Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2013

 

REGELS  VOOR  VERMOGENSOVERDRACHT  NA  WIJZIGING  SECTORAANSLUITING  VAN  WERKGEVERS

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2014
(art. 5 RUvwsw)

 
 

17 november 1999, Stcrt. 2000, 13
Inwerkingtreding: 20 januari 2000
(T.a.v. artt. 98 Wfsv en 97n:2 WW)

 

 

 

 
14 januari 2000/nr. SV/AVF/99/64976a
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op artikel 54, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

Goed te keuren het Besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen van 17 november 1999 inzake de vaststelling van de regels voor vermogensoverdracht na wijziging sectoraansluiting werkgevers.
Dit besluit wordt, tezamen met de bijlage, geplaatst in de Staatscourant.

 

 

Ďs-Gravenhage, 14 januari 2000.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

BIJLAGE

Regels voor vermogensoverdracht na wijziging sectoraansluiting van werkgevers

 

     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 54, tweede lid, Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Osv 1997: Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
b. sector: een deel van het bedrijfs- en beroepsleven als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Osv 1997;
c. het premieplichtig loonbedrag: het deel van het loon waarover de premies, bedoeld in artikel 80 WW, verschuldigd zijn;
d. de loonsomverhouding: het gemiddelde premieplichtige loonbedrag van de overgaande werkgever of groep van werkgevers over de drie kalenderjaren onmiddellijk voorafgaand aan de datum van overgang ten opzichte van het gemiddelde premieplichtig loonbedrag over die periode van de gehele sector waarbij de overgaande werkgever of groep van werkgevers was aangesloten;
e. het Lisv: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Osv 1997.

 

Art. 2.
Overdracht van vermogen als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Osv 1997 kan slechts plaatsvinden indien - gemeten over de drie volle kalenderjaren onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van overgang van de werkgever of groep van werkgevers naar een andere sector - het gemiddelde van de premieplichtig loonbedragen zoals die door de werkgever of groep van werkgevers voor de werkloosheidsverzekering zijn verantwoord, ten minste 1% bedraagt van het laagste van de over diezelfde drie volle kalenderjaren gemeten gemiddelde premieplichtige loonbedragen van de bij de overdracht betrokken sectoren.

 

Art. 3.
-1. Een overdracht van vermogen heeft betrekking op de volgende vermogenscomponenten afzonderlijk:
a. het vermogen van het wachtgeldfonds, onderscheiden in wettelijk verplichte minimumreserve en eventuele extra reserve; en
b. de eventueel aanwezige overige reserves van het wachtgeldfonds, beide volgens de in de laatste jaarrekening van de wachtgeldfondsen opgenomen balansgegevens van de sector waarbij de werkgever of groep van werkgevers was aangesloten onmiddellijk voorafgaand aan de datum van overgang.
-2. Onder vermogen als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan dat deel van het vermogen van het wachtgeldfonds dat als beklemde reserve is bestemd ter dekking van een Voorziening verlengd ziekengeld.
-3. De bij de vaststelling van het over te dragen vermogen in aanmerking te nemen staartverplichtingen ten laste van het wachtgeldfonds worden bepaald op:
de uitkeringslasten van de sector waarbij de werkgever of groep van werkgevers was aangesloten over de maanden oktober, november en december onmiddellijk voorafgaand aan de datum van overgang.

 

Art. 4.
Het over te dragen vermogen wordt per onderscheiden component als bedoeld in artikel 3, eerste lid, als volgt bepaald:
a. op het vermogen worden de conform artikel 3, derde lid, bepaalde staartverplichtingen in mindering gebracht;
b. het voor staartverplichtingen gecorrigeerde vermogen wordt naar rato van de loonsomverhouding toegerekend aan de overgaande werkgever of groep van werkgevers.

 

Art. 5.
-1. Indien het resultaat, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, positief is, vindt overdracht ervan plaats vanuit het wachtgeldfonds van de voormalige sector van de (groep van) werkgever(s) naar het wachtgeldfonds van de nieuwe sector.
-2. Indien het resultaat, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, negatief is, vindt overdracht van het verabsoluteerde bedrag plaats vanuit het wachtgeldfonds van de nieuwe sector van de (groep van) werkgever(s) naar het wachtgeldfonds van de voormalige sector.
-3. Geen overdracht vindt plaats als met de overdracht een bedrag van minder dan Ä|4538,00 is gemoeid.

 

Art. 6.
-1. Het Lisv zal bij de toerekening aan de wachtgeldfondsen van de rente die door het ministerie van FinanciŽn ten gunste van de aldaar door het Lisv gehouden rekening-courant wordt geboekt, uitgaan van de aanname dat de overdracht van vermogen gelijktijdig heeft plaatsgevonden met de overgang van de (groep van) werkgever(s) naar de nieuwe sector.
-2. Indien noodzakelijk zal een reeds aan de bij de vermogensoverdracht betrokken wachtgeldfondsen toegekende rentevergoeding worden herzien.

