Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Ziektewet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 22 juni 2004

 

BESLUIT  ONGESCHIKTHEID  BIJ  OF  KORT  NA  AANVANG  VERZEKERING  ZIEKTEWET

Vervallen
m.i.v. 23 juni 2004
(art. 4 Bwzbvo)

 
 

12 november 1998, Stcrt. 1998, 228
Inwerkingtreding: 27 januari 1999
(T.a.v. art. 44 ZW)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 44 van de Ziektewet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Lisv hanteert bij het gebruik van de bevoegdheid om het ziekengeld geheel of gedeeltelijk te weigeren op grond van artikel 44 van de Ziektewet het beleid vermeld in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking twee maanden na de bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant. Het is niet van toepassing op het gebruik van de bevoegdheid ten aanzien van verzekerden die ongeschikt tot werken zijn geworden vr inwerkingtreding van dit besluit.

 

Art. 3.
De Circulaire 997 d.d. 30 mei 1994 van de Sociale Verzekeringsraad wordt ingetrokken.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ongeschiktheid bij of kort na aanvang verzekering Ziektewet.

 

 

     Dit besluit zal met de bijlage worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

 

Amsterdam, 12 november 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

     Artikel 44 van de Ziektewet geeft het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bevoegdheid het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, blijvend of geheel te weigeren indien a. de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, anders dan wegens zwangerschap of bevalling, bestond op het moment waarop de verzekering een aanvang nam of b. binnen een halfjaar na aanvang van de verzekering is ingetreden terwijl de gezondheidstoestand van de betrokkene ten tijde van de aanvang van de verzekering het intreden van de ongeschiktheid binnen een halfjaar kennelijk moest doen verwachten. Van de mogelijkheid tot het stellen van regels bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is geen gebruik gemaakt. Doel van de bepalingen is het weren van misbruik en het mogelijk maken van een zekere risicoselectie. Het Lisv acht het gewenst dat zijn beleid inzake het gebruik van de bevoegdheid eenduidig kenbaar wordt gemaakt. De richtlijnen zoals ontwikkeld door de Federatie van Bedrijfsverenigingen en in de jurisprudentie worden in dit beleidsbesluit voortgezet. Specifiek hiervan afwijkend beleid van de voormalige Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid wordt hiermee ingetrokken. Het beleid inzake weigering van ziekengeld na afloop van ouderschapsverlof neergelegd in de Circulaire 997 van de Sociale Verzekeringsraad is inmiddels opgenomen in de Wet tot het wegnemen van belemmeringen in socialeverzekeringswetten bij onbetaald verlof op 1oktober 1998 (Stb. 1998, 412).
     De richtlijnen luiden als volgt:
Als regel is weigering van ziekengeld gerechtvaardigd als de verzekerde bij aanvang van de verzekering ongeschiktheid had kunnen verwachten, zulks naar het oordeel van de uitvoeringsinstelling.
Als de verzekerde bij aanvang van de verzekering uitval niet had kunnen verwachten, zulks naar het oordeel van de uitvoeringsinstelling, wordt ziekengeld niet geweigerd als hij gedurende drie maanden normaal arbeid heeft verricht.
Als de verzekerde bij aanvang van de verzekering naar het oordeel van de uitvoeringsinstelling uitval niet had kunnen verwachten en hij nog geen drie maanden normaal arbeid heeft verricht, wordt per geval afzonderlijk beoordeeld of weigering gerechtvaardigd is, met inachtneming van de volgende aandachtspunten:
- weigering vindt niet plaats als de verzekerde te goeder trouw een arbeidsverhouding is aangegaan doch nog vr de dag waarop de arbeid zou aanvangen arbeidsongeschikt is geworden door niet-voorzienbare plotseling aan de dag tredende gebeurtenis, bijvoorbeeld door een ongeval;
- in beginsel wordt niet geweigerd als de uitvoeringsinstelling vr aanvang van de arbeid heeft beslist dat de verzekerde geschikt was voor de arbeid of soortgelijke arbeid of als de verzekerde vr aanvang van de arbeid medisch is gekeurd en goedgekeurd en hij daarbij alle relevante gegevens heeft verstrekt;
- er is minder aanleiding tot weigering naarmate er sinds de aanvang van de arbeid meer tijd is verstreken;
- er is meer aanleiding tot weigering wanneer de verzekerde voor het eerst aan het arbeidsleven is gaan deelnemen;
- er is minder aanleiding te weigeren naarmate voor toepassing van de bevoegdheid langer ziekengeld is verstrekt.
Bij het gebruik van de bevoegdheid wordt het ziekengeld blijvend geheel geweigerd indien de relevante omstandigheid direct wordt onderkend, en wordt het ziekengeld tijdelijk geheel geweigerd met ingang van de dag na de bekendmaking van de beslissing aan de verzekerde in gevallen waarin eerst tijdens de verstrekking van ziekengeld de omstandigheid wordt onderkend.

 

Amsterdam, 12 november 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ziektewet | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x