Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 25 november 2006

 

REGELING  SCHORSING,  OPSCHORTING,  HERZIENING  EN  INTREKKING  UITKERINGEN

Vervallen
m.i.v. 26 november 2006
(art. 7 Bsoihu06)

 
 
18 april 2000, Stcrt. 2000, 89
Inwerkingtreding: 11 mei 2000
(T.a.v. artt. 22a en 30:2 WW, 30a en 47a:3 ZW, 30, 36a en 50:3 WAO, 11, 18 en 55:3 WAZ, 10, 16 en 47:3 Wajong, 11a TW en 20 en 34 Wet Rea)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikelen 22a en 30, tweede lid, van de Werkloosheidswet, 30a en 47a, derde lid, van de Ziektewet, 30, 36a en 50, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 11, 18 en 55, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 10, 16 en 47, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, 11a van de Toeslagenwet en 20 en 34 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het UWV hanteert bij de toepassing van de wettelijke regelingen inzake opschorting, schorsing en intrekking of herziening van uitkeringsbeslissingen het beleid zoals vermeld in de bijlage bij deze regeling.

 

Art. 2.
De besluiten: Besluit herziening en intrekking uitkeringen (gepubliceerd in Stcrt. 1997, 245, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 22 april 1998, Stcrt. 1998, 89) en Besluit schorsing, opschorting en voorschotverstrekking ZW 1999 (gepubliceerd in Stcrt. 1998, 237) worden ingetrokken per datum inwerkingtreding van dit besluit.

 

Art. 3.
Deze regeling is van toepassing op opschortings- en schorsingsbeslissingen en herzienings- en intrekkingsbeslissingen die zijn afgegeven op of na inwerkingtreding van de regeling.

 

Art. 4.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

Art. 5.
Deze regeling zal met de bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Art. 6.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen.

 

 

Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

1. Inleiding


     Deze regeling bevat beleid inzake schorsing, opschorting, herziening of intrekking van uitkeringen.

 

2. Schorsing of opschorting


     De uitbetaling van een uitkering wordt geschorst of opgeschort indien en zodra daartoe op grond van de wet de mogelijkheid bestaat.
     Op grond van artikel 30, tweede lid, WW wordt de betaling van de uitkering opgeschort of geschorst indien het UWV op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat:
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere uitkering bestaat; of
c. de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, 25 of 26 WW opgelegd, niet is nagekomen.
     Op grond van artikel 47a, derde lid, ZW wordt de betaling van het ziekengeld opgeschort of geschorst indien het UWV van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat:
a. het recht op ziekengeld niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere ziekengelduitkering bestaat;
c. artikel 44, eerste lid, van toepassing is of de verzekerde of zijn wettelijk vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 30, 31, 45 of 49 niet of niet behoorlijk is nagekomen.
     Op grond van artikel 50, derde lid, WAO, respectievelijk 55, derde lid, WAZ, respectievelijk 47, derde lid, Wajong wordt de betaling van de uitkering opgeschort of geschorst indien het UWV op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat:
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere uitkering bestaat; of
c. degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting, genoemd in de artikelen 25, 28 of 80 WAO, respectievelijk 45, 46 of 70 WAZ, respectievelijk 37, 38 of 62 Wajong, niet of niet behoorlijk is nagekomen.
     De navolgende procedure wordt gevolgd:
     In gevallen waarin het UWV duidelijke aanwijzingen of gegronde vermoedens heeft dat er geen recht, recht op een lagere uitkering bestaat of in gevallen waarin één van de verplichtingen, genoemd in de artikelen 24, 25, 26 WW, respectievelijk 30, 31, 45 of 49 ZW, respectievelijk 25, 28, 80 WAO, respectievelijk 45, 46, 70 WAZ, respectievelijk 37, 38 of 62 Wajong, niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt de betaalbaarstelling van de uitkering per eerstvolgende betaaldatum geheel of gedeeltelijk (dit kan volledige schorsing met voorschotverstrekking zijn) geschorst of opgeschort.
     Van de schorsing of opschorting wordt onverwijld mededeling gedaan aan belanghebbende.
     Belanghebbende wordt, indien de uitbetaling is geschorst of opgeschort wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van verplichtingen - tenzij er sprake is van onherstelbaar niet- of niet behoorlijke nakoming -, een termijn gesteld waarbinnen alsnog de noodzakelijke inlichtingen of medewerking worden verwacht. Deze termijn is niet langer dan één maand na de datum waarop gegevens verstrekt hadden moeten worden of de medewerking gegeven had moeten worden. Alleen indien daartoe aanleiding bestaat, kan een langere termijn worden gesteld die niet meer bedraagt dan drie maanden.
     Bij het besluit (bevattend termijnstelling) wordt medegedeeld dat de uitkering wordt ingetrokken of herzien indien binnen de gestelde termijn niet of niet behoorlijk aan de verplichting wordt voldaan.
     Komt belanghebbende zijn verplichtingen alsnog na, dan wordt de uitbetaling hervat, met toepassing van een boete of maatregel, al naargelang de overtreding.

