Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

Algemene bijstandswet
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 
Artikel 20

 

 

 
Art.
20. [Recht op bijstand indien eigen woning | Besluit krediethypotheek bijstand] ¹ 
[GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1995, 691Stb. 1998, 742Stb. 2000, 299Stb. 2001, 481Stb. 2003, 376
Stb. 2008, 586]      [JurisprudentieLJN AA6465AB1309AB2256AD9473]
-1. De belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf heeft recht op bijstand voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring, anders dan ingevolge dit artikel, van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd.
-2. Indien voor de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, recht op algemene bijstand bestaat, heeft die bijstand de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek:
a. indien de bijstand over een periode van één jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend, naar verwachting meer bedraagt dan het nettominimumloon, bedoeld in artikel 55, eerste lid; en
b. voor zover het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf op grond van het derde lid niet buiten beschouwing blijft.
-3. Van het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf blijft buiten beschouwing:
a.|6807,00 alsmede de helft van het meerdere, doch in totaal ten hoogste €|27 227,00; en
b. het bedrag waarmee het bij de aanvang van de bijstandverlening aanwezige overige vermogen minder bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens, genoemd in artikel 54.
-4. Indien bijzondere bijstand wordt verleend, kunnen burgemeester en wethouders, indien wordt voldaan aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden, deze bijstand verstrekken in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek, tenzij de belanghebbende recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars.
-5. Indien de bijstand naar verwachting minder bedraagt dan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kunnen burgemeester en wethouders deze bijstand uitsluitend verstrekken in de vorm van een geldlening, borgtocht of een uitkering om niet.
-6. Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing:
a. op de zelfstandige;
b. indien het een woonwagen betreft.
-7. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder bijstand in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek wordt verleend. [Bkb]
 
1. Ingevolge artikel 78c van de Wet werk en bijstand blijft artikel 20 van toepassing op bijstand die op 31 december 2003 werd verleend met toepassing van artikel 20, red.
 
 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | register Abw | jurisprudentie | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x