Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2012

 

BESLUIT  INTERPRETATIE  SEIZOENMATIGE  ARBEID

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2013
(art. I, onderdeel C, onder 5, Wet vereenvoudiging regelingen UWV)

 
 

6 mei 2002, Stcrt. 2002, 100
Inwerkingtreding: n.v.t.
(T.a.v. artt. 16:7 WW en 4b Rgnugu)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 16, zevende lid, van de Werkloosheidswet en artikel 4b van het Besluit van 18 december 1986, nr. 86/8052, inzake regels om bij de berekening van het aantal arbeidsuren, uren waarin geen arbeid is verricht, gelijk te stellen met arbeidsuren, en uren waarin arbeid is verricht, buiten beschouwing te laten (Stcrt. 1986, 248); ¹

1. Zie Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren, red.

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
voert ter zake van seizoenmatige arbeid bij de uitvoering van de regels cyclische arbeidspatronen een beleid als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit interpretatie seizoenmatige arbeid.

 

 

     Dit besluit zal met de bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

 

Amsterdam, 6 mei 2002.
De Raad van Bestuur UWV,
namens deze,
de directeur Divisie WW,
R. van Es.

 

 

 

BIJLAGE

 

     Uitgangspunt van de systematiek van de WW bij de vaststelling van werkloosheid en de omvang daarvan is de beoordeling per kalenderweek. Van deze hoofdregel kan worden afgeweken wanneer toepassing van de beoordeling per kalenderweek tot onbedoelde en ongewenste effecten leidt. Om die reden zijn in artikel 4b van het Besluit van 18 december 1986, nr. 86/8052, inzake regels om bij de berekening van het aantal arbeidsuren, uren waarin geen arbeid is verricht, gelijk te stellen met arbeidsuren, en uren waarin arbeid is verricht, buiten beschouwing te laten (hierna: Besluit gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren) bijzondere bepalingen getroffen voor het werken in cyclische arbeidspatronen. Een werknemer is werkloos in de zin van de WW als de werknemer ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren (alsmede het recht op loondoorbetaling over die uren) en de werknemer voorts ook beschikbaar is voor arbeid. Het arbeidsurenverlies is het verschil tussen het gemiddeld aantal uren dat de werknemer in de 26 weken onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van de werkloosheid gemiddeld per week heeft gewerkt en het aantal nog resterende arbeidsuren per week. In het geval van cyclische arbeid is het arbeidsurenverlies het verschil tussen het gemiddeld aantal uren dat de werknemer in de cyclus per week heeft gewerkt en het aantal nog resterende arbeidsuren.
     Een cyclus is een arbeidspatroon van werken dat wordt afgewisseld door perioden van niet of minder werken, waarna het patroon zich bij dezelfde werkgever herhaalt. In de perioden van de cyclus waarin niet of minder gewerkt wordt, bestaat (behoudens bijzondere situaties) geen recht op WW. Recht op WW kan alleen ontstaan na een volledige cyclus als er niet meer in een volgende cyclus wordt gewerkt of als de volgende cyclus (naar verwachting) een relevant aantal arbeidsuren minder is. Deze bijzondere regel voor de berekening van het arbeidsurenverlies en de omvang van de werkloosheid bij cyclische arbeidspatronen is niet van toepassing op seizoenmatige arbeid. Dan zijn de gebruikelijke WW regels van toepassing. Onder seizoenmatige arbeid wordt verstaan arbeid die naar zijn aard vanwege klimatologische omstandigheden slechts gedurende één of meer jaarlijks terugkerende periodes beschikbaar is of verricht kan worden. Dat betekent dat het gaat om specifieke werkzaamheden die uitsluitend kunnen plaatsvinden vanwege (gunstige) klimatologische omstandigheden; als om bedrijfseconomische of organisatorische motieven het werk geconcentreerd is in bepaalde jaarlijkse perioden is er geen sprake van seizoenmatige arbeid.
     UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, red.] verstaat onder arbeid die naar zijn aard vanwege klimatologische omstandigheden slechts gedurende één of meer jaarlijks terugkerende periodes beschikbaar is of verricht kan worden, ook arbeid in bedrijven die één of meer perioden van het jaar volledig worden gesloten of afgebroken en deze sluiting of afbraak plaatsvindt op klimatologische gronden. Daarbij gaat het uitsluitend om bedrijven die gesloten of afgebroken worden omdat de bedrijfsactiviteiten rechtstreeks door klimatologische omstandigheden worden belemmerd. Bedrijven wier activiteiten indirect het gevolg zijn van de klimatologische omstandigheden worden hieronder niet begrepen.

 

 

 

TOELICHTING
[6 mei 2002]

 

     Het in dit besluit weergegeven beleid is reeds staand UWV-beleid. Vanwege gerezen onduidelijkheid is besloten tot bevestiging hiervan en tot publicatie. Om die reden is geen datum inwerkingtreding opgenomen in het besluit.
     Het in dit besluit weergegeven beleid wordt hierna met enkele voorbeelden toegelicht. Deze voorbeelden zijn niet exclusief, maar gelden mutatis mutandis voor andere arbeid en bedrijfstakken.
     Naar zijn aard seizoengebonden arbeid is bijvoorbeeld direct aan de volle grond gerelateerde arbeid in de agrarische sector. Arbeid in horecagelegenheden en detailhandel aan het strand of in attractieparken (en waar een deel van het jaar niet gewerkt wordt) is naar zijn aard niet seizoenmatig, omdat het soort arbeid het gehele jaar door mogelijk en ook daadwerkelijk beschikbaar is, zij het soms op andere plaatsen.
     Arbeid in horeca of detailhandel in bedrijven die in de wintermaanden volledig gesloten of afgebroken worden, wordt wel als seizoenmatige arbeid beschouwd als het afbreken of de sluiting rechtstreeks verband houdt met de klimatologische omstandigheden. Te denken valt aan horeca of detailhandel in strandpaviljoens die voor enkele wintermaanden worden afgebroken, maar ook aan campings die in de wintermaanden volledig sluiten.
     Arbeid in horeca of detailhandel in bedrijven die in de wintermaanden gesloten of afgebroken worden, maar deze sluiting of afbraak is ingegeven door een verminderde stroom bezoekers, wordt niet als seizoenmatige arbeid beschouwd omdat er geen rechtstreeks verband is met de klimatologische omstandigheden.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x