 

3. Herziening of intrekking


     Ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering verleend:


Toedoen of redelijkerwijs duidelijk 

     Indien door toedoen van belanghebbende ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering is verstrekt, vindt intrekking of herziening plaats met terugwerkende kracht tot en met de datum van toekenning. Is aan belanghebbende als gevolg van of mede als gevolg van het niet nakomen van één van de inlichtingenverplichtingen of één van de medewerkingsverplichtingen geheel of gedeeltelijk ten onrechte uitkering toegekend, dan wordt de beslissing tot toekenning herzien of ingetrokken met ingang van de datum waarop de uitkering zou zijn ingetrokken of herzien als belanghebbende wel tijdig en juist aan zijn mededelingsverplichting zou hebben voldaan.
     Indien het belanghebbende redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat hem ten onrechte uitkering werd verstrekt, wordt in beginsel de beslissing herzien of ingetrokken met terugwerkende kracht tot het moment waarop het belanghebbende redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag werd verstrekt.


Niet redelijkerwijs duidelijk 

     Ingeval het belanghebbende niet redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering werd verstrekt, wordt de beslissing herzien of ingetrokken met ingang van de datum waarop het UWV belanghebbende voor het eerst kenbaar heeft gemaakt dat hem ten onrechte of te veel is verstrekt.
     Indien aan belanghebbende over een periode waarover ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering is verstrekt een andere uitkering wordt verstrekt, wordt de beslissing over eerstbedoelde uitkering ingetrokken of herzien met ingang van de datum waarop de andere uitkering wordt verstrekt. De ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering wordt met de andere uitkering verrekend; voor zover een hoger bedrag is verstrekt dan het bedrag van de andere uitkering, wordt het meerdere niet teruggevorderd.


Niet voldoen aan verplichtingen, recht kan niet worden vastgesteld

     Procedure:
     In gevallen waarin het UWV duidelijke aanwijzingen of sterke vermoedens heeft dat er geen recht of recht op een lagere uitkering bestaat, wordt de betaalbaarstelling van de uitkering per omgaande (eerstvolgende betaalbaarstelling) geheel of gedeeltelijk geschorst of opgeschort (zie de hierboven uiteengezette procedure bij schorsing of opschorting).
     Aan belanghebbende wordt bij intrekking wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van verplichtingen, zowel indien de uitbetaling is geschorst of opgeschort als indien dit niet heeft plaatsgevonden, een termijn gesteld waarbinnen alsnog de noodzakelijke inlichtingen of medewerking worden verwacht. Deze termijn is niet langer dan één maand na de datum waarop gegevens verstrekt hadden moeten worden of de medewerking gegeven had moeten worden. Alleen indien daartoe aanleiding bestaat, kan een langere termijn worden gesteld die niet meer bedraagt dan drie maanden.
     Bij dit besluit (bevattend termijnstelling) wordt medegedeeld dat de uitkering wordt ingetrokken of herzien indien binnen de gestelde termijn niet of niet behoorlijk aan de verplichting wordt voldaan.
     Komt belanghebbende zijn verplichtingen alsnog na, dan wordt de uitbetaling hervat, met toepassing van een boete of maatregel, al naargelang de overtreding.
     Indien belanghebbende binnen de gestelde termijn zijn verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt en daardoor het recht niet kan worden vastgesteld, wordt de uitkering ingetrokken. De intrekking vindt plaats met ingang van de datum vanaf welke het recht niet meer kan worden vastgesteld.
     Indien belanghebbende alsnog voldoet aan zijn verplichtingen en om toekenning (hervatting) van uitkering vraagt, wordt dit opgevat als een verzoek om terug te komen van het herzienings- of intrekkingsbesluit.
     De uitkering wordt niet eerder hervat dan met ingang van de dag waarop de belanghebbende alsnog aan zijn verplichtingen voldoet. Als belanghebbende echter alsnog voldoet aan zijn verplichtingen voordat de termijn van bezwaar tegen de herziening of intrekking is verlopen, of voordat op het bezwaar is beslist, wordt de betaling met terugwerkende kracht hervat, voor zover alsnog het recht kan worden vastgesteld en aan alle overige voorwaarden voor betaling is voldaan.


