Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet sociale werkvoorziening
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

REGELING  FINANCIERING  EN  VERANTWOORDING
WET  SOCIALE  WERKVOORZIENING

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. 15:1 Ruswbw)

 
 

16 december 1997, Stcrt. 1997, 249
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. artt. 1:1i,o,p, 1:2, 3:1, 3:2 en 9:3 Bfvsw en 13:5 en 13:7 Wsw)

 

 

 

 
REGELING houdende regels inzake het financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening (Regeling financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening)

16 december 1997/nr. AM/RAW/97/2739
Directie Arbeidsmarkt

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 1, eerste lid, onderdeel i, o en p, en tweede lid, 3, eerste en tweede lid, 9, derde lid, 10, zevende lid, en 11, derde lid, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
-1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet sociale werkvoorziening;
b. het besluit: het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening;
c. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. In deze regeling wordt onder de gemeente tevens verstaan de gemeente die:
a. personen op de wachtlijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening, heeft staan waarvoor door het Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend;
b. n of meer dienstbetrekkingen is aangegaan dan wel n of meer arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 7 van de wet tot stand heeft doen komen met personen die behoren tot de doelgroep van de wet, maar voor wie door het Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend.

 

Art. 2. Factoren
-1. De factor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het besluit, bedraagt voor de jaar 2003: 1, voor het jaar 2004: 1,0087 en voor het jaar 2005: 1,0087.
-2. Het deel, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel o, van het besluit, bedraagt voor het jaar voor het jaar 2003: 76%, voor het jaar 2004: 60% en voor het jaar 2005: 70%.
-3. De factor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van het besluit, bedraagt:
a. voor het jaar 2003: 0,547;
b. voor het jaar 2004: 1;
c. voor het jaar 2005: 1.
-4. De factor, bedoeld in artikel 1, tweede lid, bedraagt voor een arbeidsplaats van een werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie licht 1 en voor de werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie ernstig 1,25.
-5. De factor, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het besluit, bedraagt voor het jaar 2003: 0,991, voor het jaar 2004: 0,9914 en voor het jaar 2005: 1.

1. Volgens de redactie dient na "artikel 1, tweede lid," te worden ingevoegd: van het besluit,.

 

Art. 3. Vervallen.

 

Art. 3a. Beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2003
Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2003 worden voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het besluit de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:
a. |1,724 miljoen ten behoeve van scholingsmiddelen, Stichting Beheer Collectieve Middelen sociale werkvoorziening;
b. |2,269 miljoen ten behoeve van verbetering arbeidsvoorwaarden, Stichting Beheer Collectieve Middelen sociale werkvoorziening;
c. |1,5 miljoen ter verdere ondersteuning van de implementatie van de wet;
d. |2,0 miljoen ten behoeve van implementatie overdracht indicatiestelling van gemeenten naar de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. |0,6 miljoen ten behoeve van het arboconvenant Wet sociale werkvoorziening.

 

Art. 3b. Beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2004
Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2004 worden voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het besluit de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:
a. |3,993 miljoen ten behoeve van Stichting Beheer Collectieve Middelen sociale werkvoorziening;
b. |2,000 miljoen ten behoeve van modernisering Wsw;
c. |0,528 miljoen ten behoeve van het arboconvenant Wsw.

 

Art. 3c. Beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2005
Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2005 worden voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het besluit de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:
a. |2,8 miljoen ten behoeve van Stichting Beheer Collectieve Middelen sociale werkvoorziening;
b. |2 miljoen ten behoeve van modernisering Wsw.

 

Art. 4. Aangewezen rechtspersonen
Artikel 9, derde lid, van het besluit is van toepassing op de in dat artikel bedoelde personen werkzaam bij de blindenwerkplaats Blizo, behorend tot de bestuurlijke eenheid WSD te Boxtel, en de blindenwerkplaats Proson, behorend tot de bestuurlijke eenheid DSW te Nunspeet.

 

Art. 5. Vervallen.

