Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

BESLUIT  PREMIE  ALGEMEEN  WERKLOOSHEIDSFONDS  2002

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 2, onderdeel H, IWfsv)

 
 

27 juni 2001, Stcrt. 2001, 128
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. art. 86:1 WW)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 86, eerste lid, van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het deel van de premie, bedoeld in artikel 86, eerste lid, van de Werkloosheidswet, dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds, wordt voor het jaar 2002 voor alle takken van het bedrijf en beroep vastgesteld op 4,13% van het loon van de werknemer.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit premie Algemeen Werkloosheidsfonds 2002.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

 

Amsterdam, 27 juni 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[27 juni 2001]

 

     De Werkloosheidswet wordt deels sectoraal gefinancierd (wachtgeldfondsen) en deels landelijk (Algemeen Werkloosheidsfonds). Daarnaast is krachtens de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW) het overheidspersoneel sinds 1 januari 2001 onder de werking van de Werkloosheidswet gebracht. De betaling van de WW-uitkeringen aan overheidspersoneel geschiedt via het Uitvoeringsfonds voor de overheid. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] heeft als fondsbeheerder van het Algemeen Werkloosheidsfonds de wettelijke taak het deel van de premie voor de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds vast te stellen. Artikel 1 van dit besluit strekt hiertoe. De premie is voor 2002 vastgesteld op 4,13%. Bij de premievaststelling is verondersteld dat de premie wordt betaald na aftrek van een franchise van 122,- per dag.
     Bij de premievaststelling is rekening gehouden met de Regeling reservevorming Algemeen Werkloosheidsfonds (Staatscourant 18 december 2000, 245) [zie Regeling reservevorming Algemeen Werkloosheidsfonds 2002, red.]. Deze regeling biedt de mogelijkheid om een reserve dekking werkloosheidslasten te hanteren. Deze reserve maakt de premie minder afhankelijk van conjunctuurschommelingen. De hoogte van de reserve is gemaximeerd tot een reserveplafond. De hoogte van het reserveplafond eind 2002 is berekend op 4,928 mln. Bij de vaststelling van de AWf-premie voor 2002 is een reserve aangehouden ter hoogte van dit reserveplafond. Dit besluit behoeft op grond van artikel 124 van de Werkloosheidswet goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Amsterdam, 27 juni 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x