Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet sociale werkvoorziening
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

REGELING  STATISTIEK
WET  SOCIALE  WERKVOORZIENING

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. 15:1 Ruswbw)

 
 

28 juni 1999, Stcrt. 1999, 122
Inwerkingtreding: 1 januari 2000
(T.a.v. art. 13:5 Wsw)

 

 

 

 
28 juni 1999/nr. A&O/99/25218
Directie Analyse & Onderzoek

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 13, vijfde lid, van de Wet sociale werkvoorziening;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
-1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet sociale werkvoorziening;
b. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. In deze regeling wordt onder de gemeente tevens verstaan de gemeente die:
a. personen op de wachtlijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening, heeft staan voor wie door het Rijk over het betreffende kalenderjaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend;
b. één of meer dienstbetrekkingen is aangegaan dan wel één of meer arbeidsovereenkomsten tot stand heeft doen komen met personen die behoren tot de doelgroep van de wet, voor wie door het Rijk over het betreffende kalenderjaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend.

 

Art. 2. Statistische basisgegevens
-1. De gemeente waaraan over een subsidiejaar de subsidie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, is verleend, registreert over elke halfjaarsperiode ten behoeve van de uitvoering van artikel 14, eerste lid, van de wet de in bijlage 1 bij deze regeling vastgestelde gegevens ten aanzien van personen die in de betreffende halfjaarsperiode:
a. zijn onderworpen aan een besluit van de gemeente omtrent toelating tot de doelgroep van de wet;
b. op de wachtlijst van de gemeente staan;
c. die een dienstbetrekking met de gemeente hebben; of
d. die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de wet hebben die de gemeente tot stand heeft doen komen.
-2. De in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens worden telkenmale binnen zes weken na afloop van de desbetreffende halfjaarsperiode door de gemeente rechtstreeks verstrekt aan een daartoe door de minister aangewezen bewerker. Als bewerker is aangewezen Research voor Beleid BV te Leiden.
-3. De gemeente verstrekt de in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens op een door de bewerker, bedoeld in het tweede lid, te bepalen wijze.
-4. De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend en over dat subsidiejaar de wachtlijst beheert, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening, draagt er zorg voor dat in de gemeentelijke administratie informatie wordt vastgelegd over de opvang van personen buiten het kader van de wet die op 31 december 1997 tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behoorden, zoals die wet luidde tot de datum van inwerkingtreding van de wet, en die na een herindicatie, bedoeld in artikel 11 van de wet, niet tot de doelgroep van de wet behoren. De informatie wordt ingericht overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling, welke ten minste eenmaal per kwartaal wordt geactualiseerd en ten minste gedurende vijf jaren wordt bewaard.

 

Art. 3. De bewerker
-1. De bewerker verwerkt de persoonsgegevens op een door de minister te bepalen wijze.
-2. De persoonsgegevens worden slechts in opdracht van de minister aan derden verstrekt ten behoeve van onderzoek waarvoor de persoonsgegevens noodzakelijk zijn.

 

Art. 4. Vervallen.

 

Art. 5. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.

 

Art. 6. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling statistiek Wet sociale werkvoorziening.

 

     Deze regeling zal met de toelichting en bijlage 1 in de Staatscourant worden geplaatst. Bijlage 2 wordt met ingang van 1 januari 2000 ter inzage gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant

1. Bijlage 1 ligt met ingang van 4 oktober 2002 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van SZW (Stcrt. 2002, 190).  Bijlage 2 en 3 liggen met ingang van 1 januari 2000 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van SZW (Stcrt. 1999, 248), red.

 

’s-Gravenhage, 28 juni 1999.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries.

 

 

 

TOELICHTING
[28 juni 1999]

 

Algemeen

 

     Op 1 januari 1998 is de nieuwe Wet sociale werkvoorziening (Wsw) inwerking getreden. Door de gewijzigde bestuurlijke en financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten is de informatievoorziening destijds aangepast. Deze heeft zijn weerslag gekregen in de Regeling informatie sociale werkvoorziening 1998 (Stcrt. 1997, 244). Voor 1999 is een soortgelijke regeling opgesteld: de Regeling informatie sociale werkvoorziening 1999 (Stcrt. 1998, 244). Beide regelingen betreffen de gehele informatievoorziening van de gemeenten naar het Rijk.
     In de toelichting op genoemde regelingen is reeds melding gemaakt van het voornemen om de verstrekking van statistische informatie door de gemeenten aan het Rijk vanaf het jaar 2000 anders vorm te geven. In het verlengde van de situatie onder de "oude" WSW verstrekken de gemeenten de informatie over de doelgroep en over de uitvoering van de Wsw thans in de vorm van tabellen. Deze vorm van informatieverstrekking heeft als nadeel dat als nieuwe beleidsvragen tot een wijziging in de benodigde informatie leiden, alle afzonderlijke gemeenten worden geconfronteerd met de noodzaak om de bij hen rustende gegevens uit de uitvoeringsadministratie in een gewijzigde vorm te bewerken.
     Een informatievoorziening waarin de gemeenten (waaronder, gelet op artikel 1, tweede lid, van de wet, ook samenwerkingsverbanden van gemeenten worden verstaan) slechts vooraf vastgestelde uitvoeringsgegevens hoeven te verstrekken die op een centraal punt worden verwerkt tot de benodigde informatie, heeft belangrijke voordelen. De gemeenten worden ontlast van de noodzaak zelf bewerkingen op hun administratieve gegevens uit te voeren. Voor het ministerie ligt het voordeel er vooral in dat snel op nieuwe beleidsvragen kan worden ingespeeld.
     Op het verwante terrein van de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) wordt deze werkwijze eveneens gehanteerd, terwijl deze al gedurende langere tijd gebruikelijk is bij de samenstelling van bijvoorbeeld de statistiek van de Algemene bijstandswet.
     De onderhavige ministeriële regeling betreft alleen de statistische informatievoorziening door de gemeenten aan het Rijk. De nieuwe regeling heeft betrekking op de periode vanaf 1 januari 2000. Over het jaar 1999 blijft de bestaande Regeling informatie sociale werkvoorziening 1999 van kracht. Dit betekent onder andere dat de gemeenten en samenwerkingsverbanden vóór 1 maart 2000 de jaarstatistiek in tabelvorm verstrekken.
     Naast statistische informatievoorziening verstrekken de gemeenten ook andere informatie aan het Rijk (jaaropgave, accountantsverklaring, protocol ten behoeve van controlewerkzaamheden, voorlopige financiële informatie, voorlopige volume-informatie en toezichtsgegevens). Deze informatievoorziening zal in de loop van dit jaar, naar vorm en inhoud ten opzichte van de jaren 1998 en 1999 goeddeels ongewijzigd, worden opgenomen in de Regeling financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening [zie Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening, red.].
     In ieder geval over het jaar 2000 blijft de huidige jaarstatistiek Wsw in tabelvorm gehandhaafd, naast de nieuwe in deze regeling vastgestelde statistiek op persoonsniveau. Dit is opgenomen in artikel 4 van de onderhavige regeling. Belangrijkste reden daarvoor is dat het huidige niveau van informatievoorziening gewaarborgd is, ook als zou blijken dat de nieuwe statistiek aanloopproblemen heeft.
     Als de nieuwe statistiek op persoonsniveau voldoende volledig en betrouwbaar blijkt, komt de jaarstatistiek in tabelvorm te vervallen. Dat gedurende een beperkte periode vergelijkbare informatie langs twee wegen wordt verstrekt, is voor de gemeenten slechts een beperkte belasting. De jaarstatistiek in tabelvorm zal naar vorm en inhoud ongewijzigd ten opzichte van die over de jaren 1998 en 1999 worden vastgesteld. De in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen jaarstatistiek in tabelvorm zal vanaf 1 januari 2000 in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter inzage liggen. De bijlage zal overigens te zijner tijd aan alle gemeenten en samenwerkingsverbanden worden toegezonden.
     Over de inhoud en het gebruik van de nieuwe Wsw-statistiek op persoonsniveau is overleg gevoerd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Deze is hiermee akkoord. Over de administratief-technische aspecten is intensief contact geweest met de uitvoeringsorganisaties. De in deze regeling vastgelegde werkwijze stuit bij hen evenmin op bezwaren.
     Hieronder wordt nu nader ingegaan op de nieuwe Wsw-statistiek op persoonsniveau.

