Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Ziektewet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 18 juni 2002

 

BESLUIT  BOETE  ZW/WAO  WERKGEVERS

Vervallen
m.i.v. 19 juni 2002
(art. 7 BbZWw02)

 
 

10 december 1997, Stcrt. 1997, 246
Inwerkingtreding: 31 december 1997
(T.a.v. artt. 38:4 en 38a:7 ZW en 71a:4 en 71a:5 WAO) ╣

 

 

 

 
     Het Landelijke instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 38, vierde lid, en 38a, zesde lid, van de Ziektewet en artikel 71a, vierde en vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; ╣

1. Ingevolge artikel II, onderdeel M, van de Wet verbetering poortwachter (Stb. 2001, 628) is artikel 71a WAO met ingang van 1 april 2002 vervangen en zijn de bepalingen inzake de re´ntegratieplannen en werkgeversboeten geschrapt. Zie verder Besluit boete ZW/WAO werkgevers 2002, red.

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
1. ZW: de Ziektewet;
2. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
3. re´ntegratieplan: het volledige re´ntegratieplan, bedoeld in het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997;
4. voorlopig re´ntegratieplan: het voorlopige re´ntegratieplan, bedoeld in het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997;
5. volledige re´ntegratieplan: het volledige re´ntegratieplan, bedoeld in het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997;
6. de werkgever: de werkgever in de zin van de Ziektewet;
7. de uitvoeringsinstelling: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 41 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.╣

1. Zie hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.

 

Art. 2. Hersteldmelding en melding laatste werkdag indien er geen aanspraak bestaat op ziekengeld
-1. De verplichting, bedoeld in artikel 38, tweede en derde lid, ZW is niet of niet behoorlijk nagekomen, indien:
a. de aangifte op de laatste werkdag of de hersteldmelding niet tijdig is gedaan; of
b. de datum van de laatste werkdag of herstel onjuist is opgegeven.
-2. De hoogte van de boete, bedoeld in artikel 38, vierde lid, ZW, bedraagt:
a. Ç|68,00 indien de aangifte van de laatste werkdag of de hersteldmelding minder dan zeven kalenderdagen te laat is gedaan;
b. Ç|227,00 indien de aangifte van de laatste werkdag of de hersteldmelding zeven kalenderdagen of meer doch minder dan 28 kalenderdagen te laat is gedaan;
c. Ç|454,00 indien de aangifte van de laatste werkdag of de hersteldmelding 28 kalenderdagen of meer te laat is gedaan;
d. Ç|454,00 indien de datum van de laatste werkdag of herstel onjuist is opgegeven.
-3. De boete wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan Ç|454,00.

 

Art. 3. Hersteldmelding indien er aanspraak bestaat op ziekengeld
-1. De verplichting, bedoeld in artikel 38a, vijfde lid, ZW, is niet of niet behoorlijk nagekomen, indien:
a. de hersteldmelding niet tijdig is gedaan; of
b. de datum van herstel onjuist is opgegeven.
-2. De hoogte van de boete, bedoeld in artikel 38a, zesde lid, ZW, bedraagt:
a. Ç|68,00 indien de hersteldmelding minder dan zeven kalenderdagen te laat is gedaan;
b. Ç|227,00 indien de hersteldmelding zeven kalenderdagen of meer doch minder dan 28 kalenderdagen te laat is gedaan;
c. Ç|454,00 indien de hersteldmelding 28 kalenderdagen of meer te laat is gedaan;
d. Ç|454,00 indien de datum van herstel onjuist is opgegeven.
-3. De boete wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan Ç|454,00.

 

Art. 4. Indienen van het re´ntegratieplan
-1. De verplichting, bedoeld in artikel 71a, eerste, tweede en derde lid, WAO is niet of niet behoorlijk nagekomen, indien:
a. het voorlopige re´ntegratieplan niet tijdig is ingediend of niet adequaat is; of
b. het volledige re´ntegratieplan niet tijdig is ingediend of niet adequaat is.
-2. De hoogte van de boete, bedoeld in artikel 71a, vierde lid, WAO bedraagt:
a. Ç|68,00 indien het voorlopige of volledige re´ntegratieplan minder dan zeven kalenderdagen te laat is ingediend;
b. Ç|227,00 indien het voorlopige of volledige re´ntegratieplan dat uiterlijk op de eerste dag nadat de ongeschiktheid van de werknemer dertien weken heeft geduurd, moet worden ingediend, zeven kalenderdagen of meer doch minder dan 28 kalenderdagen te laat is ingediend;
c. Ç|454,00 indien het voorlopige of volledige re´ntegratieplan dat uiterlijk op de eerste dag nadat de ongeschiktheid van de werknemer dertien weken heeft geduurd, moet worden ingediend, 28 kalenderdagen of meer te laat is ingediend indien het voorlopige of volledige re´ntegratieplan dat uiterlijk op de eerste dag nadat de ongeschiktheid van de werknemer dertien weken heeft geduurd, moet worden ingediend, 28 kalenderdagen of meer te laat is ingediend;
d. Ç|454,00 indien het volledige re´ntegratieplan dat uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO moet worden ingediend, zeven kalenderdagen of meer te laat is ingediend;
e. Ç|454,00 indien het voorlopige of volledige re´ntegratieplan niet adequaat is.
-3. De boete wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, bedraagt niet meer dan Ç|454,00.

