Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Invoeringswet Wet werk en bijstand
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2008

 

INVOERINGSREGELING  WWB

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2009
(art. II Intrekkingswet IWwb)

 
 

16 oktober 2003, Stcrt. 2003, 203
Inwerkingtreding: 1 januari 2004
(T.a.v. artt. 2:3 en 70 IWwb)

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels met betrekking tot de gefaseerde invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringsregeling Wwb)

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikelen 2, derde lid, en 70 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepaling
In dit besluit wordt verstaan onder Inwerkingtredingbesluit: het Besluit van 10 oktober 2003 (Stb. 2003, 386), houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand en van de Invoeringswet Wet werk en bijstand.

 

Art. 2. Nadere fasering invoering Wet werk en bijstand
-1. In afwijking van de artikelen 1, onderdeel a, en 2, onderdeel b, van het Inwerkingtredingbesluit kan het college besluiten dat op een tijdstip dat gelegen is vůůr 1 januari 2005 uitvoering wordt gegeven aan artikelen die zijn opgenomen in de hiervoor genoemde onderdelen van het Inwerkingtredingbesluit, mits het de genoemde artikelen van de Wet werk en bijstand en de Invoeringswet Wet werk en bijstand gezamenlijk betreft.
-2. In afwijking van het eerste lid kan het college besluiten dat op een ander tijdstip dan dat bedoeld in het eerste lid, doch uiterlijk 1 januari 2005, uitvoering wordt gegeven aan artikel 8a of artikel 47 van de Wet werk en bijstand.
-3. Vanaf het tijdstip dat het college uitvoering geeft aan het eerste lid, al dan niet in combinatie met het tweede lid, blijven de in artikel 2, onderdeel a, van het Inwerkingtredingbesluit genoemde artikelen van de Algemene bijstandswet, voor zover deze artikelen geen zelfstandigen als bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand betreffen, buiten toepassing.
-4. Het besluit van het college, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt tijdig en op een geschikte wijze in de desbetreffende gemeente bekendgemaakt.

 

Art. 3. Aanpassingartikel
-1. Tot het tijdstip waarop met toepassing van artikel 2 uitvoering wordt gegeven aan de in de artikelen 1, onderdeel a, en 2, onderdeel b, van het Inwerkingtredingbesluit genoemde artikelen, wordt in de artikelen 6, onderdeel b, en 36, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, artikel 4a, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel 4a, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers in plaats van "algemeen geaccepteerde arbeid" gelezen: passende arbeid.
-2. Waar in artikel 14, eerste lid, van de Algemene bijstandswet wordt verwezen naar de artikelen 8, zesde lid, onderdeel b, en 112 van die wet, wordt in plaats van die artikelen gelezen: artikel 2, derde lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 38 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
-3. In de artikelen 113, eerste lid, onderdeel f, van de Algemene bijstandswet, 35, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en 35, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt in plaats van "voorzieningen van de Wet inschakeling werkzoekenden" gelezen: voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
-4. In de artikelen 114, derde lid, van de Algemene bijstandswet, 37, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en 37, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt in plaats van "de Wet inschakeling werkzoekenden" gelezen: een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
-5. In de artikelen 114a van de Algemene bijstandswet, 37a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en 37a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt in plaats van "bijdragen tot sociale activering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inschakeling werkzoekenden" gelezen: inhouden een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
-6. Tot het tijdstip waarop met toepassing van artikel 2 uitvoering wordt gegeven aan de in de artikelen 1, onderdeel a, en 2, onderdeel b, van het Inwerkingtredingbesluit genoemde artikelen, worden de artikelen 3 en 4 van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz, artikel 2 van het Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici, artikel 3, onderdeel b, van het Arbeidsgehandicaptebesluit en de artikelen 1, onderdeel y, en 3 van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw gelezen zoals deze artikelen luidden op 31 december 2003.

 

Art. 4. Overgangsbepaling bijzondere bijstand
In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Invoeringswet Wet werk en bijstand behoudt de belanghebbende die op 31 december 2003 op grond van artikel 39, tweede lid, van de Algemene bijstandswet recht had op bijzondere bijstand ten behoeve van kosten in verband met chronische ziekte of handicap dat recht tot 1 januari 2006.

