Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  WERK  EN  INKOMEN  NAAR  ARBEIDSVERMOGEN

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2004-2005, 30 034

Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1xxxxx| Inleiding
2 De aanbevelingen van de commissie-Donner en de SER
2.1 Het advies van de commissie-Donner
2.2 De adviezen van de SER
3 De regeringsvoornemens in het kort
3.1 Activering van arbeidsgeschiktheid
3.2 Inkomensbescherming
3.3 Toekomstbestendigheid wetsvoorstel
3.4 Opbouw van de memorie van toelichting
4 Het arbeidsongeschiktheidscriterium
4.1 De begrippen ziekte en objectiviteit
4.2 Het arbeidsongeschiktheidscriterium voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
4.3 Het arbeidsongeschiktheidscriterium voor gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid
5 Het claimbeoordelingsproces
5.1 De poortwachtertoets
5.2 De verzekeringsgeneeskundige beoordeling
5.3 De arbeidskundige beoordeling
5.4 De uiteindelijke beslissing
5.5 Kwaliteitsborging
6 Activeren van arbeidsgeschiktheid
6.1 Reļntegratie van gedeeltelijk arbeidsgeschikten
6.2 Reļntegratie gedurende de WGA-uitkering
6.3 Ondersteuning gedeeltelijk arbeidsgeschikte tijdens de reļntegratie
6.4 Stimuleren van de werkgever
6.5 Arbeidsplaatsvoorzieningen
6.6 Sanctiebeleid
6.7 Reļntegratie van volledig en duurzaam arbeidsongeschikten
7 De inkomensbescherming van volledig en duurzaam arbeidsongeschikten
7.1 Hoogte van de uitkering
7.2 Anticumulatie
7.3 Flexibele keuring
8 De inkomensbescherming van gedeeltelijk arbeidsgeschikten
8.1 De loongerelateerde periode
8.2 De fase na de loongerelateerde periode
9 Het recht op uitkering
9.1 Ontstaan van het recht op uitkering
9.2 Eindiging van het recht op uitkering
9.3 Herleving van het recht op uitkering
9.4 Toe- en afname van de mate van arbeidsongeschiktheid
9.5 Twee dienstbetrekkingen
10 Uitvoering en financiering
10.1 Uitvoering van de IVA en de WGA
10.2 Financiering van de IVA en de WGA
10.3 Pemba en het oude en nieuwe arbeidsongeschiktheidsstelsel
10.4 Financiering en uitvoering van de Wet WIA voor werknemers die eerder onder het vangnet ZW vielen
11 Overgangsrecht en internationaalrechtelijke aspecten
11.1 Overgangsrecht
11.2 Internationaalrechtelijke aspecten
12 Ontvangen commentaren
12.1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)
12.2 De Inspectie Werk en Inkomen (IWI)
12.3 Actal
12.4 De Centrale organisatie werk en inkomen (CWI)
12.5 Het College bescherming persoonsgegevens (CBP)
12.6 Raad voor de rechtspraak
13 Financiėle en economische gevolgen
13.1 Ontwikkelingen bij ongewijzigd beleid
13.2 Gevolgen van de stelselherziening voor het aantal nieuwe uitkeringen
13.3 Aantallen uitkeringen en uitkeringslasten in de Wet WIA
13.4 Gevolgen voor WW, Toeslagenwet en bijstandsregelingen (Wwb/Ioaw)
13.5 De uitvoeringskosten
13.6 Overzicht financiėle gevolgen
13.7 Financiering
13.8 Reļntegratie
13.9 Arbeidsparticipatie en macro-economische gevolgen
13.10 Gevolgen van de Wet WIA voor vrouwen
13.11 Administratieve lasten van werkgevers
13.12 Gevolgen voor de rechterlijke macht
[13a] Overzicht van grafieken en tabellen
14xxxx Bijlage
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen (artt. 1.1.1 - 1.6.1)
||§ 1.1 Diverse algemene begrippen (artt. 1.1.1 - 1.1.3)
||§ 1.2 Begrip volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en gedeeltelijk arbeidsgeschikt (artt. 1.2.1 - 1.2.3)
||§ 1.3 Begrip verplicht verzekerde (artt. 1.3.1 - 1.3.4)
||§ 1.4 Begrip werkgever (art. 1.4.1)
||§ 1.5 Het begrip loon en het begrip dagloon (artt. 1.5.1 - 1.5.3)
||§ 1.6 Het begrip arbeidsverleden (art. 1.6.1)
Hoofdstuk 2. De verzekering (artt. 2.1.1 - 2.2.5)
||§ 2.1 De verzekering (artt. 2.1.1 - 2.1.2)
||§ 2.2 De vrijwillige verzekering (artt. 2.2.1 - 2.2.5)
Hoofdstuk 3. De wachttijd en de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting (artt. 3.1 - 3.4)
Hoofdstuk 4. Rechten en plichten in verband met het recht op een uitkering op grond van deze wet (artt. 4.1.1 - 4.4.1)
||§ 4.1 Verplichtingen van de verzekerde (artt. 4.1.1 - 4.1.6)
||§ 4.2 Rechten van de verzekerde en reļntegratie-instrumenten (artt. 4.2.1 - 4.2.5)
||§ 4.3 Bevoegdheden en verplichtingen van het UWV (artt. 4.3.1 - 4.3.4)
||§ 4.4 Verplichtingen van de eigenrisicodrager (art. 4.4.1)
Hoofdstuk 5. Uitsluitingsgronden voor het recht op een uitkering (artt. 5.1 - 5.5)
Hoofdstuk 6. Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (artt. 6.1.1 - 6.2.3)
||§ 6.1 Bepalingen in verband met het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (artt. 6.1.1 - 6.1.4)
||§ 6.2 De duur en hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering (artt. 6.2.1 - 6.2.3)
Hoofdstuk 7. Uitkering in verband met werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (artt. 7.1.1 - 7.2.5)
||§ 7.1 Bepalingen in verband met het recht op een WGA-uitkering (artt. 7.1.1 - 7.1.5)
||§ 7.2 De duur en hoogte van de WGA-uitkering (artt. 7.2.1 - 7.2.5)
Hoofdstuk 8. De aanvraag van de uitkering en de betaling van de uitkering door het UWV (artt. 8.1.1 - 8.2.15)
||§ 8.1 De aanvraag van de uitkering (artt. 8.1.1 - 8.1.3)
||§ 8.2 De betaling van de uitkering door het UWV (artt. 8.2.1 - 8.2.15)
Hoofdstuk 9. Eigen risico dragen door de werkgever (artt. 9.1 - 9.5)
Hoofdstuk 10. Handhaving (artt. 10.1 - 10.10)
Hoofdstuk 11. Invloed van de verzekering op het burgerlijk recht (artt. 11.1 - 11.3)
Hoofdstuk 12. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en de rechtsgang (artt. 12.1.1 - 12.4.5)
||§ 12.1 Beslistermijnen (artt. 12.1.1 - 12.1.2)
||§ 12.2 Bijzondere bepalingen in verband met medische beschikkingen (artt. 12.2.1 - 12.2.8)
||§ 12.3 Beslistermijnen in bezwaar (artt. 12.3.1 - 12.3.2)
||§ 12.4 Overige bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en de rechtsgang (artt. 12.4.1 - 12.4.5)
Hoofdstuk 13. Overgangsrecht (gereserveerd)
Hoofdstuk 14. Strafbepalingen (artt. 14.1 - 14.3)
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen (artt. 15.1 - 15.3)
 