 

Art. 7.
In het geval waarin toepassing van het voorgaande tot onbillijke resultaten leidt, kan het Lisv, indien naar zijn oordeel sprake is van een uitzonderlijke situatie, gehoord de betrokken sectorraden, voor dat specifieke geval een van de voorafgaande regels afwijkende beslissing nemen met betrekking tot de omvang van het over te dragen vermogen.

 

Art. 8.
Circulaire 979 van 25 juni 1992 van de voormalige Sociale Verzekeringsraad, zoals overgenomen door respectievelijk het voormalige Tijdelijk instituut voor coŲrdinatie en afstemming en het Lisv, wordt ingetrokken.

 

Art. 9.
Dit besluit wordt aangehaald als: Regels voor vermogensoverdracht na wijziging sectoraansluiting van werkgevers.

 

Art. 10.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in werking met ingang van 1 januari 2000. Indien de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1999, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2000.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 17 november 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[17 november 1999]

 

Algemeen

 

     Ingevolge artikel 54, eerste lid, Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Osv 1997) [zie artikel 97n, tweede lid, WW jo. artikel 25, eerste lid, Invoeringswet SUWI, red.] kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] besluiten dat met een werkgever of groep van werkgevers die overgaat naar een andere sector eveneens vermogen overgaat. Op grond van artikel 54, tweede lid, Osv 1997 stelt het Lisv regels omtrent de vermogensoverdracht als bedoeld in artikel 54, eerste lid, Osv 1997.
     In het onderhavige besluit wordt de procedure uitgewerkt die het Lisv in voorkomende gevallen bij de besluitvorming over vermogensoverdrachten na een overgang van de werkgever of groep van werkgevers zal volgen.
     Dit besluit vervangt de Circulaire 979 "vermogensoverdrachten na overgang van een werkgever of groep van werkgevers naar een andere bedrijfsvereniging", vastgesteld op 25 juni 1992 door de Sociale Verzekeringsraad en nadien overgenomen door achtereenvolgens het Tijdelijk instituut voor coŲrdinatie en afstemming (Tica) en het Lisv.
     Naast de op sommige plaatsen noodzakelijke actualisering van de oude circulaire kent het nieuwe besluit in vergelijking met Circulaire 979 een viertal extra wijzigingen:
1. de toets van de premieloonsom van de overgaande werkgevers aan (0,01% van) de premieloonsom voor het AWf [Algemeen Werkloosheidsfonds, red.] is vervangen door een toets aan (1% van) het premieplichtige loonbedrag van de kleinste sector (de sector met het laagste gemiddelde premieplichtige loonbedrag over de drie voorgaande kalenderjaren) die bij de overdracht betrokken is. De reden hiervoor ligt in het feit dat de oude toets te grof was en feitelijk geen recht deed aan de nieuwe positie die de sectoren innemen in de gewijzigde uitvoering (oude artikel 1). De nieuwe toets komt aan beide bezwaren tegemoet;
2. de bepaling dat binnen negen maanden na overgang van de werkgever(s) naar de nieuwe sector een verzoek tot vermogensoverdracht moet zijn ingediend (oude artikel 2), komt te vervallen. Nu het Lisv de bevoegdheden - en daarmede ook de signaalfunctie - van de (opgeheven) bedrijfsverenigingen heeft overgenomen, is het de instantie die een eventuele vermogensoverdracht zowel moet signaleren als moet effectueren. Het Lisv zal daarvoor een procedure ontwikkelen;
3. in aanvulling op de onder 1 genoemde relatieve toets wordt een drempelbedrag van É10 000,- ingevoerd (artikel 5). Hiermee wordt voorkomen dat in absolute zin te lage bedragen worden overgedragen;
4. de rentevergoeding over het over te dragen vermogen wordt op een andere en feitelijk juistere wijze berekend (artikel 6).

 

 

Artikelgewijs

 

Artikel 1

     In dit artikel wordt een aantal in het besluit gehanteerde begrippen gedefinieerd.

 

Artikel 2

     Artikel 54, eerste lid, van de Osv 1997 geeft het Lisv de bevoegdheid tot vermogensoverdracht te besluiten; er is geen sprake van een verplichting. Naar het oordeel van het Lisv dient vermogensoverdracht achterwege te blijven als het daarmee te dienen belang te gering moet worden geacht. In het oude besluit werd daartoe het premieplichtige loonsom van de werkgever(s) getoetst aan het premieplichtige loonbedrag voor het AWf. In het nieuwe besluit wordt niet langer gekeken naar het belang in algemene zin, maar naar het belang van de kleinste bij de overdracht betrokken sector. Dat belang wordt in principe voldoende geacht als het gemiddeld premieplichtige loon van de werkgever of groep van werkgevers die overgaat over de drie voorafgaande jaren ten minste 1% bedraagt van het gemiddeld premieplichtige loon van deze kleinste sector over dezelfde periode. Overigens betekent dit niet in alle gevallen dat er ook daadwerkelijk sprake zal zijn van vermogensoverdracht. Overdracht vindt alleen plaats indien het over te dragen vermogen ten minste É10 000,- bedraagt (artikel 5, derde lid).

