Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2006

 

BESLUIT  SOLLICITATIEPLICHT  WERKNEMERS  WW

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2007
(art. 3 BswW07)

 
 
14 januari 1998, Stcrt. 1998, 22
Inwerkingtreding: 1 april 1998
(T.a.v. art. 24:1bWW)

 

 

 

 
     Het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 24, eerste lid, onderdeel b, ten eerste, van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van de plicht van werknemers die op grond van de Werkloosheidswet de plicht hebben om sollicitatieactiviteiten te ondernemen een beleid als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Besluiten van bedrijfsverenigingen met betrekking tot de plicht van werknemers op grond van de WW om sollicitatieactiviteiten te ondernemen, welke besluiten krachtens artikel 7 van de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gelden als besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, worden ingetrokken.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking op 1 april 1998.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit sollicitatieplicht werknemers WW.

 

 

Amsterdam, 14 januari 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

     In de WW is bepaald dat de werknemer voorkomt dat hij werkloos wordt of blijft doordat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen.
     Van de werknemer die op grond van de WW de plicht heeft om te solliciteren mag dan ook verlangd worden dat hij er alles aan doet om zijn werkloosheid te voorkomen of op te heffen door het verrichten van concrete sollicitatieactiviteiten. Onder concrete sollicitatieactiviteiten wordt onder andere verstaan: het versturen van een open of gerichte sollicitatiebrief; de inschrijving bij een uitzendbureau; een (spontaan) sollicitatiebezoek aan een werkgever; het voeren van een sollicitatiegesprek en dergelijke. Een sollicitatieactiviteit dient te allen tijde verifieerbaar te zijn.
     Er wordt met betrekking tot de sollicitatieplicht geen onderscheid gemaakt tussen jongere en oudere werknemers.

 

Sollicitatieplicht werknemers voorafgaande aan recht op uitkering


• Van de werknemer wiens dienstbetrekking rechtsgeldig is opgezegd wordt verlangd dat hij vanaf de datum van opzegging sollicitatieactiviteiten ontwikkelt.
• Van de werknemer wiens (tijdelijke) dienstverband op een andere wijze dan door opzegging eindigt, wordt verlangd dat hij sollicitatieactiviteiten ontwikkelt vanaf het moment dat het hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de dienstbetrekking eindigt.
• Van de werknemer die een toezegging of de verwachting heeft om op korte termijn bij dezelfde of een andere werkgever het werk te hervatten (bijvoorbeeld een seizoener), wordt verwacht dat hij zich minstens één maand vóór het intreden van zijn werkloosheid inschrijft bij één of meerdere uitzendbureaus. Van hem wordt verlangd dat hij actief op zoek gaat naar opvularbeid van allerlei aard.
• Van de werknemer die WW-uitkering aanvraagt na afschatting vanuit de AAW/WAO wordt verlangd dat hij, zodra hem is aangezegd dat zijn AAW/WAO-uitkering vanwege afgenomen arbeidsongeschiktheid zal worden herzien of ingetrokken, sollicitatieactiviteiten ontwikkelt.
• Van de werknemer die ontslag neemt vanwege verhuizing wordt verlangd dat hij zich op het moment waarop de nieuwe woonplaats bekend is laat inschrijven bij het arbeidsbureau in die woonplaats of nabijgelegen plaats en in ieder geval vanaf het moment waarop de concrete verhuisdatum bekend is, sollicitatieactiviteiten ontplooit.

 

Sollicitatieplicht werknemers tijdens het ontvangen van WW-uitkering


• Van de werknemer die in aanmerking komt voor een WW-uitkering wordt in het algemeen verwacht dat hij ten minste eenmaal per twee weken een vacaturebank raadpleegt.
• Van de werknemer die in aanmerking komt voor een WW-uitkering wordt in het algemeen verwacht dat hij minimaal één concrete sollicitatieactiviteit per week verricht.
• Van de werknemer die in aanmerking komt voor een WW-uitkering wordt verwacht dat hij ingaat op een verwijzing van Arbeidsvoorziening [zie Centrale organisatie werk en inkomen, red.] naar een werkgever vanwege aldaar aanwezig passend werk. Laat hij dit zonder gegronde reden na, dan voldoet hij daardoor niet aan zijn sollicitatieplicht.

 

Beoordelingscriteria


     Voor de vaststelling of voldaan is aan de sollicitatieplicht wordt rekening gehouden met:
• het begrip passende arbeid (o.a. de Richtlijn passende arbeid 1996);
• de regionale arbeidsmarktsituatie;
• het aantal beschikbare vacatures;
• eventuele (medische) beperkingen van de werknemer in het verrichten van arbeid;
• de leeftijd van de werknemer (in verband met functionele leeftijdseisen);
• de sociaal-economische omstandigheden waarmee de werknemer te maken heeft.

 

Beoordelingsmomenten


     In de regel vindt na de eerste betaling van een WW-uitkering per vier weken een beoordeling plaats of de werknemer voldoet aan zijn sollicitatieplicht. Ten aanzien van de eerste betaling van de WW-uitkering wordt uitgegaan van de desbetreffende periode.

