Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING en overige kamerstukken

Nadere regelgeving:
- Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
- Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004
- Regeling bijstandverlening aan zelfstandigen in het buitenland
- Regeling financiering en verantwoording Ioaw, Ioaz en Bbz 2004

Vervallen nadere regelgeving:
- Beleidsregels financieel maatregelenbeleid Ioaw, Ioaz, Bbz 2004 en Wwik (vervallen)
- Invoeringsregeling Wwb (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2005 (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2006 (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2007 (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2008 (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2009 (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Algemene bijstandswet (vervallen)
- Besluit in- en doorstroombanen (vervallen)
- Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet (vervallen)
- Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering (vervallen)
- Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz (vervallen)
- Wet inschakeling werkzoekenden (vervallen)
- Wet werk en bijstand

 

 

Inhoudsopgave IWwb

Hoofdstuk 1 Definities art. 1
Hoofdstuk 2 Overgangsrecht artt. 2 - 22
Hoofdstuk 3 Wijziging van andere wetten artt. 23 - 68
§ 3.1x Sociale Zaken en Werkgelegenheid artt. 23 - 40
§ 3.2x Justitie artt. 41 - 47
§ 3.3x Economische Zaken art. 48
§ 3.4x Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer artt. 49 - 50
§ 3.5x Binnenlandse Zaken artt. 51 - 57
§ 3.6x Defensie artt. 58 - 59
§ 3.7x Financiën artt. 60 - 62
§ 3.8x Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen artt. 63 - 65
§ 3.9x Volksgezondheid, Welzijn en Sport artt. 66 - 68
Hoofdstuk 4 Overige en slotbepalingen artt. 69 - 73
xxxxxxxxxxxr   xxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2002-2003, 28 960.
Handelingen II 2002-2003, blz. 4852-4920; 4932-4972; 4983-4985; 5029-5080; 5096-5098.
Kamerstukken I 2002-2003, 28 960 (293, A, B, C, D, E).
Handelingen I 2003-2004, zie vergadering d.d. 7 oktober 2003.

Geschiedenis:
Staatsblad 2003, 376Staatsblad 2003, 544Staatsblad 2004, 362Staatsblad 2004, 363Staatsblad 2004, 451Staatsblad 2005, 625Staatsblad 2008, 586Staatsblad 2008, 592.

 

 

WET van 9 oktober 2003, Stb. 2003, 376, houdende invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand). Inwerkingtreding: 1 januari 2004 (Stb. 2003, 386), zie artikel 72.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet werk en bijstand en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks onder intrekking van de Algemene bijstandswet, de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden, de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz en het Besluit in- en doorstroombanen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Definities

 

Art. 1. Begripsbepalingen  [KamerstukkenVvWVvW(H)MvTgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2008, 586]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. peildatum: de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand;
c. Algemene bijstandswet: de Algemene bijstandswet zoals deze luidde op de peildatum;
d. Wet inschakeling werkzoekenden: de Wet inschakeling werkzoekenden zoals deze luidde op de peildatum;
e. Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz: de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz zoals deze luidde op de peildatum;
f. Besluit in- en doorstroombanen: het Besluit in- en doorstroombanen zoals dit luidde op de peildatum;
g. Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
h. Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
i. college: het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in de artikelen 10, derde lid, en 40, eerste lid, van de Wet werk en bijstand.

 

 

HOOFDSTUK  2

Overgangsrecht

 

Art. 2. Intrekking wetten en besluit  [KamerstukkenVvWVvW(H)MvTVNnavhVgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2008, 586]      [JurisprudentieLJN AR7248]
-1. De Algemene bijstandswet, de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden, de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz en het Besluit in- en doorstroombanen worden ingetrokken.
-2. Voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan van de in het eerste lid genoemde wetten of het Besluit in- en doorstroombanen kan bij koninklijk besluit het tijdstip waarop deze vervallen verschillend worden gesteld.¹
-3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de gevolgen van de toepassing van het tweede lid, waarbij zo nodig kan worden afgeweken van de in dat lid bedoelde artikelen of onderdelen daarvan. [IW]

1. Bij Besluit van 10 oktober 2003, Stb. 2003, 386, is bepaald dat de artikelen 14 tot en met 14f, 65, 70, 106 tot en met 108a, 113 tot en met 115 en 142a en, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand, artikel 66 van de in artikel 2, eerste lid, genoemde Algemene bijstandswet vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (zie Besluit van 21 januari 2005, Stb. 2005, 35), red.

 

Art. 3. Toeslagenverordening  [KamerstukkenVvWVvW(H)MvTVNnavhVAgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2008, 586]
De verordening, bedoeld in artikel 38 van de Algemene bijstandswet, geldt als de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.

 

Art. 4. Omzetting besluiten  [KamerstukkenVvWVvW(H)MvTNvW + bisgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2008, 586]
-1. Door het college op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden of het Besluit in- en doorstroombanen genomen besluiten gelden als door hem genomen besluiten op grond van de Wet werk en bijstand.
-2. In afwijking van het eerste lid gelden door het college op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden of het Besluit in- en doorstroombanen ten aanzien van personen die een uitkering ontvangen op grond van de Ioaz of de Ioaw genomen besluiten als door hem genomen besluiten op grond van de Ioaz onderscheidenlijk de Ioaw.
-3. Onverminderd de artikelen 8 tot en met 12 brengt het college de in het eerste en het tweede lid bedoelde besluiten binnen 24 maanden na de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand in overeenstemming met onderscheidenlijk die wet, de Ioaz of de Ioaw, voor zover deze besluiten afwijken van die wetten.
-4. Het college brengt vóór de inwerkingtreding van artikel 23 onderscheidenlijk artikel 24 op grond van de Ioaz of de Ioaw genomen besluiten binnen 24 maanden na die inwerkingtreding in overeenstemming met de artikelen 37 en 37a van de Ioaz onderscheidenlijk de Ioaw, zoals deze artikelen luiden na de inwerkingtreding van de onderdelen L en M van artikel 23 onderscheidenlijk artikel 24.
-5. In dit hoofdstuk worden onder door het college genomen besluiten op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden of het Besluit in- en doorstroombanen mede verstaan door hem op grond van die wetten of dat besluit met toepassing van artikel 2, tweede lid, na de peildatum genomen besluiten.

 

Art. 5. Aanvragen  [KamerstukkenVvWVvW(H)MvTVNnavhVgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2008, 586]
Op een aanvraag tot het verlenen van bijstand wordt beslist met toepassing van:
a. de Algemene bijstandswet, indien het recht op bijstand ingaat vóór of op de peildatum;
b. de Wet werk en bijstand, indien het recht op bijstand ingaat na de peildatum.

 

Art. 6.  [KamerstukkenVvWVvW(H)MvTVNnavhVNvW + bisgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2004, 363Stb. 2008, 586]
-1. Onze Minister kan de verlening van bijstand aan een Nederlander die zich in het buitenland bevindt, voortzetten ten aanzien van:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.