Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  SOCIALE  WERKVOORZIENING

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1995-1996, 24 787

Nieuwe regeling inzake de sociale werkvoorziening (Wet sociale werkvoorziening)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
1.1 Herziening van de Wet Sociale Werkvoorziening
1.2 De advisering door de commissie-Houben
1.3 Stroomlijning van gesubsidieerde arbeid
1.4 Advies van de Sociaal-Economische Raad en de VNG
1.5 De opbouw van de memorie van toelichting
2 De bestuurlijke vormgeving
2.1 Een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten
2.2 De verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en gemeenten
2.3 Het specifieke karakter van de bekostiging
2.4 Een andere wijze van indiceren
2.5 Modaliteiten voor de uitvoering van de wet door gemeenten
2.6 De verhouding tussen gemeente en uitvoeringsorganisatie
3 De doelgroep
3.1 Inleiding
3.2 Toelatingscriteria
3.3 In staat tot regelmatige arbeid
3.4 Beperkingen
3.5 Specifiek aangepaste omstandigheden
3.6 Verwachte effecten van de gewijzigde doelgroepomschrijving
3.7 Begeleid werken
3.8 Bevordering van uitstroom
4 Aanmelding, indicatie en plaatsing
4.1 Inleiding
4.2 De Dienst indicatie sociale werkvoorziening
4.3 De gemeentelijke adviescommissie sociale werkvoorziening
5 De arbeid in de sociale werkvoorziening
5.1 Inleiding
5.2 Maatschappelijk zinvolle arbeid
5.3 Situering van arbeid onder aangepaste omstandigheden
5.4 Specifieke eisen, te stellen aan arbeid onder aangepaste omstandigheden
5.5 Beoordeling van de kwaliteit van de aanpassingen
6 De dienstbetrekking
6.1 Inleiding
6.2 De oorspronkelijke keuze voor een speciale dienstbetrekking
6.3 Naar een arbeidsovereenkomst volgens het Burgerlijk Wetboek
7 Collectieve arbeidsvoorwaardenvorming
7.1 Inleiding
7.2 Formalisering van het arbeidsvoorwaardenoverleg
7.3 Overdracht van de werkgeversrol in het Centraal Overleg Sociale Werkvoorziening
7.4 De verantwoordelijkheid van het Rijk bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden
8 De medezeggenschap
8.1 Inleiding
8.2 Beroepsgang
8.3 Ontheffing
8.4 Een gezamenlijke ondernemingsraad voor WSW-werknemers en ambtelijk personeel
8.5 Betrokkenheid van de VNG bij uitoefening SER-bevoegdheden
8.6 De integrale toepassing van de Wet op de ondernemingsraden
9 De bekostiging van de sociale werkvoorziening
9.1 Inleiding
9.2 De financiering van de sociale werkvoorziening
9.3 Systematiek voor de jaarlijkse vaststelling van de rijksvergoeding en het aantal te realiseren arbeidsplaatsen
9.4 Maatstaven voor de verdeling van de rijksmiddelen
9.5 Mogelijkheden voor de toekenning van een afwijkend budget
9.6 FinanciŽle stimulansen
9.7 Voorschriften voor de besteding van de rijksmiddelen
10 Toezicht en informatie
10.1 Inleiding
10.2 Het toezicht op de gemeenten
xArtikelsgewijs
x Artikelen 1 t/m 43
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


1.1. Herziening van de Wet Sociale Werkvoorziening


     De Wet Sociale Werkvoorziening is aan het einde van de jaren zestig tot stand gebracht met het doel een eenduidig kader te scheppen voor het aanbieden van arbeid onder aangepaste omstandigheden aan personen die door een handicap niet in de gelegenheid zijn om onder normale omstandigheden te werken. De WSW, die in de plaats kwam van enkele regelingen gericht op specifieke groepen werknemers, geeft aan de gemeenten de taak te bevorderen dat arbeid onder aangepaste omstandigheden tot stand komt en regelt de voorwaarden waaronder het Rijk een financiŽle bijdrage verstrekt.

     Sinds de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 1969 heeft de sociale werkvoorziening een stormachtige groei doorgemaakt. In een kwart eeuw is het aantal werknemers in de sociale werkvoorziening toegenomen van ruim 40 000 tot meer dan 85 000 personen op dit moment. Mede in verband met de stijgende lasten die deze groei met zich bracht, is de wet in de loop der jaren een aantal malen op onderdelen gewijzigd.

     Een zeer ingrijpende wijziging werd doorgevoerd bij Wet van 28 september 1988 (Stb. 1988, 440). Met deze wetswijziging werd een wettelijke basis gecreŽerd voor een meerjarig beleidsexperiment "Budgetfinanciering, decentralisatie en deregulering" (BDD). Belangrijkste onderdeel van deze beleidsoperatie was de invoering van een systeem van budgetfinanciering in plaats van de tot dan toe gehanteerde open-eindefinanciering door het Rijk. Tevens werden belangrijke verantwoordelijkheden overgedragen aan gemeenten, onder andere door het intrekken van gedetailleerde organisatievoorschriften voor de sociale werkvoorziening en door het afschaffen van preventief toezicht van rijkswege. Tot slot werd een herziening van het arbeidsvoorwaardenregime voor de sociale werkvoorziening voorzien. De duur van het beleidsexperiment werd in principe beperkt tot de jaren 1989-1992, met rblz.|2| een mogelijke uitloop tot en met 1994. Daarna zouden de in de experimentele periode opgedane ervaringen zijn vastgelegd in nieuwe regelgeving.

     Reeds bij de opzet van de beleidsoperatie werd de wenselijkheid onderkend van een evaluatie van het totaal aan ervaringen dat zou worden opgedaan. Om die reden is voorzien in een programma-evaluatie op grond van door een extern adviesbureau te verzamelen gegevens. De twee rapportages van het adviesbureau en de op grond daarvan geformuleerde conclusies zijn aan de Tweede Kamer aangeboden in mei 1991 (Kamerstukken II 1990-1991, 21 800 XV, nr. 71) en september 1993 (Kamerstukken II 1993-1994, 23 400 XV, nr. 30).

     Nadat in de loop van 1993 de vormgeving van een concept-wetsvoorstel tot herziening van de WSW ter hand was genomen, werd al spoedig duidelijk dat niet kon worden volstaan met een herziening die zich beperkte tot in de regelgeving verwerken van de tot dan toe in het kader van de beleidsoperatie opgedane ervaringen met een nieuwe financieringswijze en andere nieuw ontwikkelde instrumenten.

     Gewijzigde opvattingen over de betekenis van de sociale werkvoorziening als werkgelegenheidsinstrument voor personen met een handicap, veranderingen in de bestuurlijke omgeving en de noodzaak tot afstemming met andere in de laatste jaren geÔntroduceerde arbeidsmarktinstrumenten, zoals de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x