rblz.|3| 

Afkortingen

Abw: Algemene bijstandswet
Actal: Adviescollege toetsing administratieve lasten
Aof: Arbeidsongeschiktheidsfonds
Aok: Arbeidsongeschiktheidskas
Awb: Algemene wet bestuursrecht
AWf: Algemeen Werkloosheidsfonds
BW: Burgerlijk Wetboek
CAO: collectieve arbeidsovereenkomst
CBBS: Claimbeoordelings- en borgingssysteem
CBP: College bescherming persoonsgegevens
CPB: Centraal Planbureau
CWI: de Centrale organisatie werk en inkomen / het Centrum voor werk en inkomen
Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
IRO: individuele reļntegratieovereenkomst
IVA: (regeling) inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten
IWI: Inspectie Werk en Inkomen
Pemba: Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
RWI: Raad voor werk en inkomen
SER: Sociaal-Economische Raad
SUB: samenwerking UWV en Belastingdienst
SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TW: Toeslagenwet
UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Wet Rea: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Wet WIA: (ontwerp van) Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen
WGA: (regeling) werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten
Wvlz 2003: Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003
Wvp: Wet verbetering poortwachter
Wsw: Wet sociale werkvoorziening
WW: Werkloosheidswet
Wwb: Wet werk en bijstand
ZW: Ziektewet

 

 

[Algemeen, red.]

