Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
- Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
- Besluit gelijkstelling vreemdelingen Wwb, Ioaw en Ioaz
- Besluit SUWI
- Regeling Wwb, Ioaw en Ioaz

Relevante overige regelgeving:
- Regeling statistiek Wwb, Ioaw en Ioaz (vervallen)
- Tijdelijke wet pilot loondispensatie
- Wet werk en bijstand

 

 

Inhoudsopgave WIJ

Hoofdstuk 1 Definities en algemene bepalingen artt. 1 - 10
Hoofdstuk 2 Opdracht gemeentebestuur artt. 11 - 12
Hoofdstuk 3 Recht op werkleeraanbod artt. 13 - 23
Hoofdstuk 4 Recht op inkomensvoorziening artt. 24 - 43
Hoofdstuk 5 Plichten jongere artt. 44 - 45
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden en plichten college artt. 46 - 53
Hoofdstuk 7 Terugvordering en verhaal artt. 54 - 57
Hoofdstuk 8 Wijziging andere wetten artt. 58 - 85
Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen artt. 86 - 94
xxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxx

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2008-2009, 31 775.
Handelingen II 2008-2009, blz. 5967-6012, 6157-6159.
Kamerstukken I 2008-2009, 31 775 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2008-2009, blz. 1679-1719, 1722-1722.

Geschiedenis:
Staatscourant 2009, 9838Staatsblad 2009, 282Staatscourant 2009, 20154Staatsblad 2010, 228Staatscourant 2010, 9680Staatscourant 2010, 10706Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2010, 838Staatscourant 2010, 21335Staatsblad 2011, 288Staatscourant 2011, 10918Staatsblad 2011, 442Staatsblad 2011, 647Staatsblad 2011, 645Staatsblad 2011, 650.

 

 

WET van 1 juli 2009, Stb. 2009, 282, houdende bevordering duurzame arbeids-inschakeling jongeren tot 27 jaar (Wet investeren in jongeren). Inwerkingtreding: 1 oktober 2009 (Stb. 2009, 283).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de duurzame arbeidsinschakeling voor jongeren tot 27 jaar te vergroten door hen te stimuleren tot deelname aan het arbeidsproces en maatschappelijke activiteiten en te investeren in hun kennis en vaardigheden en daartoe een nieuwe wet vast te stellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Definities en algemene bepalingen

 

Art. 1. Organen  [Geschiedenisversie 1 juli 2009Stb. 2010, 838Stb. 2011, 650]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- college: het college van burgemeester en wethouders;
- Inlichtingenbureau: het Inlichtingenbureau, bedoeld in artikel 63 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- inrichting:
1º. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden;
2º. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is;
- Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.

 

Art. 2. Jongere  [GeschiedenisMvTversie 1 juli 2009Stb. 2011, 650]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder jongere: een hier te lande woonachtige Nederlander van 16 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar.
-2. Met de Nederlander, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld de hier te lande woonachtige vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158).
-3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere hier te lande woonachtige vreemdelingen dan de in het tweede lid bedoelde voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen met de Nederlander, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld: [BgvWWIIWW]
a. ter uitvoering van een verdrag dan wel van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; of
b. indien zij, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onderdeel g of h, van die wet en zij aan de in die algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden voldoen.

 

Art. 2a. Woning  [GeschiedenisStb. 2010, 228Stb. 2011, 650]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning mede verstaan een woonwagen of een woonschip.

 

Art. 3. Gelijkstelling niet-gehuwden met gehuwden  [GeschiedenisMvTversie 1 juli 2009Stb. 2011, 650]
-1. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. gehuwd: als partner geregistreerd.
-2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. als ongehuwd mede aangemerkt de persoon die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-3. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-4. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag, bedoeld in artikel 14, in het kader van de uitvoering van deze wet als gehuwden zijn aangemerkt;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid.
-5. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel d. [Bargh98]

 

Art. 4. Alleenstaande, alleenstaande ouder, gezin, kind en zelfstandige  [GeschiedenisMvTversie 1 juli 2009Stb. 2010, 228Stb. 2010, 838Stb. 2011, 650]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
- alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
- gezin:
1º. de gehuwden tezamen;
2º. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
3º. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
- kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 17 en 35, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind;
- ten laste komend kind: het kind voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn;
- zelfstandige: de persoon die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die:
1º. voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan;
2º. voldoet aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
3º. alleen of samen met degenen met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico’s daarvan draagt.

 

Art. 5. Inkomensvoorziening, inkomensvoorzieningsnorm en werkleeraanbod  [GeschiedenisMvTversie 1 juli 2009Stb. 2010, 228Stb. 2011, 650]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- inkomensvoorziening: de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 24;
- werkleeraanbod: het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen scholing, opleiding of sociale activering alsmede ¹ ondersteuning bij arbeidsinschakeling;
- inkomensvoorzieningsnorm: de op grond van de artikelen 26 tot en met 29 op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van de artikelen 30 tot en met 35 door het college vastgestelde verhoging of verlaging.
-2. Onder scholing of opleiding als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs.

1. Volgens de redactie dient "activering alsmede" te worden vervangen door: activering, of.

 

Art. 6. Arbeidsinschakeling en sociale activering  [GeschiedenisMvTversie 1 juli 2009Stb. 2011, 650]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.