten ter dekking van de voor de uitvoering van de AWBZ noodzakelijke uitgaven. Het College toezicht is bevoegd vast te stellen dat indien uitgaven niet noodzakelijk zijn, ze als niet verantwoord worden aangemerkt.
     De niet-verantwoorde uitgaven mogen niet met AWBZ-middelen die het College zorgverzekeringen verstrekt, worden bekostigd.

 

2. Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering 2005


     De Wet van 30 januari 2003 heeft tot gevolg dat het Besluit financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering op een aantal onderdelen gewijzigd moet worden.
     Ten eerste zal het besluit voortaan alleen nog gebaseerd zijn op artikel 40, eerste lid, van de Wfv (voorheen was het gebaseerd op artikel 40, eerste en tweede lid, van de Wfv). Verder dienen er wijzigingen plaats te vinden in verband met de modernisering van artikel 40 op het punt van de noodzakelijke kosten en niet-verantwoorde uitgaven. Daarnaast is in de memorie van toelichting bij de wetswijziging aangegeven dat, nu de financiering van de beheerskosten gescheiden is, verbindingskantoren het saldo van baten en lasten over enig boekjaar van de beheerskosten en de hiervoor ontvangen vergoedingen dienen onder te brengen in een reserve uitvoering AWBZ. Tevens dient in het besluit een bepaling te worden opgenomen over de maximering van die reserve.
     Een wijziging van het besluit is ook nodig omdat het wenselijk is dat ook het centraal administratiekantoor (CAK) de mogelijkheid krijgt een reserve uitvoering AWBZ aan te houden.
     Vanwege de omvang van de wijzigingen is ervoor gekozen om het huidige Besluit financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering in te trekken. Hiervoor in de plaats wordt het Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ vastgesteld. In artikel 11 van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering wordt de verwijzing aangepast aan het onderhavig besluit.
     In deze toelichting wordt zowel het begrip zorgkantoor als het begrip verbindingskantoor gebruikt. Met het verbindingskantoor wordt bedoeld het ziekenfonds in zijn hoedanigheid van verbindingskantoor, maar dan beperkt tot de verbindingskantoorfunctie.
     Het begrip zorgkantoor wordt gebruikt in relatie tot een bepaalde regio (of subregio) als genoemd in de ministeriŽle aanwijzing zorgkantoren. In het besluit wordt niet gesproken over het begrip zorgkantoor, omdat de wetgeving dit begrip niet kent.

 

3. Reserve uitvoering AWBZ


Wettelijke reserve uitvoering AWBZ algemeen

     Op dit moment beschikken de rechtspersonen die krachtens artikel 16 van de AWBZ door de Minister van VWS zijn aangewezen ten behoeve van de administratie en controle niet over de mogelijkheid een wettelijke reserve uitvoering AWBZ aan te houden. Het aanhouden van een dergelijke reserve is wel wenselijk.
     Dergelijke reserves zijn nodig om incidentele tegenvallers bij de uitvoering van de AWBZ te kunnen opvangen, het egaliseert de onevenwichtigheden in de geldstromen van de instelling. Een reserve zorgt ervoor dat schommelingen in de beheerskosten van jaar op jaar zoveel mogelijk worden gemitigeerd en dat verantwoord met mee- en tegenvallers wordt omgegaan.
     In artikel 5, zesde lid, wordt geregeld dat het saldo van baten en lasten van de beheerskosten over een boekjaar en de ontvangen vergoedingen voor alle door hen verrichte werkzaamheden aan de reserve door het verbindingskantoor en het CAK dient te worden toegevoegd. Dit is nodig in verband met het inzicht in de financiŽle huishouding van het verbindingskantoor en het CAK. Het CAK en de verbindingskantoren voeren naast hun wettelijke taken immers ook taken uit welke zij van de uitvoeringsorganen AWBZ gemandateerd hebben gekregen.


