Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

Algemene bijstandswet
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 
Artikel 14a

 

 

 
Art.
14a. [Boete bij niet nakomen inlichtingenverplichting | Afstemming boete | Schriftelijke waarschuwing | Boetebesluit socialezekerheids
wetten]   [GeschiedenisStb. 1996, 248Stb. 1996, 248Stb. 1997, 193;  Stb. 1998, 742Stb. 2001, 481Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376Stb. 2003, 386
Stb. 2008, 600Stb. 2009, 265 + bis]      [JurisprudentieLJN AA8926AB1261AR7248AT0233]
-1. Indien de belanghebbende de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige mededelingen te doen, leggen burgemeester en wethouders hem een boete op van ten hoogste |2269,00.
-2. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
-3. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, kunnen burgemeester en wethouders afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
-4. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kunnen burgemeester en wethouders besluiten af te zien van het opleggen van een boete.
-5. Degene aan wie een boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
-6. Voor zover de boete nog niet is gend, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd.
-7. Bij algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het eerste en tweede lid nadere regels gesteld. [Bszw] [BtabAII]
 
1. Bij Besluit van 10 oktober 2003, Stb. 2003, 386, is bepaald dat artikel 14a vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip; ingevolge het Besluit van 21 januari 2005, Stb. 2005, 35, vervalt artikel 14a, voor zover het niet betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand, met ingang van 1 februari 2005. Ingevolge artikel 78g, tweede lid, van de Wet werk en bijstand vervalt artikel 14a, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 78f van de Wet werk en bijstand, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
ingevolge artikel 2, tweede lid, van het Besluit van 23 december 2010, Stb. 2010, 839, is artikel 14a, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 78f van de Wet werk en bijstand, met ingang van 1 juli 2011 vervallen, red.
 
 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | register Abw | jurisprudentie | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x