Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

Algemene bijstandswet
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 
Artikel 14f

 

 

 
Art. 14f.
[Executoriale titel en tenuitvoerlegging]
  [GeschiedenisStb. 1995, 690Stb. 1996, 248Stb. 1997, 789Stb. 1997, 794Stb. 1998, 742 + bisStb. 2001, 568Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376Stb. 2003, 386
Stb. 2009, 265Stb. 2009, 318Stb. 2009, 580]      [JurisprudentieLJN AF1533AF1552]
-1. Het besluit waarbij een boete is opgelegd, levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zevende lid.
-2. Indien degene aan wie een boete is opgelegd algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd ten uitvoer gelegd door verrekening met die bijstand of uitkering.
-3. Indien degene aan wie een boete is opgelegd inmiddels bijstand of uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente die de boete heeft opgelegd, betaalt die andere gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd.
-4. Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet of de Wet arbeid en zorg, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank, het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd.
-5. Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen bijstand of uitkering als bedoeld in het tweede of vierde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde en vierde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en ten uitvoer gelegd.
-6. De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd, vindt plaats met toepassing van het tweede, derde of vierde lid, dan wel van het vijfde lid, dan wel van het tweede, derde of vierde lid in combinatie met het vijfde lid.
-7. Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
-8. De betekening en tenuitvoerlegging ingevolge het vijfde lid kan geschieden door de deurwaarder, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet. Artikel 256 van die wet is van overeenkomstige toepassing.
-9. Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door burgemeester en wethouders op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479g aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan burgemeester en wethouders.
-10. De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de belanghebbende blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-11. Het tiende lid geldt niet zolang de belanghebbende zijn verplichting, bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt.
 
1. Bij Besluit van 10 oktober 2003, Stb. 2003, 386, is bepaald dat artikel 14f vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip; ingevolge het Besluit van 21 januari 2005, Stb. 2005, 35, vervalt artikel 14f, voor zover het niet betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand, met ingang van 1 februari 2005. Ingevolge artikel 78g, tweede lid, van de Wet werk en bijstand vervalt artikel 14f, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 78f van de Wet werk en bijstand, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
ingevolge artikel 2, tweede lid, van het Besluit van 23 december 2010, Stb. 2010, 839, is artikel 14f, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 78f van de Wet werk en bijstand, met ingang van 1 juli 2011 vervallen, red.
 
 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | register Abw | jurisprudentie | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x