Dringende redenen

     In die gevallen waarin de toekenningsbeslissing in beginsel wordt herzien of ingetrokken met terugwerkende kracht kunnen dringende redenen ertoe leiden dat wordt herzien of ingetrokken met ingang van de datum waarop het UWV belanghebbende op de hoogte heeft gesteld van de onterechte verstrekking. In de gevallen waarin de toekenningsbeslissing in beginsel wordt herzien of ingetrokken met ingang van de datum waarop het UWV belanghebbende op de hoogte heeft gesteld van de onterechte verstrekking, kunnen dringende redenen ertoe leiden dat wordt herzien of ingetrokken met inachtneming van een korte uitlooptermijn. Deze termijn wordt in beginsel daarbij gesteld op niet langer dan twee maanden.
     In zeer uitzonderlijke omstandigheden kan op grond van dringende redenen intrekking of herziening geheel achterwege blijven.
     Over de beoordeling of sprake is van een dringende reden wordt geen algemene regel gegeven. De dringende redenen kunnen slechts aan de orde komen indien als gevolg van bijzondere aspecten van het individuele geval onaanvaardbare gevolgen optreden.

 

4. Toepassing van artikel 11 WAZ, 10 Wajong of 30 WAO


     Bij toepassing van artikel 11 WAZ, 10 Wajong of 30 WAO, nadat reeds uitkering is toegekend, wordt in beginsel een uitlooptermijn in acht genomen van twee maanden en bij verblijf in het buitenland, indien bij intrekking of verlaging van uitkering wegens afname van de arbeidsongeschiktheid een uitlooptermijn van zes maanden zou worden gehanteerd, zes maanden.
     Ingeval de uitkering is toegekend doordat belanghebbende zijn verplichtingen niet is nagekomen, wordt de uitkering ingetrokken of herzien met ingang van de datum waarop de uitkering correct zou zijn vastgesteld, ingetrokken of herzien indien belanghebbende wel aan zijn verplichtingen zou hebben voldaan.

 

 

 

TOELICHTING
[18 april 2000]

 

     Uitgaande van de wettelijke bepalingen inzake schorsing en opschorting van uitkering acht het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] het gewenst duidelijk herkenbaar beleid hierover vast te stellen. Het Besluit herziening en intrekking uitkeringen (gepubliceerd in Stcrt. 1997, 245, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 22 april 1998, Stcrt. 1998, 89) betrof beleid over herziening en intrekking. Uitgegaan wordt van voornoemd besluit. De nadere uitwerking heeft als resultaat een nieuwe Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen.
     Onder verplichtingen als bedoeld in de artikelen 24, 25, 26 WW, respectievelijk 30, 31, 38, 45, 49 ZW, respectievelijk 25, 28, 80 WAO, respectievelijk 45, 46, 70 WAZ, respectievelijk 37, 38, 62 Wajong worden ingevolge de wet verstaan:

 

Verplichtingen ZW


Artikel 30, eerste lid, ZW:
verplichting - behoudens deugdelijke grond tot weigering - passende arbeid trachten te verkrijgen en, indien daartoe in de gelegenheid gesteld, te verrichten.