 

Art. 6. Structurele informatievoorziening
-1. De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend, draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 1 juli van het daaropvolgende subsidiejaar het in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen verslag, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de wet, heeft ontvangen. De bij het verslag te voegen verklaring, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de wet, is ingericht volgens het model dat als bijlage 3 bij deze regeling is opgenomen. De verklaring is gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling beschreven controle- en rapportageprotocol.
-2.
De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend, draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 1 maart van het daaropvolgende subsidiejaar de volgens het model van bijlage 1 bij deze regeling opgenomen "Voorlopige volume- en financile informatie" heeft ontvangen.
-3.
Bij de indiening van de in dit artikel genoemde bijlagen 1, 2 en 3 maakt de gemeente gebruik van de daarvoor door de minister verstrekte formulieren, die zijn ingericht overeenkomstig de in die leden bedoelde modellen en zijn voorzien van een voor iedere gemeente uniek kenmerk.

 

Art. 6a. Aanvullende informatievoorziening
De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend, draagt er zorg voor dat de minister desgevraagd aanvullende informatie of gegevens die verband houden met de uitvoering van de wet binnen een daartoe door hem vastgestelde termijn en op een door hem aangegeven wijze heeft ontvangen.

 

Art. 6b. Verstrekken van gegevens of informatie aan derden
Op verzoek van de minister verstrekt de gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend gegevens of informatie, bedoeld in de artikelen 6 en 6a, aan personen of instanties die in zijn opdracht informatie vragen of de gegevens bewerken.

 

Art. 6c. Verantwoording subsidiejaar 2003
Artikel 6 van de Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, blijft van toepassing op het subsidiejaar 2003.

 

Art. 7. Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening in werking treedt.
-2. De bij deze regeling behorende bijlagen liggen met ingang van 1 januari 1998 ter inzage bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

1.  Raadpleeg voor bijlage 1 Staatscourant 2003, 250 en voor bijlagen 5 en 6 Staatscourant 1999, 248. Bijlage 2 ligt met ingang van 1 november 2003 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van SZW (Stcrt. 2003, 211) en bijlagen 3 en 4 met ingang van 1 juli 2004 (Stcrt. 2004, 134). Bijlage 7 is onderaan deze pagina geplaatst, red.

 

Art. 8. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

s-Gravenhage, 16 december 1997.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert
.

 

 

 

TOELICHTING
[16 december 1997]

 

     De Regeling financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening [ingevolge artikel II, onderdeel D, van de Regeling van 9 december 1999, Stcrt. 1999, 248, is de citeertitel komen te luiden: Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening, red.] geeft voor het jaar 1998 de nadere uitwerking van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening. Deze regeling zal begin 1998 nog worden uitgebreid met een nadere uitwerking van artikel 7 van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening (Verzoek afwijkend budget). De regeling zal in ieder geval jaarlijks worden aangepast in verband met de van jaar op jaar veranderende factoren.
     Voor het subsidiejaar 1998 wordt in totaal voor 85.161,3 standaardeenheden subsidie toegekend aan de gemeenten. Dit aantal standaardeenheden is gebaseerd op de gemiddelde realisatie van het jaar 1996. Vanaf 1999 wordt de toekenning voor het subsidiejaar t gebaseerd op de toekenning van het voorafgaande jaar t-1.
     Aan de realisatie 1996 zijn toegevoegd de herbezettingstaakstelling en de taakstelling op grond van de verkorting wachtlijst, en is nog een kleine bestuurlijke correctie toegepast. Bij de omrekening van arbeidsplaatsen naar standaardeenheden is rekening gehouden met de indeling van de visueel gehandicapten van de in artikel 4 genoemde blindenwerkplaatsen.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 2. Factoren