 

Toegang tot de gegevens en privacybescherming


     De gemeenten stellen de statistische gegevens op persoonsniveau in formele zin ter beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De feitelijke gegevensverzameling en -bewerking wordt door de minister in handen gelegd van een extern bureau dat deze werkzaamheden in zijn opdracht uitvoert. In de Staatscourant zal te zijner tijd bekend worden gemaakt wie door de minister als bewerker is aangewezen.
     De verzameling, bewerking en bewaring van de gegevens zal plaatsvinden onder de volledige verantwoordelijkheid van de minister. De positie van deze externe bewerker is hiermee niet wezenlijk anders dan die van bijvoorbeeld een administratiekantoor ten opzichte van het bedrijf waarvoor deze de personeelsadministratie verzorgt.
     De persoonsgegevens worden slechts aan derden verstrekt in opdracht van de minister. Deze zal dit alleen doen als gegevensverstrekking noodzakelijk is ten behoeve van nader onderzoek. Artikel 3, tweede lid, bevat de waarborg omtrent een dergelijk beperkt gebruik van de gegevens. Waar dat gepast is, zullen in de overeenkomst met de externe bewerker zo nodig aanvullende voorwaarden worden gesteld. De minister zal de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op de hoogte stellen van dergelijk onderzoek waarvoor de gegevens uit deze statistiek worden gebruikt.
     Gegevens over herkenbare individuele gemeenten zullen niet aan derden ter beschikking worden gesteld en evenmin aan gemeenten of andere organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wsw. Overigens zijn partijen die, in welke vorm dan ook, de beschikking krijgen over gegevens die op grond van deze regeling zijn verstrekt, zonder meer onderworpen aan de algemene wettelijke bepalingen omtrent de privacybescherming.
     Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan op grond van diens instellingswet van de minister verlangen dat alle gegevens worden verstrekt. In de te verstrekken gegevens is het sociaal-fiscaal nummer opgenomen om de gegevens over de Wsw die over verschillende perioden zijn verkregen, met elkaar in verband te kunnen brengen. Op grond van de Wsw is de gemeente bevoegd het sociaal-fiscaal nummer in de administratie op te nemen. Omdat de onderhavige regeling onderdeel uitmaakt van de wetgeving, is de verstrekking daarvan ten behoeve van de statistiek een vereiste voor de uitvoering van de wet.

 

Partijen die gegevens verstrekken


     De nieuwe wijze van informatieverstrekking op persoonsniveau die met de onderhavige statistiek wordt geïntroduceerd, brengt geen verandering wat betreft de personen over wie de gemeente rapporteert. De te verstrekken statistische basisgegevens sluiten qua personen volledig aan op de financiële en beleidsmatige verantwoordingsstukken die de gemeenten verstrekken. De personen op de wachtlijst, met een dienstbetrekking of met een arbeidsovereenkomst die de gemeente betrekt bij de voorlopige volume-informatie, jaarstatistiek en jaaropgave, zijn ook de personen waarover de gemeente de statistische basisgegevens verstrekt. In grote lijnen zijn dat:
a. alle personen omtrent wie de gemeente in deze periode een besluit omtrent toelating tot de doelgroep van de Wsw heeft genomen;
b. alle personen die op de eigen wachtlijst staan en die allen ingezetene zijn van de gemeente;
c. alle personen die vanaf 1 januari 1998 tot het werknemersbestand zijn toegelaten (dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten, bedoeld in artikel 7 van de wet), eveneens allen ingezetene van de gemeente;
d. alle personen die reeds vóór 1 januari 1998 tot het werknemersbestand behoorden en van wie, ongeacht of deze ingezetene zijn of niet, de dienstbetrekking is voortgezet met de gemeente.
     Op het moment van inwerkingtreding van de onderhavige statistiek zal de huidige overgangsperiode met betrekking tot de financiering zijn beëindigd. Dat brengt echter geen wijziging in het uitgangspunt dat de personen die de gemeente betrekt bij de financiële en beleidsmatige verantwoordingsstukken, ook de personen zijn over wie de gemeente statistische informatie verstrekt.

 

Wijze van gegevensverstrekking


     De gegevensverstrekking van de statistische informatie op persoonsniveau vindt tweemaal per jaar plaats over de daaraan voorafgaande halfjaarsperiode. Hiervoor is met name gekozen in verband met de noodzaak om ten behoeve van begrotingsvoorbereiding en bestuurlijk overleg met de gemeenten tijdig over de noodzakelijke informatie te beschikken.
     De gemeenten verstrekken de gegevens binnen zes weken na afloop van de betreffende halfjaarsperiode. Dit betekent dat de bewerker uiterlijk 15 augustus de beschikking heeft over de gegevens met betrekking tot de eerste halfjaarsperiode en uiterlijk 15 februari van het daaropvolgende jaar die met betrekking tot de tweede halfjaarsperiode.

 

Inwerkingtreding


     De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000. Dat houdt in dat de gemeenten vanaf deze datum voor alle personen uit de doelgroep een registratie voeren conform de vereisten van de statistiek op persoonsniveau. De daadwerkelijke gegevensverstrekking zal eerst medio augustus 2000 plaatsvinden en wel met betrekking tot de periode 1 januari tot en met 30 juni 2000.
     Het voornemen was oorspronkelijk de statistiek op een eerder moment vast te stellen. Door de eerste informatieverstrekking op grond van de nieuwe wetgeving af te wachten, was er de mogelijkheid om gebleken onduidelijkheden te verwerken. Ook met deze latere publicatie hebben de gemeenten ruime gelegenheid de administraties zo nodig aan te passen.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 1, tweede lid

     Zoals hieronder bij artikel 2 is toegelicht, dienen alle gemeenten die subsidie ontvangen de statistische gegevens te verstrekken. Met de gelijkstellingsbepaling van artikel 1, tweede lid, geldt deze verplichting ook voor de gemeenten aan wie het Rijk over het betreffende jaar geen subsidie heeft verstrekt. Daarbij zal het met name gaan om gevallen waarin de gemeente heeft besloten de Wsw zelfstandig te gaan uitvoeren. Zonder deze gelijkstelling zouden van deze gemeenten geen statistische informatie worden verkregen, omdat het in zo’n situatie kan voorkomen dat zij nog niet direct aanspraak kunnen maken op subsidie van het Rijk. Deze gemeenten dienen ook in het kader van de financiële verantwoording opgaven te doen van de personen die op de wachtlijst zijn geplaatst of die daadwerkelijk werkzaam zijn.

 

Artikel 2

     De regeling richt zich tot de gemeenten die in het betreffende kalenderjaar subsidie ontvangen. Op dit punt is de regeling overeenkomstig die van de huidige Regeling informatie sociale werkvoorziening 1999. Uitzondering hierop zijn de gemeenten die weliswaar personen op de wachtlijst of werknemers hebben, maar daarvoor nog geen subsidie ontvangen. Dit wordt in artikel 1, tweede lid, geregeld.
     Voor de feitelijke gegevensverstrekking dienen nog nadere technische afspraken te worden gemaakt tussen de bewerker en de gemeenten. Het derde lid voorziet hierin.
     Het begrip "bewerker" is overgenomen uit de algemene wetgeving omtrent de privacybescherming. Het gaat hierbij om een partij die ten behoeve van een verantwoordelijke feitelijk de gegevens verwerkt en daarbij geheel overeenkomstig de instructies van die verantwoordelijke handelt. De bewerker neemt zelf geen enkele beslissing over het gebruik van de gegevens, het verstrekken daarvan aan derden, de duur van de gegevensopslag en dergelijke.

