Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Overige regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BUITENGEWOON  BESLUIT  ARBEIDSVERHOUDINGEN  1945  (BBA)
 
 

5 oktober 1945, Stb. 1945, F 214
Inwerkingtreding: 15 oktober 1945
(zelfstandige AMvB)

 

 

 

 
BESLUIT van 5 oktober 1945, houdende vaststelling van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945)

 

     WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onzen Minister van Sociale Zaken van 5 September 1945, n. 4600, afdeeling Arbeid II;
     Overwegende, dat het wenschelijk is gebleken, in afwachting van het tot stand komen van een nadere wettelijke regeling, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (Staatsblad 1944, n. E 52), laatstelijk gewijzigd bij Ons besluit van 29 December 1944 (Staatsblad n. E 157), te herzien en opnieuw vast te stellen;
     Den Raad van State gehoord (advies van 25 September 1945, n. 16);
     Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 2 October 1945, n. 4827, afdeeling Arbeid II;

     Hebben goedgevonden en verstaan:
     vast te stellen de navolgende bepalingen

 

 

EERSTE  TITEL

Algemene Bepalingen

 

Art. 1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. werknemer:
1. de werknemer, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2. degene die persoonlijk arbeid verricht voor een ander, tenzij hij dergelijke arbeid in de regel voor meer dan twee anderen verricht of hij zich door meer dan twee andere personen, niet zijnde zijn echtgenoot of geregistreerde partner of bij hem inwonende bloedverwanten of aanverwanten of pleegkinderen, laat bijstaan of deze arbeid voor hem slechts een bijkomstige werkzaamheid is;
c. werkgever:
1. de werkgever, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2. de natuurlijke of rechtspersoon voor wie de onder b, sub 2, genoemde arbeid wordt verricht;
d. arbeidsverhouding: de rechtsbetrekking tussen werkgever en werknemer;
e. loon: de vergoeding van de werkgever aan de werknemer ter zake van de arbeid;
f. dringende reden voor de werkgever: daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer welke ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsverhouding te laten voortduren;
g. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

 

Art. 2.
-1. Dit besluit is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x