Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 27 november 2002

 

BESLUIT  VERHAAL  OP  OVERHEIDSWERKGEVER  BIJ  WERKLOOSHEID  WERKNEMER

Vervallen
m.i.v. 28 november 2002
(art. 4 Bvo)

 
 

29 november 2000, Stcrt. 2000, 237
Inwerkingtreding: 22 december 2000
(T.a.v. art. 97b:11 WW)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 97b, tiende lid, van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Een besluit inzake verhaal op de overheidswerkgever, bedoeld in artikel 97b, eerste lid, van de WW, van de uitkering, premies, tegemoetkoming en vergoeding, bedoeld in dat lid, alsmede van de loonsuppletie, bedoeld in artikel 130b van de WW, bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de dagtekening van het besluit;
b. de naam van de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 97b, eerste lid, WW;
c. een specificatie, voor zover mogelijk, van de bedragen die worden verhaald;
d. voor zover mogelijk, de perioden waarop deze bedragen betrekking hebben;
e. de termijn waarbinnen de werkgever de bedragen die worden verhaald, moet betalen;
f. de wijze waarop de werkgever moet betalen;
g. de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling zal worden ten uitvoer gelegd;
h. de wijze waarop bezwaar ingesteld kan worden;
i. de mededeling dat bij gebreke van tijdige betaling de bedragen worden verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.

 

Art. 2.
-1. De uitvoeringsinstelling zendt, zodra is vastgesteld welke bedragen over een bepaalde periode aan de werknemer zullen worden uitbetaald, een factuur aan de werkgever ter zake van de bedragen die over die periode worden verhaald. Indien de bedragen die over een bepaalde periode zijn verhaald hoger of lager zijn dan de werkgever over die periode werkelijk verschuldigd was, wordt het te veel of te weinig betaalde verrekend bij de eerstvolgende factuur.
-2. Indien de uitvoeringsinstelling met een andere uitvoeringsinstelling is overeengekomen dat het verhaal door deze andere uitvoeringsinstelling zal geschieden, dan doet de eerste uitvoeringsinstelling de voor het verhaal benodigde gegevens ten spoedigste toekomen aan deze andere uitvoeringsinstelling, die terstond aan de werkgever de in het eerste lid bedoelde factuur verstrekt.
-3. De termijn waarbinnen de werkgever het bedrag moet betalen, bedraagt veertien kalenderdagen na dagtekening van de factuur, bedoeld in het eerste lid.

 

Art. 3.
-1. Bij gebreke van tijdige betaling stuurt de uitvoeringsinstelling de werkgever een schriftelijke aanmaning.
-2. In de aanmaning, bedoeld in het eerste lid, komt tot uitdrukking:
a. dat de werkgever in gebreke is;
b. welke bedragen aan wettelijke rente en op de invordering betrekking hebbende kosten de werkgever verschuldigd is;
c. dat de werkgever binnen veertien kalenderdagen na dagtekening van de aanmaning alsnog moet betalen;
d. welke maatregelen worden genomen indien de werkgever niet betaalt binnen de termijn, bedoeld onder c.

 

Art. 4.
Indien het bij koninklijke boodschap van 3 mei 2000 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen in verband met de wijze van financiering van de uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Werkloosheidswet voor overheidswerknemers alsmede enkele andere wijzigingen (Aanpassingswet OOW; Kamerstukken II 1999-2000, 27 093) tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

 

Art. 5.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verhaal op overheidswerkgever bij werkloosheid werknemer.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 29 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[29 november 2000]

 

