Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 21 september 2004

 

REGELING  RIJKSBIJDRAGE  SLUITENDE  AANPAK  WW  2002

Vervallen
m.i.v. 22 september 2004
(art. VIII,e Si04)

 
 
18 januari 2001, Stcrt. 2002, 228
Inwerkingtreding: 28 november 2002
(T.a.v. artt. 53 Wet SUWI en 130:7 WW)

 

 

 

 
REGELING houdende regels inzake de afdracht van gelden aan het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid voor de uitvoering van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW

18 november 2002/nr. SV/R&S/2002/73173a
Directie Sociale Verzekeringen

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;
     Gelet op artikel 53 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 130, zevende lid, van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Art. 2. Rijksbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid
-1. Aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ten behoeve van het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid in 2002 een rijksbijdrage van €|39 900 000,00 toegekend voor het vaststellen van trajecten als bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW binnen twaalf maanden na het intreden van de werkloosheid.
-2. De bevoorschotting van de eerste helft van de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vindt plaats in het vierde kwartaal van 2002, die van de tweede helft in het tweede kwartaal van 2003 doch niet vóór de ontvangst van de verantwoording, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en voor zover op grond van de verantwoording is benodigd.

 

Art. 3. Verantwoording taakstelling
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zendt uiterlijk op 1 juni 2003 een verantwoording aan de minister omtrent het aantal uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder, bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW, voor wie in 2002 binnen twaalf maanden na het intreden van werkloosheid een traject is vastgesteld.
-2.
Bij de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, wordt een accountantsverklaring gevoegd die een oordeel bevat omtrent de getrouwheid van deze verantwoording.

 

Art. 4. Vaststelling rijksbijdrage
-1. De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2, wordt binnen één jaar na ontvangst van de verantwoording, bedoeld in artikel 3, eerste lid, door de minister definitief vastgesteld.
-2. Indien het aantal uitkeringsgerechtigden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, lager is dan het in de Regeling taakstelling sluitende aanpak WW 2002 opgenomen aantal, kan de minister de rijksbijdrage lager vaststellen dan €|39 900 000,00.

 

Art. 5. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

Art. 6. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijksbijdrage sluitende aanpak WW 2002.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

 

‘s-Gravenhage, 18 november 2002.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.

 

 

 

TOELICHTING
[18 november 2002]

 

     Op grond van artikel 130 van de Werkloosheidswet (WW) kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) bij algemene maatregel van bestuur worden opgedragen om werkzaamheden in te kopen ter bevordering van de reïntegratie van WW-gerechtigden. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaalt op grond van die algemene maatregel van bestuur, het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW, jaarlijks het aantal uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder voor wie het UWV binnen twaalf maanden na het intreden van de werkloosheid een traject moet vaststellen. Onder het vaststellen van een traject wordt in dit kader verstaan het goedkeuren van een door een reïntegratiebedrijf ingediend individueel trajectplan door het UWV, waardoor de uitkeringsgerechtigde in staat wordt gesteld deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot inschakeling in het arbeidsproces.
     Ten laste van het op grond van artikel 130, tweede lid, WW uit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) en het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) vastgestelde budget dient het UWV in 2002 voor ten minste 23 000 uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder binnen twaalf maanden na het intreden van de werkloosheid een traject vast te stellen. Het gaat daarbij om WW-gerechtigden die behoren tot de doelgroep van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW. De aan de realisatie van deze taakstelling verbonden kosten, te weten de prijzen van de in te kopen trajecten en de daaruit voortvloeiende uitvoeringskosten, zullen naar verwachting uitstijgen boven besparingen op de uitkeringslasten als gevolg van de toegenomen uitstroom uit de WW die door de trajecten wordt veroorzaakt. In verband hiermee wordt een rijksbijdrage toegekend aan het AWf en het Ufo. De rijksbijdrage voor het jaar 2002 die ten gunste van het Ufo komt, wordt aangewend voor overheidswerknemers die op of na 1 januari 2001 werkloos zijn geworden. Het UWV verdeelt de middelen van de rijksbijdrage over het AWf en het Ufo.
     Op grond van artikel 53 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met de Minister van Financiën, regels stellen over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden door het Rijk aan het AWf en het Ufo plaatsvindt. In de onderhavige regeling zijn deze regels vastgelegd.
     In 2002 wordt een rijksbijdrage van €|39,9 mln toegekend aan het AWf en het Ufo. De definitieve vaststelling van deze rijksbijdrage geschiedt achteraf aan de hand van een verantwoording door het UWV omtrent het aantal uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder, behorende tot de doelgroep van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW, voor wie in 2002 een traject is vastgesteld voordat zij twaalf maanden werkloos zijn. Bij deze verantwoording wordt een accountantsverklaring overgelegd waarmee een oordeel wordt gegeven over de getrouwheid van de verantwoording. De accountant stelt daarbij vast dat de uitkeringsgerechtigden voor wie de trajecten zijn vastgesteld 23 jaar of ouder zijn, behoren tot de doelgroep van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW en korter dan twaalf maanden werkloos zijn.
     Indien het aantal uitkeringsgerechtigden voor wie een traject is vastgesteld, achterblijft bij het in de taakstelling voor 2002 genoemde aantal, kan de definitieve rijksbijdrage op een lager bedrag dan €|39,9 mln worden bepaald.
     De verantwoording met accountantsverklaring dient uiterlijk 1 juni 2003 aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te worden aangeboden.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x