Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  WERK  EN  INKOMEN  KUNSTENAARS

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2003-2004, 29 574

Vaststelling van een nieuwe regeling inzake inkomensvoorziening voor kunstenaars (Wet werk en inkomen kunstenaars)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
1.1 Algemeen
1.2 Doelstelling van de herzieningen
1.3 Nieuwe Wik
2 De uitgangspunten van de Wwik
3 Systeem van de wet
3.1 Algemeen
3.2 Uitkeringshoogte en inkomsten
3.3 Duur en vereisten
4 Wijzigingen gericht op vereenvoudiging en deregulering van de Wwik
4.1 De netto-uitkeringssystematiek
4.2 Bruto-uitkeringssystematiek
4.3 Voorlopige uitkering
4.4 Het in aanmerking te nemen inkomen van de kunstenaar
4.5 Voorschot bij aanvraag
4.6 Forfaitaire onkostenvergoeding
4.7 Geen boetebepalingen
5 Bevorderen van de zelfstandige voorziening in het bestaan
Inleiding
5.1 Vrijwillig maar niet vrijblijvend
5.2 Eigen verantwoordelijkheid van de kunstenaar
5.3 Beroepspraktijk
5.4 Beroepsmatigheid van de kunstenaar
6 Financiering
7 FinanciŽle gevolgen
8 Toezicht
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen 1 t/m 81
xTransponeringstabel Wet werk en inkomen kunstenaars
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


1.1. Algemeen


     Sinds 1 januari 1999 kunnen beroepsmatig actieve kunstenaars die de ambitie hebben om via inkomsten uit een renderende - al dan niet gemengde - beroepspraktijk als kunstenaar in de kosten van het levensonderhoud te gaan voorzien maximaal 48 maanden een beroep doen op de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik) als zij in de opbouwperiode van een renderende beroepspraktijk als kunstenaar niet zelfstandig in de kosten van het levensonderhoud kunnen voorzien. Met de komst van de Wik kwam er een einde aan een periode waarin kunstenaars die niet konden voorzien in de kosten van het levensonderhoud een beroep moesten doen op de Algemene bijstandswet (Abw) of de daarvan afgeleide regelingen voor werkloze werknemers of zelfstandige ondernemers. De aan deze regelingen verbonden verplichtingen gericht op de arbeidsinschakeling verhielden zich niet met het specifieke karakter van het professionele kunstenaarschap. Als gevolg hiervan had zich in de loop van de jaren een gemeentelijke uitvoeringspraktijk ontwikkeld waarin aan kunstenaars een uitzonderingspositie werd toegekend voor wat betreft de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling.
     De Wik biedt beroepsmatig actieve kunstenaars de financiŽle mogelijkheid om te werken aan de opbouw van een renderende beroepspraktijk als kunstenaar, zonder daaraan verplichtingen te verbinden gericht op inschakeling in de arbeidsmarkt. Deze verplichtingen zouden wel gelden als een beroep op bijstand zou zijn gedaan.

     Vanwege de bijzondere positie van de Wik binnen het stelsel van sociale voorzieningen is op aandringen van de Tweede Kamer in de Wik opgenomen dat drie jaar na inwerkingtreding van de wet een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet aan de Staten-Generaal wordt gezonden. Op 1 november 2002 zijn de rapporten "Evaluatie van de Wik" en de "Monitor flankerend beleid Wik" aangeboden aan de leden van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

     rblz.|2| Uit de evaluaties blijkt dat de gemeentelijke uitvoeringspraktijk en de kunstenaars de Wik, waar het gaat om uitgangspunten en inhoud, positief beoordelen. De Wik blijkt vooral aankomende kunstenaars en gevestigde kunstenaars die een tijdelijk inkomensprobleem hebben een goede mogelijkheid te bieden om te kunnen werken aan de opbouw van een renderende beroepspraktijk als kunstenaar. Voor de groep kunstenaars die in de loop van 1999 rechtstreeks vanuit de bijstand is ingestroomd in de Wik heeft de Wik in minder gevallen kunnen beantwoorden aan de doelstellingen. Van de kunstenaars die in de geŽvalueerde periode de Wik zijn uitgestroomd blijkt circa 75% niet aansluitend een beroep te hebben gedaan op bijstand. Uit beide onderzoeken blijkt echter ook dat de Wik op inhoudelijk en op uitvoeringsniveau als een ingewikkelde en bureaucratische regeling wordt ervaren.

     Daarnaast signaleren de met de uitvoering van de Wik belaste centrumgemeenten [zie artikel 11 Uitvoeringsbesluit Wik, red.] dat er van de Wik zelf nog te weinig activerende, op het vestigen van een renderende beroepspraktijk gerichte impulsen uitgaan. Ook vanuit het kunstenveld wordt de behoefte aan meer activerende impulsen in de Wik genoemd.
     De regering is van mening dat de resultaten van de evaluaties aantonen dat de Wik zich in een betrekkelijk korte tijd een belangrijke positie heeft weten te verwerven in het kunstenveld. De positieve geluiden vanuit de gemeentelijke uitvoeringspraktijk en het kunstenveld tonen aan dat de Wik in een behoefte voorziet. Dit stemt vooral tot tevredenheid omdat er tijdens de parlementaire behandeling en gedurende de invoering van de Wik vooral vanuit het kunstenveld veel kritiek was op de inhoud van de Wik en op de te verwachten onuitvoerbaarheid van deze wet. Eťn en ander neemt echter niet weg dat uit de evaluatie ook blijkt dat de Wik op onderdelen aanpassing behoeft.
     De resultaten van de evaluatie vormen niet de enige reden voor aanpassing van de Wik. De in het Strategisch Akkoord en Strategisch Overleg opgenomen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wwik | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x