 

Artikel 3, eerste lid

     In artikel 54, eerste lid, van de Osv 1997 wordt gesproken over het overgaan van een deel van het vermogen van het Lisv dat betrekking heeft op het door dit instituut voor die sector afzonderlijk beheerde en geadministreerde wachtgeldfonds. Aangezien alle reserves van een wachtgeldfonds zijn gevormd op basis van premie-inkomsten, worden deze alle in de overdracht betrokken. Derhalve heeft een overdracht in ieder geval betrekking op de volgende op de balans vermelde reserves (Regeling reservevorming wachtgeldfondsen, Stcrt. 1997, 249 [zie Regeling reservevorming wachtgeldfondsen 2002, red.]):
ē de reserve voor de vangnetvoorziening Ziektewet;
ē de risico- en egalisatiedekking;
ē het dekkingssaldo;
ē de overige reserves (voor zover aanwezig), zoals:
- dekking vaste activa;
- overige reserves.
     Bepaalde vermogenscomponenten komen niet voor overdracht in aanmerking, zoals vermogenscomponenten die het karakter van een voorziening hebben. Het gaat daarbij niet uitsluitend om een voorziening dubieuze debiteuren of een verlies op vorderingen. Ook andere passiefposten kunnen het karakter hebben van een voorziening. Wil van een voorziening sprake zijn, dan zal aan een aantal voorwaarden voldaan moeten zijn, zoals:
ē het gaat niet om verkapt "eigen vermogen";
ē de voorziening is gevormd in verband met een concreet en kwantificeerbaar risico;
ē de omvang van dat risico is niet afhankelijk van het aantal aangesloten leden, de verzekerde loonsom, het aantal verzekerden of de uitkeringslasten.

 

Artikel 3, tweede lid

     Een in het besluit specifiek genoemde voorziening die niet voor overdracht in aanmerking komt, is de Voorziening verlengd ziekengeld. Zij is feitelijk een (beklemde) reserve die zonder nadere bepaling wel tot het vermogen zou worden gerekend. Gelet echter op het feit dat het niet de bedoeling is dat deze reserve (die als doel heeft de uitkeringen aan arbeidsongeschikte ex-werknemers van werkgevers uit de sector veilig te stellen) deels wordt overgeheveld naar een andere sector, terwijl het wachtgeldfonds van de voormalige sector de lasten blijft dragen, is zij van overdracht uitgezonderd.
     In het oude besluit werd bepaald dat bij de bepaling van de over te dragen vermogensbestanddelen eveneens het niet-gerealiseerde koersresultaat per de datum van overgang in aanmerking moest worden genomen. Deze bepaling komt in het nieuwe besluit niet terug. De reden hiervoor ligt in het gegeven dat de middelen van de wachtgeldfondsen waarop niet-gerealiseerd koersresultaat aanwezig zou kunnen zijn, in rekening-courant gebracht zijn bij het ministerie van FinanciŽn, op grond van de Wet geÔntegreerd middelenbeheer. De genoemde bepaling is daarmee een dode letter geworden en is om die reden geschrapt.

 

Artikel 3, derde lid

     Bij de vaststelling van de over te dragen vermogensbestanddelen wordt rekening gehouden met de staartverplichtingen ten laste van het wachtgeldfonds. Onder staartverplichtingen wordt verstaan de uitkeringslasten van de gehele sector waar wordt uitgetreden en die samenhangen met uitkeringsgevallen die reeds lopen per de datum van overgang van de werkgever of groep van werkgevers. Hieronder zijn mede begrepen alle met de uitkeringen respectievelijk het doen van uitkeringen samenhangende lasten, zoals weergegeven in artikel 90, eerste lid, WW.
     In plaats van een (meer) nacalculatorische bepaling van de gedefinieerde staartverplichtingen is ervoor gekozen in de regels een maatstaf op te nemen die voor deze staartverplichtingen leidt tot een forfaitair bedrag. De staartverplichtingen ten laste van het wachtgeldfonds omvatten alle per de datum van overgang van de werkgevers of groep van werkgevers ten laste van het wachtgeldfonds bestaande uitkeringsverplichtingen. Het daarvoor bij de bepaling van het over te dragen vermogen in acht te nemen bedrag wordt gebaseerd op het totaal van de uitkeringslasten over de maanden oktober, november en december van het laatstverstreken boekjaar, uitgaande van de datum van overgang van de betrokken werkgever of groep van werkgevers. In vergelijking met het oude besluit wordt de staartverplichting thans op drie maanden (in plaats van op twee maanden) gebaseerd; dit houdt verband met de verlenging van de wachtgeldperiode tot een halfjaar.

