Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 april 2008

 

BESLUIT  WAARSCHUWING

Vervallen
m.i.v. 1 mei 2008
(art. 10 BmU)

 
 

31 maart 1999, Stcrt. 1999, 76
Inwerkingtreding: 1 mei 1999
(T.a.v. artt. 45:3 en 45a:3 ZW, 47:2 en 48:3 WAZ, 39:2 en 40:3 Wajong, 29:2 en 29a:3 WAO, 27:7 en 27a:3 WW, 14:3 en 14a:3 TW, 46:3 Wet Rea en 7:16:3 Wazo)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 45, derde lid, en 45a, derde lid, van de Ziektewet, 47, tweede lid, en 48, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 39, tweede lid, en 40, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 29, tweede lid, en 29a, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 27, vijfde lid, en 27a, derde lid, van de Werkloosheidswet, 14, derde lid, en 14a, derde lid, van de Toeslagenwet en 46, derde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van het geven van een schriftelijke waarschuwing een beleid als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 1999 of, indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 april 1999, met ingang van de tweede dag na de dag waarop het is gepubliceerd.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit waarschuwing.

 

 

     Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 31 maart 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[31 maart 1999]

 

     In de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Toeslagenwet is met ingang van 31 december 1998 het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bevoegdheid gegeven in bepaalde gevallen een schriftelijke waarschuwing te geven.
     Deze waarschuwing is te onderscheiden van een maatregel in de zin van de verschillende wetten. Voor de waarschuwing is een aparte beleidsmaatregel getroffen. De introductie van de waarschuwing heeft tot gevolg dat ook het Maatregelenbesluit Tica moet worden aangepast. Dit besluit strekt daartoe. In welke gevallen en onder welke voorwaarden van de bevoegdheid tot het geven van een waarschuwing gebruikt gemaakt wordt, is neergelegd in het Besluit waarschuwing. Deze waarschuwing kan aan de orde zijn bij sommige overtredingen zoals omschreven in de eerste categorie van het Maatregelenbesluit Tica. Volstaan is derhalve met het aanpassen van artikel 3 van het Maatregelenbesluit Tica,
     Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt de bij het Maatregelenbesluit Tica behorende bijlage nog op enige punten aan te passen. In deze bijlage zijn de verplichtingen per wet opgenomen.
     In de vierde categorie van de Ziektewet is de verplichting als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de ZW opgenomen. Deze verplichting bestond al langer, maar er was op grond van de wet geen mogelijkheid een maatregel op te leggen. Met de Veegwet SZW 1998 is die mogelijkheid thans wel in artikel 45 van de ZW opgenomen.
     De eerste categorie van de Toeslagenwet is aangepast aan de huidige redactie van de Controlevoorschriften TW.

 

Amsterdam, 31 maart 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE
[7 december 2001, Stcrt. 2001, 245]

 

1. Inleiding


     In de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW), Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea), Toeslagenwet (TW), Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en Wet arbeid en zorg (Wazo) is een bepaling opgenomen die bewerkstelligt dat bij sommige overtredingen volstaan kan worden met het geven van een schriftelijke waarschuwing in plaats van het opleggen van een maatregel of boete.
     Het Lisv heeft de bevoegdheid tot het geven van deze waarschuwing bij:
a. overtreding van de inlichtingenplicht op grond van de artikelen 25 van de WW, 31, eerste lid, en 49 van de ZW, 45 van de Wet Rea, 12 van de TW, 80 van de WAO, 70 van de WAZ, 62 van de Wajong, 3:16, 3:27 en 7:15 van de Wazo en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI);
b. te late aangifte op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van de WW;
c. te late registratie bij de Centrale organisatie werk en inkomen op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel d, van de WW;
d. te late aanvraag op grond van de artikelen 26, eerste lid, onderdeel b, van de WW, 34, derde lid, van de WAO, 35, vierde lid, van de WAZ en 28, vierde lid, van de Wajong;
e. overtreding van de verplichting, genoemd in artikel 34a, eerste lid, van de WAO, om de aanvraag om uitkering te vergezellen van het reïntegratieverslag als bedoeld in artikel 71a van de WAO;
f. overtreding bij de WW en TW van een verplichting op grond van artikel 28, tweede lid, van de Wet SUWI om de Centrale organisatie werk en inkomen alle gevraagde gegevens en bewijsstukken te verstrekken benodigd voor de beslissing op de aanvraag dan wel verdere behandeling van de aangifte van werkloosheid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
     Deze bevoegdheid wordt als volgt ingevuld:

