Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  INVESTEREN  IN  JONGEREN

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2008-2009, 31 775

Bevordering duurzame arbeidsinschakeling jongeren tot 27 jaar (Wet investeren in jongeren)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Context
3 Uitgangspunten en hoofdlijnen van het werkleerrecht
4 Relatie met de Wet werk en bijstand
4.1 Inleiding
4.2 Waarom een nieuwe wet?
5 Verhouding tot Grondwet en internationaalrechtelijke bepalingen
6 Doelgroep werkleerrecht
6.1 Inleiding
6.2 Leeftijdsgrenzen
6.3 Bijzondere groepen
7 Positie jongeren
7.1 Het recht op een werkleeraanbod
7.2 Geen recht op werkleeraanbod
7.3 Plichten jongeren
7.4 Recht op inkomensvoorziening
7.5 Rechtsbescherming
8 Positie gemeenten
9 Werkleeraanbod
9.1 Inleiding
9.2 Werkleeraanbod als voorwaarde voor de inkomensvoorziening
9.3 Inhoud werkleeraanbod
9.4 Werkleeraanbod en regulier onderwijs
9.5 Beslistermijnen
10 Inkomensvoorziening
11 Financieringssystematiek
12 FinanciŽle paragraaf
12.1 De verwachte nettobesparing in het Coalitieakkoord
12.2 Veronderstellingen over de doelgroep
12.3 Budgettair beeld
12.4 Gevolgen voor uitvoeringskosten gemeenten
13 Verantwoording, toezicht, informatievoorziening en monitoring
14 Overgangsrecht
15 Administratieve lasten burger
15.1 Inleiding
15.2 Aantal jongeren
15.3 Gevolgen administratieve lasten
15.4 Conclusie
15.5 Berekening in uren en out-of-pocketkosten
16 Adviezen
16.1 Inleiding
16.2 Actal
16.3 CGB
16.4 IWI
16.5 VNG
16.6 Uitvoeringspanel gemeenten (UP)
16.7 Stichting van de Arbeid
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk 1 (artt. 2 t/m 10)
Hoofdstuk 2 (artt. 11 en 12)
Hoofdstuk 3 (artt. 13 t/m 23)
Hoofdstuk 4 (artt. 24 t/m 42)
Hoofdstuk 5 (artt. 43 en 44)
Hoofdstuk 6 (artt. 45 t/m 52)
Hoofdstuk 7 (artt. 53 t/m 56)
Hoofdstuk 8 (artt. 57 t/m 83)
Hoofdstuk 9 (artt. 84 t/m 91)
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


    
De regering streeft naar een toename van de arbeidsparticipatie en een beter functionerende arbeidsmarkt en neemt daartoe een reeks van samenhangende maatregelen. Het voorliggende wetsvoorstel, dat ziet op jongeren tot 27 jaar, maakt daar deel van uit. Het grootste deel van de jongeren gaat naar school of werkt. Maar er is een deel van de jongeren dat niet meedoet aan onze samenleving. De regering wil deze jongeren activeren en bijstandsafhankelijkheid tegengaan. Het is sociaal niet aanvaardbaar en economisch niet verantwoord dat jongeren langs de zijlijn staan. Om de positie van deze jongeren te verbeteren, acht de regering arbeidsparticipatie van eminent belang. Arbeidsparticipatie beschermt jongeren tegen sociale problemen zoals armoede, sociale uitsluiting, criminaliteit en integratieproblemen. Dit wetsvoorstel strekt ertoe de duurzame arbeidsparticipatie van jongeren tot 27 jaar te bevorderen en te komen tot een substantiŽle verhoging van hun arbeidsparticipatie. Aldus wordt in hun toekomst geÔnvesteerd.

     rblz.|2| Dit wetsvoorstel vloeit voort uit de afspraak in het Coalitieakkoord over een leer-/werkplicht voor jongeren tot 27 jaar die bestuurlijk kan worden gehandhaafd door middel van verplichtende begeleidingstrajecten gericht op scholing op straffe van inhouding op een eventuele uitkering.Ļ Omdat de benaming werkleerrecht naar de mening van de regering meer recht doet aan de intentie en het doel van dit wetsvoorstel, geeft de regering aan deze benaming de voorkeur boven die van leer-/werkplicht. In dit wetsvoorstel vormt het leren geen doel, maar een middel naar duurzame arbeidsparticipatie en sluit de terminologie werkleerrecht en werkleeraanbod naar mening van de regering daar goed bij aan.

1. Kamerstukken II 2006-2007, 30 891, nr. 4, blz. 24.

     In de beleidsnota, verzonden aan de Tweede Kamer bij brief van 21 december 2007,Ļ zijn de contouren van het werkleerrecht geschetst. Naar aanleiding van deze beleidsnota heeft de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 18 februari 2008 opmerkingen gemaakt en vragen aan het kabinet voorgelegd. Deze vragen en de antwoorden daarop zijn opgenomen in een schriftelijk verslag.≤ De beleidsnota is vervolgens op 16 april 2008 in een algemeen overleg met de Tweede Kamer besproken.≥ Uiteraard zijn de uitkomsten van dit overleg bij dit wetsvoorstel betrokken. Dat geldt ook voor de uitkomsten van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WIJ | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x