Wettelijke reserve uitvoering AWBZ centraal administratiekantoor

     Op dit moment stelt het College zorgverzekeringen, op basis van artikel 6 van het Besluit financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering, vast welke middelen voor het CAK beschikbaar zijn ter dekking van zijn beheerskosten in dat jaar. Maandelijks ontvangt het CAK van het College zorgverzekeringen een voorschot op dat beschikbare bedrag. Via nadere regelingen wordt ervoor gezorgd dat het beheerskostenbudget uiteindelijk overeenkomt met de uitgaven van het CAK. Het CAK wordt tengevolge van deze wijze van financiering dus uiteindelijk afgerekend op de werkelijke kosten.
     In verband met de uitvoering van de eigenbijdrageregeling is het CAK de afgelopen jaren echter sterk gegroeid. Deze groei vraagt om modernisering van de financiering.
     Op het moment dat het CAK de mogelijkheid heeft om een reserve aan te houden, impliceert dit ook een aanpassing van de beheerskostenbudgetsystematiek; een systematiek die niet automatisch inhoudt dat het uitgekeerde beheerskostenbudget gelijk is aan de werkelijke beheerskosten. De budgettering van het CAK houdt in dat het de beschikking krijgt over een vooraf vastgesteld beheerskostenbudget, zonder nacalculaties. Kleine afwijkingen tussen het beheerskostenbudget en de werkelijke beheerskosten moet het CAK met behulp van de reserve AWBZ opvangen. Voor grote afwijkingen tussen het beheerskostenbudget en de werkelijke beheerskosten CAK zal in de toekomst het budget aangepast worden.
     Deze wijze van financiering is nodig om de zelfstandigheid bij het CAK te vergroten, hetgeen weer een wens is in het traject "modernisering verantwoording en verslaglegging in de AWBZ", waarin ook het CAK meeloopt.


Wettelijke reserve uitvoering AWBZ verbindingskantoren

     Ook voor verbindingskantoren stelt het College zorgverzekeringen vast welke middelen beschikbaar zijn ter dekking van de beheerskosten in dat jaar. Een wettelijke reserve uitvoering AWBZ zorgt ervoor dat zekere schommelingen in de beheerskosten van jaar op jaar kunnen worden opgevangen. Hierdoor zorgt een reserve AWBZ voor een grotere financiŽle verantwoordelijkheid van de verbindingskantoren en vergroot deze de zelfstandigheid van de bedrijfsvoering.
     De functie van verbindingskantoor wordt meestal uitgevoerd door een ziekenfonds, dat een reserve kan aanhouden.
     Een ziekenfonds dat meerdere zorgkantoren onder zijn hoede heeft, dient ťťn wettelijke reserve uitvoering AWBZ aan te houden. Het ziekenfonds dient de reserve echter te kunnen toerekenen aan een individueel zorgkantoor. Om deze toedeling te kunnen bewerkstelligen, is het noodzakelijk dat voor rechtspersonen die meerdere zorgkantoren onder zich hebben, de beheerskostenbudgetten per zorgkantoor worden berekend.
     Het verbindingskantoor zal binnen de wettelijke reserve uitvoering AWBZ een onderscheid moeten maken tussen de beheersreserve en de subsidiereserve. Een dergelijk onderscheid komt overeen met hetgeen de Regeling financieel verslag van het College zorgverzekeringen voorschrijft. Het onderscheidt geeft inzicht in wie verantwoordelijk is voor tekorten of overschotten en bevordert de transparantie.


Reserve en niet-verantwoorde uitgaven

     Het nieuwe tweede lid van artikel 40 Wfv bepaalt dat de beheerskostenbudgetten die door het College zorgverzekeringen worden toegekend niet aan andere zaken mogen worden besteed dan ter dekking van de voor de uitvoering van de AWBZ noodzakelijke kosten. Het College toezicht is bevoegd om - achteraf - vast te stellen dat bepaalde uitgaven AWBZ niet verantwoord waren, omdat ze niet als noodzakelijke kosten kunnen worden aangemerkt. Deze niet-verantwoorde kosten mogen niet ten laste van de wettelijke middelen (dus ook niet de reserve) worden gebracht en de desbetreffende rechtspersoon zal voor deze uitgaven elders dekking moeten vinden.
     De niet-verantwoorde uitgaven dienen buiten beschouwing te worden gelaten bij de bepaling van het saldo van baten en lasten beheerskosten AWBZ over een boekjaar. Het nieuwe artikel 40 schept echter ook de mogelijkheid tot afwijking van deze regel. Indien daarvoor aanleiding wordt gevonden, kan het College toezicht namelijk oordelen dat bepaalde uitgaven weliswaar niet noodzakelijk waren en deze niet-verantwoord verklaren, maar desalniettemin bepalen dat deze niet-verantwoorde uitgaven in uitzonderingsgevallen wel ten laste gebracht mogen worden van de wettelijke middelen.


