Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet sociale werkvoorziening
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 3 juni 2008

 

BELEIDSREGELS  WSW

Vervallen
m.i.v. 4 juni 2008
(art. 4:2 BW08)

 
 

13 juni 2006, Stcrt. 2006, 147
Inwerkingtreding: 3 augustus 2006
(T.a.v. artt. 21a Wet SUWI en 3 en 4 Buswbw)

 

 

 

 
Beleidsregels CWI inzake uitvoering Wet sociale werkvoorziening (Beleidsregels Wsw)
 
13 juni 2006/nr. CWI 2006/010
Centrale organisatie werk en inkomen
 
     De Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen;
     Gelet op artikel 21a Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de artikelen 3 en 4 van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken;
 
     Besluit:

 

 

Art. 1. Onderzoek
-1. CWI maakt bij het onderzoek als bedoeld in artikel 3 van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken gebruik van:
a. de reeds bij CWI geregistreerde gegevens;
b. de door de aanvrager verstrekte gegevens;
c. de door of namens CWI bij derden, waaronder de behandelend artsen en/of psychologen, opgevraagde gegevens;
d. in geval van een herindicatie, de van het college van burgemeester en wethouders ontvangen informatie als bedoeld in artikel 6 van het besluit.
-2. Indien uit de beschikbare gegevens als bedoeld in het vorige artikellid, onduidelijk is of de aanvrager behoort tot de doelgroep, vraagt CWI - al dan niet in multidisciplinair verband - medisch, psychologisch en/of arbeids(des)kundig advies.
-3. In de in het vorige lid bedoelde deskundigheid wordt voorzien door deskundigen die in dienst zijn van CWI of door deskundigen die door CWI op grond van een raamovereenkomst van een derde worden ingehuurd. De deskundigen voldoen aan de eisen ten aanzien van opleiding, ervaring en onafhankelijkheid, zoals neergelegd in de Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
-4. De aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek. Indien de aanvrager niet of niet behoorlijk meewerkt aan het onderzoek, kan CWI besluiten de aanvraag af te doen op grond van de beschikbare gegevens.




Art. 2.
Geldigheidsduur indicatie
-1. CWI hanteert bij de bepaling van de geldigheidsduur van de indicatie en de herindicatie de uitgangspunten zoals neergelegd in dit artikel.
-2. De geldigheidsduur van de indicatie is twee jaar.
-3. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op twee jaar, indien:
a. de aanvrager in de voorgaande indicatietermijn geen dienstverband in de sociale werkvoorziening had; of
b. de aanvrager naar het oordeel van CWI zeer waarschijnlijk binnen twee jaar geheel of gedeeltelijk kan doorstromen naar andere voorzieningen dan de sociale werkvoorziening; of
c. er bij de aanvrager met een dienstverband in het kader van de Wsw sprake is van langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid.
-4. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op vijf jaar, indien:
a. de situatie niet is gewijzigd sinds de vorige (her)indicatie; én
b. CWI van oordeel is dat de beperkingen van dien aard zijn dat zij zeer waarschijnlijk binnen de komende vijf jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
-5. De geldigheidsduur van de herindicatie wordt gesteld op langer dan vijf jaar doch ten hoogste tien jaar, indien:
a. de voorgaande indicatietermijn een duur kende van vijf jaar of langer; én
b. CWI van oordeel is dat de beperkingen beslist structureel van aard zijn en zeer waarschijnlijk binnen de komende tien jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
-6. De (her)indicatie eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de aanvrager.
-7. CWI kan in bijzondere gevallen afwijken van de in dit artikel genoemde uitgangspunten voor de geldigheidsduur van de (her)indicatie, met dien verstande dat de geldigheidsduur van de indicatie nooit meer dan twee jaar en die van de herindicatie nooit meer dan tien jaar zal bedragen.




Art. 3.
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na publicatie van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot ¹ 1 januari 2005.

1. Volgens de redactie dient "tot" te worden vervangen door: tot en met.




Art. 4.
Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als: Beleidsregels Wsw.
 
 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 13 juni 2006.
De voorzitter Raad van bestuur,
R. de Groot
.

 

 

 

TOELICHTING
[13 juni 2006]

 

Algemeen

 

     CWI is sinds januari 2005 belast met het uitvoeren van de indicatie en de herindicatie in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). CWI bepaalt ten aanzien van de personen die een aanvraag voor een eerste indicatie hebben ingediend of voor wie een aanvraag voor herindicatie is ingediend, of zij behoren tot de doelgroep van de Wsw. CWI is daarbij gebonden aan de regels zoals neergelegd in de Wsw, het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken en de Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Voor zover hierbij nog beleidsruimte bestaat, heeft CWI die neergelegd in deze beleidsregels. Deze beleidsregels zijn afgestemd met de Minister van SZW.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Bij het onderzoek maakt CWI gebruik van de gegevens die door de aanvrager zijn verstrekt. Daarnaast kunnen bij derden reeds beschikbare gegevens worden opgevraagd. De aanvrager heeft voor het opvragen en gebruiken daarvan een machtiging moeten overleggen. Zo nodig zal CWI een deskundige om informatie vragen over de aard van de beperkingen en de gevolgen daarvan voor het verrichten van arbeid teneinde te kunnen bepalen of de aanvrager tot de doelgroep van de Wsw behoort. Dit gebeurt onder meer als de verstrekte gegevens niet volledig, niet consistent of niet actueel zijn. De aanvrager is verplicht om aan een dergelijk onderzoek mee te werken. Indien de aanvrager niet of niet behoorlijk meewerkt aan het onderzoek, kan CWI besluiten om de aanvraag af te doen op grond van de beschikbare gegevens. CWI kan dan concluderen dat de aanvrager niet tot de doelgroep behoort.

 

Artikel 2

     In dit artikel zijn de uitgangspunten bij het bepalen van de geldigheidsduur van de indicatie neergelegd. De geldigheidsduur voor een (eerste) indicatie bedraagt twee jaar. De geldigheidsduur voor een herindicatie bedraagt tussen de twee en de tien jaar, afhankelijk van de omstandigheden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x