Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  VRIJSTELLING  VERPLICHTINGEN  SOCIALEZEKERHEIDSWETTEN
 
 

16 december 2005, Stcrt. 2005, 250
Inwerkingtreding: 29 december 2005
(T.a.v. artt. 19:5, 21:4, 24:8, 26:3 en 76a WW, 16:1 IOW, 30:1 j 32:2 en 37:5 Wet WIA, 2:24:5, 2:33:2 en 2:43:2 Wet Wajong en 30aa:2 ZW)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/05/99376, houdende regels met betrekking tot  de vrijstelling van verplichtingen, genoemd in de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeid (Regeling vrijstelling verplichtingen WW en Wet WIA)

1. Redactie: Ingevolge artikel V, onderdeel I, van de Aanpassingsregeling IOW (Stcrt. 2009, 18184) is de Regeling vrijstelling verplichtingen WW en Wet WIA voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Regeling vrijstelling verplichtingen socialezekerheidswetten.

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 30, eerste lid, juncto 32, tweede lid, en 37, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de artikelen 19, vijfde lid, 21, vierde lid, 24, zevende lid, 26, derde lid, en 76a van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- mantelzorg: noodzakelijke zorg voor een zieke of gehandicapte;
- resterende verdiencapaciteit: de resterende verdiencapaciteit, bedoeld in paragraaf 7.2 van de Wet WIA;
- uitkeringsgerechtigde: de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit als bedoeld in paragraaf 7.2 van de Wet WIA niet volledig benut, de werknemer, de IOW-gerechtigde of de persoon die ziekengeld ontvangt op grond van de ZW;
- verzekerde: de verzekerde, bedoeld in de Wet WIA, die recht heeft op een WGA-uitkering;
- vrijwilligerswerk: onbetaalde en onverplichte activiteiten binnen een organisatie die een idele doelstelling heeft of een maatschappelijk nut nastreeft, welke activiteiten doorgaans een aanvullend karakter hebben op bestaande maatschappelijke voorzieningen;
- werknemer: de werknemer, bedoeld in hoofdstuk 1, paragraaf 2, van de WW, die recht heeft op een WW-uitkering;
- Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- WGA-uitkering: werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA;
- WW: Werkloosheidswet;
- Wet Wajong: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
- IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
- IOW-gerechtigde: de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in artikel 1 van de IOW;
- ZW: Ziektewet;
- pensioen: een uitkering op grond van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a, onder 1, van de Wet op de loonbelasting 1964;
- prepensioen: een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 32ba, van de Wet op de loonbelasting 1964 of op grond van een prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat artikel luidde op 31 december 2004;
- verlof: een tussen de werkgever en de werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen periode waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht.

 

Art. 1a. Aanvulling wettelijke grondslag
Deze regeling berust mede op de artikelen 16, eerste lid, van de
IOW en 30aa, tweede lid, van de ZW.

 

Art. 2. Vrijstelling in verband benutten resterende verdiencapaciteit
Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit volledig benut.

 

Art. 2a. Vrijstelling in verband met pensioen, prepensioen of verlof
-1. Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld de persoon die met verlof is dan wel die pensioen of prepensioen ontvangt.
-2. Van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdeel a tot en met e, van de IOW is vrijgesteld de persoon die met verlof is.

 

Art. 3. Vrijstelling in verband met vorst en arbeidstijdverkorting
-1. Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1, 2 en 4, 26, eerste lid, onderdeel d, f en g, van de WW en 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdeel a tot en met e, van de IOW, is vrijgesteld de werknemer wiens werkloosheid uitsluitend een gevolg is van:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x