     De in artikel 2 genoemde factoren zijn als volgt tot stand gekomen.
1. De grondslagfactor betreft de factor waarmee voor het jaar 1998 de realisatie in standaardeenheden van 1996 wordt opgehoogd. De grondslagfactor is voor 1998 als volgt vastgesteld. De landelijke realisatie in ftes bedroeg in 1996 81.449,8. Voor de subsidieberekening 1998 worden deze ftes beschouwd als betrekking hebbend op arbeidsplaatsen die worden vervuld door personen ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig, uitgezonderd de visueel gehandicapten van de aangewezen blindenwerkplaatsen. Deze worden beschouwd als ingedeeld in de categorie ernstig (31,3 extra standaardeenheden). De resulterende 81.481,1 standaardeenheden worden verhoogd met de 2400 standaardeenheden in het kader van de herbezettingstaakstelling. Verder vindt een bestuurlijke correctie plaats van -47,9 standaardeenheden. De landelijke grondslag voor 1998 wordt zo 83.833,2 standaardeenheden groot, hetgeen een verhoging betekent van het aantal van 81.481,1 met een factor 1,02887. De grondslagfactor is gesteld op 1,02887.
2. De gemeentelijke vacatureruimte wordt bepaald door een percentage te nemen van het netto uitstroompercentage vermenigvuldigd met de grondslag. Voor 1998 is het percentage op 75% gesteld (de gemeentelijke vacatureruimtefactor).
3. De landelijke vacatureruimte voor 1998 omvat de som van de gemeentelijke vacatureruimtes (3062,0 standaardeenheden), verhoogd met 1328 standaardeenheden ten behoeve van de wachtlijstverkorting. Hiermee is de som van de gemeentelijke vacatureruimtes verhoogd met een factor 1,43370 (de landelijke vacatureruimtefactor).
4. Voor het jaar 1998 is bepaald dat voor een persoon ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie ernstig een kwart meer subsidie kan worden ingezet dan voor een persoon ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig of licht. Daarmee is de factor voor een arbeidsplaats van een persoon die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie ernstig in 1998 1,25 en de factor voor een arbeidsplaats van een persoon die is ingedeeld in licht 1.
5. Het totaal aantal toegekende standaardeenheden voor 1998 bedraagt 85.161,3 en omvat de grondslag (83.833,2) verhoogd met de 1328 standaardeenheden ten behoeve van de wachtlijstverkorting. De landelijke toekenning 1998 is daarmee ten opzichte van de realisatie 1996 een factor 1,04517 hoger (de landelijke toekenningsfactor).

 

Artikel 3. Beschikbare begrotingsmiddelen

     In artikel 3, eerste lid, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening is aangegeven dat de subsidie per standaardeenheid wordt bepaald door het beschikbare macrobedrag te delen door het landelijke toegekende aantal standaardeenheden. Het beschikbare macrobedrag voor het subsidiejaar 1998 wordt bepaald door het totaal van de voor de uitvoering van de wet in 1998 beschikbare middelen, nadat daarop in mindering zijn gebracht de middelen die nodig zijn voor de uitvoering van artikel 8, zevende lid (afwijkend budget, reservering 20 miljoen), voor artikel 4, eerste en tweede lid (garantiefactoren), en andere middelen die in onderhavig artikel worden genoemd.
     Voor het subsidiejaar 1998 zijn de genoemde andere middelen de scholingsmiddelen en de middelen die ingezet kunnen worden voor de incentivepremies. Deze laatste vloeien voort uit artikel 5 van de Regeling financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening onder de oude Wet Sociale Werkvoorziening. Verder worden van de gereserveerde middelen van 23 miljoen in verband met arbeidsvoorwaarden 1998 onder c en d nog afgezonderd 2 miljoen ten behoeve van het Centraal Kinderopvangfonds en 1 miljoen ten behoeve van de Stichting beheer collectieve middelen sociale werkvoorziening i.o. De resterende 20 miljoen zullen worden gevoegd bij de arbeidsvoorwaardenruimte die bij voorjaarsnota beschikbaar zal komen, te verdelen naar toekenning in aantal standaardeenheden voor 1998. Op dat moment wijzigt derhalve de subsidie per standaardeenheid.

 

Artikel 5. Begeleid werkers sociale verzekeringsregelingen

     Artikel 5 heeft betrekking op de personen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening. Het gaat daarbij om personen die per 31 december 1997 werkzaam waren met toepassing van de artikelen 11 en 12 van de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid en de Regeling vergoeding persoonlijke ondersteuning gehandicapte werknemers. Deze personen worden voor de financiering ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig (artikel 9, tweede lid, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening). Gemeenten kunnen voor deze personen extra subsidie aanvragen (artikel 10, zesde lid, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening). Deze aanvraag moet zijn ingericht volgens het model van bijlage 1 bij deze regeling. Gemeenten ontvangen ten behoeve van de arbeidsplaatsen voor deze personen een subsidie naar de arbeidshandicapcategorie matig en naar rato van het aantal uren van de aangegane arbeidsovereenkomst. Bij de toekenning voor het jaar 1999 en 2000 aan de betreffende gemeenten wordt met deze extra arbeidsplaatsen (uitgedrukt in standaardeenheden) rekening gehouden.

