Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  NADERE  CRITERIA  EXPERIMENTEN  WW
 
 

28 juni 2000, Stcrt. 2000, 134
Inwerkingtreding: 1 resp. 11 augustus 2000
(T.a.v. art. 76 WW en Tbpw, Tblw en Tbpiw)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 76 van de Werkloosheidswet en het Tijdelijk besluit proefplaatsing WW, het Tijdelijk besluit loonsuppletie WW en het Tijdelijk besluit preventieve inzet wachtgeldfondsen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van de uitvoering van de experimenten scholing, proefplaatsing, loonsuppletie en preventie WW een beleid als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
-1. Dit besluit treedt ten aanzien van het onderdeel scholing in werking op 1 augustus 2000.
-2. Dit besluit treedt ten aanzien van de onderdelen proefplaatsing, loonsuppletie en preventie in werking op 11 augustus 2000.
-3. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 augustus 2000, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt voor het onderdeel, genoemd in het eerste lid, terug tot en met 1 augustus 2000.
-4. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 11 augustus 2000, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt het voor het onderdeel, genoemd in het eerste lid, terug tot en met 1 augustus 2000 en voor de onderdelen, genoemd in het tweede lid, terug tot en met 11 augustus 2000.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit nadere criteria experimenten WW.

 

 

     Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden gepubliceerd.

 

Amsterdam, 28 juni 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

bij Besluit experimenten scholing, proefplaatsing, loonsuppletie en preventie WW

 

Algemeen


     Met de Wet experimenten WW (Stb. 307, 1999) is een aantal nieuwe bepalingen in de WW geÔntroduceerd. Deze maken het mogelijk om bij algemene maatregel van bestuur - al dan niet in afwijking van bestaande wet- en regelgeving - te experimenteren, met als doel de inschakeling in het arbeidsproces voor bepaalde groepen werkloze werknemers te bevorderen en daarnaast te bevorderen dat bepaalde groepen werknemers ingeschakeld blijven in arbeid.
     Zo biedt artikel 130a van de WW en het Tijdelijk besluit proefplaatsing WW de mogelijkheid om bij wijze van experiment af te wijken van een aantal artikelen in de WW. Hierdoor kunnen bepaalde groepen werknemers tijdelijk, met behoud van WW-uitkering, op proef onbeloonde werkzaamheden verrichten voor een werkgever, met als oogmerk na afloop daarvan bij die werkgever tegen beloning werkzaamheden in dienstbetrekking te kunnen gaan verrichten.
     Op grond van artikel 130b van de WW en het Tijdelijk besluit loonsuppletie WW heeft het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bevoegdheid om bij wijze van experiment loonsuppletie toe te kennen aan bepaalde groepen werkloze werknemers die werk aanvaarden tegen een lager loon dan (het deel van) de WW-uitkering die wordt beŽindigd vanwege de werkaanvaarding.
     Met artikel 130c van de WW en het Tijdelijk besluit preventieve inzet wachtgeldfondsen is het Lisv opgedragen om ten behoeve van een experiment voor bepaalde groepen werknemers die binnen een termijn van vier maanden werkloos dreigen te worden, werkzaamheden in te kopen die erop gericht zijn die werkloosheid te voorkomen.
     Al deze experimenten kennen een maximale tijdsduur van vier jaar en zullen ingaande 11 augustus 2000 door de uitvoeringsinstellingen worden uitgevoerd. Per doelgroep geldt een maximum van 1000 deelnemers. Indien dit maximum in enig kwartaal is bereikt, dan eindigt de toepassing van het experiment met ingang van het volgende kwartaal.
     Naast de hiervoor genoemde experimenten is er een tijdelijke wijziging op komst van de ministeriŽle regeling op grond van artikel 76 van de WW [Besluit van 20 december 1990, Stcrt. 1990, 252, red.]. Deze tijdelijke wijziging [zie Stcrt. 2000, 107, red.] houdt een verruiming in van de bestaande scholingsregels, waardoor werkloze werknemers met enige afstand tot de arbeidsmarkt in ruimere mate met behoud van uitkering een scholing of opleiding kunnen volgen.
     Deze gewijzigde ministeriŽle regeling treedt per

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x