Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

BESLUIT  DATUMBELEID  INDELINGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 2, onderdeel H, IWfsv)

 
 

4 maart 1998, Stcrt. 1998, 51
Inwerkingtreding: 1 juli 1998
(T.a.v. artt. 97l en 97m WW)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 52 en 53 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Lisv hanteert bij het nemen van beslissingen inzake de indeling van werkgevers bij sectoren het in de bijlage weergegeven beleid.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1998.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit datumbeleid indelingen.

 

 

Amsterdam, 4 maart 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

Zakelijke weergave besluit

 

     Ingevolge de artikelen 52 en 53 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 [zie de artikelen 97l en 97m WW jo. artikel 25 Invoeringswet SUWI, red.] is het Landelijk instituut sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] verantwoordelijk voor het indelen dan wel herindelen van werkgevers bij sectoren [zie Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren, red.].
     Inzake de te hanteren criteria met betrekking tot de data per wanneer (her)indeling plaatsvindt, gelden de volgende beleidsregels:
a. Wanneer overgang van een werkgever naar een andere sector dan de sector waarbij die werkgever is aangesloten is aangewezen, vindt deze overgang zo spoedig mogelijk plaats per 1 januari of 1 juli van enig jaar, mits vr de betreffende datum een schriftelijke indelingsbeslissing aan de betrokken werkgever is gezonden.
b. Wanneer een werkgever zelf verzoekt om de juistheid van de op dat moment voor hem geldende indeling te bezien dan wel gericht verzoekt om herindeling naar een andere sector, gelden eveneens de data 1 januari of 1 juli direct volgend op de datum waarop werkgever zijn verzoek heeft gedaan.
c. Voor overgang naar een andere sector tegen de zin van een werkgever per de data vermeld onder a en b gelden uiterste termijnen van schriftelijke aanzegging van overdracht. Onder deze omstandigheden moet de beslissing tot herindeling zijn verzonden:
- bij herindeling per 1 januari: vr 15 november van het voorgaande jaar;
- bij herindeling per 1 juli: vr 15 mei van hetzelfde jaar.
d. Indelen van een werkgever met terugwerkende kracht tot een datum gelegen vr de onder a en b en de daaraan onder c gekoppelde data kan plaatsvinden zowel ten voor- als ten nadele van de betrokken werkgever. Ten voordele: dit kan zich voordoen bijvoorbeeld als in het verleden is nagelaten na een daartoe strekkend verzoek van een werkgever of na melding van een wijziging in de bedrijfsuitoefening een indelingsonderzoek in te stellen en achteraf komt vast te staan dat reeds toen herindeling aangewezen zou zijn geweest. Ten nadele: dit kan zich voordoen bijvoorbeeld als een werkgever zich duidelijk willens en wetens in eerste instantie voor inschrijving bij de verkeerde sector heeft gemeld of wijzigingen in de bedrijfsuitoefening heeft verzwegen.
e. Indeling van een werkgever in een sector met terugwerkende kracht kan niet verder strekken dan de premieverjaringstermijn van vijf jaren, neergelegd in artikel 13, derde lid, van de Cordinatiewet Sociale Verzekering.
f. Herindeling van een werkgever per een andere datum dan 1 januari of 1 juli van enig jaar is mogelijk bij plotseling optredende structurele wijzigingen in de bedrijfsuitoefening. Ook de betrokken werkgever kan hierop een beroep doen, mits hij die wijzigingen, zoals voorgeschreven, tijdig binnen veertien dagen na het optreden van die wijzigingen heeft gemeld.
g. Het bepaalde onder a tot en met d en onder f laat onverlet de mogelijkheid om op grond van bijzondere omstandigheden (met name overwegingen van redelijkheid en zorgvuldigheid) daarvan af te wijken. Dit kan zich voordoen wanneer een werkgever door overlegging van contracten e.d. voldoende aannemelijk kan maken dat hij zich reeds voor langere termijn heeft gebonden op basis van de (substantieel lagere) socialeverzekeringspremies die hij bij de sector waar hij oorspronkelijk was aangesloten, betaalt; in dat geval kan de datum van herindeling met een halfjaar worden opgeschoven.

 

 

 

TOELICHTING
[4 maart 1998]

 

     Het datumbeleid indelingen is reeds bij brief van de voormalige Sociale Verzekeringsraad d.d. 24 maart 1993 ter kennis gebracht van de toenmalige bedrijfsverenigingen in de vorm van richtlijnen. Bij dit datumbeleid wordt uitgegaan van - in beginsel - overgang van een werkgever naar een andere sector per 1 januari of 1 juli van enig jaar.
     In de praktijk is gebleken dat een aantal uitvoeringsinstellingen hiervan afwijken in die zin dat alleen de datum 1 januari als overgangsdatum wordt gehanteerd.
     Nu het Landelijk instituut sociale verzekeringen per 1 maart 1997 verantwoordelijk is geworden voor het gehele indelingstraject is het aangewezen ter zake van het datumbeleid een uniform, voor een ieder geldend, besluit vast te stellen. Dit te meer nu in de wetgeving wordt uitgegaan van een systematiek van gedwongen indeling; een werkgever hoort vanaf aanvang werkgeverschap onmiddellijk van rechtswege thuis bij een bepaalde sector en het is de taak van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (met onder diens verantwoordelijkheid de uitvoeringsinstellingen) ervoor zorg te dragen dat bij discrepanties de feitelijke aansluiting bij een sector zo snel mogelijk in overeenstemming wordt gebracht met de indeling van rechtswege.
     Het in dit besluit vastgestelde datumbeleid is gelijkluidend aan het datumbeleid zoals dit tot dusverre van kracht was, echter met n uitzondering.
     De zorgvuldigheid gebiedt dat bij overgang naar een andere sector de werkgever een redelijke voorbereidingstijd wordt gegund om op de nieuwe feitelijke situatie te kunnen inspelen. Daarom is in dit beleid onder punt c een minimumtermijn van aanzegging van herindeling opgenomen wanneer een werkgever tegen zijn zin naar een andere sector moet worden overgeschreven; deze termijn bedraagt zes weken voorafgaande aan 1 januari dan wel 1 juli. In de praktijk werd deze termijn door het Landelijk instituut sociale verzekeringen en zijn rechtsvoorganger reeds gehanteerd, doch deze termijn was nog niet geformaliseerd.
     Overigens sluit deze termijn direct aan bij de zeswekentermijn als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, zijnde de termijn waarbinnen een werkgever tegen een niet-gewenste (her)indeling in bezwaar kan gaan; gaat een werkgever binnen die termijn in bezwaar, dan heeft hij bovendien de mogelijkheid en voldoende tijd om bij de Centrale Raad van Beroep om een voorlopige voorziening strekkende tot schorsing van de bestreden beslissing te vragen.
     De datum 1 juli kan uiteraard niet als datum van herindeling worden gehanteerd wanneer in specifieke besluiten expliciet alleen de datum 1 januari als mogelijke datum van herindeling vermeld staat. Hierbij gaat het tot dusver uitsluitend om het Lisv-besluit ex artikel 53, eerste lid, Osv 1997 van 12 december 1985, nr. 85/8805; dit besluit regelt de herindeling per 1 januari van enig jaar inzake werkgevers uit de metaalsector bij n der betrokken sectoren en waarbij het zgn. 1200-arbeidsurencriterium van toepassing is.

 

Nadere inlichtingen over dit besluit zij nte verkrijgen bij het Lisv, afdeling Indelingszaken, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 4 maart 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x