Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

KAMERSTUKKEN

 

WET  WERK  EN  BIJSTAND

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2002-2003, 28 870

Vaststelling van een wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten (Wet werk en bijstand)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Algemeen
3 Arbeidsinschakeling en reÔntegratie
3.1 Rechten en plichten
3.2 ReÔntegratie
3.3 Ontwikkelingen in het bestand van bijstandsgerechtigden
4 Inkomenswaarborg en armoedeval
4.1 Uitkeringsnormen: systematiek en hoogte
4.2 Middelentoets
4.3 Langdurigheidstoeslag
4.4 Bijzondere bijstand en afschaffen categoriaal beleid
4.5 Budgetbeheer en bijstand in natura
4.6 Armoedeval
5 Financiering
5.1 Financieringssystematiek inkomensdeel
5.2 Financieringssystematiek werkdeel
6 Uitvoering en samenwerking
6.1 Overleg met gemeenten
6.2 Gevolgen voor gemeenten
6.3 Samenwerking in de SUWI-keten
7 Vereenvoudiging
7.1 Bevoegdheid tot terugvordering in plaats van verplichting
7.2 Vereenvoudiging van het verhaal van bijstand
7.3 Omzetting van het boetesysteem in een verlaging van de uitkering
7.4 Afschaffen van uitvoeringsvoorschriften
7.5 Beleidsinnovatie
8 Rijkstoezicht
9 Informatiebeleid
10 Overige inkomensvoorzieningen
11 FinanciŽle gevolgen
12 Rechtsbescherming
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk 1.  Algemeen
xxx Artikelen 1 t/m 8
Hoofdstuk 2.  Rechten en plichten
x Artikelen 9 t/m 18
Hoofdstuk 3.  Algemene bijstand
x Artikelen 19 t/m 34
Hoofdstuk 4.  Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
x Artikelen 35 t/m 39
Hoofdstuk 5.  Uitvoering
x Artikelen 40 t/m 47
Hoofdstuk 6.  Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
x Artikelen 48 t/m 68
Hoofdstuk 7.  Financiering, toezicht en informatie
x Artikelen 69 t/m 78
Hoofdstuk 8.  Slotbepalingen
x Artikelen 79 t/m 83
xBijlage 1
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding  [VNnavhV]


     Iedere Nederlander hier te lande wordt geacht zelfstandig in zijn bestaan te kunnen voorzien door middel van arbeid. Als dit niet mogelijk is en er geen andere voorzieningen beschikbaar zijn, heeft de overheid de taak hem te helpen met het zoeken naar werk en, zo lang met werk nog geen zelfstandig bestaan mogelijk is, met inkomensondersteuning. Deze verantwoordelijkheid vormt het sluitstuk van een activerend stelsel van sociale zekerheid. Werk boven inkomen dus.
     Tot dusverre is deze overheidstaak neergelegd in verschillende wettelijke regelingen, te weten de Algemene bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden en het Besluit in- en doorstroombanen.
     Met dit voorstel van Wet werk en bijstand (Wwb) worden de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw), de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz (WFA) en het Besluit in- en doorstroombanen (ID-besluit) ingetrokken. Zowel de intrekking van de Abw, Wiw, de WFA en het ID-besluit als de invoering van de Wwb worden in het wetsvoorstel Invoeringswet Wwb geregeld.

     rblz.|2| Voor het realiseren van werk boven inkomen is het nodig dat het stelsel van regelingen maximaal effectief werkt. Dit wetsvoorstel - dat in de plaats komt van eerder genoemde regelingen - creŽert daarvoor de mogelijkheden. Daarbij is kritisch gekeken welke regels kunnen vervallen.
     Deze wet kent de volgende uitgangspunten. In de eerste plaats dient de eigen verantwoordelijkheid van de burger centraal te staan om al datgene te doen wat nodig en mogelijk is om in het eigen bestaan te voorzien. Pas als mensen niet in staat blijken te zijn in het eigen bestaan te voorzien, hebben zij een aanspraak op de overheid hen daarbij te ondersteunen. Dit wetsvoorstel legt die ondersteunende verantwoordelijkheid bij de gemeente.
     In de tweede plaats dient de gemeente zo goed mogelijk te zijn toegerust om de burger te helpen op weg naar werk en hem indien nodig daarbij een inkomenswaarborg te bieden. In de derde plaats dient de regelgeving zo te zijn ingericht dat de gemeenten een zo groot mogelijke beleidsruimte en beleidsverantwoordelijkheid hebben om het doel van de wet te realiseren.
     De regelgeving dient dus de verantwoordelijkheden en mogelijkheden van burgers en gemeenten zo goed mogelijk te activeren.