     In de Aanpassingswet OOW wordt een nieuw artikel 97b in de WW opgenomen, dat het verhaal op de overheidswerkgever regelt. In het eerste en tweede lid is bepaald wat moet worden verhaald en welke bedragen in mindering op het te verhalen bedrag gebracht moeten worden. Tevens is in het vijfde lid bepaald dat het besluit waarbij de uitkering, premies, tegemoetkoming, vergoeding of loonsuppletie worden verhaald, de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald vermeldt, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van betaling zal worden ten uitvoer gelegd. Ingevolge het tiende lid [elfde lid, red.] van artikel 97b WW kan het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] nadere regels stellen met betrekking tot het verhaal. Dit besluit strekt hiertoe.
     Ter zake van het verhaal wordt onderscheid gemaakt tussen het besluit tot verhaal van de WW-uitkering, premies, tegemoetkoming, vergoeding of loonsuppletie (artikel 1) en de periodiek te verstrekken facturen (artikel 2).
     In artikel 1 is aangegeven welke gegevens in ieder geval in het besluit tot verhaal dienen te worden opgenomen. Bij onderdeel c wordt aangegeven of de te verhalen bedragen een WW-uitkering, premies, tegemoetkoming, vergoeding of loonsuppletie betreft. Tevens wordt voor zover mogelijk de hoogte van het bedrag aangegeven. Veelal is het niet mogelijk een specificatie van het bedrag en de exacte periode waarover verhaal plaats zal vinden aan te geven. Bijvoorbeeld in geval van verhaal van een WW-uitkering zal het bedrag van de verstrekte WW-uitkering regelmatig variŽren, bijvoorbeeld door tussentijdse (gehele of gedeeltelijke) werkhervatting. Ook de periode waarover de uitkering wordt ontvangen, zal kunnen variŽren. Om die reden is in onderdeel c en d de zinsnede "voor zover mogelijk" opgenomen.
     In artikel 2 is bepaald dat de overheidswerkgever over elke afzonderlijke betalingsperiode een factuur ontvangt, in de regel voorafgaand aan de uitbetaling van de uitkering aan de werknemer. Tevens is bepaald dat de overheidswerkgever binnen veertien kalenderdagen na dagtekening van de factuur dient te betalen. Achtergrond van deze bepaling is dat met een snelle inning wordt voorkomen dat er een grote liquiditeitsbuffer voor het Uitvoeringsfonds voor de overheid noodzakelijk zal zijn. De overheidswerkgever kan de uitvoeringsinstelling machtigen tot automatische incasso van de verschuldigde bedragen. Naar verwachting zal hiervan in aanzienlijke mate gebruik wordt gemaakt. De incasso zal doorgaans ongeveer gelijktijdig met de uitbetaling van de uitkering aan de werknemer kunnen plaatsvinden. Indien het daadwerkelijk te verhalen bedrag afwijkt van het bedrag op de voorschotdeclaratie, wordt dit bij de eerstvolgende afrekening verrekend.
     Indien de uitvoeringsinstelling met een andere uitvoeringsinstelling is overeengekomen dat het verhaal door deze andere uitvoeringsinstelling zal geschieden, dan doet de eerste uitvoeringsinstelling de voor het verhaal benodigde gegevens ten spoedigste toekomen aan deze andere uitvoeringsinstelling, die terstond aan de werkgever de in het eerste lid bedoelde factuur verstrekt.
     In het tweede lid van artikel 2 is een bepaling is opgenomen voor de situatie dat een andere uitvoeringsinstelling dan het USZO bevoegd is om de WW-uitkering vast te stellen. Dit zal in een beperkt aantal gevallen van samenloop van WW-rechten kunnen voorkomen. Aangezien het uitvoeringsproces van de andere uitvoeringsinstellingen niet is ingericht op het verhalen van WW-uitkeringen op overheidswerkgevers, geven deze er de voorkeur aan om deze taak over te dragen aan het USZO. Het USZO is bereid om deze taak voor de andere uitvoeringinstellingen uit te voeren. Het is zaak dat door elke uitvoeringsinstelling wordt onderkend wanneer er sprake is van een WW-recht waarbij een overheidswerkgever betrokken is, en dat in die gevallen wordt zorggedragen voor een voortvarend verhaal op deze werkgever.
     In artikel 3 is een regeling getroffen ingeval de werkgever niet tijdig betaalt. De aanmaningskosten worden in rekening gebracht op grond van artikel 97b, achtste lid, van de WW. Indien ook na het verzenden van de aanmaning niet wordt betaald, worden op grond van artikel 97b, zesde, zevende en achtste lid, van de WW verdere incassomaatregelen getroffen.

 

Amsterdam, 29 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x