Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 12 oktober 2012

 

BELEIDSREGELS  PROTOCOL  SCHOLING  2008

Vervallen
m.i.v. 13 oktober 2012
(art. 2 BPS12)

 
 

1 juli 2008, Stcrt. 2008, 154
Inwerkingtreding: 14 augustus 2008
(T.a.v. WW, Wet WIA, WAO en Wajong)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij het beoordelen van cliŽnten voor het volgen van een scholing het protocol als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Het Besluit Protocol Scholing 2005,Ļ gepubliceerd in de Staatscourant van 1 februari 2005, nummer 125,Ļ met datum inwerkingtreding 6 juli 2005, wordt ingetrokken.

1. Volgens de redactie dient "Besluit Protocol Scholing 2005" te worden vervangen door "Beleidsregels Protocol Scholing" en "nummer 125" door: nummer 126.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2008. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 juli 2008, treedt het besluit in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2008.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels Protocol Scholing 2008.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst

 

Amsterdam, 1 juli 2008.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.

 

 

 

BIJLAGE

Protocol Scholing 2008

 

1. Definitie van scholing


     Voor het protocol [lees: Voor het Protocol Scholing 2008, verder te noemen Protocol Scholing of protocol, red.] wordt de volgende definitie van scholing gehanteerd: opleiding of scholing is het systematisch verwerven van arbeidsmarktrelevante kennis en/of vaardigheden voor de uitoefening, het behoud of het verkrijgen van een taak, functie of (zelfstandig) beroep onder begeleiding van daartoe aangestelde docenten. Het dient zowel voor het uitoefenen als het verkrijgen van ťťn of meerdere (deel)kwalificatie(s) voor een taak, functie of beroep.

     In dit protocol worden onder het begrip scholing alle kwalificerende instrumenten begrepen die een cliŽnt dient te volgen om zijn (toekomstige) functie uit te kunnen oefenen.

 

2. Toepassing protocol


     Het Protocol Scholing is van toepassing op alle WW-, Wajong-, WIA- en WAO-cliŽnten. Voordat het Protocol Scholing wordt toegepast, heeft de re-integratiecoach Werk of de arbeidsdeskundige vastgesteld dat re-integratie mogelijk is ťn dat de cliŽnt gemotiveerd is. Toepassing van het Protocol Scholing gebeurt altijd in relatie met de vraag van een concrete werkgever dan wel met het oog op beschikbare vacatures op de lokale/regionale arbeidsmarkt.

 

3. Beoordeling op indicatoren


     Het Protocol Scholing bestaat uit drie onderdelen:
A. Het bepalen van de noodzaak van scholing.
B. Het toetsen van de scholing op basis van de regelgeving.
C. Het beoordelen van de schoolbaarheid van de cliŽnt.

     In onderdeel A wordt bepaald of scholing noodzakelijk is. De stappen die hierbij doorlopen worden, zijn opgenomen in paragraaf 4.
     Uitgangspunt is de vraaggerichte benadering op de regionale arbeidsmarkt. Daarvan is in eerste instantie sprake indien er een concrete vacature bij een werkgever in zicht is ten aanzien van de functie waarvoor geschoold wordt. Is dit laatste niet het geval, dan dient er in ieder geval sprake te zijn van aanwezigheid van vacatures op de regionale arbeidsmarkt met betrekking tot de functie. De relatie tussen de inzet van scholing ťn het beschikbaar zijn van concrete vacatures op de arbeidsmarkt wordt hierdoor verstevigd.
     Na toepassing van onderdeel A van het protocol zijn de volgende uitkomsten mogelijk:
- scholing is niet noodzakelijk;
- scholing is noodzakelijk;
- UWV heeft extern advies nodig om de beroepskeuze van de cliŽnt te bepalen.

     Wanneer wordt vastgesteld dat scholing noodzakelijk is en welke scholing dat dan is, wordt onderdeel B van het protocol gevolgd. De te volgen stappen zijn beschreven in paragraaf 5. Hierin wordt getoetst of de benodigde scholing voldoet aan het wettelijk kader.Ļ Wanneer deze vraag negatief wordt beantwoord, is een andere functie de meest voor de hand liggende keuze. Onderdeel A vanaf stap 3 of 4 moet weer worden doorlopen. Wanneer de vraag met ja wordt beantwoord, is onderdeel C van het protocol aan de orde.

1. Het betreft de Regeling van het Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 augustus 2004, Directie Sociale Verzekeringen, nr. 04/57292, houdende vaststelling van regels over de noodzakelijke opleiding of scholing als bedoeld in artikel 76 Werkloosheidswet (Scholingsregeling WW).

