Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2012

 

REGELING  GELIJKSTELLING  NIET-GEWERKTE  WEKEN  MET  GEWERKTE  WEKEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2013
(art. 10 Ga)

 
 

18 december 1986, Stcrt. 1986, 248
Inwerkingtreding: 1 januari 1987
(T.a.v. art. 17a:4 WW)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 1986, nr. 86/8025, houdende regels gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken

     De Sociale Verzekeringsraad;
     Overwegende, dat het wenselijk is regels te stellen over het gelijkstellen van weken waarin geen arbeid is verricht in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, met weken als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Werkloosheidswet;
     Overwegende voorts, dat het wenselijk is regels te stellen over het meer keren in aanmerking nemen van weken waarin arbeid is verricht;
     Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566);

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Met weken waarin als werknemer arbeid is verricht als bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswet of artikel 58, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen worden gelijkgesteld:
a. weken waarvoor de werknemer zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van vakantie-, snipper- of compensatieverlofdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen of een aanspraak hierop heeft verkregen;
c. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van feestdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen;
d. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beŽindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
e. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie- of periodiek verlof bij de beŽindiging van de dienstbetrekking;
f. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van ploegendienst of andere vormen van werkroosters;
g. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere dan de normale werktijd;
h. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van een vorstuitkeringsreglement dan wel een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
i. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarover hij recht op uitkering op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet heeft;
j. weken waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van een verplichte bedrijfssluiting en waarvoor de werknemer geen loon of inkomsten wegens loonderving dan wel vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken heeft ontvangen of verkregen.

 

Art. 2.
Indien een schadeloosstelling, schadevergoeding of betaling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, c, d of e, niet over bepaalde weken is berekend, bepaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op welke weken deze betrekking heeft.

 

Art. 3. Vervallen.

 

Art. 4.
-1. Voor de vaststelling van het aantal weken waarin als werknemer arbeid is verricht als bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswet worden weken meer dan ťťn keer in aanmerking genomen, indien:
a. zich tijdens een recht op uitkering opnieuw werkloosheid als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet voordoet; of
b. een recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geŽindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet voordoet, voor zover op dat moment het totale verlies van arbeidsuren groter is dan het verlies van arbeidsuren op het moment waarop het eerstgenoemde recht is ontstaan.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin het recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geŽindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet voordoet, indien:
a. de werknemer op het moment waarop het geheel of gedeeltelijk geŽindigde recht ontstond al zijn arbeidsuren in dienstbetrekking had verloren; of
b. het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment waarop zich opnieuw werkloosheid voordoet gelijk is aan dan wel groter is dan het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment waarop het geheel of gedeeltelijk geŽindigde recht ontstond.

 

Art. 4a.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken.

 

Art. 5.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Werkloosheidswet in werking treedt, zijnde 1 januari 1987.

 

 

Zoetermeer, 18 december 1986.
De Sociale Verzekeringsraad,
L.P. de Jong, voorzitter,
G.J. van der Hoeven, algemeen secretaris
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x