Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Ziektewet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

CONTROLEVOORSCHRIFTEN  ZIEKTEWET  2001

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. 10 CZ04)

 
 

7 december 2001, Stcrt. 2001, 245
Inwerkingtreding: 1 december 2001
(T.a.v. art. 39:2 ZW)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 39, tweede lid, van de Ziektewet;

     Besluit de navolgende controlevoorschriften vast te stellen:

 

 

HOOFDSTUK  1

Inleidende bepalingen

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de uitvoeringsinstelling: de uitvoeringsinstelling die ten aanzien van de verzekerde de werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 41 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
b. de verzekerde: degene die op grond van de Ziektewet verzekerd is;
c. verzekeringsarts: een door de uitvoeringsinstelling aangewezen arts;
d. rapporteur: een door de uitvoeringsinstelling aangewezen medewerker;
e. ongeschiktheid: de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Ziektewet;
f. eigen verklaring: een door de verzekerde over zijn ongeschiktheid tot werken ingevuld en ondertekend vragenformulier van de uitvoeringsinstelling.

1. Zie hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.
2. Volgens de redactie dient "zijn" te vervallen.

 

Art. 2. Werkingssfeer
-1. De algemene voorschriften, genoemd in hoofdstuk 2, zijn van toepassing op de verzekerde van wie op grond van artikel 38 of 38a van de Ziektewet een aangifte van ziekte of een ziekmelding is ontvangen.
-2. Op de verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld zijn eveneens van toepassing de voorschriften, genoemd in hoofdstuk 3.
-3. De voorschriften zijn van toepassing zolang de ongeschiktheid duurt.
-4. De artikelen 5 en 6 zijn niet van toepassing op de verzekerde die in het buitenland verblijft.

 

 

HOOFDSTUK  2

Algemene voorschriften

 

Art. 3. De verplichting om op het spreekuur te verschijnen
-1. De verzekerde geeft gevolg aan een oproep om te verschijnen op het spreekuur van de verzekeringsarts of de rapporteur.
-2. Indien de verzekerde verhinderd is te voldoen aan een oproep als bedoeld in het eerste lid, deelt hij dit binnen 24 uur mee aan de uitvoeringsinstelling, onder opgave van de reden van de verhindering.

 

 

HOOFDSTUK  3

Voorschriften voor de verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld

 

Art. 4. Eigen verklaring
De verzekerde die na de ziekmelding van de uitvoeringsinstelling het formulier "eigen verklaring" ontvangt, beantwoordt de daarin gestelde vragen zo volledig mogelijk en zendt dit op de dag van ontvangst aan de uitvoeringsinstelling.

 

Art. 5. Verplichting om thuis te blijven
-1. De verzekerde blijft thuis tot de eigen verklaring, bedoeld in artikel 4, is teruggestuurd of tot de oproep, bedoeld in artikel 3, dan wel het eerste bezoek van de verzekeringsarts of van de rapporteur heeft plaatsgehad. De verplichting, bedoeld in de eerste volzin, geldt niet van 16.00 tot 18.00 uur.
-2. Na het eerste bezoek, de verzending van de eigen verklaring of de oproep, genoemd in het eerste lid, kan de uitvoeringsinstelling de verzekerde verplichten thuis te blijven gedurende maximaal twee weken tot s morgens 10 uur en s middags van 12.00 uur tot 14.30 uur.
-3. De verplichting om thuis te blijven geldt niet indien de verzekerde een bezoek brengt aan de behandelend arts, de verzekeringsarts of de rapporteur, dan wel indien hij zijn arbeid hervat of passende arbeid gaat verrichten.
-4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verzekerde die verhinderd is te voldoen aan een oproep als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

 

Art. 6. Controle mogelijk maken
-1. De verzekerde is verplicht controle mogelijk te maken door de verzekeringsarts en de rapporteur, die zich met een daartoe strekkende machtiging als zodanig kunnen legitimeren. Daartoe dient hij op zijn woon- of verblijfsadres bereikbaar te zijn of er zorg voor te dragen dat de verzekeringsarts en de rapporteur kunnen vernemen waar hij bereikbaar is.
-2. Indien de verzekerde verhuist, tijdelijk elders verblijft of van verpleegadres verandert, of na een tijdelijk verblijf elders weer thuis verblijft, meldt hij dit binnen 24 uur aan de uitvoeringsinstelling.

 

Art. 7. Verblijf in het buitenland
-1. De verzekerde vraagt voor een meerdaags verblijf in het buitenland toestemming aan de uitvoeringsinstelling.
-2. De in het buitenland verblijvende verzekerde is verplicht zich, binnen drie dagen na het begin van de ongeschiktheid tot werken, te melden tot de uitvoeringsinstelling, onder opgave van de reden van deze ongeschiktheid en waar mogelijk met overlegging van een door een behandelend arts afgegeven verklaring van zijn ziekte. Hij is verplicht zich, op verzoek van de uitvoeringsinstelling, beschikbaar te houden voor aanvullende geneeskundige controle in zijn verblijfplaats.

 

Art. 8. Hervatten bij herstel
De verzekerde hervat zijn arbeid zodra hij zich hiertoe in staat acht.

 

Art. 9. Niet hervatten ondanks hersteldverklaring
-1. De verzekerde die op de dag met ingang waarvan de verzekeringsarts hem geschikt heeft geacht zijn arbeid te verrichten, meent niet tot hervatting in staat te zijn, deelt dit binnen 24 uur mee aan de uitvoeringsinstelling en verschijnt op het eerstvolgende spreekuur van de verzekeringsarts.
-2. Indien de verzekerde verhinderd is op het spreekuur van de verzekeringsarts te verschijnen, deelt hij dit binnen 24 uur mee aan de uitvoeringsinstelling, onder opgave van de reden van de verhindering.

 

Art. 10. Inwerkingtreding
Deze controlevoorschriften treden in werking met ingang van 1 december 2001. Met de nieuwe controlevoorschriften vervallen de Controlevoorschriften Ziektewet 1997.

 

Art. 12. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Controlevoorschriften Ziektewet 2001.

1. Volgens de redactie dient artikel 12 te worden vernummerd tot artikel 11.

 

 

Amsterdam, 7 december 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ziektewet | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x