Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet werk en bijstand
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

REGELING  STATISTIEK  WWB,  IOAW,  IOAZ  EN  WIK

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. 8:1 RsWII05)

 
 

16 oktober 2003, Stcrt. 2003, 203
Inwerkingtreding: 1 januari 2004
(T.a.v. artt. 78:3 Wwb, 55:2 Ioaw, 55:2 Ioaz en 35:3 Wik)

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende regels inzake de verstrekking van statistische gegevens met betrekking tot de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik)

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
     Gelet op artikel 78, derde lid, van de Wet werk en bijstand, artikel 55, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 55, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel 35, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; ¹
b. Wwb: Wet werk en bijstand;
c. Invoeringswet Wwb: Invoeringswet Wet werk en bijstand;
d. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
e. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
f. Wik: Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
g. uitkering: bijstand of langdurigheidtoeslag op grond van de Wwb en de uitkering op grond van de Ioaw, Ioaz of Wik.

1. Volgens de redactie dient na onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b tot en met g tot onderdelen c tot en met h, een nieuw onderdeel b te worden ingevoegd, luidende:
b. college: college van burgemeester en wethouders;.

 

Art. 2. Uitkeringsstatistieken
-1. De minister ontvangt van het college uiterlijk vier weken na afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen model, onderscheiden naar de Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik, gegevens met betrekking tot personen aan wie in de desbetreffende maand een uitkering is verleend.
-2. De minister ontvangt van de adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 van de Wik, uiterlijk acht weken na afloop van ieder kwartaal, overeenkomstig het in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot de op grond van artikel 26, tweede lid, van de Wik in het betreffende kwartaal verstrekte adviezen.

 

Art. 3. Debiteurenstatistiek
De minister ontvangt van het college uiterlijk vier weken na afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen met een uitkering aan wie een betalings- of aflossingsverplichting is opgelegd.

 

Art. 4. Fraudestatistiek
De minister ontvangt van het college uiterlijk acht weken na afloop van de eerste helft van een kalenderjaar en na afloop van de tweede helft van een kalenderjaar, overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen bij wie een vermoeden van fraude met betrekking tot een uitkering is onderzocht.

 

Art. 5. Monitoren voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling
-1. De minister ontvangt van het college over de eerste helft van een kalenderjaar en de tweede helft van een kalenderjaar:
a. overeenkomstig het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen aan wie in het betreffende halfjaar een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wwb is aangeboden, dan wel die van voornoemde voorziening, niet zijnde arbeid als bedoeld in artikel 14 van de Invoeringswet Wwb, feitelijk gebruik hebben gemaakt;
b. overeenkomstig het in bijlage 6 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstrooombanen, zoals dit besluit luidde op 31 december 2003, ter financiering waarvan een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het college;
c. overeenkomstig het in bijlage 7 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden of arbeid verrichtten op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van voornoemde wet, zoals deze wet luidde op 31 december 2003, ter financiering waarvan een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het college.
-2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt alleen voor de colleges van gemeenten die worden genoemd in bijlage 8 bij deze regeling.
-3. In plaats van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan het college van een gemeente, bedoeld in het tweede lid, ook gegevens verstrekken overeenkomstig het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen model, van personen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden, zoals deze regeling luidde op 31 december 2003.
-4. De minister ontvangt de gegevens van het college, bedoeld in het eerste en derde lid, uiterlijk zes weken na afloop van de eerste helft van het kalenderjaar en na afloop van de tweede helft van het kalenderjaar door tussenkomst van een door de minister aan te wijzen externe bewerker. Van de aanwijzing van de bewerker wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
-5. De bewerker, bedoeld in het vierde lid, verstrekt de in het eerste en derde lid bedoelde gegevens op een door de minister te bepalen wijze.
-6. Door de bewerker worden geen persoonsgegevens of verwerkte persoonsgegevens aan derden verstrekt, behoudens in opdracht van de minister.

 

Art. 6. Centraal Bureau voor de Statistiek
-1. Het college, respectievelijk de adviserende instelling, verstrekt de gegevens, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, door tussenkomst van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarbij de gegevensverstrekking plaatsvindt op een door de Directeur-Generaal van de Statistiek te bepalen wijze.
-2. Door de minister kunnen persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid, worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek ten behoeve van het verrichten van statistisch onderzoek.