 

1. Inleiding


     Het wetsvoorstel van Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) beoogt activering van arbeidsgeschiktheid. Daarnaast biedt het wetsvoorstel inkomensbescherming bij arbeidsongeschiktheid.

     Het wetsvoorstel vormt een breuk met de bestaande arbeidsongeschiktheidswetgeving. Deze wetgeving was primair gericht op inkomensondersteuning en is in de loop van de tijd aangevuld en uitgebreid met instrumenten en stimulansen voor activering en reļntegratie. Het wetsvoorstel WIA stelt daarentegen werkhervatting voorop en biedt in aanvulling daarop inkomensondersteuning.

     Aanleiding voor het wetsvoorstel vormt het weinig activerende karakter van het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel in Nederland. Zo onderscheidt Nederland zich van het buitenland niet zozeer in het totale aantal uitkeringsgerechtigden, maar vooral door het aandeel arbeidsongeschikten daarin. De regering beschouwt dit laatste als een groot probleem. In de maatschappelijke beeldvorming bestaat er namelijk een groot verschil tussen werklozen en arbeidsongeschikten. Werklozen staan in die beeldvorming tijdelijk buiten het arbeidsproces. Ze zijn "between jobs".
    
rblz.|4| Arbeidsongeschikten staan in die beeldvorming definitief buiten het arbeidsproces. Ze zijn afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Die beeldvorming is in veel gevallen niet juist en in al die gevallen onnodig stigmatiserend en demotiverend.

     Het relatief grote beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen is het gevolg van een decennia lang gegroeide praktijk waarin ziekte en arbeidsongeschiktheid een geaccepteerde weg uit het arbeidsproces zijn geworden voor mensen met uiteenlopende problemen. De regering onderschrijft de opvatting van de commissie-Donner en de SER dat het verstrekken van een arbeidsongeschiktheidsuitkering niet vanzelfsprekend de oplossing kan zijn voor die veelheid aan problemen. Zoals de commissie opmerkte, werkt de combinatie van ziekteverzuim en WAO als "fuik", in de zin dat tijdelijke ziekte en moeilijkheden bij de arbeid vaak onnodig tot langdurig verzuim en instroom in de WAO leiden. Anders gezegd, de activerende werking van het arbeidsongeschiktheidsstelsel schiet tekort.

     Sinds de publicatie van het rapport van de commissie-Donner in 2001 zijn enkele maatregelen genomen waardoor de activerende werking van het arbeidsongeschiktheidsstelsel is vergroot. De eerste stap was de invoering van de Wet verbetering poortwachter op 1 april 2002. In 2004 volgden de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 en een wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Het onderhavige wetsvoorstel sluit naadloos aan op deze maatregelen om de activerende werking van het stelsel te vergroten. Ook na de loondoorbetalingsperiode moet een omslag worden gemaakt naar het leggen van de nadruk op arbeidsgeschiktheid in plaats van arbeidsongeschiktheid.

     Het geven van prioriteit aan de activering van arbeidsgeschiktheid is van belang voor mensen met arbeidsbeperkingen. Zij zijn erbij gebaat als het accent wordt gelegd op wat zij nog wel kunnen in plaats van wat zij niet meer kunnen. Het is bovendien van belang voor de samenleving als geheel en voor de economie. De samenleving is gebaat bij een optimale inschakeling van arbeidsgeschiktheid in het arbeidsproces.

