Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet werk en bijstand
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2011

 

REGELING  UITKERINGEN  GEMEENTEN  BBZ  2004  VOOR  HET  UITVOERINGSJAAR  2011

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2012
(art. 3:1 RugBu12)

 
 

21 september 2010, Stcrt. 2010, 15008
Inwerkingtreding: 29 september 2010
(T.a.v. art. 50:2 Bbz 2004)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 september 2010, nr. IVV/FB/15703, houdende nadere regels inzake de berekening van de uitkeringen aan gemeenten, bedoeld in artikel 50 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, voor het uitvoeringsjaar 2011 (Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2011)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 50, tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. het Bbz 2004: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
b. de uitkering Bbz 2004: de uitkering, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Bbz 2004.

 

Art. 2. Berekening uitkering Bbz 2004 voor gemeenten
-1. Voor gemeenten wordt de uitkering Bbz 2004 berekend aan de hand van de volgende formule:
UG
Bbz = (KBbz : TKBbz) x TBBbz
waarbij:
a. UG
Bbz de uitkering Bbz 2004 aan de gemeente over het uitvoeringsjaar 2011 is;
b. K
Bbz de som van 32% van de gemeentelijke uitgaven aan kosten levensonderhoud en 98% van de gemeentelijke uitgaven aan bedrijfskapitaal Bbz 2004 over het uitvoeringsjaar 2009 is;
c. TK
Bbz het totaal is van de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Bbz 2004 als bedoeld in onderdeel b over het uitvoeringsjaar 2009;
d. TB
Bbz het totale bedrag is dat beschikbaar is voor de uitkeringen Bbz 2004 aan gemeenten over het uitvoeringsjaar 2011.
-2. Artikel 8a van het Besluit Wwb 2007 is van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 3. Intrekking regeling voor uitvoeringsjaar 2010
-1. De Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2010 wordt ingetrokken.
-2. In afwijking van het eerste lid blijft de Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2010, zoals die luidt op 31 december 2010, van toepassing op de financiŽle afwikkeling van de uitkeringen Bbz 2004 aan gemeenten met betrekking tot het uitvoeringsjaar 2010.

 

Art. 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt, met uitzondering van de artikel 3, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 3 treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

 

Art. 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2011.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 21 september 2010.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
.

 

 

 

TOELICHTING
[21 september 2010]

 

Inleiding


     Op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand (Wwb) worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld met betrekking tot de verlening van bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van de Wwb aan zelfstandigen. Met het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) is invulling gegeven aan dit artikel.
     De financiŽle middelen voor de kosten van levensonderhoud voor startende zelfstandigen op grond van het Bbz 2004 zijn sinds 2010 gebundeld met het Wwb-inkomensdeel. De financiŽle middelen voor de kosten met betrekking tot voorbereiding en begeleiding van startende ondernemers zijn toegevoegd aan het participatiebudget. Voor deze kosten is het gecombineerde declaratie- en budgetsysteem vervangen door een systeem van volledige budgetfinanciering.
     Ten aanzien van de overige kosten van levensonderhoud en bedrijfskapitaal blijft het huidige gecombineerde declaratie- en budgetsysteem op grond van het Bbz 2004 bestaan. Voor de kosten aan levensonderhoud voor ondernemers in de binnenvaart blijft het declaratiesysteem bestaan.
     Voor bovenstaande geldt dat in artikel 50, eerste lid, van het Bbz 2004 is geregeld dat voor de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48 van het Bbz 2004, die op grond van het eerste lid van dat artikel niet voor vergoeding in aanmerking komen, het Rijk jaarlijks een uitkering aan de gemeente verstrekt, met dien verstande dat geen uitkering wordt verstrekt voor op grond van artikel 52 van de Wwb verleende voorschotten algemene bijstand. Op grond van artikel 50, tweede lid, van het Bbz 2004 wordt de berekeningswijze van het bedrag van de uitkering vastgelegd in deze ministeriŽle regeling.



Verdeelsystematiek Bbz 2004


     De verdeelsystematiek voor de verdeling van het uitkeringsbedrag Bbz 2004 over gemeenten is voor 2011 in beginsel gelijk aan die voor het uitvoeringsjaar 2010, zoals vastgelegd in de Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2010. Het budgetaandeel voor een gemeente wordt berekend op basis van het uitgavenaandeel in het verleden. De gegevens over de uitgaven 2009 die bij de verdeling worden gebruikt, zijn afkomstig uit de bijlage bij de gemeentelijke jaarrekening over 2009. Voor de verdeelmaatstaf (uitgaven Bbz 2004 over het jaar 2009) wordt uitgegaan van de uitgaven Bbz 2004 die over 2009 zijn verantwoord in de bijlage bij de jaarrekening.
     Omdat bij de uitgaven aan levensonderhoud geen onderscheid wordt gemaakt naar starters en gevestigden en bij de uitgaven aan kapitaalverstrekking de voorbereidings- en begeleidingskosten niet apart worden onderscheiden, worden deze bedragen niet volledig meegenomen, maar voor respectievelijk 32% en 98%.
     Het uitkeringsbedrag Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2011 wordt vervolgens berekend door het aandeel van de gemeente in de landelijke uitgaven te vermenigvuldigen met het macrobudget Bbz 2004 voor 2011.



Te late indiening van verantwoordingsinformatie


     Voor de budgetverdeling voor uitvoeringsjaar 2011 dienen de relevante uitgavencijfers over 2009 van alle gemeenten beschikbaar te zijn. In artikel 2, tweede lid, is geregeld hoe te handelen indien van ťťn of meer gemeenten de uitgavencijfers over 2009 ontbreken. Artikel 8a van het Besluit Wwb 2007 is van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat voor die gemeenten waarvan de uitgaven 2009 wel beschikbaar zijn, deze ook worden gebruikt. Voor de gemeenten waarvan genoemde uitgaven niet beschikbaar zijn, wordt uitgegaan van de uitgaven 2008. Deze uitgavencijfers worden vervolgens gecorrigeerd voor de ontwikkeling van de gemiddelde prijs van die gemeenten waarvan de cijfers over 2009 beschikbaar zijn en voor de ontwikkeling van het beroep dat op het Bbz 2004 wordt gedaan in de betreffende gemeente. Tot slot zal op deze uitkomst een correctiefactor worden toegepast, om te voorkomen dat de betreffende gemeenten voordeel (en derhalve de overige gemeenten nadeel) zullen hebben van te late indiening van de verantwoordingsinformatie door ťťn of meerdere gemeenten. 



Tot slot


     Met deze regeling wordt in artikel 3 gelijktijdig de Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2010 ingetrokken. Deze regeling heeft na het jaar 2010 geen functie meer. 



De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x