 

Artikel 6. Verstrekking subsidie aan de gemeente

     Voor de jaren 1998 en 1999 geldt een overgangstermijn waarin de bestuurlijke eenheden die ook in 1997 subsidie ontvingen in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening, in eerste instantie aanspreekpunt voor het Rijk zijn wat betreft verlening, betaling en vaststelling van de subsidie. Wanneer gemeenten in verband met uittreding uit een bestaand samenwerkingsverband gezamenlijk besluiten de middelen vanaf 1998 of 1999 op een andere wijze toebedeeld te krijgen, dan dienen zij daarvoor gezamenlijk een verzoek in bij de minister. In dit verzoek worden [wordt door, red.] de uittredende gemeente(n) en het eventueel overblijvende deel van het oorspronkelijke samenwerkingsverband aangegeven aan wie de rijkssubsidie moet worden betaald, met daarbij een opgave van de verdeling van de toekenning in aantal standaardeenheden. Het schriftelijke verzoek moet voor het jaar 1998 worden gedaan vr 15 februari 1998.
     Voor het jaar 1999 moet het verzoek zijn ingediend vr 1 september 1998. Aangezien op dat moment nog niet bekend is hoe de toekenning voor het jaar 1999 zal luiden, kunnen de betreffende gemeenten volstaan met het verzoek. De in de bijlage gevraagde verdeling dienen de betreffende gemeenten in te dienen vr 1 december 1998. De gemeenten die dit betreft, krijgen te gelegener tijd hierover nadere informatie van de minister.

 

Artikel 7. Inwerkingtreding

     De bij deze regeling behorende bijlagen liggen ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voorts zullen de bijlagen aan alle gemeenten en samenwerkingsverbanden worden toegezonden.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
.

 

 

 

BIJLAGE  7

behorende bij de Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening,
artikel 6, vierde lid [Stcrt. 1999, 248, red.]

Informatiebehoefte Wsw toezichtsgegevens, te registreren in gemeentelijke administratie

 

De hierna genoemde hoofdstukken en artikelen corresponderen met de tekst van de Wet sociale werkvoorziening.

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen (artikel 1)


Artikel 1
Aantekening, indien dit speelt, van gemeenschappelijke regeling op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsmede samenstelling van dit openbaar lichaam.
Overige in dit artikel genoemde onderwerpen worden geregeld bij hoofdstuk 5: De indicatie.

 

Hoofdstuk 2. De gemeentelijke sociale werkvoorziening (artikelen 2, 4, 5 en 6)


Artikel 2
Algemeen:

Aantal ingezetenen (behorend tot de doelgroep) die blijkens een (her)indicatiebeschikking tot de doelgroep behoren, waarmee de gemeente of het openbaar lichaam een dienstbetrekking krachtens arbeidsovereenkomst heeft afgesloten (de mate waarin bevorderingsplicht is gerealiseerd).
Aantekening dat arbeidsovereenkomsten zijn vastgesteld conform de bepalingen van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek.
Vastleggen in arbeidsovereenkomst van het aantal te werken uren per week.
Indien relevant, aanwezigheid van aanwijzingsbesluit waarin geregeld de inhoud van de rechtsbetrekking tussen gemeente en betrokken rechtspersoon. Duidelijkheid gegeven over de feitelijke verantwoordelijkheidsverdeling onder handhaving van bestuurlijke verantwoordelijkheid van gemeente voor de uitvoering.

Artikel 4
Uit een document moet blijken op welke wijze de samenwerking tussen betrokken partijen gestalte krijgt, specifiek ten aanzien van de in artikel 4 beschreven doelgroepen.

Artikel 5
Model of richtlijnen waaruit objectieve prijsstelling op grond van calculatie blijkt.

Artikel 6
Persoonsniveau:
Datum opzegging dienstbetrekking bij gebleken niet-medewerking aan herindicatie.
Datum opzegging dienstbetrekking bij gebleken weigering meewerken aan het behoud dan wel het bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid: aanwezigheid van advies hierover van indicatiecommissie.
Datum opzegging dienstbetrekking, indien niet meer behorend tot de doelgroep:
- aangegeven datum beschikbaarheid alternatieve opvangmogelijkheid;
- vaststellen datum weigering van aanbod passende arbeid;
- aanwezigheid onaantastbaar geworden herindicatiebeschikking.