 

Art. 5. Meewerken aan het opstellen of uitvoeren van het re´ntegratieplan
-1. De hoogte van de boete, bedoeld in artikel 71a, vijfde lid, WAO bedraagt:
a. Ç|1134,00 indien de werkgever na een verzoek van de uitvoeringsinstelling weigert mee te werken aan het opstellen van een re´ntegratieplan;
b. Ç|1134,00 indien de werkgever weigert mee te werken aan het opstellen van een re´ntegratieplan door de uitvoeringsinstelling;
c. Ç|3403,00 indien de werkgever weigert mee te werken aan het opstellen van een re´ntegratieplan door de uitvoeringsinstelling waardoor er geen sprake meer kan zijn van het uitvoeren van een re´ntegratieplan; ╣
e.
Ç|2269,00 indien de werkgever weigert mee te werken aan het uitvoeren van het re´ntegratieplan.
-2. De boetes, bedoeld in het eerste lid, bedragen gezamenlijk niet meer dan Ç|4538,00.

1. Onderdeel d ontbreekt, red.

 

Art. 6. Inwerkingtreding
Indien de Veegwet SZW 1997 (Kamerstukken 25 641) in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

 

Art. 7. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit boete ZW/WAO werkgevers.

 

 

     Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

 

Amsterdam, 10 december 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[10 december 1997]

 

Artikel 1

     In het besluit wordt, waar nodig, gesproken over de uitvoeringsinstelling. Formeel worden de werkzaamheden verricht door het Landelijk instituut sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.], feitelijk krachtens mandaat van het Lisv door de uitvoeringsinstellingen. In dit besluit wordt bij deze feitelijke gang van zaken aangesloten.
     Het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997 kent een onderscheid in een voorlopig en een volledig re´ntegratieplan. Waar nodig worden deze begrippen gebruikt. Anders wordt volstaan met het begrip re´ntegratieplan.

 

Artikel 2

     In artikel 38, tweede lid, ZW is bepaald dat, onverminderd, de ziekmelding uiterlijk de eerste dag nadat de ongeschikt tot werken dertien weken heeft geduurd, de werkgever van de werknemer als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel c, aangifte doet van die ongeschiktheid op de laatste werkdag voordat de dienstbetrekking eindigt. In artikel 38, derde lid, ZW is bepaald dat als de werknemer van de werkgever met een loondoorbetalingsplicht weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de werkgever meldt aan de uitvoeringsinstelling, zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan de vierde dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop de werknemer weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
     Met de boetebepaling in artikel 38, vierde lid, ZW heeft de werkgever een prikkel om deze verplichtingen na te komen. Aangezien de boete ten hoogste â1000,- bedraagt, dient het Landelijk instituut sociale verzekeringen regels te stellen. De verplichtingen dienen niet of niet behoorlijk te zijn nagekomen. Dit omvat een tweetal zaken: het niet tijdig of het onjuist doen. Voor het niet tijdig doen zijn de regels zo geformuleerd dat de hoogte van de boete afhankelijk is van het aantal kalenderdagen dat de aangifte of melding te laat is gedaan. Het onjuist doen is geen aanleiding om de boete te verlagen. Mochten beide situaties tegelijkertijd voorkomen dan bedraagt de boete niet meer dan â1000,-. Dat is geregeld in het derde lid.

 

Artikel 3

     In artikel 38a, vijfde lid, ZW is geregeld dat de werkgever, zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag na ontvangst van een hersteldmelding van zijn werknemer, de eerste dag meldt waarop die werknemer weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Door dit artikel heeft de werkgever voor al zijn werknemers die hij heeft ziek gemeld een verplichting tot tijdige hersteldmelding gekregen. Om voor een prikkel te zorgen, is een boetebepaling opgenomen in artikel 38a, zesde lid, ZW. Ook hier bedraagt de boete ten hoogste â1000,-, waardoor het Landelijk instituut sociale verzekeringen soortgelijke regels als in artikel 2 heeft gesteld.

 