 

Art. 7. Intrekking regelingen
De volgende regelingen worden ingetrokken:
a. Regeling informatie Wik;
b. Regeling frauderegistratie Abw, Ioaw en Ioaz en Wik;
c. Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 september 1995, houdende vaststelling van de Regeling statistische gegevens Ioaw en Ioaz (Stcrt. 1995, 178).

 

Art. 8. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

 

Art. 9. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die uiterlijk 14 november 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

 

Den Haag, 16 oktober 2003.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

TOELICHTING
[16 oktober 2003]

 

I.  Algemeen

 

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) houdt toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering en de doeltreffendheid van de Wet werk en bijstand (Wwb) [, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), red.], de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik). Het college en de gemeenteraad verstrekken desgevraagd aan de minister de inlichtingen die hij voor het toezicht, de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wetten nodig heeft.
     Het beleid is erop gericht de uitvraag van gegevens tot het meest noodzakelijke te beperken. Om aan deze doelstelling vorm te geven, wordt de totale informatiestroom onderscheiden naar de wijze waarop deze wordt aangeleverd. Er zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden:
1. de "persoonsinformatiestromen". Dit zijn monitoren en statistieken waarin informatie, gerelateerd aan individuele personen, geautomatiseerd wordt aangeleverd;
2. het verslag over de uitvoering (Vodu) en het voorlopig verslag;
3. aanvullende onderzoeken.
     Met het intrekken van de Algemene bijstandswet en de vervanging daarvan door de Wwb per 1 januari 2004, is een aantal regelingen op de bovengenoemde terreinen van rechtswege komen te vervallen. Andere regelingen dienen te worden aangepast aan de gewijzigde situatie. Deze ministeriële regeling heeft uitsluitend betrekking op de persoonsinformatiestromen; de overige vormen van informatieverstrekking door de gemeenten aan de minister zijn geregeld in de Regeling Wwb.
     Het op persoonsniveau aanleveren van informatie betekent voor de gemeenten relatief de minste administratieve lasten, omdat de betreffende informatie rechtstreeks afkomstig is uit de registraties binnen het primaire proces en de gemeenten geen aggregatiebewerkingen behoeven te verrichten. Maar ook voor de ontvanger biedt deze wijze van aanleveren belangrijke voordelen, zoals de mogelijkheden van meervoudig gebruik van gegevens en mogelijkheden voor nadere analyses. Te denken valt bijvoorbeeld aan de koppeling met informatie uit andere bronnen, namelijk afkomstig van de gemeentelijke basisadministratie (GBA), Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) en Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of verschillende combinaties van kenmerken. Daarom wordt door de minister het uitgangspunt gehanteerd dat de noodzakelijke informatie zoveel mogelijk wordt uitgevraagd door middel van persoonsinformatiestromen.
     Een tweede belangrijk uitgangspunt is dat de wijzigingen in de gegevensuitvraag door SZW die verband houden met de invoering van de Wwb zo min mogelijk tot knelpunten in de ICT-sfeer of tot een andere extra belasting voor de gemeenten dienen te leiden.
     Wat betreft de inhoud van de statistieken en monitoren betekent dit uitgangspunt dat deze voor het verslagjaar 2004 zoveel mogelijk ongewijzigd zijn gelaten. Wel heeft de wijziging van het wettelijke kader hier en daar tot technische aanpassingen geleid. Het voornemen bestaat om voor het verslagjaar 2005 de gehele uitvraag van statistische informatie te herzien. Deregulering en vereenvoudiging van de statistische informatie-uitvraag in het kader van de Wwb staat daarbij voorop.
     Wellicht ten overvloede zij opgemerkt dat, onverminderd het bepaalde in deze regeling, het college door de minister gevraagd kan worden ook andere, niet in de bijlagen bij deze regeling opgenomen inlichtingen te verstrekken die hij voor het toezicht, de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot de Wwb, Ioaw, Ioaz, Wik en het Bbz 2004 en daarop gebaseerde regelgeving nodig heeft.

