Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2012

 

REGELING  GELIJKSTELLING  NIET-GEWERKTE  UREN  MET  GEWERKTE  UREN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2013
(art. 10 Ga)

 
 

18 december 1986, Stcrt. 1986, 248
Inwerkingtreding: 1 januari 1987
(T.a.v. art. 16:7 WW)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 1986, nr. 86/8052, houdende regels gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren

     De Sociale Verzekeringsraad;
     Overwegende, dat het wenselijk is voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, uren waarin geen arbeid is verricht gelijk te stellen met arbeidsuren en uren waarin arbeid is verricht buiten beschouwing te laten;
     Overwegende voorts, dat er thans geen aanleiding is regels te stellen voor de berekening van het verlies van arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, met betrekking tot wisselende arbeidspatronen;
     Gelet op artikel 16, vierde lid, van de Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566);

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, worden met arbeidsuren gelijkgesteld:
a. uren waarvoor de werknemer zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van vakantie-, snipper- of compensatieverlofdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen of een aanspraak hierop heeft verkregen;
c. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van feestdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen;
d. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beŽindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
e. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie- of periodiek verlof bij de beŽindiging van de dienstbetrekking;
f. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere dan de normale werktijd;
g. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van een vorstuitkeringsreglement dan wel een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
h. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarover hij recht op uitkering op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet heeft;
i. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid;
j. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een verplichte bedrijfssluiting en waarvoor de werknemer geen loon of inkomsten wegens loonderving dan wel vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken heeft ontvangen of verkregen;
k. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarover hij een uitkering heeft ontvangen op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
-2. Indien de periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid dan wel de periode waarover uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, is ontvangen, gelet op het arbeidspatroon van de werknemer, aansluit op een periode waarin de werknemer in dienstbetrekking werkzaam was, is het aantal uren dat op grond van het eerste lid, onderdeel i respectievelijk k, gelijkgesteld wordt gelijk aan:
a. het aantal arbeidsuren dat de werknemer zou hebben gewerkt indien hij niet ziek of arbeidsongeschikt zou zijn geworden dan wel zich geen situatie zou hebben voorgedaan op grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, en hij op een vast aantal arbeidsuren werkzaam was;
b. het gemiddeld aantal arbeidsuren dat de werknemer zou hebben gewerkt indien hij niet ziek of arbeidsongeschikt zou zijn geworden dan wel zich geen situatie zou hebben voorgedaan op grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, en hij niet op een vast aantal arbeidsuren werkzaam was.
Het gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in onderdeel b, wordt berekend over de periode, bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet, met dien verstande dat buiten aanmerking blijven de in die periode gelegen dagen waarop hij tengevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid dan wel de situatie op grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, niet werkzaam was.

 

Art. 2.
Indien een schadeloosstelling, schadevergoeding of betaling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, c, d of e, niet over een bepaalde periode is berekend, bepaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op welke periode deze betrekking heeft.

 

Art. 3.
-1. Indien de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, als gevolg van een bepaalde wijze van invulling van arbeidsduurverkorting, geen juist beeld geeft van het verrichte arbeidspatroon, worden zo nodig in afwijking van de voorgaande artikelen:
a. uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren;
b. uren waarin de werknemer heeft gewerkt buiten beschouwing gelaten; of
c. zowel uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren als uren waarin de werknemer heeft gewerkt buiten beschouwing gelaten.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de arbeidsduurverkorting geacht gelijkelijk te zijn verspreid over een periode van een kalenderjaar. Indien de werknemer in een kalenderweek meer uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gewerkte uren. Indien de werknemer in een kalenderweek minder uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid buiten beschouwing gelaten.

 

Art. 4.
-1. Indien de uitkomst van de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, ten aanzien van de werknemer die in ploegendienst of volgens andere vormen van werkroosters heeft gewerkt, gelet op zijn arbeidspatroon geen juist beeld geeft van dat arbeidspatroon, worden zo nodig in afwijking van de voorgaande artikelen niet-gewerkte uren zodanig gelijkgesteld met gewerkte uren, dan wel worden gewerkte uren zodanig buiten beschouwing gelaten, dat het gemiddeld aantal arbeidsuren overeenkomt met het aantal uren van dat arbeidspatroon.
-2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van compensatieverlofdagen, op grond van artikel 1 zijn gelijkgesteld met gewerkte uren.

 

Art. 4a.
-1. Voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, worden zo nodig in afwijking van de voorgaande artikelen buiten beschouwing gelaten de uren waarin de werknemer overwerk heeft verricht.
-2. Onder overwerk als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan:
a. de uren waarin de werknemer krachtens arbeidsovereenkomst of CAO verplicht was arbeid te verrichten en die uren zonder die verplichting als overuren zouden moeten worden aangemerkt;
b. de uren waarin de werknemer meer dan de normale arbeidstijd arbeid heeft verricht en die uren inherent zijn aan de functie; of
c. in het kader van verkorting van de werktijd als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten, het gedurende een periode van 52 kalenderweken direct voorafgaand aan het intreden van voornoemde verkorting van de werktijd verrichten van gemiddeld minimaal vijf extra uren arbeid per kalenderweek ten opzichte van de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur.

 

Art. 4b. Vervallen.

 

Art. 4c.
-1. Voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, worden buiten beschouwing gelaten de arbeidsuren waarin bereikbaarheidsdiensten zijn verricht.
-2. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing indien voor de arbeidsuren waarin bereikbaarheidsdiensten zijn verricht een vergoeding is ontvangen die ten minste gelijk is aan de voor de betreffende werknemer geldende vergoeding voor het verrichten van zijn overige arbeid.
-3. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder bereikbaarheidsdiensten verstaan: het buiten de gebruikelijke werktijden en/of plaats beschikbaar zijn om op aanwijzing door of namens de werkgever direct arbeid te verrichten.

 

Art. 4ca.
Artikel 4b zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005 tot wijziging van de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren blijft van toepassing op de werknemer die op die datum:
a. in een cyclus werkzaam is als bedoeld in dat artikel 4b; en
b. niet werkt, maar geen relevant arbeidsurenverlies heeft als bedoeld in dat artikel 4b.

 

Art. 4d.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren.

 

Art. 5.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Werkloosheidswet in werking treedt, zijnde 1 januari 1987.

 

 

Zoetermeer, 18 december 1986.
De Sociale Verzekeringsraad,
L.P. de Jong, voorzitter,
G.J. van der Hoeven, algemeen secretaris
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x