Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

REGELING  AANWIJZING  BIJZONDERE  GEVALLEN  BIJ  WERKLOOSHEID  ALS  GEVOLG  VAN  WERKSTAKING  OF  UITSLUITING

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. XII, onderdeel B, onder 2, Verzamelwet SV 2006)

 
 

2 mei 2002, Stcrt. 2002, 85
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. art. 19:6 WW)

 

 

 

 
2 mei 2002/nr. SV/F&W/02/32266
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op artikel 19, zesde lid, van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Aanwijzing bijzondere gevallen
Artikel 19, eerste lid, onderdeel l, van de Werkloosheidswet blijft buiten toepassing indien voor de werknemer een ontheffing is verleend op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.

 

Art. 2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

 

Art. 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing bijzondere gevallen bij werkloosheid als gevolg van werkstaking of uitsluiting.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

ĺs-Gravenhage, 2 mei 2002.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

TOELICHTING
[2 mei 2002]

 

     In artikel 19, eerste lid, onderdeel l, van de Werkloosheidswet (WW) is bepaald dat geen recht op WW-uitkering bestaat indien de werkloosheid het gevolg is van werkstaking of uitsluiting. Het toenmalige Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) was op grond van artikel 19, zesde lid, van dat artikel, zoals dat luidde tot 1 januari 2002, bevoegd in bijzondere gevallen ten aanzien van een werknemer of groep werknemers hiervan af te wijken. Het Lisv baseerde zich bij het hanteren van die bevoegdheid op de criteria die waren opgenomen in Circulaire C 95.09 van 22 december 1995 van het toenmalige Tijdelijk instituut voor co÷rdinatie en afstemming (verder: de circulaire). Daarin was opgenomen dat sprake was van een bijzonder geval, indien:
1. op de werkgever geen verplichting rust tot onverminderde doorbetaling van het loon van de werknemer; en
2. het verstrekken van WW-uitkering de staking niet zou kunnen be´nvloeden.
     Per 1 januari 2002 is artikel 19, zesde lid, van de WW in die zin gewijzigd dat het eerste lid, onderdeel l, van dat artikel buiten toepassing blijft in door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen bijzondere gevallen. Met de onderhavige regeling worden die bijzondere gevallen - met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2002 - aangewezen. Daarbij zijn de in de circulaire opgenomen criteria als uitgangspunt genomen.
     Het eerste criterium in de circulaire - geen verplichting tot loondoorbetaling - was ten overvloede opgenomen. Zoals in de circulaire werd geconstateerd, moet bij de beoordeling of er sprake is van werkloosheid reeds worden nagegaan of de werknemer recht heeft op onverminderde doorbetaling van zijn loon. Voor de WW-toepassing heeft het eerste criterium geen aparte betekenis. Het is daarom niet opgenomen in de onderhavige regeling.
     Met betrekking tot het tweede criterium - de be´nvloeding van de staking - werd in de circulaire geconstateerd dat toekenning van een WW-uitkering het verloop van de staking zou kunnen be´nvloeden indien de betrokkenen zelf staken, of indien zij werkwillig zijn en vallen onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als de stakers. Om die reden wordt in de onderhavige regeling de voorwaarde gesteld dat op de werknemer andere arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn dan op de stakers. In het algemeen kan ervan worden uitgegaan dat als aan die voorwaarde is voldaan, de toekenning van een WW-uitkering de staking niet zal kunnen be´nvloeden. Zoals ook in de circulaire werd geconstateerd, kan be´nvloeding van de staking in die situatie echter niet worden uitgesloten. Het is immers mogelijk dat de arbeidsvoorwaarden van de betrokkene een directe samenhang hebben met de arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn van het arbeidsconflict. In de onderhavige regeling is daarom als tweede voorwaarde opgenomen dat de arbeidsvoorwaarden van de betrokken werknemer niet een zodanige samenhang hebben met de arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn van het arbeidsconflict, dat de toekenning van WW-uitkering tijdens de staking het verloop van de staking zou kunnen be´nvloeden.
     Ten slotte merk ik nog op dat aanvragen die na afloop van de staking worden ingediend, alsmede eerder ingediende aanvragen die na afloop van de staking nog niet zijn afgehandeld, op dezelfde wijze moeten worden beoordeeld als aanvragen die tijdens de staking zijn beoordeeld. Dat de inmiddels beŰindigde staking niet meer door de toekenning van WW-uitkeringen kan worden be´nvloed, doet hier niet aan af.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

TOELICHTING

bij de Regeling van 5 november 2004, Stcrt. 2004, 220, waarbij artikel 1 is vervangen, red.