     In onderdeel C van het protocol wordt bepaald of de benodigde scholing haalbaar is voor de cliŽnt. De stappen die daarbij aan de orde zijn, zijn uitgewerkt in paragraaf 6. Dit onderdeel van het protocol resulteert in een vaststelling van de mate van schoolbaarheid van de cliŽnt en welke gevolgen dat heeft voor de mogelijke inzet van scholing:
- scholing is mogelijk;
- scholingen met aanpassingen is mogelijk;
- alleen scholing door bijzondere scholingsinstellingen is mogelijk; of
- er is geen scholing mogelijk.


Uitzonderingen

     In uitzonderingsgevallen kan worden afgeweken van het protocol. Dit moet wel gemotiveerd worden. Voor deze gevallen dient een secondopinionprocedure te worden opgesteld. Pas indien ook na een second opinion tot hetzelfde oordeel wordt gekomen, kan worden afgeweken van het protocol.

 

4. Onderdeel A: de beoordeling van noodzaak van scholing


     Aan de hand van de stappen 1 tot en met 5 kan worden vastgesteld of een cliŽnt scholing nodig heeft om via de kortste weg terug te kunnen keren op de arbeidsmarkt. Hieronder worden de stappen toegelicht.


Stap 1

     Uitgangspunt is de kortste weg naar werk. Daarbij is het principe van lerend werken van evident belang.

     Als de cliŽnt echter in de oude functie kan worden herplaatst zonder scholing, is dat de aangewezen weg. In het geval van een WIA-, WAO-, of Wajong-cliŽnt zal aan de orde komen of hij herplaatst kan worden bij de oude werkgever in een andere functie indien hij niet meer geschikt is voor de oude functie.


Stap 2

     Mogelijk heeft de cliŽnt met het oog op herplaatsing in de oude functie behoefte aan ondersteuning in de vorm van een kwalificerende interventie. Het kan immers zijn dat hij op grond van zijn oorspronkelijke opleiding wel over een principiŽle geschiktheid beschikt, maar bijvoorbeeld al enige tijd afwezig is uit het arbeidsproces en/of niet beschikt over nadien vereiste kwalificaties voor het uitoefenen van die functie. Uiteraard moet er dan wel sprake zijn van een vacature. Voor cliŽnten met structurele functionele beperkingen zijn eventueel aanpassingen aan de eigen werkplek nodig.


Stap 3

     Indien alleen andere functies passend zijn, kan een meer intensieve kwalificerende interventie nodig zijn in de vorm van scholing. Deze wordt alleen ingezet indien er een concrete vacature in zicht is bij een werkgever, maar de cliŽnt met het oog op de aangewezen functie geschoold moet worden.


Stap 4

     Indien er geen concrete vacature bij een werkgever in zicht is, kan scholing aan de orde komen bij aanwezigheid van vacatures op de regionale arbeidsmarkt in de beoogde functie. Indien er twijfel bestaat over passende functies op de regionale arbeidsmarkt en heroriŽntatie noodzakelijk is, kan het voorkomen dat UWV daarbij extern advies nodig heeft.


Stap 5

     Alleen indien er scholing conform de voorgaande stappen noodzakelijk is, volgt onderdeel B van het protocol: de toets van de scholing.

 

5. Onderdeel B: toets scholing


     In dit onderdeel van het protocol wordt vastgesteld of de noodzakelijke scholing voldoet aan de regelgeving (stap 6).


Stap 6

     De scholing die UWV inzet ten behoeve van haar cliŽnten moet aan de onderstaande voorwaarden voldoen: Ļ
- de scholing moet noodzakelijk zijn en moet bestaan uit het systematisch verwerven van kennis dan wel vaardigheden volgens een vooraf vastgesteld programma waarbij de verworven kennis en vaardigheden worden getoetst;
- scholing moet gericht zijn op functies in de regio waarvoor vacatures bestaan;
- een opleiding of scholing als bedoeld in artikel 76 WW duurt maximaal ťťn jaar voor de cliŽntgroep ontslagwerklozen. UWV kan in individuele gevallen een opleiding of scholing van een langere duur toestaan, doch niet meer dan twee jaar;
- de opleiding of scholing bestaat in overwegende mate uit het verrichten van activiteiten die niet productie als doel hebben.

1. Zie Scholingsregeling WW (artikel 76).

 

6. Onderdeel C: de beoordeling van de schoolbaarheid


     Indien is vastgesteld dat de noodzakelijke scholing voldoet aan het wettelijk kader, moet vervolgens worden beoordeeld of deze scholing ook haalbaar is voor de cliŽnt.