 

Artikel 4

     Het vermogen van het wachtgeldfonds van de sector waarbij de overgaande werkgever of groep van werkgevers was aangesloten, wordt ontleend aan de laatste jaarrekening Wachtgeldfondsen onmiddellijk voorafgaand aan de datum van overgang. Het vermogen bestaat in ieder geval uit de in artikel 3 van deze toelichting opgesomde componenten en wordt gecorrigeerd voor staartverplichtingen per de datum van overgang van de betrokken werkgever of groep van werkgevers. Hierdoor blijven de per de datum van de overgang lopende gevallen voor rekening komen van de sector waarbij de overgaande werkgever of groep van werkgevers was ingedeeld op het moment dat de werkloosheid van de verzekerden intrad. Het wachtgeldrisico komt hiermee ten laste van de oorspronkelijke sector.
     Het over te dragen vermogen wordt berekend door het voor overdracht in aanmerking komende vermogen te vermenigvuldigen met de gemiddelde verhouding tussen het met het betreffende vermogensbestanddeel samenhangende premieplichtige loonbedrag van de overgaande werkgever of groep van werkgevers en het totale premieplichtige loonbedrag bij de desbetreffende sector. De premieplichtige loonbedragen worden berekend over de aan de datum van overgang van de werkgevers voorafgaande drie volle kalenderjaren.

 

Artikel 5

     Vermogensoverdracht vindt alleen plaats als het over te dragen ten minste É10 000,- bedraagt. Dit drempelbedrag is geÔntroduceerd om te waarborgen dat het relatieve belang van een vermogensoverdracht voor de kleinste bij de overgang betrokken sector voldoende opweegt tegen de daarmee gepaard gaande kosten.
     Het kan voorkomen dat het berekende bedrag voor de vermogensoverdracht negatief is. In die situatie wordt het negatieve bedrag absoluut gemaakt en als positief bedrag overgeheveld van het wachtgeldfonds van de nieuwe sector naar dat van de voormalige sector. Ook in deze situatie geldt overigens de voorwaarde dat het (positief gemaakte) bedrag ten minste É10 000,- bedraagt.

 

Artikel 6

     De vermogens van de wachtgeldfondsen van alle sectoren worden gezamenlijk beheerd op een door het Lisv geopende rekening-courant bij het ministerie van FinanciŽn. De rente die over dat tegoed wordt bijgeschreven door het ministerie wordt door het Lisv aan de wachtgeldfondsen toegerekend naar rato van hun gemiddelde vermogen in het jaar waarover de rente wordt geboekt. Daarbij zijn 1 januari en 31 december meetpunten.
     Het gemiddeld vermogen bepaalt derhalve de hoogte van het bedrag dat een wachtgeldfonds aan rente krijgt bijgeschreven. Een vermogensoverdracht verlaagt het vermogen van de ene sector en verhoogt dat van een andere sector. Een nog niet overgedragen vermogen na een reeds wel voltooide overgang van werkgevers verlaagt in feite de (gemiddelde) vermogenspositie van de sector waarnaar het vermogen dient over te gaan en daarmede ook de meedeling in de rente die van het ministerie van FinanciŽn is ontvangen.
     Het Lisv rectificeert die situatie door een herberekening te plegen van de rentetoedeling. Voor de betrokken wachtgeldfondsen worden de nieuwe gemiddelde vermogens berekend en de te veel toegedeelde rente aan de ťťn wordt daar afgeschreven en bijgeschreven bij de ander.
     Bovenstaande verrekening geldt uiteraard alleen voor situaties dat tussen de overgang van werkgevers en de overdracht van rente al een rentetoedeling heeft plaatsgevonden. In situaties dat dat nog niet het geval is geweest, zal bij de eerstvolgende renteverdeling rekening worden gehouden met een veranderd vermogen van wachtgeldfondsen die bij een overdracht van vermogen betrokken zijn geweest. Dat vermogen zal voor de meetpunten 1 januari en 31 december worden herberekend als had de vermogensoverdracht plaatsgevonden gelijktijdig met de overgang van de werkgevers.

 

Artikel 7

     In gevallen waarin de toepassing van de regels tot onbillijke resultaten leidt, kunnen de over te dragen vermogensbestanddelen - als het Lisv oordeelt dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie - op een afwijkende wijze worden bepaald. De bij een dergelijke beslissing betrokken sectorraden zullen daarbij worden gehoord.

 

Amsterdam, 17 november 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x