Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

§ 1.  Verantwoordelijkheid voor de uitvoering

 

Art. 116. [Uitvoering wet door B&W]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA3763]
De uitvoering van deze wet berust bij burgemeester en wethouders.

 

Art. 117. [Administratieve uitvoeringsvoorschriften | Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Abw, Ioaw en Ioaz | Regeling financiering en verantwoording Abw, Ioaw en Ioaz]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1995, 691Stb. 2003, 376]
-1. Burgemeester en wethouders voeren ten behoeve van een getrouwe weergave van de uitvoering en een effectief uitvoeringsproces een zodanige administratie dat de juiste, volledige en tijdige vastlegging zijn gewaarborgd van:
a. de besluiten over aanvragen, onderzoeken, uitkeringen, vorderingen en verplichtingen en de hieruit voortvloeiende betalingen en ontvangsten;
b. de hierop betrekking hebbende bescheiden;
c. het onderzoek dat is verricht naar de juistheid en de volledigheid van de verstrekte gegevens en de overgelegde bescheiden.
-2. Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, regels aangaande de in het eerste lid bedoelde administratie. [RauIIB] [RfvIIB]

 

Art. 118. [Beleidsplan/-verslag | Cliëntenparticipatie | Ministeriële regeling m.b.t. beleidsplan/-verslag]  [Geschiedenisversie 12 april 1995Stb. 1997, 791Stb. 1999, 564Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]
-1. Het gemeentebestuur draagt zorg voor de totstandkoming van een plan en een beleidsverslag als bedoeld in artikel 110 van de Gemeentewet gericht op:
a. de bevordering van een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;
b. de bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening door middel van inschakeling van arbeid in dienstbetrekking;
c. de uitbesteding van taken met betrekking tot de inschakeling in het arbeidsproces van bijstandsgerechtigden; en
d. de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de wet met inachtneming van artikel 150 van de Gemeentewet.
-2. Het in het eerste lid bedoelde plan en beleidsverslag worden, in afwijking van artikel 110, derde lid, van de Gemeentewet, elk kalenderjaar vastgesteld.
-3. Het deel van het plan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bevat ten minste een beschrijving van de wijze waarop burgemeester en wethouders:
a. toepassing geven aan artikel 66, eerste tot en met vierde lid, en artikel 122;
b. zorg dragen voor een toereikende controle op het nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, en voor de strafrechtelijke of bestuursrechtelijke afdoening in geval van niet-nakoming van deze verplichting.
-4. Het deel van het plan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bevat ten minste een beschrijving van de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan de samenwerking als bedoeld in artikel 111, tweede lid, en de daarover gemaakte afspraken.
-5. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de voorwaarden waaraan het plan en het beleidsverslag dienen te voldoen indien daarmee tevens een gebruik ten behoeve van het toezicht wordt beoogd.

 

Art. 119. [Voorlichting door B&W]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doeltreffende voorlichting in de gemeente aangaande de verlening van bijstand.

 

Art. 120. [Mandatering]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1997, 510Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AE5639]
-1. Burgemeester en wethouders kunnen slechts met toestemming van de gemeenteraad aan gemeenteambtenaren mandaat verlenen tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand. Burgemeester en wethouders geven daarbij algemene instructies.
-2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat kan zich niet uitstrekken tot het beschikken op bezwaarschriften en tot het instellen van beroep.
-3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van organen, ingesteld bij of krachtens de wet, ter behartiging van belangen waarbij meer dan één gemeente is betrokken en ten aanzien van de Centrale organisatie werk en inkomen.

 

 

§ 2.  Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling

 

Art. 121. [Inlichtingenverplichting]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
-1. Ieder is verplicht desgevraagd en bevoegd uit eigen beweging aan burgemeester en wethouders kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken omtrent feiten en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van een persoon te wiens behoeve bijstand is gevraagd of wordt verleend en die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of heeft gewerkt. De verplichting strekt zich mede uit tot de inkomsten van een persoon van wie kosten van bijstand ingevolge hoofdstuk VI worden of kunnen worden teruggevorderd of op wie kosten van bijstand ingevolge hoofdstuk VII worden of kunnen worden verhaald.
-2. De opgaven en inlichtingen moeten desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een door burgemeester en wethouders schriftelijk te stellen termijn worden verstrekt.