 

Artikel 3

     In dit artikel komt tot uitdrukking dat de bewerker onder volledige regie en verantwoordelijkheid staat van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en dat de gegevens alleen aan derden kunnen worden verstrekt ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. In het algemene deel van deze toelichting is al ingegaan op de betekenis hiervan.

 

Artikel 4

     Dit artikel zorgt ervoor dat de Wsw-statistiek in tabelvorm, analoog aan die van de jaren 1998 en 1999, in ieder geval over het jaar 2000 nog door de gemeenten moet worden opgesteld. In het algemeen deel van deze toelichting is dit reeds aangegeven. Deze statistiek wordt door de gemeenten vóór 1 maart 2001 bij de externe bewerker ingediend die ook de nieuwe statistiek op persoonsniveau verzorgt.

 

Artikel 5

     De verplichting tot registratie van de gegevens op persoonsniveau treedt in werking op 1 januari 2000, evenals die om binnen zes weken na afloop van een halfjaarsperiode de gegevens binnen zes weken te verstrekken aan de nog aan te wijzen bewerker. De eerste feitelijke verstrekking zal derhalve uiterlijk 15 augustus 2000 plaatsvinden en betrekking hebben op de personen die in de periode 1 januari tot en met 30 juni 2000 gedurende kortere of langere tijd tot de wachtlijst of het werknemersbestand behoorden of ten aanzien van wie de gemeente in deze periode een besluit omtrent toelating tot de doelgroep van de Wsw heeft genomen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries
.

 

 

 

BIJLAGE  1
[28 juni 1999]

Statistiek sociale werkvoorziening

 

Administratieve gegevens
1 Statistiekjaar en halfjaarsperiode [jjjjh]
2 Verantwoordelijke gemeente of Wgr-verband [1234]
3 Statistiekcodexxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx 09
4 Organisatie [12]
Persoonsgegevens
5 Datum invoering administratie [jjjjmmdd]
6 Registratienummer [1234567890]
7 Sofinummer [123456789]
8 Geboortedatum [jjjjmmdd]
9 Geslacht:  
  man 1
  vrouw 2
10 Gemeente van inschrijving [1234]
11 Handicapcode (1) [123]
12 Handicapcode (2) [123]
13 Handicapcode (3) [123]
Advies indicatie
14 Datum van de aanvraag tot indicatie [jjjjmmdd]
15 Aanleiding advisering:  
  indicatie 1
  herindicatie wachtlijst 2
  herindicatie werknemersbestand, twee jaar na plaatsing 3
  herindicatie werknemersbestand, periodiek 4
  herindicatie op eigen verzoek 5
  ontslagaanvraag 6
16 Datum advies [jjjjmmdd]
Indicatiebesluit
17 Datum indicatiebesluit [jjjjmmdd]
18 Besluit doelgroep:  
  behoort tot doelgroep 1
  geen doelgroep: onderzijde 2
  geen doelgroep: bovenzijde 3
19 Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie:  
  besluit doelgroep is in overeenstemming met het advies 1
  besluit doelgroep wijkt af van het advies 2
20 Besluit arbeidshandicap:  
  licht 1
  matig 2
  ernstig 3
21 Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie:  
  besluit arbeidshandicap is in overeenstemming met het advies 1
  besluit arbeidshandicap wijkt af van het advies 2
22 Besluit werkvorm:  
  begeleid werken 1
  niet begeleid werken 2
23 Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie:  
  besluit werkvorm is in overeenstemming met het advies 1
  besluit werkvorm wijkt af van het advies 2
24 Besluit scholing:  
  scholing 1
  geen scholing 2
25 Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie:  
  besluit scholing is in overeenstemming met het advies 1
  besluit scholing wijkt af van het advies 2
26 Besluit ontslag:  
  ontslag 1
  geen ontslag 2
27 Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie:  
  besluit ontslag is in overeenstemming met het advies 1
  besluit ontslag wijkt af van het advies 2
Wachtlijst
28 Datum instroom wachtlijst [jjjjmmdd]
29 Datum uitstroom wachtlijst [jjjjmmdd]
Instroom werknemersbestand
30 (Inkomens)situatie bij instroom in het werknemersbestand:  
  geen inkomen 01
  overdracht van andere gemeente 02
  instroom via terugkeergarantie 03
  inkomen uit Wiw 10
  uitkering werkloosheid (niet Abw) 12
  uitkering ziekte of arbeidsongeschiktheid 13
  uitkering Abw, Ioaw, Ioaz 15
  ander inkomen 16
Dienstbetrekking
31 Begindatum dienstbetrekking [jjjjmmdd]
32 Einddatum dienstbetrekking [jjjjmmdd]
33 Loonschaal [12]
34 Salarisregel [12]
35 Aantal uren per week werkzaam [12]
Arbeidsovereenkomst (begeleid werken)
36 Begindatum arbeidsovereenkomst [jjjjmmdd]
37 Einddatum arbeidsovereenkomst [jjjjmmdd]
38 Aantal uren per week werkzaam [12]
Uitstroom
30 Datum uitstroom werknemersbestand [jjjjmmdd]
40 Reden ontslag uit werknemersbestand:  
  onvoldoende medewerking bevorderen arbeidsbekwaamheid/verkrijgen arbeid 1
  onvoldoende medewerking aan herindicatie 2
  betrokkene behoort niet langer tot de doelgroep 3
  ontslag op eigen verzoek 4
  overige redenen 5
41 Bestemming uitstroom uit werknemersbestand:  
  reguliere arbeid buiten Wsw (doorstroom) 01
  Wsw-plaatsing andere gemeente/Wgr-verband 02
  wachtlijst Wsw 03
  Wiw-dienstbetrekking of -werkervaringsplaats 04
  Rea-plaatsing 05
  studie of opleiding 06
  uitkering ziekte of arbeidsongeschiktheid 07
  VUT of pensioen 08
  andere voorziening 09
xxxxx overige bestemmingen 10

 

 

 

TOELICHTING
[28 juni 1999]

 

Algemeen

 

Aard en inhoud van de Statistiek sociale werkvoorziening


• Met de "Statistiek sociale werkvoorziening" wordt een administratief eenvoudiger en minder aan periodieke wijzigingen onderhevige informatievoorziening over de doelgroep van de Wsw gerealiseerd. Door de verstrekking van basisgegevens (gegevens op het niveau van personen) in plaats van opgaven in tabelvorm behoeven de gemeenten geen bewerkingen meer uit te voeren op de in hun administratie aanwezige gegevens. Bovendien is de informatieverstrekking op deze wijze aanmerkelijk minder aan veranderingen onderhevig als gevolg van wisselende actuele beleidsvragen.
• De met deze statistiek geïntroduceerde nieuwe wijze van verstrekking van beleidsinformatie over de sociale werkvoorziening sluit aan op de statistieken die reeds tot stand zijn gebracht met betrekking tot andere uitkerings- en arbeidsmarktregelingen die door de gemeenten worden uitgevoerd. Mede gezien de ook in de uitvoering reeds bestaande samenhang met de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) is voor de onderhavige statistiek zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de opzet van de Abw-statistiek en de Statistiek Wiw- en Rea-plaatsingen.
• Kenmerkend voor deze nieuwe statistiek is dat de gemeenten halfjaarlijks een geanonimiseerd en gestandaardiseerd gegevensbestand verstrekken over alle personen ten aanzien van wie een besluit is genomen omtrent toelating tot de Wsw, die in afwachting zijn van plaatsing of die daadwerkelijk werkzaam zijn in een dienstbetrekking of een arbeidsovereenkomst (begeleid werken).

 

Relatie met financiële verantwoording


• De Statistiek sociale werkvoorziening staat los van de financiële verantwoording en is gericht op het genereren van beleidsinformatie, ter beantwoording van vragen over de omvang en samenstelling van het personenbestand en over de toepassing en uitwerking van het wettelijk instrumentarium.