Artikel 4

     In artikel 71a, eerste lid, WAO en het op grond hiervan gestelde Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997 wordt een onderscheid gemaakt tussen het voorlopige en volledige re´ntegratieplan. De eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd, kan de werkgever het voorlopige re´ntegratieplan indienen als hij verwacht dat de werknemer volledig zal hervatten bij de eigen werkgever uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO. Anders zal hij op dat tijdstip een volledig re´ntegratieplan moeten indienen. Zodra de werkgever verwacht dat de werknemer het werk toch niet meer volledig kan hervatten, moet hij alsnog een volledig re´ntegratieplan indienen, doch uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO. Een volledig re´ntegratieplan moet ook worden ingediend als de uitvoeringsinstelling daarom verzoekt. Er zijn derhalve twee momenten te markeren: uiterlijk bij dertien weken (het eerste lid, onderdeel a) en uiterlijk bij 35 weken (het eerste lid, onderdeel b), met ieder hun eigen verplichtingen en boetebepalingen. Een voorbeeld:
     De werkgever dient uiterlijk bij dertien weken een voorlopig re´ntegratieplan in, omdat hij verwacht dat de werknemer spoedig volledig zal hervatten. Is het re´ntegratieplan tijdig en adequaat, dan is de verplichting nagekomen. Is het re´ntegratieplan niet tijdig, maar wel adequaat, dan wordt een boete opgelegd waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal kalenderdagen dat het plan te laat is ingediend. Als het re´ntegratieplan wel tijdig is, maar niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-. Is het re´ntegratieplan niet tijdig en niet adequaat, dan wordt ook een boete opgelegd van â1000,-. De boete kan op dit moment immers niet meer bedragen dan â1000,-.
     Meestal zal na een voorlopig re´ntegratieplan een hersteldmelding volgen aangezien de werkgever verwachtte dat de werknemer weer volledig het werk zal hervatten. Het is mogelijk dat hij alsnog verwacht dat de werknemer niet meer volledig zal hervatten. Hij moet dan direct een volledig re´ntegratieplan indienen. Dit dient uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO te gebeuren. Ook dan geldt weer: is het re´ntegratieplan tijdig en adequaat, dan is de werkgever zijn verplichting nagekomen. Is het re´ntegratieplan niet tijdig, maar wel adequaat, dan wordt een boete opgelegd waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal kalenderdagen dat het plan te laat is ingediend. Als het re´ntegratieplan wel tijdig is, maar niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-. Is het re´ntegratieplan niet tijdig en niet adequaat, dan wordt ook een boete opgelegd van â1000,-. De boete kan hier weer niet meer bedragen dan â1000,-. Dat kan wel als er al een boete is opgelegd bij dertien weken wegens een niet tijdig of inadequaat voorlopig re´ntegratieplan. Aangezien er sprake is van verschillende momenten, bij dertien weken en bij 35 weken, waarop de verzuimbegeleiding van de werkgever wordt beoordeeld. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een boete is opgelegd van â150,- wegens het vier kalenderdagen te laat indienen van een voorlopig re´ntegratieplan en dat vervolgens een boete wordt opgelegd van â1000,- wegens een inadequaat volledig re´ntegratieplan.
     Ook hier geldt dat er geen boete wordt opgelegd indien de werkgever met een deugdelijke grond de verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen. De invulling van het begrip deugdelijke grond zal afhangen van de specifieke omstandigheden in het individuele geval. Van de werkgever mag verwacht worden al datgene te doen wat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om het re´ntegratieplan op te stellen.

 

Artikel 5

     In artikel 71a, vijfde lid, WAO wordt een onderscheid gemaakt tussen het weigeren mee te werken aan het opstellen en het weigeren mee te werken aan het uitvoeren van het re´ntegratieplan door de werkgever. Indien daarvan sprake is, legt de uitvoeringsinstelling een boete op van ten hoogste â10 000,-. In dit artikel wordt deze bepaling nader ingevuld.
     Een voorbeeld van het weigeren mee te werken aan het opstellen van het re´ntegratieplan:
     De werkgever dient een inadequaat re´ntegratieplan in. Als er geen deugdelijke grond is, wordt hem een boete opgelegd van â1000,-. Vervolgens wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het plan zo aan te vullen dat het wel adequaat is. Als de werkgever dat, zonder deugdelijke grond, niet doet, wordt hem een boete opgelegd van â2500,- wegens het weigeren mee te werken aan het opstellen van een re´ntegratieplan. De uitvoeringsinstelling gaat nu uit eigen beweging een plan opstellen. Hiervan worden kosten in rekening gebracht. Weigert de werkgever hier, zonder deugdelijke grond, aan mee te werken, dan wordt om dezelfde reden weer een boete opgelegd van â2500,-. De boete bedraagt â7500,- als de weigerachtige houding tot gevolg heeft dat werkhervatting van de werknemer bij de eigen werkgever in de toekomst feitelijk niet meer mogelijk is. Er is dan geen re´ntegratieplan dat kan worden uitgevoerd. Voor een adequate re´ntegratie van de werknemer is het zinvoller als de uitvoeringsinstelling in deze situaties de verantwoordelijkheid overneemt en de werknemer tracht te re´ntegreren bij een andere werkgever.
     De werkgever dient het door hem, of door tussenkomst van de uitvoeringsinstelling, opgestelde re´ntegratieplan uit te voeren. Weigert hij, zonder deugdelijke grond, hieraan mee te werken, dan wordt hem een boete opgelegd van â5000,- wegens het weigeren mee te werken aan de uitvoeren van het re´ntegratieplan.
     De boete wegens het weigeren mee te werken aan het opstellen of uitvoeren van het re´ntegratieplan kan in totaal ten hoogste â10 000,- bedragen. Ook hier geldt dat er geen boete wordt opgelegd indien er sprake is van een deugdelijke grond.

 

Amsterdam, 10 december 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

1. Inleiding


     In deze bijlage van de mededeling wordt beschreven hoe de boetebepalingen ZW/WAO aan werkgevers dienen te worden uitgevoerd. In het model voor de poortwachtersfunctie (Lisv-Mededeling M 97.65 van 25 juni 1997) is de systematiek rond het indienen van het voorlopige en volledige re´ntegratieplan beschreven. Deze uitwerking van de boetebepalingen is een verdere uitbreiding hiervan. De inhoud zal worden gepubliceerd als het Besluit boete ZW/WAO werkgevers.

