Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  INBURGERING  NIEUWKOMERS

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1996-1997, 25 114

Regels met betrekking tot de inburgering van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering nieuwkomers)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
1.1 Aanleiding en doel van het wetsvoorstel
1.2 Naar een samenhangend en praktisch integratiebeleid
1.3 De huidige situatie
1.4 Reacties van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Landelijke Advies- en Overlegstructuur minderhedenbeleid
2 Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
2.1 Doelgroepen
2.2 Achterstandssituatie
2.3 Het inburgeringsonderzoek
2.4 Het inburgeringsprogramma
2.5 De trajectbegeleiding
2.6 Organisatie en samenwerking tussen (gemeentelijke) instellingen
2.7 Relatie met andere wetgeving
2.8 Financiële aspecten
2.9 Handhaving en rechtsbescherming
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen 1 t/m 24
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding

 

1.1. Aanleiding en doel van het wetsvoorstel


     In de Contourennota "Integratiebeleid etnische minderheden" (Kamerstukken II 1993-1994, 23 684, nr. 1) is reeds gesteld dat immigratie geen tijdelijk verschijnsel is. Ieder jaar komen tienduizenden immigranten naar ons land om zich hier te vestigen. Ook al heeft de verhoogde inspanning van de afgelopen tijd ertoe geleid dat de omvang van de immigratie is teruggelopen, toch is het realistisch het komende decennium met een aanzienlijke immigratiestroom rekening te blijven houden.

     Het gegeven van een permanente immigratie op een relatief hoog niveau heeft consequenties voor het integratiebeleid. Het is voor de samenleving en de betrokken nieuwkomers van het grootste belang dat zij zich zo snel mogelijk zelfstandig in die samenleving kunnen redden. In de lijn van meergenoemde Contourennota mag van de betrokken nieuwkomers immers worden verwacht dat zij zich ontwikkelen tot oordeelkundige en mondige burgers die zich staande weten te houden in de competitieve Nederlandse samenleving. Het kabinetsbeleid is derhalve gericht op inburgering van nieuwkomers, dat wil zeggen het verwerven van het vermogen om zelfstandig aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Inburgering moet in dit verband worden gezien als een eerste stap in het integratieproces: door inburgering worden nieuwkomers in de gelegenheid gesteld aansluiting te vinden op educatie en arbeidsmarkt. Bij inburgering gaat het om het leren van de Nederlandse taal en het verwerven van een eerste inzicht in de maatschappelijke en staatkundige verhoudingen in onze samenleving en het verwerven van een eerste inzicht in de Nederlandse arbeidsmarkt.

     Op de gemeente rust in dit verband de taak de nieuwkomers die met het oog op permanent verblijf in Nederland aanwezig zijn, te helpen hun weg in die samenleving te vinden, op de nieuwkomers de plicht de hen rblz.|2| geboden kansen te benutten. In het onderhavige wetsvoorstel is de tweezijdigheid van deze relatie tot uitdrukking gebracht. Tegenover de verplichting van de nieuwkomer om zich voor inburgering in te spannen, staat de zorgplicht van de gemeente hem daartoe in de gelegenheid te stellen. Op die manier ontstaat een evenwichtig samenstel van rechten en plichten.

     Op de gemeente rust de plicht een inburgeringsonderzoek te houden ten aanzien van iedere nieuwkomer in de zin van het wetsvoorstel; de nieuwkomer is gehouden zich voor een dergelijk onderzoek te melden. Door middel van dit onderzoek dient het college van burgemeester en wethouders te bepalen in hoeverre het noodzakelijk is dat de nieuwkomer een op zijn persoon toegesneden inburgeringsprogramma volgt. Indien die noodzaak is vastgesteld, rust op de nieuwkomer de verplichting aan het inburgeringsprogramma deel te nemen. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat er voor de nieuwkomer een zodanig aanbod van inburgeringsprogramma’s is dat hij aan deze verplichting kan voldoen. De nieuwkomer is verplicht zich in te laten schrijven bij één van de educatieve instellingen waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. De gemeente voorziet in trajectbegeleiding en maatschappelijke begeleiding en de nieuwkomer is gehouden alle onderdelen van het voor hem vastgestelde educatief programma bij te wonen, inclusief het deelnemen aan een toets, en medewerking te verlenen aan de andere onderdelen van het inburgeringsprogramma.

     Het kabinet heeft er na overleg met de Tweede Kamer en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor gekozen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Win | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x