 

Relatie met huidige jaarstatistiek


• De Statistiek sociale werkvoorziening vervangt de huidige jaarstatistiek waarmee de gemeenten de voor de landelijke beleidsvoering benodigde informatie in tabelvorm verstrekken en die bij de inwerkingtreding van de nieuwe Wsw in de plaats trad van de daarvoor geldende kwartaal- en jaarstatistieken. Gedurende de eerste periode van de nieuwe statistiek zal deze jaarstatistiek als ijkpunt worden gehandhaafd.
• De inhoud van de statistiek komt in grote lijnen overeen met die van de huidige jaarstatistiek. Dat wil zeggen dat de gegevens en indelingen die ten grondslag liggen aan de jaarstatistiek zijn overgenomen. Op een aantal punten vindt een uitbreiding of wijziging van de gegevensvraag plaats.
• De doelgroep waarover gemeenten in het kader van de nieuwe statistiek gegevens verstrekken, komt geheel overeen met die van de huidige jaarstatistiek. Hieronder zal daarop nader worden ingegaan.

 

Reikwijdte van gegevensverstrekking


• De gegevensverstrekking over een bepaalde halfjaarsperiode heeft betrekking op de personen:
- over wie in de betreffende halfjaarsperiode een indicatiebesluit in het kader van de Wsw is genomen, ongeacht of hierbij sprake was van een afwijzend of toekennend besluit;
- die in het betreffende halfjaar gedurende enige periode op de wachtlijst stonden in afwachting van daadwerkelijke plaatsing in de Wsw, ongeacht of deze personen pas in de loop van het halfjaar op de wachtlijst zijn geplaatst dan wel in de loop van het halfjaar zijn uitgestroomd naar het werknemersbestand of anderszins;
- die in het betreffende halfjaar gedurende enige periode tot het werknemersbestand behoorden, ongeacht of sprake was van een dienstbetrekking bij de gemeente als bedoeld in artikel 2 Wsw dan wel van begeleid werken in het kader van een arbeidsovereenkomst met een werkgever als bedoeld in artikel 7 Wsw en eveneens ongeacht of de betrokkene eerst in de loop van het halfjaar tot het werknemersbestand is gaan behoren dan wel daaruit is uitgestroomd.
• Over personen die (nog) niet tot het werknemersbestand behoren, worden pas gegevens verstrekt nadat het indicatiebesluit is genomen. Dan staat immers vast dat de gemeente over alle relevante gegevens beschikt: persoonskenmerken met inbegrip van toepasselijke handicapcode (kenmerken 5 tot en met 13), de aanleiding tot het advies (kenmerk 15) en de inhoud van het besluit zelf (kenmerken 18 tot en met 27).

 

Verantwoordelijke gemeente/Wgr-verband


• De personen over wie de statistische gegevens worden verstrekt, zijn dezelfde als die waarover op dit moment nog tabelinformatie wordt verstrekt in het kader van de jaarstatistiek. Over dezelfde personen wordt door gemeenten en Wgr-verbanden [Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen, red.] tevens de financiële verantwoordingsinformatie verstrekt. Voor de onderscheiden groepen uit de doelgroep betekent dit in concreto het volgende:
- de gegevens met betrekking tot het advies indicatie (kenmerken 14 tot en met 16), het indicatiebesluit (kenmerken 17 tot en met 27) en de wachtlijst (kenmerken 28 en 29) worden verstrekt door de gemeente waarin de betrokken persoon in de GBA [Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens, red.] staat ingeschreven of door het Wgr-verband waaraan die gemeente zijn taken integraal heeft overgedragen;
- de gegevens met betrekking tot de dienstbetrekking (kenmerken 31 tot en met 35), de arbeidsovereenkomst (kenmerken 36 tot en met 38) en de uitstroom (kenmerken 39 tot en met 41) worden verstrekt door de gemeente of het Wgr-verband waarbij de betrokkene zijn dienstbetrekking heeft of die ten behoeve van diens arbeidsovereenkomst in het kader van begeleid werken een subsidie verstrekt aan een werkgever.

 

Eenheid van berichtgeving


• Van elke persoon omtrent wie een indicatiebesluit is genomen, die op de wachtlijst staat of die tot het werknemersbestand behoort, wordt een apart record aangemaakt. Het record bevat de waarden van alle kenmerken die van de betrokkene bekend kunnen zijn.
• Voor de vermelding van de kenmerken is niet van belang of daarin een wijziging is opgetreden ten opzichte van de voorafgaande halfjaarsperiode. Eerder vermelde gegevens worden derhalve opnieuw verstrekt, ook indien daarin geen wijzigingen zijn opgetreden.

 

Voorbeeld


De betrokkene is na 1 januari 1998 geïndiceerd voor de Wsw. De gegevensverstrekking begint op het moment dat het indicatiebesluit is genomen. In de verstrekking worden de persoonsgegevens opgenomen alsmede de gegevens over het advies en het besluit indicatiestelling. Gedurende de periode dat de betrokkene op de wachtlijst staat, worden de gegevens over de wachtlijst verstrekt. De gegevens over het advies en het indicatiebesluit worden ook verstrekt, ook al vindt daarin geen wijziging plaats. Hetzelfde is het geval gedurende de periode dat de betrokkene tot het werknemersbestand behoort. In de gegevensverstrekking over die periode worden tevens de gegevens vermeld over het advies, het besluit indicatiestelling en de wachtlijst.
• In overleg met de externe bewerker kan tot een andere wijze van berichtgeving worden besloten (bijvoorbeeld uitsluitend de verstrekking van gegevens over mutaties).

 

Begin en einde van berichtgeving over een persoon


• Over een persoon wordt begonnen met informatieverstrekking in de volgende gevallen:
- er is een indicatiebesluit genomen naar aanleiding van een verzoek om toelating tot de Wsw, ongeacht de inhoud van het besluit (doelgroep of geen doelgroep); bij kenmerk 15 (aanleiding advisering) is code 1 (indicatie) vermeld;
- de betrokkene is overgedragen door een andere gemeente en ingestroomd op de wachtlijst of in het werknemersbestand.
• De berichtgeving wordt in de volgende gevallen beëindigd:
- een afwijzend indicatiebesluit ongeacht de aanleiding van het besluit (indicatiestelling op grond van een verzoek om toelating, herindicatie van de wachtlijst of herindicatie van het werknemersbestand); over een afwijzend indicatiebesluit worden slechts eenmaal gegevens verstrekt, namelijk in de verstrekking over het halfjaar waarin het besluit genomen is;
- uitstroom van de wachtlijst voor zover de betrokkene niet in de Wsw is geplaatst, ook in het geval van overdracht aan een andere gemeente. Als de betrokkene van de wachtlijst in het werknemersbestand is ingestroomd, wordt de berichtgeving niet beëindigd, maar worden de gegevens aangevuld met die over de dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst;
- uitstroom uit het werknemersbestand leidt in alle gevallen tot beëindiging van de berichtgeving, ook in het geval van overdracht aan een andere gemeente; als de betrokkene uit het werknemersbestand van de gemeente of van het Wgr-verband verdwijnt, wordt bij kenmerk 39 de datum van uitstroom uit het werknemersbestand vermeld, bij kenmerk 40 de ontslagreden en bij kenmerk 41 een uitstroombestemming.
• Over dezelfde persoon vindt over een halfjaarsperiode afzonderlijke berichtgeving plaats als sprake is van uitstroom uit het werknemersbestand, direct gevolgd door:
- een nieuwe plaatsing op de wachtlijst: in dit geval worden bij de kenmerken 39 en 40 de datum en reden van uitstroom uit het werknemersbestand aangegeven en geldt bij kenmerk 41 het alternatief "terug naar wachtlijst Wsw";
- uitstroom naar een reguliere baan met een terugkeergarantie, waarna vervolgens terugkeer plaatsvindt op de wachtlijst.
     Deze afzonderlijke berichtgeving houdt in, dat het record van de persoon wordt afgesloten bij de uitstroom uit het werknemersbestand en dat er een nieuw record wordt aangemaakt voor dezelfde persoon op het moment dat deze opnieuw instroomt op de wachtlijst. Op deze manier blijven reeds ingevoerde gegevens (in het "oude" record) over de dienstbetrekking en/of arbeidsovereenkomst van deze persoon bewaard. In het nieuwe record wordt, naast de datum van instroom op de wachtlijst, de bestaande informatie onder de kenmerken 1 tot en met 27 overgenomen uit het oude record. Actualisering van de informatie op deze kenmerken vindt vanaf dat moment in het nieuwe record plaats.
• NB: een overgang naar een andere werkvorm binnen de Wsw (dus een arbeidsovereenkomst na beëindiging van een dienstbetrekking of een dienstbetrekking na beëindiging van een arbeidsovereenkomst) telt niet als uitstroom uit het werknemersbestand. De kenmerken 39 tot en met 41 blijven dan ook met nullen gevuld. Kenmerk 30 (situatie bij instroom in het werknemersbestand) blijft om dezelfde reden ongewijzigd. Omdat wisseling van werkvorm niet als uitstroom uit het werknemersbestand geldt, wordt dan ook geen nieuwe berichtgeving gestart. De einddatum van de oude werkvorm wordt aangegeven bij het kenmerk 32 (einddatum dienstbetrekking) of 37 (einddatum arbeidsovereenkomst) en de begindatum van de nieuwe werkvorm wordt aangegeven bij het kenmerk 36 (arbeidsovereenkomst) of 31 (dienstbetrekking).
• Het kan voorkomen dat de betrokkene al eerder van werkvorm heeft gewisseld. Wanneer de betrokkene dan opnieuw wisselt, zijn de kenmerken van de nieuwe werkvorm reeds gevuld met "oude" informatie. In dit geval wordt die oude informatie overschreven en vervangen door de actuele. Als de betrokkene bijvoorbeeld van een arbeidsovereenkomst naar een dienstbetrekking gaat, terwijl hij ooit al eens van een dienstbetrekking naar een arbeidsovereenkomst was gegaan, dan wordt de informatie in het blok Dienstbetrekking (kenmerken 31 tot en met 35) geactualiseerd. Dit betekent dat de informatie over de vroegere dienstbetrekking die was opgenomen in de kenmerken 31, 33, 34 en 35, wordt vervangen door de informatie over de nieuwe dienstbetrekking en dat het kenmerk 32 (einddatum dienstbetrekking) met nullen wordt gevuld.