 

Hoofdstuk 3. Subsidieverstrekking door de gemeente (artikel 7 en Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening en de daarop gebaseerde regeling)


Artikel 7
Algemeen:

Aangeven op welke wijze gemeente toezicht houdt op de begeleidingsorganisatie(s).
Controle zichtbaar of personen die feitelijke begeleiding geven, verbonden zijn via contract of overeenkomst aan de rechtspersoon die tot doel heeft de inpassing en begeleiding te verrichten.
Zichtbare verificatie op overige controlepunten ex artikel 6 van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.
Vastlegging van gemaakte afspraken met de werkgever, waaronder de (loon)kostensubsidie en vergoeding als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.
Persoonsniveau:
In voorkomende situaties (na zes maanden ex artikel 4, tweede lid, van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening) vastlegging van de mededeling van de gemeente dat aan betrokkene automatisch toestemming wordt verleend om zelf te voorzien in een begeleid-werkenplaats.
Aanwezigheid afschrift van de arbeidsovereenkomst, waarin in ieder geval het aantal werkuren per week is vastgelegd.
Vastlegging gemiddelde begeleidingstijd inclusief op de werkplek uitgedrukt in een percentage (artikel 5 van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening).

 

Hoofdstuk 4. Subsidie aan de gemeente (artikelen 8, 9 en 10; ten aanzien van artikel 10 zijn nog geen nadere vast te leggen gegevens geformuleerd)


Artikel 8
Zie hoofdstuk 2. Algemeen; arbeidsovereenkomsten.

Artikel 9, eerste lid, onderdeel a
Algemeen:

Het aantal in het betreffende jaar gerealiseerde arbeidsjaren uit dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten op basis van volledige werkweken.
Persoonsniveau:
De arbeidshandicapcategorie, zoals vastgesteld door de gemeente naar aanleiding van het advies van de indicatiecommissie en de eventuele afwijking van het advies met motiverende redenen door gemeente.

Artikel 9, eerste lid, onderdeel b
Persoonsniveau:

Aanwezigheid van onaantastbaar geworden herindicatiebeschikking met betrekking tot vaststelling "niet meer behorend tot de doelgroep".
Datum feitelijke beschikbaarheid alternatieve opvangmogelijkheid.
Datum weigering aanbod van passende arbeid onder normale omstandigheden.
Aantekening dat geldende opzegtermijn is toegepast.

Artikel 9, eerste lid, onderdeel c
Vindt uitwerking in alle hier weergegeven artikelen

Artikel 9, eerste lid, onderdeel d
Algemeen:

Aanwezigheid bestemmingsbesluit in het jaar na het jaar van verlening ten aanzien van besteding subsidieoverschot (niet eventueel positief exploitatiesaldo!) voor Wsw- dan wel Wiw-uitvoering. Tevens aangeven van termijn waarbinnen feitelijke besteding moet plaatsvinden.
Weergave van de feitelijke besteding van subsidieoverschot van de subsidie voor het jaar "t" (op betreffende jaaropgave die correspondeert met de aangegeven termijn).

 

Hoofdstuk 5. De indicatie (artikelen 3, 11 en 12 en Besluit indicatie sociale werkvoorziening en de daarop gebaseerde regeling)


Artikelen 11 en 12:
Algemeen:

De aanwezigheid gemeentelijk besluit (gemeenteraadsbesluit) over taak en werkwijze commissie en gemeente bij (her)indicatie en voorgenomen opzegging van dienstbetrekking; hierin c.q. op grond hiervan is vastgelegd:
- de functionele samenstelling van de indicatiecommissie (conform de wet, het Besluit indicatie sociale werkvoorziening en de Regeling indicatie sociale werkvoorziening) plus een verklaring dat er geen sprake is van incompatibiliteiten;
- indien van toepassing, functiebeschrijving aanwezig van ambtelijke ondersteuning van de commissie;
- het voorgeschreven kwaliteitszorgsysteem met beschrijving van de verschillende onderdelen/stappen;
- volgens artikel 9, tweede en derde lid, van de Regeling indicatie sociale werkvoorziening.
Aanwezigheid van mandateringsregeling van besluitvorming aan gemeenteambtenaar met betrekking tot de indicatievaststelling.
Persoonsniveau:
- Aanvraag

