Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

REGELING  VERGOEDING  BIJDRAGEN  REMIGRATIEWET

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 6.1:1 RW)

 
 

28 maart 2000, Stcrt. 2000, 62
Inwerkingtreding: 1 april 2000
(T.a.v. artt. 102 en 110 Wfsv en 95:3 en 112 WW)

 

 

 

 
28 maart 2000/nr. SV/GSV/00/14665
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Handelende na overleg met de Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
     Gelet op de artikelen 95, derde lid, en 112 van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definitiebepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Werkloosheidswet;
b. remigratiebijdrage: een periodieke uitkering als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Remigratiewet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Remigratiewet;
c. Bank: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

 

Art. 2. Vergoeding remigratiebijdragen
Het UWV vergoedt met inachtneming van de artikelen 95, eerste en tweede lid, en 97h, eerste en tweede lid, van de wet per kalenderjaar aan de Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid de door de Bank in dat jaar aan werknemers toegekende remigratiebijdragen, doch ten hoogste tot een bedrag gelijk aan het totaal van de bruto-uitkeringen die op grond van de wet in dat kalenderjaar waarin remigratiebijdragen zijn verstrekt, aan deze werknemers hadden moeten worden betaald indien zij werkloos waren gebleven en niet naar een bestemmingsland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Remigratiewet waren vertrokken.

 

Art. 3. Informatieverplichtingen Bank
Binnen twee maanden na afloop van enig kalenderjaar verstrekt de Bank aan het UWV een lijst met namen van de in artikel 2 bedoelde werknemers, alsmede een overzicht van de aan hen in dat jaar verstrekte remigratiebijdragen.

 

Art. 4. Betalingsverplichting UWV
Binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in artikel 3, betaalt het UWV de vergoeding, bedoeld in artikel 2, onder overlegging van een lijst met namen van de personen op wie de vergoeding betrekking heeft.

 

Art. 5. Intrekking
De Regeling vergoeding remigratiebijdragen wordt ingetrokken.

 

Art. 6. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergoeding bijdragen Remigratiewet.

 

Art. 7. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Remigratiewet in werking treedt.

 

 

     Deze regeling zal met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

s-Gravenhage, 28 maart 2000.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

TOELICHTING
[28 maart 2000]

 

     Op grond van artikel 13 van de Remigratiewet wordt de Emigratiewet ingetrokken. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Remigratiewet vervalt de op grond van de Emigratiewet getroffen lagere regelgeving in casu de Basisremigratiesubsidieregeling 1985 en de Remigratieregeling 1985.
     In verband hiermee dient de Regeling vergoeding remigratiebijdragen, die naar de hiervoor genoemde regelingen verwijst, aangepast te worden. Er is voor gekozen de regeling in haar geheel te vervangen.
     De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid is belast met de zorg voor het beleid inzake remigratie en daarmee tevens met de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Remigratiewet. De vergoeding die op grond van artikel 95, eerste lid, van de Werkloosheidswet uit het Algemeen Werkloosheidsfonds aan het Rijk wordt toegekend, wordt betaald aan de Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid. Artikel 2 van deze regeling voorziet hierin.
     Artikel 3 bepaalt dat de Sociale Verzekeringsbank aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] voor de vaststelling van de omvang van de vergoeding, bedoeld in artikel 2, een lijst met namen doet toekomen van de werknemers aan wie een remigratiebijdrage is verstrekt, alsmede een overzicht van de remigratiebijdragen die aan hen in het betrokken kalenderjaar zijn betaald.
     Artikel 4 bepaalt dat de vergoeding door het Lisv binnen zes maanden na afloop van het betrokken kalenderjaar wordt betaald. Dit dient te geschieden onder overlegging van een lijst met namen van de personen waarop de vergoeding betrekking heeft.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x