 

2. De boetebepalingen


     De boetebepalingen zijn opgenomen in de volgende artikelen:

- hersteldmelding en melding laatste werkdag (doelgroep: werknemer met werkgever zonder aanspraak op ziekengeld, recht op loondoorbetaling)
     Onverminderd de ziekmelding uiterlijk de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd, doet de werkgever van de werknemer als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel c, aangifte van die ongeschiktheid op de laatste werkdag voordat de dienstbetrekking eindigt (artikel 38, tweede lid, ZW).
     Als de werknemer van de werkgever met een loondoorbetalingsplicht weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt de werkgever aan de uitvoeringsinstelling, zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan de vierde dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop de werknemer weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid (artikel 38, derde lid, ZW).
     Indien de werkgever deze verplichtingen niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â1000,-. De artikelen 42a ╣, derde, vierde en zesde lid, 45b, 45c, 45e, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en 45g, eerste, vierde, zesde, achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing (artikel 38, vierde lid, ZW).
     Met de laatste volzin is bepaald dat de gebruikelijke regels rond het opleggen van een boete van toepassing zijn, zoals de mogelijkheid om gebruik te maken van het zwijgrecht en het niet opleggen van een boete indien iedere verwijtbaarheid ontbreekt. Dit geldt voor alle boetebepalingen ZW/WAO.

1. Volgens de redactie dient "artikelen 42a" te worden vervangen door: artikelen 45a.

- hersteldmelding (doelgroep: werknemer met werkgever met aanspraak op ziekengeld en recht op loondoorbetaling)
     De werkgever meldt, zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag na ontvangst van een hersteldmelding van zijn werknemer, de eerste dag waarop die werknemer weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid (artikel 38a, vijfde lid, ZW).
     Indien de werkgever deze verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â1000,- (artikel 38a, zesde lid, ZW).

- indienen re´ntegratieplan (doelgroep: eerste lid: werknemer met werkgever zonder  aanspraak op ziekengeld; tweede en derde lid: werknemer met werkgever met aanspraak op ziekengeld)
     Gelijktijdig met de aangifte van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 38, eerste lid, ZW legt de werkgever een adequaat re´ntegratieplan over (artikel 71a, eerste lid, WAO).
     De werkgever als bedoeld in artikel 38a, derde lid, ZW legt uiterlijk nadat de ongeschiktheid van zijn werknemer dertien weken heeft geduurd, een adequaat re´ntegratieplan over (artikel 71a, tweede lid, WAO).
     In afwijking hiervan legt de werkgever een adequaat re´ntegratieplan over uiterlijk nadat de ongeschiktheid van zijn werknemer als bedoeld in artikel 29a ZW dertien weken heeft geduurd na het beŰindigen van het recht op ziekengeld in verband met bevalling (artikel 71a, derde lid, WAO).
     Indien de werkgever zonder deugdelijke gronden deze verplichtingen niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â1000,- (artikel 71a, vierde lid, WAO).

- opstellen en uitvoeren re´ntegratieplan
     Indien de werkgever zonder deugdelijke gronden weigert mee te werken aan het opstellen of uitvoeren van het re´ntegratieplan, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â10 000,- (artikel 71a, vijfde lid, WAO).

 

3. Hersteldmelding en melding laatste werkdag


     Hieronder wordt de boetebepaling uit artikel 38, vierde lid, ZW ingevuld. Het gaat om de doelgroep: werknemer met werkgever zonder aanspraak op ziekengeld; recht op loondoorbetaling. Met de invoering van dit artikel heeft de werkgever in deze situaties een prikkel tot tijdige ziekmelding. Verder wordt beoogd het systeem van vaste boetes te verlaten.
     Indien de werkgever de verplichting als bedoeld in artikel 38, tweede en derde lid, ZW niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â1000,-. De verplichting is niet of niet behoorlijk nagekomen:
1. indien de aangifte op de laatste werkdag of de hersteldmelding niet tijdig is gedaan; of
2. indien de datum van de laatste werkdag of herstel onjuist is opgegeven.
     Voor de invulling van ten hoogste zijn de volgende boetecategorieŰn te onderscheiden:
1. is de aangifte van de laatste werkdag of de hersteldmelding minder dan zeven kalenderdagen te laat gedaan, dan wordt een boete opgelegd van â150,-;
2. is de aangifte van de laatste werkdag of de hersteldmelding zeven kalenderdagen of meer doch minder dan 28 kalenderdagen te laat gedaan, dan wordt een boete opgelegd van â500,-;
3. is de aangifte van de laatste werkdag of de hersteldmelding 28 kalenderdagen of meer te laat gedaan, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-;
4. is de datum van de laatste werkdag of herstel onjuist opgegeven, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-.
     De boete die wordt opgelegd op grond van artikel 38, vierde lid, ZW, bedraagt niet meer dan â1000,-. Er is dus geen cumulatie mogelijk. Meldt de werkgever te laat en geeft hij bovendien een onjuiste datum door, dan bedraagt de boete â1000,-. In deze bepaling is geen mogelijkheid opgenomen om af te zien van het opleggen van een boete wegens een deugdelijke grond. Een dergelijk onderzoek kan dus achterwege blijven.