Aanvraag van betrokkene.
Datum ontvangst aanvraag.
Ondertekening aanvraag.
In geval van niet zelf ondertekening: reden zichtbaar.
Toestemming van betrokkene zichtbaar voor raadpleging relevante experts.
Afschrift aanwezig van bewijs van inschrijving in gemeente.
Afschrift aanwezig van inschrijving als werkzoekende bij Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
- Advies indicatiecommissie
Datum ontvangst van adviesaanvraag door commissie aan te tekenen op het advies.
Aanwezigheid advies.
Datum advies.
Schriftelijk rapport van het gehouden onderzoek toegevoegd.
- De indicatie
Zichtbaarheid van vaststelling door gemeente van volledigheid onderzoeksrapport bij advies (onderwerpen ex artikel 3 van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening).
Tijdigheid vaststelling indicatie: datum vastleggen van vaststelling indicatie.
Beschikking ex artikel 11, eerste lid, van de wet aanwezig.
Volledigheid indicatiebesluit:
- advies van de indicatiecommissie aanwezig;
- geldigheidsduur vermeld conform Regeling indicatie sociale werkvoorziening;
- vaststelling behorend tot doelgroep (zie facetten artikel 1, eerste lid, van de wet);
- indeling betrokkene in n van de drie arbeidshandicapcategorien inclusief aanduiding van prestatieniveau ex artikel 6, vijfde lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening;
- beschrijving van in eerste aanleg noodzakelijk bevonden voorzieningen of maatregelen van/in werkomstandigheden met betrekking tot het verrichten van arbeid van betrokkene;
- oordeel over eventuele toepassing hoofdstuk 3 van de wet (aangeven of betrokkene in aanmerking komt);
- oordeel over eventuele toepassing van scholingstraject;
- kennisgeving indicatie aan aanvrager en rechtspersoon ex artikel 2, derde lid, van de wet.
- Herindicatie
Tijdigheid aanvraag advies tot herindicatie: datum.
Herindicatieadvies en onderzoeksrapport in dossier aanwezig.
Datum herindicatiebeschikking.
Geldigheidsduur herindicatie vermeld.
Bij herindicatie in situaties als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening, vaststelling dat herindicatie beperkt is gebleven tot beoordeling van het in staat zijn tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet.

N.B: Gn indicatie van personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet werkzaam waren met toepassing van de artikelen 11 en 12 van de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid en de Regeling vergoeding persoonlijke ondersteuning gehandicapte werknemers; zie artikel 8, eerste en tweede lid, van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.

- Lijst van ingezetenen behorend tot doelgroep en wachtlijst
Aanwezigheid van lijst van ingezetenen die tot de doelgroep van de wet behoren.
Apart of als te onderscheiden onderdeel van de "lijst van ingezetenen behorend tot de doelgroep" aanwezig de wachtlijst met gendiceerde personen.
Datum aanvraag van gendiceerden zichtbaar op wachtlijst.
Aanwezigheid voorgeschreven persoons- en andere gegevens ex artikel 7, derde lid, onderdeel a tot en met g, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening.
Datum van verwijdering van wachtlijst met reden van verwijdering aangegeven (ex artikel 7, vierde lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening).
Terugkeergarantieregelingen conform artikel 7, zesde, zevende en achtste lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening:
- op verzoek betrokkene;
- bewaking van de werkingsduur garantieregeling.
- Overgangsrecht bestaande wachtlijst
Tijdigheid indicatie personen op wachtlijst ex artikel 1, onderdeel b, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening, zoals dit besluit luidde tot datum inwerkingtreding Wsw: aangeven datum van indicatie betrokkene.
Juistheid volgorde van plaatsing = conform datum waarop persoon was toegelaten tot personenkring van de WSW (deze oorspronkelijke datum vermelden).
- Overgangsrecht terugkeergarantie
Voor bedoelde personen terugkeer op wachtlijst zonder indicatie of herindicatie.
Datum verwijdering van oude wachtlijst.
Datum ingang garantieplaatsing op nieuwe wachtlijst.
Voor betrokken personen tevens bij voorrang arbeidsovereenkomst c.q. dienstbetrekking aangeboden bij onvrijwillige werkloosheid (bij dienstbetrekking onvrijwillige werkloosheid binnen n jaar); conform artikel 12, tweede en derde lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening.

 

Hoofdstuk 6. Toezicht en informatie (artikelen 13, 14 en 15; ten aanzien van de artikelen 14 en 15 zijn nog geen nadere vast te leggen gegevens geformuleerd)


Artikel 13
Aan de administratie zijn eisen van controleerbaarheid van de besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsprocessen gesteld.

 

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen (artikelen 16, 17, 18 en 20)


Artikel 16
Alle dienstbetrekkingen van vlak vr het inwerking-treden van de Wsw alsmede de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen zijn gehandhaafd.

Artikel 20
Instelling ondernemingsraad (toetspunt in jaar waarin de tweejaarstermijn verloopt)

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x