 

Overzicht van te vermelden kenmerken


• Van de hierna onderscheiden groepen uit de doelgroep worden de daarbij met een "k" gemarkeerde (groepen van) kenmerken vermeld. De met een "u" aangegeven kenmerken worden vermeld als sprake is van uitstroom uit respectievelijk de wachtlijst, dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst.
• Kenmerken die voor een betrokkene (nog) niet van toepassing zijn, worden met nullen gevuld.

Kenmerk,
titel
Nummer Indicatie-
besluit
Plaatsing
wachtlijst
Dienstbe-
trekking
<1998
Dienstbe-
trekking
>1998
Arbeids-
overeen-
komst
Administratieve gegevens 1-4 k k k k k
Persoonsgegevens 5-10 k k k k k
- code Informatiebesluit '97 11     k    
- code Besluit indicatie 11-13 k k   k k
Advies indicatie 14-16 k k   k k
Indicatiebesluit 17-27 k k   k k
Wachtlijst:            
- instroomdatum 28   k k k k
- uitstroomdatum 29   u k k k
Instroom werknemersbestand 30     k k k
Dienstbetrekking 31, 33-35     k k  
- einddatum 32     u u  
Arbeidsovereenkomst 36, 38         k
- einddatum 37         u
Uitstroom 39-41     u u u

 

 
Wijzigingen van kenmerken en peildatum voor berichtgeving


• Een nieuw indicatiebesluit leidt tot een actualisering van de gegevens bij de onderdelen advies indicatie en indicatiebesluit. De voorheen vermelde gegevens worden derhalve vervangen ("overschreven"). Dit geldt zowel voor een herindicatie van personen die op de wachtlijst zijn geplaatst als, voor zover sprake is plaatsing in het werknemersbestand vanaf 1 januari 1998, van personen met een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst.
• Bij gegevens waarin zich een wijziging kan voordoen, is de situatie op de laatste dag van het betreffende halfjaar bepalend. In de praktijk zal het hierbij met name gaan om de gegevens die vermeld zijn bij de onderdelen dienstbetrekking (bijvoorbeeld de loongroep) en arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld het aantal werkzame uren per week).

 

Verzending van de gegevens


• De verantwoordelijke gemeente draagt ervoor zorg dat de statistische gegevens beschikbaar zijn en volledig, correct en tijdig worden verzonden naar de externe bewerker.
• Indien de gemeente meerdere interne of externe organisaties of organisatieonderdelen heeft ingeschakeld bij de uitvoering, kunnen de gegevens worden verstrekt in de vorm van deelbestanden. De verantwoordelijke gemeente draagt zorg voor een gebundelde verzending van deze bestanden aan de externe bewerker. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat er geen lacunes of verdubbelingen in de berichtgeving ontstaan.
• De gemeente kan met de externe bewerker overeenkomen dat verzending plaatsvindt door andere organisaties. Hierbij kan met name worden gedacht aan een externe organisatie die voor de gemeente de Wsw geheel of voor een belangrijk deel uitvoert, zonder dat sprake is van een integrale overdracht van taken op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In onderling overleg wordt vastgesteld onder welke voorwaarden een dergelijke wijze van berichtgeving kan plaatsvinden.
• De externe bewerker wordt de gemeenten nog kenbaar gemaakt.

 

Opbouw record


• Over de technische aspecten van de opbouw van het record zullen de gemeenten die de gegevens verstrekken worden geïnformeerd door de externe bewerker.

 

Periodiciteit en tijdstip van verstrekking


• De gegevens worden binnen zes weken na afloop van het betreffende halfjaar verstrekt.

 

Vorm van gegevensverstrekking


• De gegevens worden in beginsel op een elektronisch leesbare informatiedrager verstrekt. In overleg met de gemeenten zal de gegevensbewerker hiervoor nadere technische richtlijnen opstellen.
• In uitzonderlijke gevallen kan in overleg met de externe bewerker tot een andere informatiedrager worden besloten (bijvoorbeeld op papier).

 

Datumaanduiding


• Data worden vermeld in de volgorde: jaar, maand en dag, waarbij het jaartal met vier cijfers wordt aangegeven [jjjjmmdd].

 

Aantallen


• Aantallen worden, waar van toepassing, afgerond op hele eenheden.

 

Niet van toepassing zijnde gegevens


• Als een gegeven (nog) niet van toepassing is, wordt het met nullen gevuld.

 

Voorbeeld


De betrokkene is werkzaam in het kader van begeleid werken. De kenmerken 31 tot en met 35 worden met nullen gevuld omdat deze betrekking hebben op de situatie dat deze een dienstbetrekking met de gemeente heeft. Bij de gegevens over het begeleid werken is kenmerk 37 met nullen gevuld omdat er nog geen sprake is van een einddatum begeleid werken. Hetzelfde geldt voor de kenmerken 39, 40 en 41. Deze hebben immers betrekking op het geval dat de betrokkene uit het werknemersbestand is uitgestroomd.

 

 

Toelichting per kenmerk

 

Administratieve gegevens


Kenmerk 1. Statistiekjaar en halfjaarsperiode

• Ingevuld worden jaar en halfjaarsnummer [jjjjh] van de periode waarop de gegevens betrekking hebben.
• De gegevensverstrekking over het eerste halfjaar (januari tot en met juni) krijgt halfjaarsnummer 1; die over het tweede halfjaar (juli tot en met december) halfjaarsnummer 2.