 

4. Hersteldmelding


     Hieronder wordt de boetebepaling uit artikel 38a, zesde lid, ZW ingevuld. Het gaat om de doelgroep: werknemer met werkgever met aanspraak op ziekengeld en recht op loondoorbetaling. Met de invoering van dit artikel is geregeld dat de werkgever voor zijn werknemer met aanspraak op ziekengeld die hij heeft ziek gemeld, een verplichting heeft tot tijdige hersteldmelding. Tot nu toe had de werknemer zelf de verplichting om dit te doen. Om voor een prikkel tot tijdige melding door de werkgever te zorgen, is ook hier een boetebepaling opgenomen. Verder wordt ook hier beoogd het systeem van vaste boetes te verlaten. Voor de gevallen waarin de verzekerde geen werkgever (meer) heeft, blijft voor hem de verplichting bestaan tot het doen van een ziek- en hersteldmelding bij de uitvoeringsinstelling.
     Indien de werkgever de verplichting als bedoeld in artikel 38a, vijfde lid, ZW niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â1000,-. De verplichting is niet of niet behoorlijk nagekomen:
1. indien de hersteldmelding niet tijdig is gedaan; of
2. indien de datum van herstel onjuist is opgegeven.
     Voor de invulling van ten hoogste zijn de volgende boetecategorieŰn te onderscheiden:
1. is de hersteldmelding minder dan zeven kalenderdagen te laat gedaan, dan wordt een boete opgelegd van â150,-;
2. is de hersteldmelding zeven kalenderdagen of meer doch minder dan 28 kalenderdagen te laat gedaan, dan wordt een boete opgelegd van â500,-;
3. is de hersteldmelding 28 kalenderdagen of meer te laat gedaan, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-;
4. is de datum van herstel onjuist opgegeven, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-.
     De boete die wordt opgelegd op grond van artikel 38a, zesde lid, ZW, bedraagt niet meer dan â1000,-. Er is dus geen cumulatie mogelijk. Meldt de werkgever te laat en geeft hij bovendien een onjuiste datum door, dan bedraagt de boete â1000,-. In deze bepaling is geen mogelijkheid opgenomen om af te zien van het opleggen van een boete wegens een deugdelijke grond. Een dergelijk onderzoek kan dus achterwege blijven.

 

5. Indienen re´ntegratieplan


Indienen re´ntegratieplan voor de doelgroep werknemer met werkgever zonder aanspraak op ziekengeld; recht op loondoorbetaling. Artikel 71a, eerste lid, WAO:
"Gelijktijdig met de aangifte van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 38, eerste lid, ZW, legt de werkgever aan de uitvoeringsinstelling over een door hem in overleg met de werknemer opgesteld adequaat re´ntegratieplan ten behoeve van de herintreding van de werknemer in het arbeidsproces. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt regels inzake voorlopige of volledige re´ntegratieplannen en eventueel noodzakelijke vervolgplannen en stelt minimumeisen waaraan deze plannen moeten voldoen."
     De eisen zijn gesteld in het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997. De uitwerking is gedaan in Mededeling M 97.65 en de AD-standaard beoordeling re´ntegratie-inspanningen werkgever.

Indienen re´ntegratieplan voor de doelgroep werknemer met werkgever met aanspraak op ziekengeld. Artikel 71a, tweede lid, WAO:
"De werkgever, bedoeld in artikel 38a, derde lid, ZW legt, uiterlijk nadat de ongeschiktheid van de werknemer dertien weken heeft geduurd, aan de uitvoeringsinstelling over een door hem in overleg met de werknemer opgesteld adequaat voorlopig of volledig re´ntegratieplan ten behoeve van de herintreding van de werknemer in het arbeidsproces.
Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. De tweede volzin van het eerste lid is van toepassing."
     Van toepassing is eveneens het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997, Mededeling M 97.65 en de genoemde AD-standaard.
     Tot nu toe werd alleen bepaald dat de werkgever met een loondoorbetalingsplicht een re´ntegratieplan moest indienen. Geen plan was verplicht gesteld voor werknemers die ondanks dat zij jegens de werkgever aanspraak hebben op doorbetaling van loon tijdens ziekte, toch aanspraak maken op ziekengeld, terwijl hij in die gevallen wel een re´ntegratieplicht heeft. Een vergelijkbare bepaling is opgenomen in het Ziekengeldreglement 1997, maar vervalt nu er een wettelijke basis is.

Indienen re´ntegratieplan bij ziekte direct aansluitend aan het bevallingsverlof. Artikel 71a, derde lid, WAO:
"In afwijking van het vorige lid legt de werkgever van de werkneemster die ongeschikt is tot werken aansluitend aan het bevallingsverlof, het re´ntegratieplan over uiterlijk nadat die ongeschiktheid dertien weken heeft geduurd na de beŰindiging van het recht op ziekengeld in verband met bevalling."
     De werkgever heeft dus de verplichting om uiterlijk na dertien weken een adequaat voorlopig of volledig re´ntegratieplan in te dienen voor zijn werkneemster die ziek is direct aansluitend aan het bevallingsverlof. Bij ziekte tengevolge van de zwangerschap en tijdens de periode van bevallingsverlof bestaat deze verplichting niet.