 

Art. 5. Overgangsbepaling reÔntegratie
In afwijking van artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand kan het college de uitkering, bedoeld in dat onderdeel, tot 1 januari 2009 ook besteden aan personen die op de peildatum een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden, een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van die wet of een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen hadden, en die hun woonplaats in een andere gemeente hebben.

 

Art. 6. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

 

Art. 7. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Invoeringsregeling Wwb

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 16 oktober 2003.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

TOELICHTING
[16 oktober 2003]

 

     In het Besluit van 10 oktober 2003 houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand en van de Invoeringswet Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 386) is opgenomen dat een deel van de Wet werk en bijstand (Wwb) en van de Invoeringswet Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wwb) met ingang van 1 januari 2004 in werking treedt en dat een ander deel met ingang van 1 januari 2005 in werking treedt. Aldus wordt aan gemeenten een termijn van twaalf maanden gegund om zich voor te bereiden op de volledige uitvoering van de Wwb.
     In deze regeling wordt de mogelijkheid geboden om eerder, op een door het college te bepalen tijdstip, al uitvoering te geven aan de uitgestelde onderdelen van de Wwb. Uitgangspunt is wel dat dit "en bloc" geschiedt, dus voor alle van toepassing zijnde artikelen gezamenlijk. Op deze regel dat de invoering "en bloc" dient plaats te vinden, is in het tweede lid van artikel 2 een uitzondering gemaakt ten aanzien van de uitvoering van een verordening als bedoeld in artikel 8a of 47 van de Wwb. De overwegingen om de verordeningen in samenhang in te voeren zijn niet van toepassing op de twee verordeningen ex artikel 8a en 47 die bij amendement in de Wwb zijn opgenomen [zie Kamerstukken II 2002-2003, 28 870, nrs. 12 en 64, red.]. Deze twee verordeningen hebben namelijk geen directe samenhang met de vaststelling van de rechten en plichten van individuele cliŽnten.
     Gedurende de periode dat het college (nog) geen uitvoering geeft aan de artikelen die zijn opgenomen in de artikelen 1, onderdeel a, en 2, onderdeel b, van het Inwerkingtredingbesluit zijn de in artikel 2, onderdeel a, van het Inwerkingtredingbesluit vermelde artikelen van de Algemene bijstandswet, voor zover deze artikelen geen zelfstandigen als bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand betreffen, van kracht. Vanaf het tijdstip dat het college wťl uitvoering geeft aan het eerste lid van artikel 2 van de regeling, al dan niet tezamen met het toepassing geven aan het tweede lid van dit artikel (met nadere woorden het uitvoering geven aan artikel 8a en/of artikel 47 van de Wet werk en bijstand), blijven de desbetreffende artikelen van de Algemene bijstandswet buiten toepassing.
     Wanneer het college overgaat tot uitvoering van een verordening als bedoeld in artikel 8a of 47 van de Wwb (afzonderlijk op verschillende tijdstippen of gezamenlijk op hetzelfde tijdstip), dan wel overgaat tot uitvoering van de volledige Wwb, dient dit, ingevolge het vierde lid van artikel 2, tijdig op een geschikte wijze kenbaar te worden gemaakt. Doel van deze bepaling is cliŽnten en potentiŽle cliŽnten te informeren over de rechten en plichten in het kader van de Wwb.
     Met het oog op de goede invoering van de Wwb en de Invoeringswet Wwb is in artikel 3 van deze regeling een aantal technische voorzieningen opgenomen voor de periode dat delen van de Wwb nog niet integraal door gemeenten worden uitgevoerd.
     Tevens is voorzien in een overgangsregeling ten behoeve van de groep belanghebbenden die op 31 december 2003 op grond van artikel 39, tweede lid, van de Algemene bijstandswet categoriale bijzondere bijstand ontvangen ten behoeve van kosten in verband met chronische ziekte of handicap. Deze groep belanghebbenden behoudt het recht op categoriale bijstand tot 1 januari 2006, zijnde de datum waarop de voorgenomen herziening van het zorgstelsel en de daaraan gekoppelde heffingskortingen in werking treedt. Mocht deze voorgenomen herziening van het zorgstelsel op een eerder of een later tijdstip in werking treden, dan zal de in artikel 4 van deze regeling opgenomen datum dienovereenkomstig aangepast worden, zodat een naadloze overgang naar het nieuwe zorgstelsel bewerkstelligd wordt.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | IWwb | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x