Kenmerk 2. Verantwoordelijke gemeente of Wgr-verband

• Hier wordt het zogeheten "UO-nummer" vermeld dat onder andere wordt gehanteerd bij de indiening van financiële verantwoordingsinformatie aan het ministerie van SZW.
• Voor het te vermelden UO-nummer is de gemeente of het samenwerkingsverband van gemeenten bepalend dat ten aanzien van de betrokken persoon ook verantwoordelijk is voor de verstrekking van de financiële informatie aan het ministerie van SZW. (Zie ook: "Verantwoordelijke gemeente/Wgr-verband" in het algemene gedeelte van deze toelichting).
• Indien - na overleg met de externe bewerker - de gegevens worden verstrekt door een organisatie die voor meer dan één gemeente de Wsw uitvoert, zonder dat sprake is van een Wgr-verband, komen in het gegevensbestand verschillende UO-nummers voor.


Kenmerk 3. Statistiekcode

• Onder "statistiekcode" wordt altijd 09 vermeld.


Kenmerk 4. Organisatie

• Bij dit kenmerk wordt aangegeven bij welke organisatie de administratieve gegevens ten aanzien van de betrokken persoon berusten. Dit gegeven is opgenomen met het oog op eventuele correctie van of aanvulling op verstrekte gegevens in de situatie dat de gegevens feitelijk worden aangemaakt door meerdere externe organisaties die in opdracht van de gemeente de Wsw uitvoeren.
• De gemeente stelt zelf de codering vast, waarvoor twee posities beschikbaar zijn. Als de gemeente geen aparte uitvoeringsorganisatie kent, wordt dit kenmerk met nullen gevuld.

 

Persoonsgegevens


Kenmerk 5. Datum invoering administratie

• Aangegeven wordt de datum waarop alle relevante gegevens van de deelnemer voor het eerst in de administratie zijn opgenomen.
• Wanneer de gegevens over de betrokkene per 1 januari 2000 reeds in het administratief systeem aanwezig waren, wordt bij dit kenmerk de defaultdatum 19991231 ingevuld.


Kenmerk 6. Registratienummer

• Het registratienummer wordt gevraagd met het oog op het geval dat de administratie van de gemeente of de ten behoeve van de gemeenten werkende uitvoeringsorganisatie er niet op is ingericht om via het sofinummer de gegevens met betrekking tot de betrokken persoon te benaderen. Wanneer gegevens over de betrokkenen via het sofinummer benaderd kunnen worden, is de opbouw van een registratienummer niet noodzakelijk. Kenmerk 6 kan in dat geval worden gevuld met nullen.
• De inhoud en opbouw van het registratienummer staat de gemeente vrij, zolang het niet groter is dan tien posities.


Kenmerk 7. Sofinummer

• Het sociaal-fiscaal nummer wordt gebruikt om gegevens over verschillende perioden met elkaar te kunnen verbinden, met name om informatie te kunnen krijgen over de in- en uitstroom en om een relatie te kunnen leggen met andere gegevensbestanden. Bij dit laatste gaat het met name om het laten verrichten van nadere analyses.


Kenmerk 10. Gemeente van inschrijving

• Onder de "gemeente van inschrijving" wordt de gemeente verstaan waar de betrokkene in de GBA is ingeschreven. Wanneer de betrokkene op de Wsw-wachtlijst staat, zal de gemeente van inschrijving ofwel:
- overeenkomen met de gemeente die de verantwoordelijkheid heeft voor de uitvoering (zoals met een UO-nummer aangegeven bij kenmerk 2); ofwel
- deel uitmaken van het verantwoordelijke Wgr-verband (aangegeven bij kenmerk 2).
• Wanneer betrokkene een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst heeft, hoeft dit verband er niet te zijn: iemand uit het "oude" werknemersbestand (reeds in dienst vóór 1 januari 1998) kan een dienstbetrekking hebben bij een andere gemeente of bij een ander Wgr-verband dan zijn gemeente van inschrijving. Ook voor nieuwe werknemers (ingestroomd na 1 januari 1998) kan dit door verhuizing gelden. In deze gevallen is er dus geen verband tussen het UO-nummer bij kenmerk 2 en de gemeente van inschrijving.


Kenmerk 11, 12 en 13. Handicapcode (1, 2 en 3)

• Bepalend voor de in te vullen code is de vermelding in het indicatiebesluit dan wel in de daaraan ten grondslag liggende stukken.
• Voor de personen die op 31 december 1997 reeds tot het werknemersbestand behoorden en die niet inmiddels volgens de nieuwe Wsw zijn geherindiceerd, wordt alleen kenmerk 11 gebruikt. Hier wordt de handicapcode vermeld die laatstelijk werd gehanteerd op grond van het Besluit informatie sociale werkvoorziening 1997, voor zover deze nog in de administratie aanwezig is:

xOude handicapcode Code Wsw-statistiek
x1 010
x2a 021
x2b 022
x3 030
x4 040

     De kenmerken 12 en 13 worden bij deze personen met nullen gevuld.
• De personen over wie vanaf 1 januari 1998 een indicatiebesluit is genomen, zijn geïndiceerd op grond van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening op grond van de nieuwe Wsw. In de toelichting op de beslistabel "Behoren tot doelgroep", die als bijlage I van het genoemde besluit is opgenomen, wordt een van de ICIDH afgeleide indeling in handicapcategorieën gehanteerd. Deze indeling wordt op de volgende wijze herleid tot de in de statistiek te vermelden codes:

Omschrijving beslistabel ICIDH-indeling Code Wsw-statistiek
Licht verstandelijk gehandicapt 13 110
Matig verstandelijk gehandicapt 12 120
Demente personen 14 130
Bewustzijnsgehandicapten 20-22 140
Niet ernstig psychisch gehandicapt 15-19 en 23-29 150
Ernstig psychisch gehandicapt 15-19 en 23-29 160
Doven 40-41 170
Overige auditief gehandicapten 42-47 en 49 180
Blinden 50-51 190
Overige visueel gehandicapten 52-58 200
Evenwichtgehandicapten 48 210
Overige zintuiglijk gehandicapten 69 en 95-98 220
Uithoudingsgehandicapten 61 230
Overige orgaangehandicapten 60 en 62-68 240
Motorisch gehandicapten 70-79 250
Overige gehandicapten 30-39, 80-87, 89-90, 92-94 en 99 260

• Bij de beoordeling van de arbeidshandicap kan een combinatie van handicaps relevant zijn. Om deze reden kunnen drie handicapcodes worden aangegeven. Indien in het indicatiebesluit of in de daaraan ten grondslag liggende stukken duidelijk is aangegeven welke handicapcategorie in het indicatiebesluit van doorslaggevende betekenis is, wordt deze handicapcategorie als eerste vermeld (bij kenmerk 11).
• Als één of twee handicapcodes op een persoon van toepassing zijn, worden de resterende kenmerken (12 en/of 13) met nullen gevuld.

 

Advies indicatie


Algemeen

• De gegevens in het onderdeel "Advies indicatie" (kenmerken 14, 15 en 16) worden voor degenen die reeds op 31 december 1997 tot het werknemersbestand behoorden, uitsluitend vermeld indien sprake is van een advies in verband met ontslag of in verband met een herindicatie op eigen verzoek (uitsluitend voor begeleid werken).


Kenmerk 14. Datum van de aanvraag tot indicatie

• Als "datum aanvraag" geldt de dag waarop de aanvraag tot indicatie door de gemeente is ontvangen. Dit is de dag die onder andere wordt gehanteerd voor vaststelling van de termijn van vier weken waarbinnen de gemeente de aanvraag doorstuurt naar de indicatiecommissie (artikel 2, vijfde lid, Besluit indicatie sociale werkvoorziening).


Kenmerk 15. Aanleiding advisering

• De informatie over de aanleiding van de advisering sluit aan op de wetgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt naar:
- degenen die zich aanmelden voor plaatsing in de Wsw (code 1);
- periodieke herindicatie van degenen die op de wachtlijst zijn geplaatst (code 2);
- eerste herindicatie twee jaar na plaatsing in het werknemersbestand (code 3); en
- verdere periodieke herindicaties van de werknemers (code 4);
- herindicatie op eigen verzoek (code 5) (artikel 8, tweede lid, Besluit indicatie sociale werkvoorziening).
• Daarnaast wordt onderscheiden:
- de herindicatie in het kader van een voorstel voor ontslag omdat de betrokkene naar het oordeel van de gemeente niet meer tot de doelgroep van de Wsw behoort (code 6).

