Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 september 2010

 

BESLUIT  KOSTENVERGOEDINGEN  WERKLOOSHEIDSWET

Vervallen
m.i.v. 1 oktober 2010
(art. 8 BkU)

 
 
1 april 1998, Stcrt. 1998, 192
Inwerkingtreding: 1 juni 1998
(T.a.v. WW, TW en WBIA)

 

 

 

 
     Het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van de vergoeding van kosten die in het kader van de Werkloosheidswet, de Toeslagenwet en de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (WBIA) bij de naleving van de wettelijke verplichtingen worden gemaakt door de uitkeringsgerechtigden, een beleid als weergegeven in de bijlage van dit besluit.

 

Art. 2.
Besluiten van de bedrijfsverenigingen ter zake van kosten die in het kader van de naleving van de Werkloosheidswet bij de naleving van de wettelijke verplichtingen worden gemaakt, welke besluiten krachtens artikel 7 van de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gelden als besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, worden ingetrokken.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking op 1 juni 1998.

 

Art. 4.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit kostenvergoedingen Werkloosheidswet.

 

Art. 5.
Dit besluit wordt met de bijlage gepubliceerd in de Staatscourant.

 

 

Amsterdam, 1 april 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

     Voor de vergoeding van de kosten die door uitkeringsgerechtigden worden gemaakt wanneer zij worden opgeroepen te verschijnen op de kantoren of de meldposten van de uitvoeringsinstellingen is door de bedrijfsverenigingen beleid gevoerd op basis van mededelingen van het Algemeen Werkloosheidswet en laatstelijk op basis van een circulaire van de Federatie van Bedrijfsverenigingen (FBV) uit 1981. Hoewel op hoofdlijnen gelijk, wijkt het door de bedrijfsverenigingen vastgestelde beleid op onderdelen af van de FBV-circulaire. Het onderhavige besluit strekt ertoe een eenduidig beleid te bewerkstelligen.
     Het besluit ziet op de vergoeding van kosten die gemaakt worden wanneer de uitvoeringsinstelling de betrokkene oproept. Het zal dan doorgaans gaan om (reguliere) controle en activering (ondersteuning bij reļntegratie en sollicitaties). Spontane meldingen bij de uitvoeringsinstellingen geven geen aanleiding tot vergoeding van kosten.
     Het nieuwe besluit wijkt inhoudelijk niet af van de FBV-circulaire. Uitgangspunt is dat de vergoeding van de reiskosten wordt gesteld op de kosten van de reis met openbaar vervoer, zoals die langs de kortste gebruikelijke en goedkoopste weg wordt afgelegd, met dien verstande dat geen reiskosten worden vergoed indien de af te leggen reisafstand tussen woon- of verblijfplaats en de te bezoeken uitvoeringsinstelling minder bedraagt dan vijftien kilometer.
     Dit besluit is van toepassing op de uitvoering van de Werkloosheidswet, de Toeslagenwet en de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.

 

Nadere informatie kan bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen worden ingewonnen: postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x