Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

Algemene bijstandswet
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 
Artikel 43

 

 

 
Art. 43.
[Mede tot/niet tot middelen gerekend | Premies | Verordening vrijlating inkomsten | Ministeriële regeling m.b.t. lid 2j en n | Regeling vrijlating immateriële schadevergoeding Algemene bijstandswet] 
[GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1995, 200Stb. 1995, 691Stcrt. 1996, 43Stcrt. 1996, 121Stcrt. 1996, 247Stb. 1997, 197Stb. 1997, 193;  Stcrt. 1997, 119Stcrt. 1997, 175Stcrt. 1997, 244Stb. 1997, 728Stcrt. 1998, 60Stb. 1998, 289Stcrt. 1998, 119Stcrt. 1998, 242Stb. 1998, 742 + bisStcrt. 1999, 122Stcrt. 1999, 243Stcrt. 2000, 15Stcrt. 2000, 123Stb. 2000, 575Stcrt. 2000, 245Stb. 2000, 571Stb. 2001, 109Stcrt. 2001, 122Stb. 2001, 426Stcrt. 2001, 198Stcrt. 2001, 244Stcrt. 2002, 125Stcrt. 2002, 241Stcrt. 2003, 57Stcrt. 2003, 119Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA3468AA4021AA6725AA8962AB2483AE2699 AE3262AE3952]
-1. Tot de middelen van de belanghebbende worden mede de middelen gerekend die ten behoeve van zijn levensonderhoud door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen.
-2. Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend:
a. de middelen die deze ontvangt ten behoeve van het levensonderhoud van een niet in de bijstand begrepen persoon;
b. kinderbijslag ontvangen ten behoeve van zijn in of buiten Nederland woonachtige kinderen;
c. de kinderkorting en de aanvullende kinderkorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
d. huursubsidie ontvangen op grond van de Huursubsidiewet, of een bijzondere bijdrage in de huurlasten ontvangen op grond van artikel 26b van die wet;
e. vergoedingen en tegemoetkomingen voor, alsmede de vermindering of teruggave van, loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen op grond van kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten behoren, tenzij voor deze kosten bijstand wordt verleend;
f. vrije vergoedingen en vrije verstrekkingen als bedoeld in hoofdstuk IIa van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
g. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
h. rente ontvangen over op grond van artikel 52, eerste lid, onderdeel b, c en d, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
i. een eenmalige premie voor het voltooien van een scholing of opleiding als bedoeld in artikel 114, voor zover een bedrag van €|1316,00 niet wordt overschreden;
j. premies die al dan niet eenmalig boven het rechtens geldende loon worden verstrekt voor het aanvaarden of behouden van arbeid, voor zover deze premies binnen een tijdvak van één jaar tezamen minder bedragen dan €|1952,00;
k. een uitkering in verband met geleden immateriële schade voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte van de uitkering, uit een oogpunt van bijstandverlening verantwoord is;
l. de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose;
m. inkomsten uit arbeid tot €|89,00 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal €|163,00 per maand, beide voor zover hij algemene bijstand ontvangt en behoort tot een categorie van personen voor wie één of meer van de verplichtingen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, niet gelden op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 107, tweede lid, of 113, vierde lid;
n. inkomsten uit arbeid tot €|89,00 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal €|163,00 per maand, beide voor zover hij algemene bijstand ontvangt en hij behoort tot een categorie van personen die overeenkomstig een verordening van het gemeentebestuur om redenen van medische of sociale aard is aangewezen op het verrichten van arbeid in deeltijd;
o. de eenmalige uitkering ingevolge de Uitkeringswet tegemoetkoming twee- tot vijfjarige diensttijd veteranen;
p. subsidies die op grond van artikel 3 van de Wet inschakeling werkzoekenden worden verstrekt voor het onverplicht, in georganiseerd verband, verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten, voor zover deze subsidies:
1º. binnen een tijdvak van één kalendermaand minder bedragen dan €|81,00; en
2º. worden verstrekt aan een langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inschakeling werkzoekenden, dan wel aan een belanghebbende die behoort tot een categorie van personen voor wie één of meer van de verplichtingen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, niet gelden op grond van de artikelen 107, eerste en tweede lid, 113, vierde lid, of 114a;
q. eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage ontvangen op grond van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
r. individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti-, Roma- en Indische gemeenschappen.
-3. Een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, wordt niet tot de middelen van de belanghebbende gerekend voor zover deze uitkering op grond van artikel 10 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand.
-4. Onze Minister kan regels stellen omtrent de gevallen waarin: 
a. het tweede lid, onderdeel j of n, niet van toepassing is;
b. een uitkering als bedoeld in het tweede lid, onderdeel k, niet tot de middelen van de belanghebbende gerekend wordt. [RvisA]
 
 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | register Abw | jurisprudentie | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x