Boetebepaling rond indienen re´ntegratieplan. Artikel 71a, vierde lid, WAO:
"Indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, zonder deugdelijke grond niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt de uitvoeringsinstelling hem een boete op van ten hoogste â1000,-."
     In de volgende paragrafen wordt deze boetebepaling nader uitgewerkt.

 

5.1. Beoordelen van het voorlopige of volledige re´ntegratieplan in de dertiende week


     Het eerste te markeren moment bij het beoordelen van de verzuimbegeleiding van de werkgever is de dertiende week. Dit is het moment dat de werkgever, en diens arbodienst, de keuze maakt tussen het indienen van een voorlopig of volledig re´ntegratieplan. Een voorlopig plan volstaat indien de werkgever, en diens arbodienst, verwachten dat de werknemer volledig zal hervatten bij de eigen werkgever uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO. Anders wordt een volledig plan ingediend.
     Indien de werkgever uiterlijk de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd de verplichting als bedoeld in artikel 71a, eerste, tweede en derde lid, WAO en het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997 zonder deugdelijke grond niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â1000,-. De verplichting is niet of niet behoorlijk nagekomen:
1. indien het voorlopige of volledige re´ntegratieplan niet tijdig is ingediend; of
2. indien het voorlopige of volledige re´ntegratieplan niet adequaat is.
     Voor de invulling van ten hoogste zijn de volgende boetecategorieŰn te onderscheiden:
1. is het voorlopige of volledige re´ntegratieplan minder dan zeven kalenderdagen te laat ingediend, dan wordt een boete opgelegd van â150,-;
2. is het voorlopige of volledige re´ntegratieplan zeven kalenderdagen of meer doch minder dan 28 kalenderdagen te laat ingediend, dan wordt een boete opgelegd van â500,-;
3. is het voorlopige of volledige re´ntegratieplan 28 kalenderdagen of meer te laat ingediend, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-; is het voorlopige of volledige re´ntegratieplan niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-.
     De boete die hier wordt opgelegd, bedraagt niet meer dan â1000,-. Er is dus geen cumulatie mogelijk. Wordt het voorlopige of volledige re´ntegratieplan te laat ingediend en is het ook niet adequaat, dan bedraagt de boete â1000,-. Voordat de boete kan worden opgelegd, dient de uitvoeringsinstelling te onderzoeken of er sprake is van een deugdelijke grond. Is deze aanwezig, dan wordt geen boete opgelegd. De invulling van het begrip deugdelijke grond zal afhangen van de specifieke omstandigheden in het individuele geval. Van de werkgever mag verwacht worden al datgene te doen wat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om het re´ntegratieplan op te stellen.

 

5.2. Beoordelen van het volledige re´ntegratieplan uiterlijk de 35e week


     Een ander te markeren moment bij het beoordelen van de verzuimbegeleiding van de werkgever is de 35e week. Dit is het uiterste moment dat de werkgever het volledig re´ntegratieplan kan indienen. Het plan is al ingediend als hij eerder verwacht dat de werknemer niet meer volledig zal hervatten bij de eigen werkgever. Er is dan alleen een beoordeling op adequaatheid en niet op tijdigheid. Immers, het plan is voor het uiterste moment ingediend.
     Indien de werkgever uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO de verplichting als bedoeld in artikel 71a, eerste, tweede en derde lid, WAO en het Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997 zonder deugdelijke grond niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt hem een boete opgelegd van ten hoogste â1000,-. De verplichting is niet of niet behoorlijk nagekomen:
1. indien het volledige re´ntegratieplan niet tijdig is ingediend; of
2. indien het volledige re´ntegratieplan niet adequaat is.
     Voor de invulling van ten hoogste zijn de volgende boetecategorieŰn te onderscheiden:
1. is het volledige re´ntegratieplan minder dan zeven kalenderdagen te laat ingediend, dan wordt een boete opgelegd van â150,-;
2. is het volledige re´ntegratieplan zeven kalenderdagen of meer te laat ingediend, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-;
3. is het volledige re´ntegratieplan niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-.
     De boete die hier wordt opgelegd bedraagt niet meer dan â1000,-. Er is dus geen cumulatie mogelijk. Wordt het volledige re´ntegratieplan te laat ingediend en is het ook niet adequaat, dan bedraagt de boete â1000,-. Voordat de boete kan worden opgelegd, dient de uitvoeringsinstelling te onderzoeken of er sprake is van een deugdelijke grond. Is deze aanwezig, dan wordt geen boete opgelegd. De invulling van het begrip deugdelijke grond zal afhangen van de specifieke omstandigheden in het individuele geval. Van de werkgever mag verwacht worden al datgene te doen wat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om het re´ntegratieplan op te stellen.