 

Indicatiebesluit


Algemeen

• De gegevens in het onderdeel "Indicatiebesluit" (kenmerken 17 tot en met 22) worden voor degenen die reeds op 31 december 1997 tot het werknemersbestand behoorden, uitsluitend vermeld indien sprake is van een besluit in verband met ontslag of in verband met een herindicatie op eigen verzoek (in verband met begeleid werken).
• Bepalend voor de te vermelden informatie is de inhoud van het besluit van de gemeente. Indien er bezwaar is aangetekend tegen het oorspronkelijke besluit, geldt de inhoud van het definitieve besluit, dus na de bezwaarprocedure.
• Bij de kenmerken 18, 20, 22, 24 en 26 wordt de inhoud van het besluit aangegeven op ieder van de bij deze kenmerken genoemde onderdelen: doelgroep, arbeidshandicap, werkvorm, scholing en ontslag.
• Bij de kenmerken 19, 21, 23, 25 en 27 wordt telkens aangegeven of het genomen besluit op de afzonderlijke onderdelen hetzij overeenkomt met het advies van de indicatiecommissie, hetzij daarvan afwijkt.
• De kenmerken 20 tot en met 25 kunnen in de regel alleen van toepassing zijn indien de gemeente besluit dat de betrokkene tot de doelgroep moet worden gerekend. In andere gevallen worden deze kenmerken met nullen gevuld.
• De kenmerken 26 en 27 kunnen alleen van toepassing zijn indien bij kenmerk 15 is aangegeven dat een advies is uitgebracht in verband met een voorstel tot ontslag (code 6). In alle andere gevallen worden deze kenmerken met nullen gevuld.


Kenmerk 17. Datum indicatiebesluit

• Vermeld wordt de datum die vermeld is op de beschikking van de gemeente waarin de beslissing wordt meegedeeld en die onder andere bepalend is voor de vaststelling van termijnen waarbinnen bezwaar tegen de beschikking kan worden ingediend.


Kenmerk 18. Besluit doelgroep

• De gebruikte begrippen worden, overeenkomstig de toelichting op de huidige jaarstatistiek, als volgt omschreven:
- doelgroep (code 1): de betrokkene komt volgens het besluit van de gemeente in aanmerking voor arbeid onder aangepaste omstandigheden in het kader van de Wsw;
- geen doelgroep, onderzijde (code 2): de betrokkene is volgens het besluit van de gemeente - ook met vérstrekkende voorzieningen of maatregelen - niet in staat regelmatige arbeid in Wsw-verband te verrichten;
- geen doelgroep, bovenzijde (code 3): de betrokkene is volgens het besluit van de gemeente - al dan niet met te treffen voorzieningen of maatregelen - in staat in een overigens normale werkomgeving arbeid te verrichten.


Kenmerk 19. Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie

• Is het besluit wat betreft het behoren tot de doelgroep in overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie, dan wordt dit aangegeven met de code 1; wijkt het besluit af van het advies, dan geldt code 2.


Kenmerk 20. Besluit arbeidshandicap

• Bij dit kenmerk wordt vermeld in welke arbeidshandicapcategorie de betrokkene volgens het besluit van de gemeente is ingedeeld. Het onderscheid tussen de categorieën licht, matig of ernstig is overeenkomstig de beslistabel "Indeling in arbeidshandicapcategorie" van bijlage II van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening.


Kenmerk 21. Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie

• Is het besluit wat betreft het behoren tot de doelgroep in overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie, dan wordt dit aangegeven met de code 1; wijkt het besluit af van het advies, dan geldt code 2.


Kenmerk 22. Besluit werkvorm

• Bij dit kenmerk wordt aangegeven of de betrokkene volgens het besluit van de gemeente al dan niet in aanmerking komt voor het zogeheten begeleid werken. Onder "begeleid werken" wordt de situatie verstaan als bedoeld in artikel 7 Wsw waarin de betrokkene een arbeidsovereenkomst heeft met een werkgever die hiervoor van de gemeente subsidie ontvangt en waarbij sprake is van begeleiding door een los van de gemeente staande professionele organisatie die voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.


Kenmerk 23. Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie

• Is het besluit over de werkvorm in overeenstemming met het advies, dan is code 1 van toepassing; wijkt het ervan af, dan geldt code 2.


Kenmerk 24. Besluit scholing

• Bij dit kenmerk wordt vermeld of de betrokkene volgens het besluit van de gemeente in aanmerking komt voor het volgen van scholing of opleiding (inclusief Wsw-specifieke scholing).


Kenmerk 25. Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie

• Is het besluit ten aanzien van scholing in overeenstemming met het advies, dan is code 1 van toepassing; wijkt het ervan af, dan geldt code 2.


Kenmerk 26. Besluit ontslag

• Bij dit kenmerk wordt vermeld of de betrokkene volgens het besluit van de gemeenten al dan niet in aanmerking komt voor ontslag omdat de betrokkene niet meer tot de doelgroep van de Wsw behoort.


Kenmerk 27. Overeenstemming met het advies van de indicatiecommissie

• Is het besluit met betrekking tot ontslag in overeenstemming met het advies, dan is code 1 van toepassing; wijkt het ervan af, dan geldt code 2.

 

Wachtlijst


Kenmerk 28. Datum instroom wachtlijst

• Bij dit kenmerk wordt de oorspronkelijke datum van instroom op de wachtlijst ingevoerd, ongeacht waar de betrokkene op de wachtlijst heeft gestaan. Wanneer de betrokkene door bijvoorbeeld verhuizing in een andere woongemeente op de wachtlijst terechtkomt, wordt hier de oorspronkelijke instroomdatum ingevoerd, dus de datum van instroom op de wachtlijst in de oorspronkelijke woongemeente.
• Doorgaans zal de datum van instroom op de wachtlijst gelijk zijn aan de datum van het indicatiebesluit (kenmerk 17).
• Het kan echter ook voorkomen dat de betrokkene instroomt in de wachtlijst na beëindiging van een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst in het kader van de Wsw (bijvoorbeeld na een proeftijd) of na terugkeer uit regulier werk met een terugkeergarantie. Als datum instroom geldt dan de datum van de beëindiging van de betreffende dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst of het reguliere dienstverband.
• NB: Wanneer iemand uitstroomt uit het Wsw-werknemersbestand en vervolgens weer instroomt op de wachtlijst, al dan niet na een korte periode van regulier werk, dan vindt afzonderlijke berichtgeving plaats vanaf het moment waarop de betrokkene weer instroomt op de wachtlijst. Oude gegevens worden in dit geval dus niet overschreven. Zie voor meer toelichting op dit punt "Begin en einde van berichtgeving over een persoon" in de algemene toelichting.

 

Instroom werknemersbestand


Kenmerk 30. (Inkomens)situatie bij instroom in het werknemersbestand

• Dit kenmerk wordt alleen ingevuld indien de betrokkene een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst heeft. Indien de betrokkene nog op de wachtlijst is geplaatst, wordt dit kenmerk met een nul gevuld.
• Vermeld wordt de eerste van toepassing zijnde categorie.
• De indeling komt grotendeels overeen met tabel 7 van de huidige jaarstatistiek:
- overdracht van andere gemeente (code 02): elke vorm van overdracht van de betrokkene naar het werknemersbestand van een andere gemeente, onder meer in samenhang met verhuizing van de betrokkene of door overdracht van formele bevoegdheden tussen uitvoeringsorganisaties. Bepalend is dat de betrokkene onmiddellijk voorafgaand aan instroom in het werknemersbestand reeds tot het werknemersbestand van de Wsw behoorde en niet op de wachtlijst stond;
- instroom via terugkeergarantie (code 03): de betrokkene is vanuit de Wsw reguliere arbeid gaan verrichten en is opnieuw in aanmerking gebracht voor plaatsing in het werknemersbestand. Deze personen zijn eerst op de wachtlijst geplaatst;
- uitkering werkloosheid (niet Abw) (code 12): het gaat hier om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of daarmee vergelijkbare regelingen. Bijstandsuitkeringen blijven hier buiten beschouwing;
- uitkering Abw, Ioaw, Ioaz (code 15): het gaat hier om een periodieke algemenebijstandsuitkering of een uitkering op grond van de Ioaw of Ioaz;
- ander inkomen (code 16): andere inkomsten zoals studiefinanciering en alimentatie.
• Indien de situatie bij toetreding tot het werknemersbestand onbekend is, wordt het kenmerk met negens gevuld.