Artikel 30, derde lid, ZW:
verplichting zich als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale organisatie werk en inkomen, red.] te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen ingevolge artikel 69 Arbeidsvoorzieningswet 1996 [zie artikel 25 Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.].

Artikel 31, eerste lid, en 45, eerste lid, onderdeel i, ZW:
verplichting bij aanspraak op ziekengeld naast loon, inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen, hiervan vóór de uitkering van ziekengeld op door het Lisv in reglement te bepalen wijze mededeling te doen en binnen daarvoor vastgestelde termijn.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel a, ZW:
verplichting binnen redelijke termijn geneeskundige hulp in te roepen, zich gedurende het gehele verloop van de ziekte onder behandeling te stellen en de voorschriften van de behandelend arts op te volgen.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel b, ZW:
verplichting zich gedurende de ongeschiktheid tot werken niet schuldig te maken aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel c, ZW:
verplichting behoudens deugdelijke grond gevolg te geven aan een verzoek ingevolge de ZW, gedaan door het Lisv, om te verschijnen.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel c, ZW:
verplichting medewerking te verlenen opdat het geneeskundig onderzoek door een door het Lisv aangewezen deskundige kan plaatsvinden.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel d, ZW:
verplichting het voorschrift, gegeven in artikel 38a, eerste lid, ZW, om in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van de arbeid wegens ziekte dit zo spoedig mogelijk, in ieder geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid te melden aan de werkgever of het Lisv.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel e, ZW:
verplichting zich te houden aan de in artikel 39, tweede lid, ZW door het Lisv opgestelde controlevoorschriften.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel f, ZW:
verplichting bij samenloop van uitkering de verplichtingen ingevolge de artikelen 25 of 28 WAO, 45 of 46 WAZ, 37 of 38 Wajong na te komen.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel g, ZW:
verplichting ongeschiktheid tot werken niet opzettelijk te veroorzaken.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel h, ZW:
verplichting op verzoek onverwijld aan de in het eerste lid genoemde rechtspersonen inzage te verstrekken in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van wetten door de desbetreffende rechtspersoon.

Artikel 45, eerste lid, onderdeel j, ZW:
verplichting het AWf of wachtgeldfonds niet te benadelen anders dan bedoeld in artikel 31, eerste lid, of 49 ZW.

Artikel 49 ZW:
verplichting aan de uitvoeringsinstelling [zie UWV, red.], op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging, alle feiten en omstandigheden waarvan verzekerde redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van een door hem aangevraagde of aan verzekerde toegekende ziekengelduitkering, mede te delen

 

Verplichtingen WW


Artikel 24, eerste lid, onderdeel a, WW:
verplichting tot het voorkomen van verwijtbare werkloosheid.

Artikel 24, eerste lid, onderdeel b, ten eerste tot en met ten vierde, WW:
verplichting in voldoende mate trachten passende arbeid te verkrijgen, te aanvaarden of te behouden en geen eisen te stellen die dit belemmeren.

Artikel 24, zesde lid, WW:
verplichting het AWf of wachtgeldfonds niet te benadelen anders dan bedoeld onder artikel 25 WW.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel a, WW:
verplichting uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste werkloosheidsdag bij Lisv aangifte te doen van de werkloosheid.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel b, WW:
verplichting binnen één week na het intreden van de werkloosheid bij Lisv een aanvraag om uitkering in te dienen.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel c, WW:
verplichting de voorschriften op te volgen die het Lisv ten behoeve van doelmatige controle voorstelt.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel d, WW:
verplichting tot inschrijving (tijdige registratie en verlenging daarvan) als werkzoekende bij Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel e, WW:
verplichting inlichtingen van belang voor de uitvoering van de WW en de daarop berustende bepalingen te verstrekken op verzoek van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel f, WW:
verplichting tot deelneming aan een noodzakelijk geachte opleiding of scholing.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel g, WW:
verplichting mee te werken aan een wenselijk geacht onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid door arts, psycholoog of beroepskeuze adviseur.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel h, WW:
verplichting zich te houden aan de voorwaarden van het Uitkeringsreglement WW 1997 [zie Uitkeringsreglement WW 2002, red.], die het Lisv op grond van artikel 101, tweede lid, WW stelt.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel i, WW:
verplichting de in hoofdstuk VI WW opgelegde verplichtingen in het kader van reïntegratie(maatregelen) na te komen.