 

2. Algemene bepalingen


     In deze bijlage wordt onder "verzekerde" verstaan degene, bedoeld in de artikelen 45 en 45a ZW, 46 en 48 WAZ, 38 en 40 Wajong, 28 en 29a WAO, 27 en 27a WW, 14 en 14a TW, 46 Wet Rea en 7:16 Wazo en degene, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 en 2, Wazo.
     In de onder punt 3 en 4 omschreven situaties wordt in plaats van een boete en/of maatregel volstaan met het geven van een waarschuwing, tenzij:
• het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de verplichting heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering; of
• het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan verzekerde een waarschuwing voor dezelfde overtreding is gegeven; of
• het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan verzekerde een maatregel of een boete voor dezelfde overtreding is gegeven; of
• er naar het oordeel van de uitvoeringsinstelling sprake is van een opzettelijke poging tot fraude.
     Is één of meer van deze punten aan de orde, dan wordt geen waarschuwing gegeven, maar een boete of een maatregel opgelegd overeenkomstig het gestelde in het Boetebesluit socialezekerheidswetten (Stb. 2000, 462) c.q. Besluit afstemming boete werknemers (Stcrt. 2001, 2) of het Maatregelenbesluit Tica (Stcrt. 1996, 141).
     Een waarschuwing wordt schriftelijk gegeven, waarbij verzekerde gewezen wordt op de consequentie dat bij een volgende - zelfde - overtreding van de verplichting binnen twee jaar na bekendmaking van de waarschuwing een boete of maatregel zal worden opgelegd. Het moet dus gaan om een overtreding van dezelfde verplichting in dezelfde wet. Is er geen sprake van overtreding van dezelfde verplichting, kan dus wel een waarschuwing gegeven worden (mits voldaan wordt aan de voorwaarden).
     Is er wel sprake van zo’n eerstvolgende overtreding van dezelfde verplichting, dan worden de voormelde boetebesluiten of het Maatregelenbesluit Tica toegepast. Daaruit volgt dat er geen sprake is van een boete of maatregel wegens recidive. Er is de verzekerde immers niet eerder een boete of een maatregel opgelegd. Een boete of maatregel wordt wel opgelegd, maar zonder een verhoging met 50%.
     De omschrijving wanneer een gedraging leidt tot een boete of een maatregel is bij de waarschuwing niet anders. Is er sprake van een overtreding, maar zou een maatregel of boete niet worden opgelegd wegens niet-verwijtbaarheid, het bestaan van een dringende reden of persoonlijke omstandigheden, is het geven van een waarschuwing ook niet aan de orde.
     De waarschuwing is een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg, aangezien bij herhaling wel een boete of een maatregel wordt opgelegd. Verzekerde kan ingevolge de Algemene wet bestuursrecht in bezwaar en vervolgens in beroep gaan. De schriftelijke waarschuwing bevat derhalve een bezwaarclausule.
     Voor de bepaling van de termijn waarbinnen aan een verplichting moet worden voldaan, wordt verwezen naar de betreffende wetten, de Controlevoorschriften Toeslagenwet (Stcrt. 1998, 87), de Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong (Stcrt. 1997, 240) [zie Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 2001, red.], het Ziekengeldreglement 1997 (Stcrt. 1997, 137), het Uitkeringsreglement WW 1997 (Stcrt. 1997, 183) [zie Uitkeringsreglement WW 2002, red.] en de Beleidsregel afbakening maatregel en boete (Stcrt. 1998, 89).

 

3. Waarschuwing in plaats van een maatregel


     Hieronder volgen de situaties waarin in plaats van het opleggen van een maatregel volstaan kan worden met het geven van een waarschuwing. Aan de algemene voorwaarden moet natuurlijk voldaan zijn.


a. Termijnoverschrijdingen bij de inlichtingenplicht bij de WW, ZW, TW, WAO, WAZ en Wajong en bij hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 en 2, van de Wazo