Reserve CAK bij ontbinding van het CAK en reserve verbindingskantoren bij vervallen van de aanwijzing

     Een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar, uitvoerend orgaan of andere rechtspersoon kan door de Minister van VWS als verbindingskantoor worden aangewezen krachtens artikel 16, eerste lid, AWBZ juncto artikel 3, tweede lid, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering. De aanwijzing geschiedt telkens voor een periode van vier jaar. Sinds 1 januari 1998 vindt de aanwijzing van zorgkantoren plaats aan de hand van de regio-indeling in de Wet ziekenhuisvoorzieningen (Wzv). In beginsel wordt per Wzv-regio ťťn zorgkantoor aangewezen. Ook het centraal administratiekantoor wordt door de Minister van VWS krachtens artikel 16, eerste lid, AWBZ juncto artikel 3, eerste lid, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering aangewezen.
     De laatste aanwijzing van administratie-instellingen bijzondere ziektekostenverzekering is gepubliceerd in Staatscourant 2002, 13. Bij deze aanwijzingen zijn tot nu toe alleen ziekenfondsen als zorgkantoor aangewezen. In een volgende aanwijzing hoeft dat niet zo te zijn en is het mogelijk dat bijvoorbeeld ook een particuliere ziektekostenverzekeraar als zorgkantoor wordt aangewezen. Deze ziektekostenverzekeraar dient dan ook een wettelijke reserve uitvoering AWBZ aan te houden.
     Het zorgkantoor of het centraal administratiekantoor waarvan de aanwijzing wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, dient de reserve te verrekenen met het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Artikel 5, zevende lid, bepaalt dat het College zorgverzekeringen ten behoeve van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten een vordering heeft ten belope van de reserve.
     Het is de bedoeling dat bij beŽindiging van de aanwijzing een verbindingskantoor en het CAK een positieve reserve in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten stort. Een negatieve reserve AWBZ wordt ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten gebracht.
     Het zorgkantoor of het CAK dat een nieuwe aanwijzing krijgt, begint met een reserve van nul en gaat vanaf het moment dat het wordt aangewezen zelf een reserve AWBZ opbouwen.

 