 

 

 

TOELICHTING
[14 januari 1998]

 

     Het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] heeft geconstateerd dat diverse bedrijfsverenigingen (BV-en) [met ingang van 1 maart 1997 zijn ingevolge de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 de bedrijfsverenigingen opgeheven en is het Lisv ervoor in de plaats getreden, red.] en uitvoeringsinstellingen (uvi’s) uiteenlopende richtlijnen hanteren met betrekking tot de plicht van werknemers in de zin van de WW te voorkomen dat men "in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen" (verder te noemen: de sollicitatieplicht)
     Aangezien er geen aanleiding is voor een divers beleid inzake de sollicitatieplicht van werknemers in de zin van de WW leek het het Lisv gewenst om in deze tot een algemeen beleid te komen. Te meer nu de reïntegratie van uitkeringsgerechtigden één van de belangrijkste sociale doelstellingen is van het huidige kabinet.
     Met het onderhavige besluit wordt daarin voorzien.
     Bij de inrichting van het besluit is onderscheid gemaakt tussen werknemers die dreigen werkloos te worden en diegenen die reeds werkloos zijn en in aanmerking komen voor een WW-uitkering.

 

Sollicitatieplicht voor werknemers voorafgaande aan recht op uitkering


     In het algemeen wordt van werknemers die werkloos dreigen te worden verlangd dat zij sollicitatieactiviteiten ontwikkelen vanaf het moment dat zij op de hoogte zijn van de dreigende werkloosheid. Door zo vroegtijdig mogelijk sollicitatieactiviteiten te ontwikkelen kan immers voorkomen worden dat een beroep moet worden gedaan op een WW-uitkering.

 

Sollicitatieplicht werknemers tijdens het ontvangen van WW-uitkering


     Van werknemers die reeds werkloos zijn en een WW-uitkering ontvangen, wordt in het algemeen verlangd dat zij minimaal één sollicitatieactiviteit per week verrichten. Duidelijk is dat het hier een minimuminspanningsvereiste betreft.
     Dit betekent niet dat een uitkeringsgerechtigde zich kan beperken tot één sollicitatieactiviteit per week indien zich daarnaast meerdere passende mogelijkheden voordoen om te solliciteren. Doen zich meerdere passende mogelijkheden voor om te solliciteren, dan wordt van de uitkeringsgerechtigde verwacht dat hij daarop reageert voor zover hem deze mogelijkheden redelijkerwijze bekend kunnen zijn.
     Het voldoen aan het minimuminspanningsvereiste wil dus niet zeggen dat de uitkeringsgerechtigde voldoet aan zijn sollicitatieplicht. Evenmin kan gesteld worden dat het niet voldoen aan het minimuminspanningsvereiste betekent dat de uitkeringsgerechtigde niet voldoet aan zijn sollicitatieplicht. Op grond van de individuele omstandigheden van het geval zal geconcludeerd moeten worden of de uitkeringsgerechtigde voldoet aan zijn sollicitatieplicht. Hiervoor is geen objectieve (getals)norm aan te geven.
     Voor de vaststelling of de uitkeringsgerechtigde heeft voldaan aan zijn sollicitatieplicht kan derhalve zowel in positieve als in negatieve zin van het minimuminspanningsvereiste worden afgeweken.
     In het geval een uitkeringsgerechtigde een verwijzing van Arbeidsvoorziening naar een werkgever vanwege aldaar aanwezig passend werk zonder gegronde reden afslaat, dan heeft hij niet voldaan aan zijn sollicitatieplicht, ook al heeft hij andere sollicitatieactiviteiten ontwikkeld.

 

Beoordelingscriteria


     Bij de beoordeling of voldaan is aan de sollicitatieplicht dient rekening gehouden te worden met een aantal criteria, namelijk:
• het begrip passende arbeid (o.a. de Richtlijn passende arbeid 1996);
• de regionale arbeidsmarktsituatie;
• het aantal beschikbare passende vacatures;
• eventuele (medische) beperkingen van de werknemer in het verrichten van arbeid;
• de leeftijd van de werknemer (in verband met functionele leeftijdseisen).
     De Richtlijn passende arbeid 1996 geeft een aantal uit de jurisprudentie afgeleide objectieve normen, die aangeven wat in de regel van een werkloze werknemer kan worden verlangd in relatie tot het aanvaarden van een werkaanbod. In de richtlijn zijn de volgende criteria opgenomen: de aard van het werk, het vroegere beroep van de werknemer, de beloning voor het werk en de van de werknemer te verlangen reisduur.
     Bij de vaststelling of er zich passende vacatures voor de werkloze werknemer hebben voorgedaan dient met deze richtlijn rekening te worden gehouden. Tevens is daarvoor van belang te weten of de werknemer medische beperkingen heeft in het verrichten van bepaalde arbeid.

 

Beoordelingsmomenten


     Na de eerste betaling wordt in de regel per vier weken (= per werkbriefje) beoordeeld of de uitkeringsgerechtigde voldoet aan zijn sollicitatieplicht. De periode waarover de eerste betaling plaatsvindt kan van geval tot geval verschillen. Daarom is geregeld dat de vaststelling of voldaan is aan de sollicitatieplicht voor wat betreft de eerste betaling van de uitkering WW gekoppeld is aan de periode waarover die betaling plaatsvindt.

 

Inwerkingtreding besluit


     De bepalingen in het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW vormen voor een deel de weergave van de huidige uitvoeringspraktijk, maar betreffen voor een ander deel nieuwe richtlijnen. Daarom is voorzien in een implementatietermijn voor de uitvoeringsinstellingen van zo’n twee maanden. Het besluit treedt per 1 april 1998 in werking.

 

Nadere inlichtingen over dit besluit kunnen worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red,].

 

Amsterdam, 14 januari 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x