Artikel 26, eerste lid, onderdeel j, WW:
verplichting de voorschriften van het Lisv, opgesteld in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering, op te volgen.

Artikel 25 WW:
verplichting aan het Lisv op verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, hoogte of duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de werknemer wordt betaald, mede te delen.

 

Verplichtingen WAO, WAZ en Wajong


Artikelen 25, eerste lid, WAO, 45, eerste lid, WAZ en 37, eerste lid, Wajong:
verplichting gevolg te geven aan een oproep.

Artikelen 25, eerste lid, onderdeel a, WAO, 45, eerste lid, onderdeel a, WAZ en 37, eerste lid, onderdeel a, Wajong:
verplichting gevolg te geven aan het verzoek vragen te beantwoorden die zijn gesteld door het Lisv of de door hem daartoe aangewezen deskundige.

Artikelen 25, eerste lid, onderdeel b, WAO, 45, eerste lid, onderdeel b, WAZ en 37, eerste  lid, onderdeel b, Wajong:
verplichting mede te werken aan geneeskundig onderzoek door de door het Lisv daartoe aangewezen deskundige.

Artikelen 25, eerste lid, onderdeel c, WAO, 45, eerste lid, onderdeel c, WAZ en 37, eerste lid, onderdeel c, Wajong:
verplichting te voldoen aan het voorschrift, gegeven door het Lisv of de door hem daartoe aangewezen deskundige, om zich ter observatie te doen opnemen of te verblijven in een aangewezen inrichting.

Artikelen 28, onderdeel a, WAO, 46, onderdeel a, WAZ en 38, onderdeel a, Wajong:
verplichting behoudens deugdelijke grond de door het Lisv of de door hem daartoe aangewezen deskundige in het belang van een behandeling of genezing of tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid dan wel tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gegeven voorschriften op te volgen.

Artikelen 28, onderdeel b, WAO, 46, onderdeel b, WAZ en 38, onderdeel b, Wajong:
verplichting zich, zolang als het Lisv of de door hem daartoe aangewezen deskundige te kennen heeft gegeven dit noodzakelijk te achten, onder geneeskundige behandeling te stellen en de voorschriften/aanwijzingen van de behandelend arts op te volgen.

Artikelen 28, onderdeel c, WAO, 46, onderdeel c, WAZ en 38, onderdeel c, Wajong:
verplichting zich te onthouden van gedragingen waardoor verzekerdes genezing wordt belemmerd en voldoende mede te werken om aanpassingen, waardoor weer (geheel of gedeeltelijk) gewerkt kan worden, niettegenstaande ziekte of gebrek, te verkrijgen.

Artikelen 28, onderdeel d, WAO, 46, onderdeel d, WAZ en 38, onderdeel d, Wajong:
verplichting de controlevoorschriften behoorlijk binnen de door het Lisv daarvoor vastgestelde termijn na te komen, zoals:
- verplichting gevolg te geven aan het verzoek zich op deugdelijke wijze te legitimeren;
- verplichting het inlichtingenformulier te retourneren;
- verplichting van de als zelfstandige werkende uitkeringsgerechtigde de jaarstukken in leveren.

Artikelen 28, onderdeel e, WAO, 46, onderdeel e, WAZ en 38, onderdeel e, Wajong:
verplichting zich te onthouden van opzettelijke veroorzaking van de arbeidsongeschiktheid.

Artikelen 28, onderdeel f, WAO, 46, onderdeel f, WAZ en 38, onderdeel f, Wajong:
verplichting zich te houden aan de voorschriften in verband met het tijdig aanvragen van uitkering of verlenging van uitkering.

Artikelen 80 WAO, 70 WAZ en 62 Wajong:
verplichtingen van verzekerde, diens wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling of inrichting waaraan in het kader van de wet arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaald, aan het Lisv, op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging, alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of op het bedrag van de uitkering dat wordt betaald.

 

Nadere inlichtingen kunnen worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x