4. Maximering wettelijke reserve uitvoering AWBZ


     De vorming van een reserve AWBZ door de verbindingskantoren en het CAK geschiedt uit publieke middelen. Ook de vorming van de reserve Zfw geschiedt uit publieke middelen.
     In de Zfw is een bepaling opgenomen dat bij ministeriŽle regeling een maximum aan de reserve Zfw kan worden gesteld. Ziekenfondsen dienen een reserve aan te houden die noodzakelijk is om de continuÔteit in de bedrijfsvoering te waarborgen. Stabilisering van de te heffen nominale premies is hierbij een kernelement. Indien een ziekenfonds de maximale reserve overschrijdt, dient dit meerdere teruggestort te worden in de Algemene Kas.
     De wettelijke reserve uitvoering AWBZ heeft alleen betrekking op uitvoeringskosten en niet op kosten voor verstrekkingen, dit in tegenstelling tot de reserve Zfw. Hoewel de wettelijke reserve uitvoering AWBZ dus van een geheel andere omvang zal zijn dan de reserve Zfw, is het noodzakelijk om soortgelijke bepalingen ten aanzien van de wettelijke reserve uitvoering AWBZ op te nemen. Het beheerskostenbudget AWBZ wordt immers uit de publieke middelen betaald.
     Eerder is al aangegeven dat het wenselijk is dat het CAK en de verbindingskantoren over een reserve beschikken, omdat hiermee onevenwichtigheden in de geldstromen vereffend kunnen worden. Hierdoor kan de continuÔteit en de doelmatigheid worden bevorderd. De maximale omvang van de reserve dient zodanig te zijn dat dit doel wordt bereikt. Het is niet wenselijk om onnodig hoge reserves aan te houden.
     Het maximum van de reserve uitvoering AWBZ ultimo enig jaar bedraagt voor het desbetreffende verbindingskantoor maximaal 20% en voor het CAK maximaal 5% van het beheerskostenbudget van dat jaar. Voor verbindingskantoren wordt een hoger percentage aangehouden, omdat die grotere schommelingen in kostenniveaus en extra activiteiten moeten kunnen opvangen, aangezien eventuele aanvullende middelen op macroniveau beschikbaar worden gesteld, die door het CVZ worden verdeeld. Het percentage voor het CAK stemt overeen met dat wat voor zelfstandige bestuursorganen (ZBOís) wordt gehanteerd. Met de reserve wordt beoogd om de noodzaak tot het indienen van een suppletoire begroting te beperken.
     Het College zorgverzekeringen stelt aan de hand van het financieel verslag van het verbindingskantoor en het CAK vast of er sprake is van overschrijding van het maximum van de wettelijke reserve uitvoering AWBZ. Het meerdere dient binnen vier weken na vaststelling teruggestort te worden in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Na beoordeling van het financieel verslag door het College toezicht corrigeert het College zorgverzekeringen indien nodig de afrekening van het maximum met het betreffende verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor.
     Nu het CAK en het verbindingskantoor een reserve mogen aanhouden, wordt er over deze reserve ook verantwoording afgelegd.


Beleggingsregels wettelijke reserve AWBZ

     Er wordt aangesloten bij de beleggingsregels voor ziekenfondsen. Dit betekent dat voor het beleggen van de wettelijke reserve AWBZ van de zorgkantoren en het CAK dezelfde regels gelden als voor het beleggen van de wettelijke reserve Zfw door de ziekenfondsen in het geval de wettelijke reserve kleiner is dan de vereiste solvabiliteitsmarge.

 

5. Toezicht op opgaven


     Het College toezicht voert bij de verbindingskantoren op dezelfde wijze het toezicht uit als het dat doet in het kader van de beheerskosten ziekenfondsen. Dit houdt in dat, als bepaalde normen worden overschreden, er specifieker toezicht plaatsvindt. Bij de normen speelt de stand van de egalisatiereserve een rol. Een egalisatiereserve heeft als doel grote schommelingen in de opbrengsten en uitgaven op te vangen.
     Als leidraad wordt aangehouden dat de egalisatiereserve alleen onder bijzondere omstandigheden een negatieve waarde mag aannemen en dat in alle gevallen waarin de egalisatiereserve onder nul komt er specifieker toezicht plaatsvindt. Als de egalisatiereserve een te hoge waarde aanneemt, is dat ook aanleiding voor specifieker toezicht.

 