     De beoordeling van de schoolbaarheid leidt tot de volgende mogelijke uitkomsten:
- De cliŽnt is schoolbaar; er kan scholing worden ingezet.
- De cliŽnt is alleen schoolbaar met de inzet van een aangepaste scholing.
- De cliŽnt is alleen met de inzet van een bijzondere scholingsinstelling schoolbaar.
- De cliŽnt is niet schoolbaar voor de specifieke scholing die op basis van het Protocol Scholing noodzakelijk wordt geacht. Dan moet gekeken worden of er andere beroepen mogelijk zijn waarvoor geen scholing nodig is of scholing nodig is die wel haalbaar is voor de betreffende cliŽnt.
- De cliŽnt is in het geheel niet schoolbaar. Scholing is voor de betreffende cliŽnt niet mogelijk.
- UWV heeft extern advies nodig bij het vaststellen van de schoolbaarheid van de cliŽnt, wat vervolgens weer kan leiden tot de hierboven genoemde uitkomsten.

     Bij het vaststellen van de schoolbaarheid worden drie indicatoren onderscheiden: de motivatie voor de scholing, de cognitieve vaardigheden van de cliŽnt en persoonlijke belemmeringen. Hieronder worden deze indicatoren nader besproken.


Stap 7, indicator 1: motivatie

     Motivatie is erg belangrijk voor het welslagen van een scholing. Indien de cliŽnt niet gemotiveerd is voor het volgen van scholing, heeft scholing geen zin. Er zal dan eerst aandacht moeten zijn voor de motivatie. Overigens speelt dit aspect natuurlijk ook al aan het begin van de re-integratiefase.


Stap 7, indicator 2: cognitieve vaardigheden

     Vastgesteld moet worden of de opleiding aansluit bij de cognitieve vaardigheden van de cliŽnt. Hierbij moet ook gecheckt worden of voldaan wordt aan de formele instroomeisen van de opleiding. Op basis van de capaciteiten van de cliŽnt kan gekozen worden voor theoretisch of meer praktijkgericht onderwijs. Indien er onzekerheid bestaat over de cognitieve vaardigheden, kan hiervoor extern advies worden ingezet.

     Bij het vaststellen van de cognitieve vaardigheden wordt ook gekeken naar de opleidingen die de cliŽnt in het recente verleden heeft gevolgd. Het niet afronden van opleidingen is mogelijk een signaal voor belemmeringen in de persoonlijke situatie die het risico op uitval vergroten. Deze belemmeringen zijn nader uitgewerkt onder indicator.Ļ

1. Sommige cliŽnten hebben een medische duurbeperking ten aanzien van arbeid. Dit hoeft echter niet te betekenen dat ook slechts voor een aantal dagen per week scholing gevolgd kan worden. In overleg tussen de arbeidsdeskundige, de verzekeringsarts en de cliŽnt kan een oplossing worden gezocht.


Stap 7, indicator 3: belemmeringen in de persoonlijke situatie

     De persoonlijke belemmeringen, die hieronder worden onderscheiden, zijn ontleend aan het Protocol ZMP [Beleidsregels Protocol zeer moeilijk plaatsbaar, red.]. De belemmeringen die gelden voor ZMP, waardoor de cliŽnten moeilijk plaatsbaar zijn op de arbeidsmarkt, vormen vaak ook belemmeringen om succesvol een scholing te volgen. Het benoemen van de belemmeringen in het kader van schoolbaarheid heeft echter een andere functie: wanneer een belemmering wordt geconstateerd, moet bekeken worden of door middel van aanpassingen in de inrichting van de opleiding scholing toch tot de mogelijkheden behoort. Het gaat hierbij onder meer om de volgende mogelijke aanpassingen:
- Aanpassingen in het aantal dagdelen of duur van het traject.Ļ
- Aanpassingen in de wijze waarop onderwijs wordt gegeven.
- Extra begeleiding gedurende de scholing.
- Psychische begeleiding.

1. Sommige cliŽnten hebben een medische duurbeperking ten aanzien van arbeid. Dit hoeft echter niet te betekenen dat ook slechts voor een aantal dagen per week scholing gevolgd kan worden. In overleg tussen de arbeidsdeskundige, de verzekeringsarts en de cliŽnt kan een oplossing worden gezocht.

