Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 

BIJSTANDSBESLUIT  ADRESLOZEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2004
(art. 2:1 IWwb)



24 juni 1998, Stb. 1998, 385
Inwerkingtreding: 1 juli 1998
(T.a.v. art. 63:3 Abw)

 

 

 

 
BESLUIT van 24 juni 1998, houdende aanwijzing van gemeenten belast met de bijstandverlening aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Bijstandsbesluit adreslozen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 mei 1998, Directie Bijstandszaken, nr. BZ/AV/98/11802a;
     Gelet op artikel 63, derde lid, van de Algemene bijstandswet;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 mei 1998, nr. W12.98.0198);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 juni 1998, Directie Bijstandszaken, nr. BZ/AV/98/9995A;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1. [Aangewezen gemeenten]
-1. Voor de verlening van bijstand aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden aangewezen de gemeenten opgenomen in de bijlage onder A van het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid.
-2. De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de belanghebbende zich op het moment van zijn aanvraag bevindt.

 

Art. 2. [Inwerkingtreding]
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1998.

 

Art. 3. [Citeertitel]
Dit besluit wordt aangehaald als: Bijstandsbesluit adreslozen.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 24 juni 1998

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert

 

Uitgegeven de dertigste juni 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

NOTA  VAN  TOELICHTING
[24 juni 1998]

 

Algemeen

 

     Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 63, derde lid, van de Algemene bijstandswet. Ingevolge deze bepaling wordt de uitvoering van die wet ten aanzien van personen die niet beschikken over een adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens geconcentreerd bij een beperkt aantal gemeenten.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Artikel 63 van de Abw regelt jegens welke gemeente de belanghebbende zijn aanspraak op bijstand geldend kan maken. Het derde lid van dat artikel bevat de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dat de uitvoering van die wet ten aanzien van personen die niet beschikken over een adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens geconcentreerd wordt bij een beperkt aantal bij die maatregel aan te wijzen gemeenten. Deze facultatief geformuleerde delegatiebepaling wordt hierbij ingevuld.

     De in artikel 1, eerste lid, van het besluit opgenomen opsomming van gemeenten is ontleend aan bijlage I, onderdeel A, van de Regeling van de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 februari 1998, houdende regels voor het jaar 1998 met betrekking tot uitkeringen op de terreinen van maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (Stcrt. 1998, 25).¹ Ingevolge deze regeling wordt aan deze gemeenten een uitkering verstrekt ten behoeve van activiteiten op het terrein van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang daaronder niet begrepen, bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door één of meerdere problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

1. Bij Besluit van 20 december 2000, Stb. 2000, 623, worden aangewezen de gemeenten opgenomen in de bijlage onder A van het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid (Stb. 1998, 614, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415) van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het betreft de volgende gemeenten: Alkmaar, Almelo, Almere, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Bergen op Zoom, Breda, Delft, Den Bosch, Den Haag, Den Helder, Deventer, Doetinchem, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hilversum, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Oss, Purmerend, Rotterdam, Spijkenisse, Tilburg, Utrecht, Venlo, Vlaardingen, Vlissingen, Zaanstad en Zwolle, red.

     In artikel 1, tweede lid, van het besluit is vastgelegd dat de bijstand wordt verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de adresloze zich op het moment van zijn aanvraag bevindt. Met deze opzet is een zeer feitelijk criterium gekozen. De bijstand aan de adresloze moet immers veelal snel en in ieder geval met beoordeling van de feitelijke toestand worden verleend.

 

Artikel 2

     Bij Besluit van 24 december 1997 (Stb. 1997, 792) is de datum van inwerkingtreding van artikel 63, derde lid, van de Algemene bijstandswet bepaald op 1 juli 1998. Het Bijstandsbesluit adreslozen treedt gelijktijdig in werking.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x