     Indien door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of (ten aanzien van de TW en WW op grond van artikel 29, eerste lid, van de Wet SUWI) door de Centrale organisatie werk en inkomen informatie aan verzekerde is gevraagd, maar deze informatie niet tijdig wordt verstrekt, wordt afgezien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een waarschuwing, mits het gestelde tijdstip met niet meer dan veertien kalenderdagen is overschreden.
     Het betreft hier overtredingen als bedoeld in verschillende onderdelen van de eerste categorie van de ZW, WAO, WAZ, Wajong, TW en WW van het Maatregelenbesluit Tica, voor zover zij betrekking hebben op het niet tijdig doorgeven van feiten en omstandigheden waarvan het de verzekerde redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op de uitkering.
     Het betreft dus ook bijvoorbeeld de te late inlevering van het werkbriefje WW en van de periodieke vragenformulieren WAO, WAZ, Wajong, ZW en TW. Overschrijdt de te late termijn de veertien kalenderdagen, dan is het Maatregelenbesluit Tica van toepassing.


b. Te late aangifte WW

     Indien verzekerde niet tijdig aangifte doet van zijn werkloosheid, wordt afgezien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een waarschuwing, mits het gestelde tijdstip met niet meer dan veertien kalenderdagen is overschreden.
     Het betreft hier een overtreding als bedoeld in de eerste categorie, onder 1º, van de WW van het Maatregelenbesluit Tica.


c. Te late registratie of verlenging van de registratie bij de Centrale organisatie werk en inkomen (WW)

     Indien verzekerde zich niet tijdig laat registreren bij de Centrale organisatie werk en inkomen of zijn registratie niet tijdig laat verlengen, wordt afgezien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een waarschuwing, mits het gestelde tijdstip met niet meer dan veertien kalenderdagen is overschreden.
     Het betreft hier een overtreding als bedoeld in de eerste categorie, onder 3º, van de WW van het Maatregelenbesluit Tica.


d. Te late aanvraag om uitkering op grond van de WW, WAO, WAZ en Wajong

     Indien verzekerde niet tijdig een uitkering op grond van de WW of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, WAZ of Wajong aanvraagt, wordt afgezien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een waarschuwing, mits het gestelde tijdstip met niet meer dan veertien kalenderdagen is overschreden.
     In afwijking van de vorige zin wordt aan de verzekerde die niet tijdig een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ en de Wajong aanvraagt, ongeacht de te late termijn, volstaan met een waarschuwing indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verzekerde niet gewezen heeft op de aanvraagmogelijkheid, omdat verzekerde niet bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bekend was vanwege het niet gedaan hebben van de melding als bedoeld in artikel 27 Wajong en 33 WAZ.
     Het betreft hier een overtreding als bedoeld in de eerste categorie, onder 1º, van de WAO, WAZ en Wajong en onder 2º van de WW van het Maatregelenbesluit Tica.


e. Overtreding van de verplichting om de aanvraag om WAO-uitkering te vergezellen van het reïntegratieverslag als bedoeld in artikel 71a van de WAO

     Is de aanvraag om een WAO-uitkering niet vergezeld van een (volledig) reïntegratieverslag, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluit de aanvraag in behandeling te nemen, wordt afgezien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een waarschuwing.
     Het betreft hier een overtreding als bedoeld in de tweede categorie, onder 2º, van de WAO van het Maatregelenbesluit Tica.


f. Het niet tijdig aan de Centrale organisatie werk en inkomen verstrekken van alle gevraagde gegevens en bewijsstukken, benodigd voor de beslissing op de aanvraag dan wel verdere behandeling van de aangifte van werkloosheid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (WW en TW)

     Indien door de Centrale organisatie werk en inkomen de hierboven bedoelde informatie aan verzekerde is gevraagd, maar deze informatie niet tijdig wordt verstrekt, wordt afgezien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een waarschuwing, mits het gestelde tijdstip met niet meer dan veertien kalenderdagen is overschreden.
     Het betreft hier een overtreding als bedoeld in de tweede categorie, onder 4º, van de WW en onder 2º van de TW van het Maatregelenbesluit Tica.
     Voor de vaststelling van het aantal van veertien kalenderdagen blijven buiten beschouwing:
• dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn gesloten; of
• bij te late inschrijving bij de Centrale organisatie werk en inkomen (WW): dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van de Centrale organisatie werk en inkomen zijn gesloten; en
• bij de WW: dagen waarop ingevolge de WW geen recht bestaat op uitkering.