     In complexe gevallen heeft UWV de optie om extern advies in te zetten om de schoolbaarheid vast te stellen.


a. Medische beperkingen (fysiek en/of psychisch) en de beleving daarvan door de cliŽnt

- Aanwezigheid van objectief vaststelbare medische beperkingen waardoor het volgen van een onderwijstraject lastig is (bijvoorbeeld auditief/visuele beperkingen). Bekeken moet worden of met aanpassingen tijdens de scholing (bijvoorbeeld een doventolk, aantal dagdelen) wel onderwijs gevolgd kan worden.
- Aanwezigheid van medische beperkingen die in de beleving van de cliŽnt onderwijs volgen moeilijk maakt. Het gaat hierbij vooral om cliŽnten die zich door de jaren heen zo vereenzelvigd hebben met hun (op enig moment wel aanwezige) belemmeringen/beperkingen dat zij het in de huidige situatie heel moeilijk vinden om oog te hebben voor wat zij nog wel kunnen.
- Aanwezigheid van een negatieve prognose voor de ontwikkeling van de medische aandoening waarmee rekening dient te worden gehouden.
- Aanwezigheid van een ernstige verslavingsproblematiek. Met deze problematiek moet mogelijk voorafgaand of tijdens de scholing rekening worden gehouden.


b. Rolidentificatie in uitkeringssituatie

     Binnen de uitkeringssituatie heeft de cliŽnt zijn eigen zinvolle bezigheden/daginvulling opgebouwd:
- zorg voor gezinshuishouden;
- mantelzorg;
- vrijwilligerswerk.

     Om succesvol deel te kunnen nemen aan scholing zal de cliŽnt bereid moeten zijn om tijd vrij te maken, zodat de scholing gevolgd kan worden en huiswerk gemaakt kan worden. Eventueel kan extra begeleiding worden ingezet.


c. Schuldenproblematiek

     Het gaat hier om cliŽnten die te maken hebben met een dusdanige schuldenproblematiek dat zij moeilijkheden ondervinden om zich te concentreren op en/of te motiveren voor het volgen van een scholing. De cliŽnt zal eerst of gelijktijdig een schuldsaneringstraject moeten volgen, wil scholing succesvol kunnen zijn.


d. Problemen in de sociale situatie en de beleving daarvan door de cliŽnt

- Sociale druk vanuit de omgeving van de cliŽnt om geen activiteiten te ontplooien die kunnen leiden tot werk. De omgeving kan betrekking hebben op de familie- en vriendenkring, maar ook op de directe buurt waarin iemand woont.
- Een thuissituatie die het succesvol volgen van een opleiding belemmert. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van kleine kinderen of inwonende familieleden.

     De belemmeringen kunnen mogelijk verholpen worden door extra begeleiding tijdens de scholing.


e. Problemen in de relatie cliŽnt en scholing/gedragsfactoren

- Problemen met sociale vaardigheden in werk- en scholingssituaties (gezagsverhoudingen, zelfstandig werken).
- Realiteitsprobleem in verwachtingenpatroon van eigen functioneren op het werk (te hoge of juist te lage ambities en verwachtingen).

     Door het inzetten van kwalificerende interventies kunnen deze belemmeringen mogelijk worden opgeheven.

 

 

 

 

 

 

 

TOELICHTING
[1 juli 2008]

 

     Voor de beoordeling van cliŽnten voor het volgen van een scholing heeft UWV - in 2005 - in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in nauwe samenwerking met Boaborea (Brancheorganisatie Reintegratiebedrijven), de Landelijke CliŽntenraad en de Rea-scholingsinstituten [zie Overgangsregeling Rea-scholingsinstituten, red.] het Protocol Scholing ontwikkeld.
     Het Protocol Scholing bestaat uit drie onderdelen:
A. Het bepalen van de noodzakelijkheid van scholing.
B. Het toetsen van de scholing op basis van de regelgeving.
C. Het beoordelen van de schoolbaarheid van de uitkeringsgerechtigde cliŽnt WW, WAO/Wet WIA/Wajong.

     UWV voert per 1 januari 2008 het beleid dat inzet van re-integratiemiddelen vraaggericht - met zicht op een vacature - wordt ingezet. Dit uitgangspunt geldt ook voor de inzet van scholingen. Daarnaast heeft evaluatie op het Protocol Scholing 2005 eveneens uitgewezen dat het vraaggericht inzetten van scholing vaker leidt tot werkhervatting van de cliŽnt. Hierbij geniet duaal leren en werken de voorkeur. Het Protocol Scholing is aangepast naar aanleiding van de aangescherpte eisen.

 

Amsterdam, 1 juli 2008.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x