 

Dienstbetrekking


Algemeen

• De indeling naar loonschalen en regelnummers vindt plaats overeenkomstig de op dat moment geldende CAO waarbij de VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.] als werkgeversorganisatie betrokken is.
• Het voor de indeling te hanteren maandloon is zonder toeslagen en andere vergoedingen.
• Ook van degenen met een garantieloon wordt de schaal vermeld waarin zij volgens de functieclassificatie zijn ingedeeld en het regelnummer dat overeenkomt met het feitelijk verschuldigde loon.
• Bij werknemers met een werktijdverkorting op grond van medische redenen die korter duurt dan een aaneengesloten periode van twaalf maanden, worden de gegevens vermeld zonder rekening te houden met deze werktijdverkorting.


Kenmerk 33. Loonschaal

• De loonschaal waarin betrokkene is ingedeeld, wordt op onderstaande wijze herleid tot de in de statistiek te vermelden codes. Als de betrokkene recht heeft op het wettelijk minimumloon is code 01 van toepassing.

xLoonschaalindeling

Code Wsw-statistiek

xWettelijk minimumloon 01
xA 02
xB1 03
xB2 04
xC1 05
xC2 06
xD1 07
xD2 08
xE 09
xF 10
xG 11
xH 12
xI 13

• Bij eventuele wijziging van de loonschaal gedurende het betreffende halfjaar wordt de meest actuele schaalcode vermeld, dan wel de laatste bij eerdere beëindiging van de dienstbetrekking.


Kenmerk 34. Salarisregel

• Wanneer de betrokkene in een loonschaal is ingedeeld, wordt onder dit kenmerk het nummer van de salarisregel ingevoerd. In geval van wettelijk minimumloon wordt hier, zoals ook bij kenmerk 33, de waarde 01 ingevuld.


Kenmerk 35. Aantal uren per week werkzaam

• Het gaat bij dit kenmerk om de formele arbeidsduur (het aantal contracturen). Bij eventuele wijziging van het aantal uren gedurende het betreffende halfjaar wordt het meest actuele aantal uren vermeld, dan wel het aantal in de laatste werkmaand bij eerdere beëindiging van de dienstbetrekking.

 

Arbeidsovereenkomst (begeleid werken)


Kenmerk 38. Aantal uren per week werkzaam

• Het gaat ook bij dit kenmerk om de formele arbeidsduur (het aantal contracturen). Bij eventuele wijziging van het aantal uren gedurende het betreffende halfjaar wordt het meest actuele aantal uren vermeld, dan wel het aantal in de laatste werkmaand bij eerdere beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

 

Uitstroom


Algemeen

• De kenmerken 39, 40 en 41 worden alleen ingevuld indien sprake is van uitstroom uit het werknemersbestand in de relevante halfjaarsperiode, met beëindiging van de dienstbetrekking of de arbeidsovereenkomst. Indien de betrokkene nog op de wachtlijst staat of nog tot het werknemersbestand behoort, worden de kenmerken met nullen gevuld.
• NB: Bij een wisseling van werkvorm, dus een overgang van een dienstbetrekking naar begeleid werken of andersom is geen sprake van uitstroom uit het werknemersbestand. De kenmerken 39, 40 en 41 worden in dat geval met nullen gevuld. Zie ook de toelichting in het algemene deel onder Begin en einde van berichtgeving over een persoon.


Kenmerk 39. Datum uitstroom werknemersbestand

• Het gaat bij dit kenmerk om de dag waarop de dienstbetrekking met de gemeente of de subsidieverlening aan de werkgever in het kader van begeleid werken en de inschakeling van de begeleidingsorganisatie is beëindigd. Deze datum komt derhalve overeen met de datum die bepalend is voor vermelding van de betrokkene in de tabellen 14 en 15 van de huidige jaarstatistiek.


Kenmerk 40. Reden ontslag uit werknemersbestand

• De informatie over de reden van het ontslag sluit wat de eerste drie codes betreft aan op artikel 6, tweede lid, Wsw, waarin een onderscheid in drie ontslagredenen wordt gemaakt:
- onvoldoende medewerking bevorderen arbeidsbekwaamheid/verkrijgen arbeid (code 1): dit is van toepassing wanneer de werknemer onvoldoende meewerkt aan het behoud dan wel het bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid en aan het verkrijgen van arbeid onder normale omstandigheden, voor zover hij daartoe in staat wordt geacht;
- onvoldoende medewerking aan herindicatie (code 2): dit is het geval wanneer de werknemer niet meewerkt aan een herindicatie overeenkomstig de daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels;
- betrokkene behoort niet langer tot de doelgroep (code 3): volgens een herindicatiebeschikking behoort de werknemer niet langer tot de doelgroep. Wanneer er een alternatieve opvangmogelijkheid feitelijk beschikbaar is ofwel een aanbod tot passende arbeid onder normale omstandigheden geweigerd is, vormt dit een ontslaggrond;
• Daarnaast kan er sprake zijn van:
- ontslag op eigen verzoek (code 4), bijvoorbeeld vanwege het vinden van regulier werk of overdracht naar het werknemersbestand van een andere gemeente;
- overige redenen (code 5), bijvoorbeeld ontslag om dringende redenen of overlijden.


Kenmerk 41. Bestemming uitstroom

• Vermeld wordt de situatie direct aansluitend op de dienstbetrekking of begeleid werken.
• De codering bij dit kenmerk komt deels overeen met de indeling van de tabellen 14 en 15 van de huidige jaarstatistiek:
- doorstroom: reguliere arbeid buiten de Wsw (code 01): het gaan verrichten van arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst onder normale omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening. Dit is de categorie die gebruikelijk als "doorstroom" wordt aangemerkt;
- naar werknemersbestand andere gemeente/ander Wgr-verband (code 02): elke vorm van overdracht van de betrokkene uit het werknemersbestand van de gemeente/het Wgr-verband naar dat van een andere gemeente/ander Wgr-verband. Bepalend is dat de betrokkene onmiddellijk aansluitend op uitstroom uit het ene werknemersbestand instroomt in het andere;
- terug naar wachtlijst Wsw (code 03): na beëindiging van een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst kan aansluitend weer instroom op de wachtlijst volgen, bijvoorbeeld na afronding van een proeftijd. In een dergelijk geval wordt een nieuw record voor dezelfde persoon aangemaakt. De handelwijze in dit geval is beschreven in het algemene deel van de toelichting beschreven onder het hoofdje Begin en einde van berichtgeving over een persoon;
- uitkering arbeidsongeschiktheid (code 07): elke uitkering op grond van een publiek- of privaatrechtelijke regeling in verband met arbeidsongeschiktheid. Uitkeringen op grond van de Ziektewet of loondoorbetalingen tijdens ziekte blijven buiten beschouwing;
- andere voorziening (code 09): daadwerkelijke plaatsing in of plaatsing op de wachtlijst voor een voorziening zoals dagopvang voor ouderen of een psychiatrische inrichting;
- overige bestemmingen (code 10): ontslag omdat de betrokkene niet meer tot de doelgroep wordt gerekend, overlijden, verhuizing zonder dat sprake is van overdracht naar een andere gemeente en elke andere niet hierboven genoemde situatie.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x