 

4. Waarschuwing in plaats van een boete


     De wet geeft aan dat een boete wordt opgelegd als de inlichtingenplicht wordt overtreden. Dit is het geval als onjuiste inlichtingen worden gegeven of relevante informatie wordt verzwegen of niet onverwijld wordt voldaan aan de spontane inlichtingenplicht.
     De Beleidsregel afbakening maatregel en boete geeft een toelichting op de vraag wanneer de inlichtingenplicht is overtreden. Hierin wordt aangegeven binnen welke termijn aan de spontane inlichtingenplicht moet worden voldaan. Als deze termijn wordt nagekomen, is er geen sprake van een overtreding van de inlichtingenplicht, zodat een eventuele boeteoplegging of het geven van een waarschuwing niet aan de orde is.
     Onder punt 2 van dit besluit is aangegeven wanneer kan worden volstaan met het geven van een waarschuwing. Voor wat de overtreding van de inlichtingenplicht betreft, worden hier geen nadere voorwaarden gesteld.
     Het is mogelijk dat een verzekerde door het niet of niet behoorlijk doorgeven van informatie een te lage uitkering ontvangt en dus zichzelf benadeelt. Ook dan is er geen sprake van het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van uitkering, zodat een waarschuwing kan worden gegeven.

 

5. Samenloop van overtredingen


     Uit strafrechtbeginselen volgt dat op één gedraging met één sanctie wordt gereageerd. Samenloop van waarschuwingen of van een waarschuwing met een boete of een maatregel is echter in sommige gevallen wel mogelijk.
     Hieronder worden ter verduidelijking enkele situaties geschetst. Indien aangegeven wordt dat volstaan wordt met een waarschuwing, dan wordt ervan uitgegaan dat verzekerde aan de daarvoor onder punt 2 en 3 gestelde voorwaarden voldoet.
     Een te laat én onjuist ingevuld formulier levert een waarschuwing op voor zowel de onjuiste invulling als voor de termijnoverschrijding. Is er sprake van een tweede keer binnen twee jaar te laat inleveren van het formulier (waarvoor verzekerde de eerste keer is gewaarschuwd), maar heeft er niet eerder een onjuiste invulling plaatsgevonden, volgt met inachtneming van het Maatregelenbesluit Tica een maatregel voor de te late inlevering en een waarschuwing voor de onjuiste invulling.
     Indien een WAO-gerechtigde het werk hervat en het hem toegezonden vragenformulier juist invult en daarop melding maakt van de werkhervatting, maar het formulier te laat terugzendt, krijgt hij een waarschuwing voor de overtreding van de spontane inlichtingenplicht en een waarschuwing wegens het niet binnen de gestelde termijn indienen van het vragenformulier. In dit geval is sprake van twee overtredingen: het niet nakomen van de spontane inlichtingenplicht en het te laat indienen van het vragenformulier. Zou er in dit geval overigens wél sprake zijn van een teveelbetaling, volgt dus, met inachtneming van het Boetebesluit socialezekerheidswetten en het Maatregelenbesluit Tica, een boete én een maatregel.
     Een WW-gerechtigde moet frequent werkbriefjes inleveren. Als hij een relevant feit (bijvoorbeeld werkhervatting) gedurende langere termijn niet meldt, is er sprake van een serie onjuist ingevulde werkbriefjes. Hieraan ligt echter één oorzaak ten grondslag, namelijk het niet melden van de werkhervatting. Verzekerde wordt hiervoor gewaarschuwd. Geeft hij een nieuwe werkhervatting op een volgend werkbriefje niet door, volgt, met inachtneming van het Boetebesluit socialezekerheidswetten, een boete. Een waarschuwing zal overigens in dit geval niet vaak gegeven kunnen worden, omdat het gedurende lange tijd niet opgeven van een werkhervatting bij de WW in het algemeen wel zal hebben geleid tot een teveelbetaling of omdat er sprake zal zijn van een opzettelijke poging tot fraude.

 

 

 

TOELICHTING
[7 december 2001, Stcrt. 2001, 245]

 