 

 

II.  Artikelsgewijs

 

Artikel 1. Definities

     Het aantal definities in dit artikel is beperkt. Wellicht ten overvloede zij erop gewezen dat (een deel) van de in de Wwb in paragraaf 1.1 en 1.2 vervatte definities in deze uiteraard ook van toepassing zijn.

 

Artikel 2. Uitkeringsstatistieken

     Dit artikel heeft betrekking op de informatie die voorheen werd uitgevraagd op grond van het Besluit tot vaststelling van de Regeling statistische gegevens Abw, het Besluit houdende vaststelling van de Regeling statistische gegevens Ioaw en Ioaz en de Regeling informatie Wik. In het jaar 2004 blijft deze gegevensuitvraag hetzelfde als in 2003, zij het dat enkele omschrijvingen zijn aangepast in verband met de invoering van de Wwb per 1 januari 2004. Ook de uitvraagfrequentie (maandelijks) blijft van kracht.

 

Artikel 3. Debiteurenstatistiek

     De in dit artikel opgenomen bepaling inzake de debiteurenstatistiek was een onderdeel van de met de introductie van de Wwb vervallen regelingen voor de Abw-, Ioaw- en Ioaz-statistiek. De door de gemeenten in 2004 te verstrekken debiteureninformatie heeft ten opzichte van voorgaande jaren geen inhoudelijke wijziging ondergaan.

 

Artikel 4. Fraudestatistiek

     De in artikel 4 opgenomen regeling inzake de fraudestatistiek was vervat in de ingetrokken Regeling frauderegistratie Abw, Ioaw, Ioaw en Wik. De door de gemeenten te verstrekken fraude-informatie heeft ten opzichte van voorgaande jaren geen inhoudelijke wijziging ondergaan.

 

Artikel 5. Monitoren voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling

     Dit artikel omvat de uitvraag in het kader van de voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Tot op heden bestaan drie monitoren op dit terrein. De monitor scholing en activering Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw), de monitor Wiw-dienstbetrekkingen en werkervaringplaatsen en de ID-banenmonitor.
     Om extra administratieve belasting van gemeenten te voorkomen, is de uitvraag over de aangeboden en ingezette voorzieningen in 2004 vrijwel ongewijzigd gebleven. Slechts op kleine schaal zijn aanpassingen in deze statistiek aangebracht die verband houden met de consequenties voor deze statistiek van de invoering van de Wwb per 1 januari 2004. Tevens wordt een aantal variabelen facultatief. Dit laatste kan zonder informatieverlies gerealiseerd worden door een centrale koppeling op sofinummer met gegevens uit bijvoorbeeld de in artikel 2 vermelde uitkeringsstatistieken. Met ingang van 2005 zal de vraagstelling, mede op basis van de nader te onderzoeken mogelijkheden om gegevens te ontlenen aan authentiekere bronnen, nog verder worden "afgeslankt".
     De in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, gegeven omschrijving van de personenkring van de uitvraag is vereenvoudigd ten opzichte van de beschrijving in de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden, met als doel de selectie van personen voor opname in de monitor te vergemakkelijken. Mocht een gemeente er, bijvoorbeeld om extra ICT-aanpassingen te vermijden, voor kiezen de "oude" doelgroepdefinitie en de selectie van personen, zoals die voor de monitor scholing en activering tot en met 2003 is gehanteerd, in 2004 te handhaven, dan is dat toegestaan (artikel 5, derde lid). Met andere woorden, het staat een gemeente in 2004 vrij om te kiezen tussen de oude en de nieuwe doelgroepdefinitie. Per 1 januari 2005 zal de nieuwe definitie echter voor alle leverende gemeenten verplicht worden.
     De gegevensvertrekking over de voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling zal in 2004 net als in 2003 bij de monitor scholing en activering alleen verplicht gesteld worden voor gemeenten die door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn erkend als gemeenten met een grootstedelijke problematiek, de zogenaamde G85-gemeenten (artikel 5, tweede lid). Dit laat onverlet dat de andere gemeenten (niet behorend tot de G85-gemeenten) gevraagd worden om op vrijwillige basis aan voornoemde monitor mee te werken.
     De in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, bedoelde monitor wordt niet ingevuld voor personen die gesubsidieerde arbeid verrichten op basis van het voormalige Besluit in- en doorstroombanen (daarvoor is de monitor, bedoeld in onderdeel b) en de Wiw (daarvoor is de monitor, bedoeld in onderdeel c). Personen die na 1 januari 2004 met een subsidie van de gemeente op basis van artikel 7 van de Wwb arbeid in een dienstverband verrichten, worden in de monitor van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, betrokken. Dit omdat deze arbeid niet onder artikel 14 van de Invoeringswet Wwb valt. Indien evenwel toepassing van deze monitor niet in de rede ligt, kan de gemeente in overleg met de externe bewerker(s) de gegevens over deze personen onderbrengen in de meest passende van de in artikel 5, onderdeel b of c, vermelde monitors.
     In de ID-banenmonitor kan vanaf 1 januari 2004 ook gebruik worden gemaakt van het sofinummer, nu dergelijke banen onderdeel uitmaken van de Wwb. Voorheen werd in de ID-banenmonitor nog gebruik gemaakt van het zogenoemde A-nummer van de gemeentelijke basisadministratie, omdat het Besluit in- en doorstroombanen onvoldoende (wettelijke) basis bood voor het gebruik van het sofinummer.
     Het vijfde en zesde lid hebben betrekking op de bewerker(s) van de monitoren, bedoeld in het eerste en derde lid. Deze bepalingen waren ook opgenomen in de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden en de Uitvoeringsregeling in- en doorstroombanen.