 

5.3. De te onderscheiden situaties


     In artikel 71a, eerste lid, WAO en het op grond hiervan gestelde Besluit minimumeisen re´ntegratieplan 1997 wordt een onderscheid gemaakt tussen het voorlopige en volledige re´ntegratieplan. De eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd, kan de werkgever het voorlopige re´ntegratieplan indienen als hij verwacht dat de werknemer volledig zal hervatten bij de eigen werkgever uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO. Anders zal hij op dat tijdstip een volledig re´ntegratieplan moeten indienen. Zodra de werkgever verwacht dat de werknemer het werk toch niet meer volledig kan hervatten binnen acht maanden, moet hij alsnog een volledig re´ntegratieplan indienen, doch uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO. Een volledig re´ntegratieplan moet ook worden ingediend als de uitvoeringsinstelling daarom verzoekt. Er zijn derhalve twee momenten te markeren: uiterlijk bij dertien weken en uiterlijk bij 35 weken, met ieder hun eigen verplichtingen en boetebepalingen.
     Het kan voorkomen dat bij de beoordeling van het re´ntegratieplan niet meteen duidelijk is of het plan adequaat is. De uitvoeringsinstelling kan dan contact opnemen met de werkgever, of diens arbodienst, met als doel het wegnemen van deze onduidelijkheden. Aangezien het re´ntegratieplan in deze fase niet als inadequaat is te beschouwen, is het opleggen van een boete nog niet aan de orde. Dat is wel het geval als het plan na de verkregen informatie alsnog inadequaat blijkt te zijn. In deze mogelijkheid zit een leereffect. Het model voor de poortwachtersfunctie is een samenwerkingsmodel. De uitvoeringsinstelling heeft de mogelijkheid om de werkgever, en diens arbodienst, te leren wanneer een re´ntegratieplan adequaat is. Naarmate de werkgever vaker is uitgelegd wanneer een vraag duidelijk is beantwoord, is het re´ntegratieplan sneller als inadequaat aan te merken.


Situatie 1

     De werkgever dient uiterlijk bij dertien weken een voorlopig re´ntegratieplan in, omdat hij verwacht dat de werknemer spoedig volledig zal hervatten. Is het re´ntegratieplan tijdig en adequaat, dan is de verplichting nagekomen. Is het re´ntegratieplan niet tijdig, maar wel adequaat, dan wordt een boete opgelegd waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal kalenderdagen dat het plan te laat is ingediend. Als het re´ntegratieplan wel tijdig is, maar niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-. Is het re´ntegratieplan niet tijdig en niet adequaat, dan wordt ook een boete opgelegd van â1000,-. De boete kan op dit moment immers niet meer bedragen dan â1000,-.
     Meestal zal na een voorlopig re´ntegratieplan een hersteldmelding volgen aangezien de werkgever verwachtte dat de werknemer weer volledig het werk zal hervatten. Het is mogelijk dat hij alsnog verwacht dat de werknemer niet meer binnen acht maanden volledig zal hervatten. Hij moet dan direct een volledig re´ntegratieplan indienen. Dit dient uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO te gebeuren. Ook dan geldt weer: is het re´ntegratieplan tijdig en adequaat, dan is de werkgever zijn verplichting nagekomen. Is het re´ntegratieplan niet tijdig, maar wel adequaat, dan wordt een boete opgelegd waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal kalenderdagen dat het plan te laat is ingediend. Als het re´ntegratieplan wel tijdig is, maar niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-. Is het re´ntegratieplan niet tijdig en niet adequaat, dan wordt ook een boete opgelegd van â1000,-. De boete kan hier weer niet meer bedragen dan â1000,-. Dat kan wel als er al een boete is opgelegd bij dertien weken aangezien er sprake is van verschillende momenten waarop de verzuimbegeleiding van de werkgever wordt beoordeeld. Het kan bijvoorbeeld mogelijk zijn dat een boete is opgelegd van â150,- wegens het vier kalenderdagen te laat indienen van een voorlopig re´ntegratieplan en dat vervolgens een boete wordt opgelegd van â1000,- wegens een inadequaat volledig re´ntegratieplan.


Situatie 2

     De werkgever dient uiterlijk bij dertien weken een volledig re´ntegratieplan in, omdat hij verwacht dat de werknemer het werk niet meer volledig zal hervatten.
     Vervolgens geldt weer:
- Is het re´ntegratieplan tijdig en adequaat, dan is de verplichting nagekomen.
- Is het re´ntegratieplan niet tijdig, maar wel adequaat, dan wordt een boete opgelegd waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal kalenderdagen dat het plan te laat is ingediend.
- Is het re´ntegratieplan wel tijdig, maar niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-.
- Is het re´ntegratieplan niet tijdig en niet adequaat, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-. De boete kan op dit moment immers niet meer bedragen dan â1000,-.


Situatie 3

     Zoals in situatie 1. Maar de werkgever dient uiterlijk vier maanden vˇˇr het einde van de wachttijd van de WAO geen volledig re´ntegratieplan in. Er wordt dan een boete opgelegd van â1000,-. Het maakt niet uit of er al een boete is opgelegd bij dertien weken wegens een niet tijdig of inadequaat voorlopig re´ntegratieplan.


Situatie 4

     De werkgever dient uiterlijk bij dertien weken geen re´ntegratieplan in, dan wordt een boete opgelegd van â1000,-.
     Voor alle situaties geldt dat er geen boete wordt opgelegd indien de werkgever met een deugdelijke grond de verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen. De invulling van het begrip deugdelijke grond zal afhangen van de specifieke omstandigheden in het individuele geval. Van de werkgever mag verwacht worden al datgene te doen wat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om het re´ntegratieplan op te stellen.