     Met de Invoeringswet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet SUWI) per 1 januari 2002 worden de verschillende socialeverzekeringswetten redactioneel aangepast aan de nieuwe uitvoeringsstructuur. In dit wijzigingsbesluit zijn deze redactionele wijzigingen opgenomen. Tevens is rekening gehouden met de wijzigingen die zijn opgenomen in de Wet arbeid en zorg (Wazo) en de Wet verbetering poortwachter. De wijzigingen betreffen voornamelijk de bijlage van het besluit. Ter bevordering van de leesbaarheid is de bijlage opnieuw vastgesteld. Naast deze redactionele aanpassingen zijn er ook enkele nieuwe verplichtingen van toepassing, die hieronder worden toegelicht.
     In de Wazo is het recht op uitkering in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg opgenomen. Ingevolge artikel 3:16 van deze wet is artikel 45, derde lid, van de Ziektewet (ZW) en het daarop berustende waarschuwingsbesluit van overeenkomstige toepassing. Eveneens is artikel 7:16 van de Wazo van overeenkomstige toepassing verklaard. Het betreft het geven van een schriftelijke waarschuwing bij het niet nakomen van bepaalde verplichtingen. Een soortgelijke regeling is getroffen voor de zelfstandige en beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst. Ingevolge artikel 3:27, eerste lid, onderdeel e, van de Wazo zijn bepaalde artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) van overeenkomstige toepassing. Tevens is ook hier artikel 7:16 van de Wazo van overeenkomstige toepassing verklaard.
     In de Wazo is ook het recht op een financiële tegemoetkoming geregeld bij een verlof ten behoeve van zorg of educatie. In artikel 7:15 van de Wazo is de mededelingsverplichting opgenomen voor de verlofganger en zijn werkgever.
     Volledigheidshalve is in de bijlage opgenomen dat ook de personen met recht op een uitkering als hierboven bedoeld (genoemd in hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 en 2, van de Wazo) vallen onder het begrip verzekerde in het kader van het waarschuwingsbesluit en zijn zij opgenomen in de punten 2, 3.a en 4 van de bijlage. Dat geldt ook voor de verlofganger en zijn werkgever als bedoeld in artikel 7:16 van de Wazo. Deze vallen onder de punten 2 en 4 van de bijlage.
     In de bijlage bij het Besluit waarschuwing was voorheen opgenomen dat ongeacht de te late termijn bij de aanvraag om een uitkering in verband met bevalling op grond van de WAZ, volstaan werd met een waarschuwing. In de Wazo wordt in hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, het recht op uitkering wegens zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg geregeld voor de zelfstandige en beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst. De bepalingen omtrent de bevallingsuitkering in de WAZ zijn komen te vervallen. In de Wazo zijn geen sanctiebepalingen opgenomen ten aanzien van een te late aanvraag. De bedoelde zinsnede is derhalve in het onderhavige besluit niet meer opgenomen.
     In artikel 7:15, eerste lid, van de Wazo is voor de verlofganger de verplichting tot het melden van een wijziging van het verlof en het gaan werken tijdens het verlof opgenomen. De hierbij in artikel 7:16, derde lid, van de Wazo opgenomen mogelijkheid tot het geven van een waarschuwing in plaats van een boete, is opgenomen in punt 4 van de bijlage.
     Voor de werkgever is in artikel 7:15, tweede lid, van de Wazo bepaald dat hij melding moet maken van het voortijdige beëindigen van de arbeidsovereenkomst met de vervanger en van het niet voldaan hebben aan de verplichting voor het resterende deel van de verlofperiode een andere vervanger in dienst te nemen. De hierbij in artikel 7:16, derde lid, van de Wazo opgenomen mogelijkheid tot het geven van een waarschuwing in plaats van een boete, valt onder punt 4 van de bijlage.
     In de Wet verbetering poortwachter is de verplichting opgenomen om bij de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) een reïntegratieverslag te voegen. De waarschuwingsmogelijkheid bij deze verplichting is toegevoegd als punt 3.e van de bijlage.
     Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet SUWI dient de werknemer bij de aanvraag van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) en uitkering op grond van de Toeslagenwet (TW) en bij de aangifte van werkloosheid de gevraagde inlichtingen, gegevens en bewijsstukken te verstrekken aan de Centrale organisatie werk en inkomen. De waarschuwingsmogelijkheid bij deze verplichting is toegevoegd als punt 3.f van de bijlage.
     Op grond van artikel 29, eerste lid, van de Wet SUWI deelt de werknemer ten aanzien van de uitvoering van de WW en TW op verzoek van de Centrale organisatie werk en inkomen of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee die van invloed kunnen zijn op de uitkering. Deze verplichting valt onder de punten 3 en 4 van de bijlage. Het betreft hier namelijk een verplichting op verzoek dan wel spontaan inlichtingen te verstrekken. Een overtreding van de inlichtingenplicht op verzoek leidt - mits voldaan aan de voorwaarden - tot een waarschuwing in plaats van een maatregel en een overtreding van de spontane inlichtingenplicht leidt - mits voldaan aan de voorwaarden - tot een waarschuwing in plaats van een boete. De eerste omstandigheid wordt omschreven in punt 3.a van de bijlage en de tweede valt onder punt 4 van de bijlage.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x