6. FinanciŽle paragraaf en administratieve lasten


     VWS, ZN [Zorgverzekeraars Nederland, red.] en CVZ [College voor zorgverzekeringen, red.] zijn het in 2000 eens geworden over een afkoop van de negatieve beheerskostenbudgetten in het verleden. Dit bedrag is ter beschikking gesteld van de ziekenfondsen. Vanaf dat moment (de start van het convenant) wordt er jaarlijks gekeken naar de overschotten en tekorten op macroniveau. Het uitgangspunt hierbij is dat ziekenfondsen geen financieel voor- of nadeel hebben van het voeren van een zorgkantoor.
     De wettelijke reserve Zfw wordt met de inwerkingtreding van de in de Wet van 30 januari 2003 (Stb. 2003, 69) tot wijziging van de Ziekenfondswet per 1 januari 2005 formeel uitgesplitst in een wettelijke reserve Zfw en een wettelijke reserve AWBZ.
     Zoals afgesproken in het convenant hebben de ziekenfondsen vooruitlopend op de aangekondigde wetswijziging vanaf 2001 deze splitsing in hun administratie doorgevoerd en voor verbindingskantoren een (positieve of negatieve) reserve AWBZ aangehouden. Het zal de verbindingskantoren eenmalig worden toegestaan om de som van de exploitatiesaldoís over de jaren 2001, 2002, 2003 en 2004 per 1 januari 2005 te storten in de wettelijke reserve AWBZ.
     Voor de bepaling van de beheerskosten wordt voor de jaren 2001 en 2002 uitgegaan van de gegevens door verbindingskantoren aangeleverd in het kader van de monitoring AWBZ over die jaren en voor de jaren 2003 en 2004 zoals door verbindingskantoren opgenomen in de Jaarstaat AWBZ 2003 en 2004. De jaarstaat over 2004 wordt in maart 2005 aan het CVZ aangeleverd. Het CVZ zal in de monitor beheerskosten 2004 in september 2005 rapporteren over de voorlopige stand van de reserves uitvoering AWBZ per 1 januari 2005. Na beoordeling door het CTZ [College van toezicht op de zorgverzekeringen, red.] zal het CVZ rapporteren over de nadere stand van de reserves. Over de definitieve stand van de reserves zal het CVZ pas kunnen rapporteren als het CTZ de rechtmatigheid van de uitgaven in de betreffende jaren heeft beoordeeld.
     Ook het CAK houdt voor zijn wettelijke taken in zijn administratie een reserve AWBZ aan. Het zal het CAK eenmalig worden toegestaan om deze reserve te storten in de wettelijke reserve AWBZ.
     In het saldo baten en lasten dat jaarlijks wordt toegevoegd aan of ten laste wordt gebracht van de reserve uitvoering AWBZ zijn begrepen de renteopbrengsten en de rentebetalingen die samenhangen met de reserve uitvoering AWBZ.
     De Wet van 20 januari 2003 is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten. In de collegevergadering van 20 juni 2002 heeft dit adviescollege besloten het wetsvoorstel niet te selecteren, omdat het wetsvoorstel geen invloed heeft op de administratieve lastendruk van het bedrijfsleven. Dit besluit, dat een nadere technische uitwerking is van de Wet van 30 januari 2003, brengt geen verandering aan in de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

 

7. Overgangsrecht


     Ruim vůůr de aanvang van een kalenderjaar worden door de minister en het College zorgverzekeringen de nodige budgetbesluiten voor het nieuwe jaar genomen. Het gaat daarbij om de ministeriŽle aanwijzing aan het College (macrobudget) en de beleidsregels van het College voor de vaststelling van de budgetten beheerskosten en de vaststelling van die budgetten zelf. Het kan zijn dat het onderhavige besluit nog niet is vastgesteld op het moment dat de bedoelde besluiten door de minister en het College voor het jaar 2005 moeten worden genomen. Om iedere twijfel over de grondslag van die besluiten weg te nemen, is in artikel 11 een overgangsbepaling opgenomen die bepaalt dat in dat geval de besluiten geacht worden te zijn genomen op grond van de nieuwe algemene maatregel van bestuur.
     Bij Besluit van 25 mei 2004 is de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 30 januari 2003 geregeld met ingang van 1 januari 2005. In artikel 12 wordt daarom de terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2005 geregeld indien het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2004.
     De oorspronkelijke bedoeling was dat de inwerkingtreding van dit besluit zou samenvallen met de Wet van 30 januari 2003. Dit besluit treedt later in werking omdat er onduidelijkheid bestond over de noodzaak van het aanhouden van reserves en over de positie van de zorgkantoren. De bestaande onduidelijkheden zijn successievelijk in overleg met ZN, CVZ en CTZ weggenomen. Ondertussen liepen zaken met betrekking tot beheerskosten zorgkantoren zoals beoogd in het convenant van 13 maart 2001. Het besluit is een wettelijke verankering van deze ontwikkelingen.

 

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wfv | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x