 

Art. 122. [Instanties en personen die verplicht zijn gegevens te verstrekken | Inlichtingenbureau | Besluit inlichtingenbureau gemeenten]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1995, 676Stb. 1997, 162Stb. 1997, 197Stb. 1998, 742Stb. 1999, 185Stb. 2000, 286Stb. 2000, 496Stb. 2000, 575Stb. 2001, 23Stb. 2000, 628Stb. 2001, 225Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]
-1. De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van artikel 120, derde lid, aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet:
a. burgemeester en wethouders van andere gemeenten;
b. de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
c. de Belastingdienst;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als inkomen worden aangemerkt;
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 1996 vastgestelde vergoeding;
g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
h. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de toepassing van de Huursubsidiewet en de Wet bevordering eigenwoningbezit;
i. de Informatie Beheer Groep betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
j. Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreffende de omvang van de productiebeperkende maatregelen voor het bedrijf van de ondernemer in de agrarische sector;
k. Onze Minister van Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
l. de instanties en personen die woonruimte verhuren;
m. de instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren.
-2. Het vragen door burgemeester en wethouders en het verstrekken door de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen geschiedt in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau voert ten behoeve van de verwerking van deze opgaven en inlichtingen een administratie. [BIg]
-3. Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van artikel 120, derde lid, aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
-4. De in het eerste en het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
a. van wie kosten van bijstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk VI of op wie deze worden of kunnen worden verhaald ingevolge hoofdstuk VII;
b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs kan worden vermoed, als degene:
1º. te wiens behoeve bijstand is gevraagd of wordt verleend;
2º. van wie kosten van bijstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk VI of op wie deze worden of kunnen worden verhaald ingevolge hoofdstuk VII.
-5. De in het eerste en het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt.
-6. De in het eerste lid, onderdeel a tot en met k, genoemde instanties treffen desgevraagd met burgemeester en wethouders en met het Inlichtingenbureau een regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het tweede lid en de inhoud en vormgeving van de in het zesde lid bedoelde regelingen. [BIg]
-8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen één of meer van de in het eerste lid bedoelde instanties worden aangewezen die ten behoeve van aan burgemeester en wethouders te verstrekken opgaven en inlichtingen, de door het Inlichtingenbureau aan deze instanties verstrekte gegevens van aldaar op dat moment nog onbekende personen opslaan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van de eerste volzin wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald op welke wijze en gedurende welke termijn deze gegevens worden opgeslagen. [BIg]
-9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere instanties en personen dan genoemd in het eerste en het derde lid worden aangewezen voor wie de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, eveneens gelden, voor zover het betreft de verstrekking van nader bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen inlichtingen en opgaven met betrekking tot inkomen en vermogen.
-10. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, kan tevens worden bepaald dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met opsporingsbevoegdheid.

 

Art. 123. [Geheimhoudingsplicht]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
-1. Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan.
-2. Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing, indien:
a. enig wettelijk voorschrift tot bekendmaking verplicht;
b. degene op wie de gegevens betrekking hebben schriftelijk heeft verklaard tegen de verstrekking van deze gegevens geen bezwaar te hebben;
c. de gegevens niet herleidbaar zijn tot individuele natuurlijke personen.
-3. Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek kunnen desgevraagd gegevens aan derden worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
-4. Degene die op grond van de artikelen 121 tot en met 125 gegevens verstrekt, dient na te gaan of degene aan wie de gegevens worden verstrekt redelijkerwijs bevoegd is te achten om die gegevens te verkrijgen.

 

Art. 124. [Informatieplicht bij vermoedelijk misdrijf]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
Burgemeester en wethouders zijn verplicht indien zij bij de uitvoering van deze wet het gegronde vermoeden krijgen van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van een uitvoeringsorgaan van de socialeverzekeringswetten of van een overheidsorgaan, voor zover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.

