Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  INKOMENSVOORZIENING  KUNSTENAARS

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1996-1997, 25 053

Een afzonderlijke inkomensvoorziening voor kunstenaars (Wet inkomensvoorziening kunstenaars)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Voorgeschiedenis
3 Doelstelling
4 De doelgroep
5 Het systeem van de wet
5.1 Algemeen
5.2 Uitkeringshoogte en bijverdiensten
5.3 Duur en vereisten
6 Beroepskosten
7 De beroepsmatigheidstoets
8 Uitvoering
9 Flankerend beleid
10 FinanciŽle gevolgen
10.1 Financieringsruimte
10.2 Besteding financiŽle ruimte
10.3 Momenten van heroverweging
11 Evaluatie
xArtikelsgewijs
x Artikelen 1 t/m 54

 
 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Kunstenaars worden op verschillende manieren ondersteund. In ons land bestaat een uitgebreid en divers kunstbeleid van zowel rijksoverheid als gemeenten en provincies. Ook particulieren leveren een bijdrage. Al of niet in bedrijfsverband kopen zij kunst, verstrekken opdrachten, bezoeken theatervoorstellingen en concerten. Daarnaast treden bedrijven op als sponsors. Desondanks is het voor kunstenaars niet eenvoudig om gedurende hun gehele carriŤre zelfstandig in het eigen levensonderhoud te voorzien.
     Dit geldt in de eerste plaats voor de starters. Zij die van een kunstopleiding afkomen, hebben tijd nodig om zich te oriŽnteren op de kunstpraktijk en om zich daarin een positie te verwerven. Bij de start van een artistieke loopbaan moet veelal een beroep worden gedaan op de bijstand.
     Daarnaast is er het continuÔteitsprobleem. Kenmerkend voor de beroepspraktijk van kunstenaars is het werken in opdracht of met tijdelijke contracten en het hebben van meerdere deeltijdbanen. Kunstenaars zijn vaak aangewezen op een uitkering ter overbrugging van opdrachten of contractperioden, of vanwege een tijdelijke terugval in hun productiviteit.
     De markt voor kunstenaars is moeilijk vergelijkbaar met de markt voor industriŽle producten. Vaak gaat het om unica of producten met een beperkte reproduceerbaarheid. Bovendien gaat het aanbod veelal aan de vraag vooraf. Het individuele karakter van kunst maakt dat de kunstenaar zijn/haar eigen markt moet creŽren. Er is in algemene zin wel een markt voor kunst, maar daarmee nog niet voor zijn kunst.
     Bijzondere aandacht voor de positie van de kunstenaar is ook daarom geboden, omdat het niet zelden individuen zijn die op een persoonlijke wijze uitdrukking weten te geven aan de culturele saamhorigheid van een samenleving, ook al wordt dat niet direct door iedereen zo ervaren. Kunst kan zich soms vreemd en schokkend aan ons voordoen, maar zonder die tegendraadse inbreng slaapt een cultuur in en verliest zij haar waarde en betekenis.
     Dit geheel overziende is het kabinet van mening dat er een aparte inkomensvoorziening voor kunstenaars nodig is die toegesneden is op de
rblz.|2| bijzondere positie van kunstenaars en aansluit bij het activeringsbeleid in de sociale zekerheid. Het kabinet stelt daarom een regeling voor die de kunstenaar een inkomen verstrekt dat weliswaar aanmerkelijk lager ligt dan het sociaal minimum, maar die hem of haar tevens toestaat dit inkomen met bijverdiensten aan te vullen. Gegeven het feit dat het lagere uitkeringsniveau de betrokkene al voldoende aanzet tot het verrichten van arbeid, worden hem of haar geen arbeidsmarktverplichtingen opgelegd, zoals die gebruikelijk zijn in de sociale zekerheid. Op deze wijze wordt de kunstenaar voor een beperkte periode in de gelegenheid gesteld een eigen beroepspraktijk op te bouwen, dan wel een tijdelijke terugval in de inkomsten op te vangen.

 

2. Voorgeschiedenis


     Dat het voor kunstenaars vaak moeilijk is om met hun beroep in het eigen levensonderhoud te voorzien, is ook in het verleden aanleiding geweest voor specifieke regelingen, met name voor beeldende kunstenaars. Zo bestond van 1949 tot 1986 de Beeldende kunstenaarsregeling (BKR).
     De overheid kocht kunstwerken aan

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wik | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x