     Deze aanpak wordt op een aantal manieren uitgewerkt. In de eerste plaats wordt gekozen voor een duidelijk stelsel van rechten en plichten van de betrokken burger die meer dan tot dusverre op elkaar worden afgestemd. In de tweede plaats krijgen gemeenten de volledige verantwoordelijkheid, de ruimte en de middelen voor het voeren van een actief reÔntegratiebeleid. Ruimte en middelen ontstaan door het creŽren van ťťn ongedifferentieerd en vrij besteedbaar reÔntegratiebudget waarmee gemeenten optimaal maatwerk kunnen leveren. Gemeenten kunnen dan alle denkbare instrumenten inzetten om ervoor te zorgen dat een uitkeringsgerechtigde uitstroomt naar de arbeidsmarkt of dat de afstand tot de arbeidsmarkt vermindert.
     De verantwoordelijkheid van gemeenten wordt geactiveerd doordat zij de mogelijkheid krijgen daarvoor zelf beleid te ontwikkelen. Gemeenten worden ook financieel volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet. Dat betekent dat zij de positieve financiŽle gevolgen ervaren wanneer mensen zo snel mogelijk aan de slag komen. Actief beleid wordt zo beloond. Ook daarvan gaat een krachtige stimulans uit om mensen, waar mogelijk, zo snel mogelijk toe te leiden naar de arbeidsmarkt.
     In de derde plaats wordt deze aanpak ondersteund door vermindering en vereenvoudiging van de regelgeving. Daarmee wordt het oplossend vermogen op het lokale niveau versterkt. Vermindering en vereenvoudiging van regels en terugdringing van rapportageverplichtingen van gemeenten zorgen ook voor een aanzienlijke vermindering van de bureaucratie en daarmee voor een geringere belasting van gemeenten. Hierdoor kunnen gemeenten meer aandacht besteden aan reÔntegratie en zal er minder vaak sprake zijn van onrechtmatige uitvoering van de wet. In combinatie met de stimulans van de volledige financiŽle verantwoordelijkheid zal dit leiden tot versterking van het functioneren van gemeenten bij de uitvoering van bijstand en reÔntegratie.

 

2. Algemeen  [VNnavhV]


     In dit hoofdstuk wordt het nieuwe stelsel op hoofdlijnen beschreven. In de specifieke hoofdstukken zullen deze thema's verder worden uitgewerkt.


Rechten en plichten van burgers en gemeenten

     Voor het activeren van verantwoordelijkheden van burgers en gemeenten is het noodzakelijk dat rechten en plichten van beiden duidelijk zijn. Er is een algemeen geldende verplichting tot reÔntegratie, waarvan alleen in individuele gevallen kan worden afgeweken.
    
rblz.|3| De hoogte van de uitkering wordt gekoppeld aan het betoonde verantwoordelijkheidsbesef en aan het nakomen van verplichtingen. De gemeente is verantwoordelijk voor het ondersteunen van cliŽnten die niet op eigen kracht aan de slag komen. Daarbij wordt een voorziening aangeboden gericht op arbeidsinschakeling indien dit naar het oordeel van de gemeente nodig is.
     Het beleid ter zake wordt vastgelegd in een verordening. De gemeente dient er daarbij voor te zorgen dat verschillende groepen op een

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | kamerstukken | Wwb | IWwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x