 

Art. 125. [Gegevensverstrekking door B&W | Besluit SUWI]  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1994, 916versie 12 april 1995Stb. 1995, 690Stb. 1995, 691Stb. 1997, 789 + bisStb. 1998, 742Stb. 1999, 185Stb. 2000, 496Stb. 2001, 23Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]
-1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000, uit de administratie ter zake van de uitvoering van deze wet aan de hieronder vermelde organen en derden kosteloos de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hierbij vermelde wetten of wettelijke regelingen:
a. de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen;
c. burgemeester en wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.
-2. De in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor onevenredig wordt geschaad.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop in ieder geval gegevens dienen te worden verstrekt. [BS]

 

Art. 126. [Vastlegging sofinummer]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 2000, 571Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]
-1. In de administratie van de gemeente en van het Inlichtingenbureau ter zake van de uitvoering van deze wet wordt het sociaal-fiscaal nummer opgenomen waaronder een natuurlijk persoon is geregistreerd bij de rijksbelastingdienst.
-2. Bij de verstrekking van gegevens door burgemeester en wethouders, het Inlichtingenbureau en de in artikel 122 en 125 genoemde organen en personen wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van dit sociaal-fiscaal nummer.

 

Art. 127. [Toekenning sofinummer door minister]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2000, 571Stb. 2003, 376]
Ten behoeve van het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in de in artikel 117 bedoelde administratie kent Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister, aan de uitkeringsgerechtigden die niet reeds ten behoeve van de belastingheffing bij de rijksbelastingdienst zijn geregistreerd een sociaal-fiscaal nummer toe.

 

Art. 128. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1996, 248Stb. 1996, 619Stb. 1999, 564]

 

 

§ 3.  Adviesorgaan

Vervallen

 

Art. 129. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1997, 63]

 

 

§ 4.  Toezicht

 

Art. 130. [Toezicht op uitvoering wet | IWI | Regeling financiering en verantwoording Abw, Ioaw en Ioaz]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2000, 383Stb. 2001, 625Stb. 2003, 56Stb. 2003, 376]
-1. Onze Minister is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet.
-2. Dit toezicht wordt onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, onder leiding van het hoofd van die inspectie. De artikelen 37, 38, 42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing. [BtIWI]
-3. ten behoeve van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, dienen burgemeester en wethouders jaarlijks bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet, verstrekken zij hem desgevraagd nadere of andere informatie en verlenen zij hem inzage in de administratie, bedoeld in artikel 117. Het verslag en de overige informatie worden kosteloos verstrekt.
-4. Het verslag omvat mede een opgave van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, b en c, en 12, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz.
-5. Het verslag is voorzien van een verklaring van de accountant belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle omtrent de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens.
-6. Onze Minister stelt regels inzake het verslag en over de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring. [RfvIIB]

 

Art. 131. [Aanwijzing m.b.t. goede uitvoering wet]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
Onze Minister kan aan burgemeester en wethouders, nadat zij gedurende acht weken in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen, aanwijzingen geven met betrekking tot een goede uitvoering van deze wet. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen.

 

 

§ 5.  Beleidsinformatie

 

Art. 132. [Beleidsinformatievoorziening | AMvB m.b.t. beleidsinformatievoorziening]  [Geschiedenisversie 12 april 1995Stb. 2001, 625Stb. 2003, 376]
-1. Burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd aan Onze Minister kosteloos de inlichtingen die hij voor de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wet nodig heeft.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.

 

Art. 133. [Statistische gegevens en frauderegistratie | Regeling statistische gegevens Abw | Regeling frauderegistratie Abw, Ioaw, Ioaz en Wik]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1995, 355Stb. 2003, 376]
Burgemeester en wethouders zijn verplicht ten behoeve van de statistiek gegevens inzake de uitvoering van deze wet te verzamelen en kosteloos te verstrekken volgens door Onze Minister te stellen regels. [RfAIIW] [RsgA]