 

     In artikel 19, eerste lid, onderdeel l, van de Werkloosheidswet (WW) is bepaald dat geen recht op WW-uitkering bestaat indien de werkloosheid het gevolg is van werkstaking of uitsluiting. Op grond van artikel 19, zesde lid, van de WW is de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bevoegd in bijzondere gevallen ten aanzien van een werknemer of een groep werknemers hiervan af te wijken. Met de Regeling aanwijzing bijzondere gevallen bij werkloosheid als gevolg van werkstaking of uitsluiting (hierna: de regeling) is van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. Op grond van de regeling staat het feit dat de werkloosheid het gevolg is van werkstaking of uitsluiting aan het recht op WW-uitkering niet in de weg, als:
- de arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn van het arbeidsconflict niet op de werknemer van toepassing zijn (artikel 1, onderdeel a); en
- de arbeidsvoorwaarden die op de werknemer van toepassing zijn niet een zodanige samenhang hebben met de arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn van het arbeidsconflict dat toekenning van een WW-uitkering het verloop van de staking zou kunnen be´nvloeden (artikel 1, onderdeel b).
     Op grond van artikel 8 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) is het de werkgever verboden eenzijdig de werktijd van werknemers te verminderen. Dat betekent dat werkwilligen die als gevolg van een werkstaking hun werkzaamheden niet kunnen verrichten, gelet hierop geen recht hebben op WW-uitkering. Van het verbod op werktijdverkorting kan door de Minister van SZW voor bepaalde werknemers of groepen van werknemers evenwel ontheffing worden verleend. Over de wijze waarop van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, zijn beleidsregels gesteld. Als een ontheffing van het verbod van werktijdverkorting is verleend, kan de werknemer aanspraak maken op een WW-uitkering, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
     In de laatstelijk gewijzigde Beleidsregels ontheffing verbod van werktijdverkorting (Stcrt. 2004, 199; hierna de beleidsregels) is opgenomen dat geen ontheffing van het verbod op werktijdverkorting wordt verleend indien de vermindering van werkzaamheden samenhangt met een werkstaking in de betreffende of in een andere onderneming, tenzij redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de werkstaking door het verlenen van de ontheffing zal worden be´nvloed (beleidsregel 2, onderdeel d).
     Zowel de beleidsregels als de regeling hebben als uitgangspunt dat geen werktijdverkorting kan worden verleend c.q. recht op WW-uitkering bestaat indien hierdoor een werkstaking ten gunste van ÚÚn der partijen kan worden be´nvloed. Materieel wordt hetzelfde beoogd. Gelet hierop ligt het in de rede dat bij een ontheffing op het verbod van werktijdverkorting geen nadere toetsing door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen plaatsvindt anders dan op de overige WW-voorwaarden. Ook het omgekeerde moet gelden: indien er in geval van leegloop als gevolg van een werkstaking geen ontheffing is verleend, dient er ook geen aanspraak op een WW-uitkering te bestaan.
     Bij gelegenheid van de laatstelijk gewijzigde beleidsregels wordt artikel 1 van de regeling vervangen door de bepaling dat artikel 19, eerste lid, onderdeel l, van de WW buiten beschouwing blijft indien voor de werknemer een ontheffing geldt van het verbod op werktijdverkorting. Dit leidt tot vereenvoudiging van de uitvoeringspraktijk en deregulering. Op het onderdeel van werkstaking zal hierdoor geen dubbele toetsing meer plaatsvinden.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x