     Naar verwachting zal de uitval door arbeidsongeschiktheid bij ongewijzigd beleid, na een aanvankelijk scherpe daling als gevolg van de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003, weer gaan toenemen. Behalve door de groei van de beroepsbevolking komt dit door de relatieve veroudering van de beroepsbevolking en het toenemende aantal vrouwen in de beroepsbevolking. In de praktijk blijkt namelijk dat ouderen een hoger WAO-risico hebben dan jongeren en vrouwen een hoger WAO-risico dan mannen.

     Een optimale inschakeling van de potentiėle beroepsbevolking in het arbeidsproces wint nog aan belang in het licht van de vergrijzing. Om de gevolgen van die vergrijzing op te vangen, is een grotere inzet nodig van de potentiėle beroepsbevolking. De regering wil dit bereiken door van iedereen participatie te vragen naar arbeidsvermogen.

     Het wetsvoorstel WIA draagt daaraan bij. Het beoogt de beeldvorming van arbeidsongeschiktheid te doorbreken door een radicale verandering van invalshoek. Het wetsvoorstel stelt niet langer de arbeidsongeschiktheid centraal, maar de arbeidsgeschiktheid. Het gaat er immers niet om wat mensen nķet meer kunnen bijdragen aan de maatschappelijke productie, het gaat erom wat ze daaraan wél kunnen bijdragen. Die verandering van perspectief moet plaatsvinden bij arbeidsongeschikten zelf, bij werkgevers, bij het UWV en uiteindelijk ook in de maatschappelijke beeldvorming.

     rblz.|5| Het wetsvoorstel WIA sluit aan bij de Wet verbetering poortwachter en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003. Deze wetten leggen een zware verantwoordelijkheid bij werkgever en werknemer om langdurig ziekteverzuim en uiteindelijk arbeidsongeschiktheid te voorkomen. De wetten voorzien behalve in financiėle prikkels voor werkgever en werknemer ook in een instrumentarium waarmee zij reļntegratie in het arbeidsproces kunnen realiseren.

     Het wetsvoorstel WIA ligt in het verlengde van deze wetten. Voor al degenen die direct of op termijn nog wel mogelijkheden hebben om te werken, is een arbeidsongeschiktheidsuitkering oude stijl niet de aangewezen weg. Werkgever en werknemer moeten in eerste instantie de onderling gegroeide problemen, medisch of anderszins, oplossen. Als dat niet lukt, mag de werknemer niet worden afgeschreven, maar moet hem een uitkering worden verstrekt die is gericht op herstel en reļntegratie.

     Het wetsvoorstel maakt dan ook onderscheid tussen enerzijds gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en anderzijds duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid.
     Bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid geeft de regering prioriteit aan de activering van de arbeidsgeschiktheid. Het wetsvoorstel voorziet in instrumenten die de reļntegratie van deze mensen in het arbeidsproces mogelijk moeten maken en in financiėle prikkels voor zowel werkgevers als werknemers om die reļntegratie aantrekkelijk te maken. De uitkering voor deze mensen is zo vormgegeven dat werken altijd lonender is dan het ontvangen van een uitkering.

     Voor de gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer biedt het wetsvoorstel inkomensbescherming voor zijn inkomensverlies en vervolgens voor zijn verlies van verdiencapaciteit. Deze inkomensbescherming is maximaal wanneer de werknemer zijn resterende verdiencapaciteit volledig inzet in het arbeidsproces.

     Het wetsvoorstel voorziet ook in inkomensondersteuning in het geval een werknemer zijn arbeidsgeschiktheid niet volledig inzet in het arbeidsproces. Deze ondersteuning is zo vormgegeven dat hiervan een financiėle stimulans uitgaat om te reļntegreren.

     Bij volledige én duurzame arbeidsongeschiktheid biedt activering geen perspectief. Daarvan is sprake als een werknemer als gevolg van ziekte blijvend en volledig niet meer in staat is om te werken. De regering acht de inkomensondersteuning voor deze groep mensen bij uitstek de verantwoordelijkheid van de overheid.

     Het wetsvoorstel WIA is in belangrijke mate gebaseerd op de adviezen die de regering heeft ontvangen van de commissie-Donner en de Sociaal-Economische Raad. In het tweede hoofdstuk van de memorie van toelichting wordt bij deze adviezen dan ook uitgebreid stilgestaan. De hoofdlijnen van het wetsvoorstel worden

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet WIA | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x