Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet maatschappelijke ondersteuning
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  BREDE  DOELUITKERING  SOCIAAL,  INTEGRATIE  EN  VEILIGHEID
 
 

26 april 2005, Stb. 2005, 264
Inwerkingtreding: 1 juni 2005
(T.a.v. artt. 20:1 en 20:2 Wmo en 4 Wet wettelijke grondslag BDU SIV)

 

 

 

 
BESLUIT van 26 april 2005, houdende regels voor de brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid van het grotestedenbeleid (Besluit brede doeluitkering  sociaal, integratie en veiligheid)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 15 december 2004, nr. 2004-0000041290, Directie Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen, gedaan mede namens Onze Ministers van Justitie, voor Vreemdelingenzaken en Integratie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, alsmede de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, drs. M. Rutte, en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 89 van de Grondwet, artikel 17, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet, artikel 10a, eerste en tweede lid, van de Welzijnswet 1994, artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers en artikel 2.3.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
     De Raad van State gehoord (advies van 21 februari 2005, nr. W04.04.0608/I);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 12 april 2005, nr. 2005-0000045459, Directie Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Justitie, voor Vreemdelingenzaken en Integratie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, drs. M. Rutte, en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1.
-1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister belast met de coördinatie van het grotestedenbeleid;
b. G31: de gemeenten Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (Overijssel), ´s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Sittard-Geleen, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad en Zwolle;
c. gemeente: een tot de G31 behorende gemeente;
d. GSB-III-periode: de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2009;
e. uitkering: de brede doeluitkering, bedoeld in artikel 3;
f. centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid: de G31 met uitzondering van de gemeenten Hengelo (Overijssel), Lelystad, Schiedam en Sittard-Geleen;
g. centrumgemeenten voor vrouwenopvang: de G31 met uitzondering van de gemeenten Almelo, Deventer, Hengelo (Overijssel), Lelystad, Schiedam en Sittard-Geleen;
h. nieuwkomer: de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1º, en de Nederlander, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2º, van de Wet inburgering nieuwkomers;
i. oudkomer:
1º. persoon die 18 jaar of ouder is, die buiten Nederland is geboren en behoort tot een etnische minderheidsgroep, die rechtmatig in Nederland verblijft anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers en die niet verplicht is om op grond van de Wet inburgering nieuwkomers een inburgeringsprogramma te volgen;
2º. geestelijke bedienaar als bedoeld in de Regeling aanwijzing bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering, die niet verplicht is om op grond van de Wet inburgering nieuwkomers een inburgeringsprogramma te volgen;
j. inburgeringsprogramma voor oudkomers: een inburgeringsprogramma dat oudkomers volgen en waarin het onderdeel Nederlands als tweede taal kan worden gekoppeld aan onderdelen voor het bereiken van werk, toegang tot beroepsonderwijs, opvoedingsondersteuning of sociale activering;
k. volwasseneneducatie: onderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
l. ontwikkelingsprogramma: het meerjarenontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 5, tweede lid;
m. volwassen veelpleger: een persoon van 18 jaar of ouder tegen wie meer dan tien processen-verbaal wegens een misdrijf zijn opgemaakt;
n. jeugdige veelpleger: een persoon van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan vijf processen-verbaal wegens een misdrijf zijn opgemaakt;
o. inburgeringsdeel: het deel van de uitkering dat afkomstig is uit de middelen voor de inburgering van nieuwkomers en voor de inburgering van oudkomers, gedurende 2005 en 2006;
p. programmadeel: het andere deel van de uitkering dan het inburgeringsdeel;
q. inburgeringsplichtige: de inburgeringsplichtige, bedoeld in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel b, en 20 van de Wet inburgering, die niet behoort tot de inburgeringsplichtigen, bedoeld in het Besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie een persoonsvolgend budget is verstrekt;
r. vrijwillige inburgeraar: de Nederlander of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, het rechtmatig in Nederland verblijvende familielid van voornoemde vreemdeling of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die onderdaan is van een staat wiens onderdanen op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties geen inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7 van de Wet inburgering kan worden opgelegd, en die:
1º. ouder is dan 15 jaar;
2º. minder dan acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven; en
3º. niet beschikt over een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
4º. niet leerplichtig of kwalificatieplichtig is, dan wel een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
5º. geen overeenkomst heeft afgesloten op grond van de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31, de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, dan wel het extensieve deel van de Pilot inburgering allochtone vrouwen Taal Totaal;
s. geestelijke bedienaar: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering;
t. inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel j, van het Besluit inburgering;
u. gecombineerde inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel k, van het Besluit inburgering;
v. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de Wet inburgering, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 19a, tweede lid, onderdeel c, of artikel 22, tweede lid, van die wet;
w. kennisgeving: de schriftelijke informatieverstrekking op grond van artikel 5.3, derde lid, van het Besluit inburgering;
x. Wet inburgering nieuwkomers: Wet inburgering nieuwkomers zoals die luidde op 31 december 2006;
y. persoonsvolgend budget: budget dat ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de inburgering van een persoon als bedoeld in het Besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007, 111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en met 6 van de Wet inburgering en die op 1 januari 2008 in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft;
z. Wet inburgering:
Wet inburgering zoals die luidde vóór de inwerkingtreding van de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430).
aa. Besluit inburgering:
Besluit inburgering zoals dat luidde vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van het Besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432).
-2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder d, loopt de GSB-III-periode voor de gemeente Sittard-Geleen van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009.

 

Art. 2.
Onze Minister oefent de hem bij of krachtens dit besluit toegekende bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat.

 

Art. 3.
Onze Minister verstrekt voor de GSB-III-periode aan een gemeente een brede doeluitkering ten behoeve van:
a. de uitvoering van het ontwikkelingsprogramma;
b. de uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, en 15 van de Wet inburgering nieuwkomers en het aanbieden van inburgeringsprogramma’s voor oudkomers in 2005 en 2006; en
c. het in 2009 aanbieden aan de doelgroep, bedoeld in artikel 1 van de Wet participatiebudget, van re-integratievoorzieningen als bedoeld in dat artikel, overeenkomstig artikel 3 van die wet.

 

Art. 4.
-1. De uitkering wordt berekend volgens de formule:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wmo | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x