 

6. Opstellen of uitvoeren van het re´ntegratieplan


Opstellen of uitvoeren re´ntegratieplan. Artikel 71a, vijfde lid, WAO:
"Indien de werkgever zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen of uitvoeren van het re´ntegratieplan, legt de uitvoeringsinstelling hem een boete op van ten hoogste â10 000,-."

Opstellen re´ntegratieplan door de uitvoeringsinstelling. Artikel 71a, zesde lid, WAO:
"Indien de werkgever in gebreke blijft bij het opstellen van het re´ntegratieplan, kan de uitvoeringsinstelling het re´ntegratieplan opstellen. De uitvoeringsinstelling kan hiervoor kosten in rekening brengen."

     Hieronder wordt de boetebepaling uit artikel 71a, vijfde lid, WAO en het opstellen van een re´ntegratieplan door de uitvoeringsinstelling ingevuld. De uitwerking van het weigeren mee te werken aan het opstellen van het re´ntegratieplan en het opstellen van een re´ntegratieplan door de uitvoeringsinstelling is als volgt:
- De werkgever dient een inadequaat re´ntegratieplan in. Als er geen deugdelijke grond is, wordt hem een boete opgelegd van â1000,-. Vervolgens wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het plan zo aan te vullen dat het wel adequaat is. Als de werkgever dat, zonder deugdelijke grond, niet doet, wordt hem een boete opgelegd van â2500,- wegens het weigeren mee te werken aan het opstellen van een re´ntegratieplan. De uitvoeringsinstelling gaat nu uit eigen beweging een plan opstellen. Hiervan worden de reŰle kosten in rekening gebracht. Weigert de werkgever hier, zonder deugdelijke grond, aan mee te werken, dan wordt om dezelfde reden weer een boete opgelegd van â2500,-. De boete bedraagt â7500,- als de weigerachtige houding tot gevolg heeft dat werkhervatting van de werknemer bij de eigen werkgever in de toekomst feitelijk niet meer mogelijk is. Er is dan geen re´ntegratieplan dat kan worden uitgevoerd. Voor een adequate re´ntegratie van de werknemer is het zinvoller als de uitvoeringsinstelling in deze situaties de verantwoordelijkheid overneemt en de werknemer tracht te re´ntegreren bij een andere werkgever.
- De uitvoeringsinstelling kan op verzoek van de werknemer een re´ntegratieplan gaan opstellen. Voordat zij dat gaat doen, wordt eerst contact opgenomen met de werkgever, en diens arbodienst, om te beoordelen of daar redenen voor zijn. Dit is het geval als de werkgever onvoldoende invulling geeft aan zijn re´ntegratietaak. Vervolgens wordt aan hem meegedeeld dat hij binnen twee weken een volledig adequaat re´ntegratieplan moet opstellen. Doet hij dat, zonder deugdelijke grond, niet, dan wordt een boete opgelegd van â2500,- wegens het weigeren mee te werken aan het opstellen van een re´ntegratieplan. De uitvoeringsinstelling gaat nu uit eigen beweging een plan opstellen. Hiervan worden de reŰle kosten in rekening gebracht. Weigert de werkgever hier, zonder deugdelijke grond, aan mee te werken, dan wordt om dezelfde reden weer een boete opgelegd van â2500,-. De boete bedraagt â7500,- als de weigerachtige houding tot gevolg heeft dat werkhervatting van de werknemer bij de eigen werkgever in de toekomst feitelijk niet meer mogelijk is. Er is dan geen re´ntegratieplan dat kan worden uitgevoerd. Voor een adequate re´ntegratie van de werknemer is het zinvoller als de uitvoeringsinstelling in deze situaties de verantwoordelijkheid overneemt en de werknemer tracht te re´ntegreren bij een andere werkgever. De uitwerking van het weigeren mee te werken aan het uitvoeren van het re´ntegratieplan is als volgt:
- De werkgever dient het, al dan niet na tussenkomst of in overleg met de uitvoeringsinstelling opgestelde, re´ntegratieplan uit te voeren. Weigert hij, zonder deugdelijke grond, hieraan mee te werken, dan wordt hem een boete opgelegd van â5000,- wegens het weigeren mee te werken aan de uitvoeren van het re´ntegratieplan.
- De werkgever dient het door de uitvoeringsinstelling opgestelde re´ntegratieplan uit te voeren. Weigert hij, zonder deugdelijke grond, hieraan mee te werken, dan wordt hem een boete opgelegd van â5000,-.
     Zoals blijkt uit het voorgaande kan de boete wegens het weigeren mee te werken aan het opstellen of uitvoeren van het re´ntegratieplan in totaal ten hoogste â10 000,- bedragen. Ook hier geldt dat er geen boete wordt opgelegd indien er sprake is van een deugdelijke grond. De invulling van het begrip deugdelijke grond zal afhangen van de specifieke omstandigheden in het individuele geval. Van de werkgever mag verwacht worden al datgene te doen wat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om het re´ntegratieplan op te stellen.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ziektewet | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x