 

Artikel 6. Centraal Bureau voor de Statistiek

     De Minister van SZW zal, evenals voorheen, niet zelf beschikken over de door de gemeenten verstrekte gegevens, maar deze laten berusten bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS zal dit bestand beheren. Tevens zullen ten behoeve van beleidsontwikkeling en -evaluatie met een zekere regelmaat overzichten worden vervaardigd. In dit kader kunnen deze gegevens door, of in opdracht van, het ministerie ook worden aangewend voor het realiseren van specifieke analyses, waarbij ook gegevens verkregen uit andere bronnen kunnen worden betrokken. Dit kan betrekking hebben op zowel gegevens beschikbaar op het niveau van de individuele persoon als op gegevens op gemeenteniveau. Het spreekt voor zich dat hierbij, ook indien dit onderzoek voor beleidsdoeleinden niet door de beherende instantie wordt uitgevoerd, de nodige privacyaspecten en de bij de bestuurlijke verhoudingen gebruikelijke uitgangspunten worden gerespecteerd. Het in de te verstrekken gegevens opnemen van het sofinummer heeft slechts statistische doeleinden, namelijk het kunnen uitvoeren van longitudinale analyses op basis van het volgen van de betrokken personen in de loop der tijd en het bieden van de mogelijkheid tot koppeling met andere bestanden indien dit uit oogpunt van analyse is gewenst.
     Het tweede lid is overgenomen uit de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden en de Uitvoeringsregeling in- en doorstroombanen.

 

Artikel 7. Intrekking regelingen

     De Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik bevat een regeling voor de statistische informatie die de colleges dienen te verstrekken op grond van de Wwb, Ioaw, Ioaz, Wik en het Bbz 2004. Gekozen is deze onderwerpen niet meer in per wet afzonderlijke ministeriële regelingen te regelen, maar te bundelen in één regeling. Daarom worden de in artikel 7 genoemde regelingen ingetrokken. De volgende regelingen hoeven niet in dit artikel te worden genoemd, en ingetrokken, omdat deze van rechtswege zijn vervallen:
- Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1995, houdende vaststelling van de Regeling statistische gegevens Abw (Stcrt. 1995, 121);
- Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden;
- Uitvoeringsregeling in- en doorstroombanen.
     Het intrekken van deze regelingen per 1 januari 2004 laat onverlet dat de gemeenten in het jaar 2004 nog verplicht zijn de gegevens over het jaar 2003 te verstrekken.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x