Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Relevante overige regelgeving:
- Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003
- Ziektewet

 

 

Inhoudsopgave Wulbz

Hoofdstuk I Wetten op het terrein van het burgerlijk recht en de burgerlijke rechtsvordering artt. I - III
Hoofdstuk II Wetten op het terrein van de sociale zekerheid artt. IV - XVIII
Hoofdstuk III Regeling voor het overheidspersoneel art. XIX
Hoofdstuk IV Overige wetten artt. XX - XXXI
Hoofdstuk V Overgangs- en slotbepalingen artt. XXXII - XLIII
xxxxxxxxxxxxr   xxxxxxxxxxxxxxx|

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 24 439.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2210-2252, 2365-2403, 2468-2523, 2594-2596.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 439 (134, 134a, 134b, 134c, 134d, 134e).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 6 februari 1996.

Geschiedenis:
Staatsblad 1996, 134Staatsblad 1999, 30.

 

 

WET van 8 februari 1996, Stb. 1996, 134, tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de Ziektewet en enkele andere wetten in verband met loondoorbetaling door de werkgever bij ziekte van de werknemer (Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte). Inwerkingtreding: 1 maart 1996 (Stb. 1996, 141).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte van de werknemer uit te breiden van zes naar 52 weken en daartoe het Burgerlijk Wetboek, de Ziektewet en enkele andere wetten te wijzigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Wetten op het terrein van het burgerlijk recht en de burgerlijke rechtsvordering

 

Art. I. [Wijziging BW]  [GeschiedenisMvTversie 8 februari 1996]
Het Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT + bis]
Boek 7a, zevende titel a, wordt gewijzigd als volgt:
1. Artikel 1638c wordt vervangen door de volgende artikelen:
Art. 1638c. [MvT + bis]
-1. Voor zover het loon niet meer bedraagt dan het maximumdagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, behoudt de arbeider voor een tijdvak van 52 weken recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar ten minste op het voor hem geldende wettelijke minimumloon, indien hij de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij daartoe door ziekte of door zwangerschap of bevalling verhinderd was. Indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, later doet dan in dat artikel is voorgeschreven, wordt dit tijdvak met de duur van de vertraging verlengd.
-2. Voor de arbeider die ten behoeve van zijn werkgever in diens huishouding uitsluitend of nagenoeg uitsluitend huiselijke of persoonlijke diensten op minder dan drie dagen per week verricht, geldt het in het eerste lid bedoelde recht voor een tijdvak van zes weken.
-3. De arbeider heeft het in het eerste lid bedoelde recht niet:
a. indien de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt of het gevolg is van een gebrek waarover hij in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie opgestelde belastbaarheidseisen niet juist kon worden uitgevoerd;
b. voor de tijd gedurende welke door zijn toedoen zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd;
c. voor de tijd gedurende welke hij, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid voor de werkgever of voor een door de werkgever met toestemming van de bedrijfsvereniging waarbij deze is aangesloten aangewezen derde, waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt, niet verricht.
-4. Het loon wordt verminderd met:
a. het bedrag van enige geldelijke uitkering die de arbeider toekomt krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering of krachtens enige verzekering of uit enig fonds waarin de deelneming is bedongen bij of voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst;
b. het bedrag van de inkomsten door de arbeider in of buiten dienstbetrekking genoten voor werkzaamheden die hij heeft verricht gedurende de tijd dat hij, zo hij daartoe niet verhinderd was geweest, de bedongen arbeid had kunnen verrichten.
-5. De werkgever is bevoegd de betaling van het in het eerste lid bedoelde loon op te schorten voor de tijd gedurende welke de arbeider zich niet houdt aan door de werkgever schriftelijk gegeven redelijke voorschriften omtrent het verstrekken van de inlichtingen die de werkgever behoeft om het recht op loon vast te stellen.
-6. De werkgever kan geen beroep meer doen op enige grond het loon geheel of gedeeltelijk niet te betalen of de betaling daarvan op te schorten indien hij de arbeider daarvan geen kennis heeft gegeven binnen een redelijke termijn nadat bij hem het vermoeden van het bestaan daarvan is gerezen of redelijkerwijs had behoren te rijzen.
-7. Indien het loon in geld op andere wijze dan naar tijdruimte is vastgesteld, zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing, met dien verstande dat als loon wordt beschouwd het gemiddelde loon dat de arbeider, wanneer hij niet verhinderd was geweest, gedurende die tijd had kunnen verdienen.
-8. Van dit artikel kan ten nadele van de arbeider slechts in zoverre worden afgeweken dat bij schriftelijke overeenkomst of bij reglement bedongen kan worden dat de arbeider voor de eerste twee dagen van het in het eerste of tweede lid bedoelde tijdvak geen recht op loon heeft.
-9. Voor de toepassing van het eerste en achtste lid worden perioden waarin de arbeider tengevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
Art. 1638ca. [MvT + bis]
-1. De rechter wijst een vordering tot betaling van loon als bedoeld in artikel 1638c af indien bij de eis niet een verklaring is gevoegd van een deskundige benoemd door de bedrijfsvereniging waarbij de werkgever is aangesloten, omtrent de verhindering van de arbeider om de bedongen of andere passende arbeid te verrichten.
-2. Het eerste lid geldt niet indien de verhindering niet wordt betwist of het overleggen van de verklaring in redelijkheid niet van de arbeider kan worden gevergd.
-3. De deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen.
-4. De deskundige die de hoedanigheid van arts bezit, kan de voor zijn onderzoek van belang zijnde inlichtingen over de arbeider inwinnen bij de behandelend arts of de behandelend artsen. Zij verstrekken de gevraagde inlichtingen voor zover daardoor de persoonlijke levenssfeer van de arbeider niet onevenredig wordt geschaad.
-5. De rechter kan op verzoek van één der partijen of ambtshalve bevelen dat de deskundige zijn verklaring nader schriftelijk of mondeling toelicht of aanvult.
-6. De arbeider wordt ter zake van een vordering als bedoeld in het eerste lid slechts in de kosten van de werkgever, bedoeld in artikel 56 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
-7. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een bevoegd publiekrechtelijk orgaan kan

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.